Gasvelden, kinderopvang en de woningmarkt zijn voor een groot deel in handen van Canadese bedrijven. SOMO publiceerde vorige week nog een rapport wat duidelijk maakt hoeveel Canadees geld en investeringen er in Nederland aanwezig zijn. En dat blijkt dus veel. Waarom is dit belangrijk? Omdat de Tweede Kamer volgende weeK stemt over het handelsverdrag tussen CETA en de EU. En als CETA wordt aangenomen krijgen al deze Canadese bedrijven en investeerders heel erg veel macht over onze gasvelden, kinderopvang en woningmarkt. En u, als inwoner van Nederland, krijgt minder te zeggen.

In een brandende wereld waarin Nederland hoopt niet te verzuipen, draagt CETA ertoe bij dat de strijd tegen klimaatopwarming door de mensen betaald gaat worden in plaats van de bedrijven die dit veroorzaakt hebben. Waarom? Op 65 locaties in Nederland wordt gas geëxploiteerd door het Canadese Vermilion. Als we als land besluiten van het gas af te gaan, dan kan Vermilion onder CETA aanspraak doen op schadevergoeding via het arbitragesysteem ICS. Dat kan tot een torenhoge claim leiden die de staat – en dus de belastingbetaler – mag ophoesten.

De dreiging van miljardenclaims van bedrijven heeft twee mogelijke gevolgen: we worden voorzichtiger in ons beleid, wat we ons niet kunnen permitteren als we de klimaatdoelen willen halen. Of de overheid moet het dure prijskaartje slikken en de belastingbetaler laten opdraaien voor het verknallen van ons klimaat. Dat is geen eerlijke keuze, dat is chantage.

Ook het aanpakken van andere maatschappelijke problemen, zoals de wooncrisis, kan erg duur worden als gevolg van dit claimsysteem. Jongeren worden nu al gedwongen om bij hun ouders te blijven wonen omdat ze geen eigen woning kunnen betalen. In de vrije sector worden de prijzen opgedreven door investeerders en beleggingsfondsen, zoals het Canadese Brookfield Asset Management. Deze vermogensbeheerder is de grootste investeerder in vastgoed ter wereld. Beter bekend is de particuliere verhuurder CANLiving, van het Canadese Capreit, dat al meerdere keren in opspraak is gekomen. Afgelopen de zomer verhoogde zij de huren in het Utrechtse Kanaleneiland in één klap met 7,6%. Maatregelen om dit soort cowboybedrag op onze woningmarkt aan banden te leggen kunnen leiden tot een enorm prijskaartje als deze giganten met CETA in de hand een claim neerleggen.

CETA moet volgens de voorstanders de ‘gouden standaard der handelsverdragen’ worden. Dat betekent dat het oneerlijke en ondemocratische arbitragesysteem in alle toekomstige vrijhandelsverdragen zal worden opgenomen als we CETA in de huidige vorm goedkeuren. Als we CETA nu niet eerlijk maken, dan betekent dat we ook met veel minder ‘vriendelijke’ handelspartners in een steeds groter wordende claimcultuur terecht gaan komen. Wij als jongeren willen dat de democratie ook voor de komende generaties sterk is en blijft, zodat we kunnen ingrijpen voor een leefbare toekomst. In dat toekomstplaatje past CETA niet. ROOD hoopt daarom dat de Tweede Kamer deze boodschap ter harte nemen en volgende week tegen dit verdrag stemt.

Arno van der Veen, voorzitter ROOD, Jong in de SP.