Dan is het de vraag wat de zorg zo duur maakt. In het debat in de Tweede Kamer onlangs over de begroting werd wel duidelijk waarom, met taalgebruik als: mijlpalen voor transformatiemiddelen in het landschap, het neerslaan in de contracten van de versnellingsagenda, en het reflecteren op de beweging van doorzettingskracht en doorzettingsmacht die we creëren met elkaar. Was dit een debat over zorg? Het was nauwelijks als zodanig te herkennen. Het was een abstract zakelijk beleidsdebat. En dat raakt direct de kern aan waar het zwaartepunt ligt, en dat is niet bij het belang van goede menswaardige zorg.

De zorg is niet onbetaalbaar, maar het systeem maakt het wel duur. De zorg is overgelaten aan de markt en die markt is alleen nog maar te doorgronden door ‘zorgeconomen’, een van de speciale beroepen die hiervoor in het leven is te roepen. Niet voor niets zeggen zorgverleners zelf dat ze zien dat er steeds meer geld AAN de zorg wordt besteed, en een stuk minder IN de zorg. De markt zorgt ervoor dat zorgverleners inmiddels gemiddeld 40 procent (!) van hun tijd kwijt zijn aan administratie en bureaucratie. Zoveel tijd achter de computer, terwijl de werkdruk in de zorg zelf alleen maar verder stijgt. Als je de enorme hoeveelheid geld en tijd die al die administratie kost zou kunnen halveren, wordt de zorg niet alleen goedkoper, maar ook een stuk beter.

De bezuinigingen van 193 miljoen euro die voor dit jaar al moeten worden doorgevoerd zijn dus niet de goede manier om de zorgkosten te drukken, omdat veel van de nutteloze kosten die de zorg duur maken gewoon in stand blijven of zelfs stijgen. Sterker nog, bezuinigen op zorg die nodig is kan duurder uitpakken, omdat bijvoorbeeld ouderen die eigenlijk niet meer thuis kunnen wonen vereenzamen, vallen, of complexere zorg nodig hebben. Hoe dan ook, snijden in de zorg kan ook simpelweg niet meer. De SP opende een aantal weken geleden een meldpunt over de zorg, en binnen korte tijd hadden honderden zorgverleners hun verhaal achtergelaten. De rode draad? De liefde voor de zorg is groot, maar de werkdruk is enorm, de administratie en bureaucratie rijst de pan uit en zorgverleners hebben steeds minder zeggenschap over hun werk. Het aantal zorgverleners dat de zorg verlaat bereikte afgelopen jaar recordhoogte. Zolang hier niets aan wordt gedaan, en ze het met nog minder geld en nog minder collega’s moeten doen, dan wordt dit niet beter maar slechter.

En dat is nog niet alles. Na het vallen van het kabinet zijn een aantal onderwerpen ‘controversieel’ verklaard, wat betekent dat ze door een nieuw kabinet worden behandeld. Verder bezuinigingen op de zorg voor onze ouderen, de gehandicaptenzorg en de langdurige GGZ zijn even geparkeerd en liggen nu in de volle omvang op de formatietafel. Het is dus nog maar de vraag of het bij deze 193 miljoen euro aan bezuinigingen blijft.

De formerende partijen lieten daarvan al een voorproefje zien. Voorstellen voor de zorg waar de PVV altijd voor stemde konden nu ineens niet meer op steun rekenen. BBB trok een voorstel om een deel van de bezuinigingen van tafel te halen zelfs in. Maar het moge duidelijk zijn: het besluit om dit jaar wel of niet te bezuinigen wordt nu in de Tweede Kamer genomen, niet aan de formatietafel. Dat is sowieso te laat, als we daarop wachten dan zijn de zorgverleners en onze ouderen, mensen met een beperking of die langdurige GGZ nodig hebben allang de dupe van deze nieuwe bezuiniging. Als de formerende partijen echt hart hebben voor de zorg, dan zorgen ze dat de bezuinigingen nu van tafel gaan. Het kabinet is dan wel demissionair, maar de Tweede Kamer is dat niet. De Tweede Kamer is aan zet.