De ouders en kinderen uit het toeslagenschandaal of de Groningers die getroffen zijn door aardbevingen, het zijn schandalen waar we de afgelopen jaren terecht veel over hebben gehoord. Maar er is een groep mensen die al jaren niet gehoord of goed geholpen worden. En deze groep van duizenden Nederlanders zal op termijn verdwijnen. Niet omdat hun problemen opgelost worden, maar omdat ze een pijnlijke dood sterven. Asbest doodt nog steeds. Het is tijd dat de overheid opstaat om deze mensen beter te helpen door de oprichting van een Nationaal Asbestfonds.

Veel mensen denken dat asbest in ons land geen probleem meer is, omdat het gebruik ervan officieel verboden is sinds 1 juli 1993. Was dat maar waar. Het aantal slachtoffers van asbestkanker is hoger dan ooit, bijna 600 per jaar. De komende decennia zullen er nog 10.000 slachtoffers van asbest te betreuren zijn. Gemiddeld duurt het 40 jaar voordat asbestkanker, mesothelioom, ontstaat na het inademen van asbestvezels. De meeste asbestslachtoffers met mesothelioom overlijden binnen 1 tot 2 jaar nadat de diagnose is vastgesteld. Asbest is nog steeds een sluipmoordenaar.

De overheid en de bedrijven wisten al lange tijd van de gevaren van asbest, maar toch duurde het decennia aan strijd van gewone mensen voordat het asbestverbod er kwam. Het door de SP opgerichte Comité Asbestslachtoffers kwam in 1995 al tot de conclusie dat er een asbestfonds moest komen. Een fonds van waaruit slachtoffers geholpen zouden worden en zonder juridisch gedoe een schadevergoeding moesten krijgen van de overheid en de bedrijven. De toenmalige regering gaf de voorkeur aan een oplossing volgens het gangbare poldermodel. Dat leidde in 2000 tot de oprichting van het Instituut Asbestslachtoffers. Een instituut waar niet de slachtoffers, maar de verzekeraars en werkgevers een dikke stempel op hebben gedrukt.

Inmiddels hebben we bijna 23 jaar ervaring met het Instituut Asbestslachtoffers, het IAS. In die periode hebben we moeten constateren dat de resultaten van het IAS voor de asbestslachtoffers steeds verder teruglopen. Werkgevers en verzekeraars gooien alle mogelijke juridische en niet-juridische argumenten en beweringen in de strijd, waartegen het IAS vaak niet is opgewassen. Procederen tegen de werkgever kan het IAS namelijk niet, het IAS kan alleen ‘adviseren’. Een derde van alle mesothelioomslachtoffers krijgt hierdoor nul op het rekest.

Nog een derde van de slachtoffers wordt naar huis gestuurd omdat de het instituut bijvoorbeeld de vroegere werkgever niet op kan sporen. Om nog niet eens te spreken over de groep mensen die helemaal geen hulp kunnen krijgen van het IAS, omdat zij in hun privésituatie met asbest te maken hebben gekregen en niet op hun werk. Dan blijft tenslotte de groep slachtoffers over die wél schadevergoeding krijgen via bemiddeling. Dat zijn maar 100 van de jaarlijks 600 asbestslachtoffers.

Na 23 jaar kunnen we concluderen dat de hulp voor asbestslachtoffers is mislukt. Het lijkt haast alsof er gewacht wordt op een ‘natuurlijke oplossing van het probleem’, namelijk de dood van de slachtoffers. Dan hoeft er niet of minder betaald te worden en zijn werkgevers ook niet de pineut. Een andere conclusie is er haast niet te trekken na ruim 20 jaar aanmodderen. Dat belooft wat voor de slachtoffers van het toeslagenschandaal en de Groningers.

De oplossing is daarom alleen te vinden in een wettelijk vastgelegd Nationaal Asbestfonds, dat gefinancierd en uitgevoerd wordt door de overheid, zonder tegenwerking van bedrijven. Met daarbij de mogelijkheid voor de overheid om de uitbetaalde schadevergoedingen te verhalen op de veroorzakers van de schade. De bijna 600 mesothelioomslachtoffers per jaar en de 10.000 asbestkankerslachtoffers die ons land helaas nog te wachten staan, hebben recht op erkenning en genoegdoening zonder een juridische lijdensweg.