Nieuws van politieke partijen in Nederland over D66 inzichtelijk

285 documenten

Sleur wetenschappers niet de politieke arena in

D66 D66 Nederland 16-10-2019 11:48

Sleur wetenschappers niet de politieke arena in

Den Haag beleeft vandaag niet alleen weer een bezetting van tractoren, maar maakt zich ook op voor een invasie van stikstof-ontkenners. Op initiatief van Thierry Baudet houdt de Tweede Kamer vandaag een hoorzitting  over het rekenmodel en de meetmethoden van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) met betrekking tot stikstof.

Tegelijkertijd haalt de protestgroep Farmers Defence Force verhaal in Bilthoven bij de RIVM—waarbij de directeur onder politiebegeleiding de demonstratie moest verlaten—uit onvrede over hun berekeningen. Daaruit blijkt namelijk dat bijna de helft van de stikstofuitstoot in Nederland voor rekening komt van de landbouw.

Dat boeren bezorgd zijn over de stikstofcrisis, is begrijpelijk. Terecht vragen zij om consequent beleid vanuit Den Haag. Voor D66 betekent dat: boeren helpen bij de omslag naar duurzame landbouw of helpen met een eerlijke uitkoopregeling. Dat hebben we ook in regeer- en klimaatakkoord afgesproken. Zo gaan we de boeren helderheid geven over de toekomst en een begin maken met natuurherstel én de bouw van huizen voor al die mensen die nu nauwelijks een thuis kunnen vinden.

Dat boeren tegen onze voorstellen kunnen demonstreren, is een groot goed. De samenleving moet de politiek altijd ter verantwoording kunnen roepen over gemaakte keuzes. Maar wat de boeren deze week lieten zien in Groningen gaat letterlijk alle perken te buiten. Dat de boeren – aangejaagd door Haagse populisten – hun pijlen nu ook nog eens  richten op de onafhankelijke wetenschappers van het RIVM, is een nieuw dieptepunt. Het RIVM zou ‘corrupt’ zijn en ‘de boel bedonderen’ en bewust verkeerde meetpunten kiezen. Het zijn holle frasen die vandaag een sfeer van intimidatie oproepen.

In politiek-conservatieve kringen wordt ondertussen met gretigheid twijfel gezaaid over het RIVM. Het zou ‘niet transparant’ zijn over hun rekenmodellen. ‘Schimmig’ zelfs.

Ook dat is onzin: het rekenmodel van het RIVM ís helemaal niet geheim. Journalisten hadden binnen no time de benodigde uitleg op de website van het RIVM gevonden. En zoals het wetenschappers betaamt, nodigt het RIVM iedere criticaster uit om bij hen de rekenmethoden in te komen zien.

Het RIVM is één van de agentschappen van de overheid die internationaal een ijzersterke reputatie heeft, en meerdere onderzoeksnetwerken heeft opgezet voor de wereldgezondheidsorganisatie WHO. Het instituut trekt al een eeuw de beste biologen, vaccinmakers en rekenmeesters van het land aan. En plotseling worden hun berekeningen én motieven verdacht gemaakt. Simpelweg omdat het sommigen politiek beter uitkomt een probleem in twijfel te trekken dan moeilijke keuzes te maken om het op te lossen. Alsof wetenschap ook maar een mening is.

Bij populistische partijen is het ondermijnen van wetenschap en feitelijkheid al langer in de mode. Geert Wilders verweet het Centraal Planbureau ‘idiote berekeningen’ toen de rekenmeesters gehakt maakten van de door hem gewenste Nexit.  Thierry Baudet strooit met complottheorieën over de weercijfers van het KNMI. Hij vroeg in de Tweede Kamer zelfs al om het ontslag van weerman Gerrit Hiemstra bij de publieke omroep. Dat past in de lijn van het eerdere pleidooi van toenmalig VVD-Kamerlid René Leegte voor opheffing van het KNMI. Het instituut was volgens hem ‘klimaatpartijdig’.

Laat er geen misverstand over bestaan: planbureaus en onderzoeksinstituten kunnen ook fouten maken. Daarom moeten hun methodes, modellen en processen openbaar zijn. Ze moeten getoetst kunnen worden door andere wetenschappers, bediscussieerd en bekritiseerd. Ophef over de planbureaus ontstaat tot nu toe echter alleen als hun berekeningen toevallig niet passen bij een politieke agenda. Als de wetenschap niet goed uitkomt, wordt de wetenschapper aangevallen.

Het is een gevaarlijke Amerikaanse trend om de onafhankelijke wetenschap de politieke arena in te sleuren. In het Witte Huis zit een president die hard z’n best doet om het doorrekenen van klimaateffecten na 2040 te verbieden. En wetenschappers die hun zorgen uitten over luchtkwaliteit rondom fabrieken werd de mond gesnoerd. Laten wij die trend niet volgen. Eén van de fundamenten onder het succes van ons land is dat machthebbers niet wegkomen met flauwekul. Dat wetenschappers politici kunnen sturen en corrigeren, en niet andersom.

De wetenschap staat aan de basis van onze beschaving. Wetenschappelijke innovaties, medische ontdekkingen, alfa én bèta-inzichten zijn de motor achter bijna alle vooruitgang.  Wetenschappers maken het leven van mensen beter. Daar kan geen politicus aan tippen. Als wetenschappers in het verdachtenbankje worden gegooid, zijn mensen uiteindelijk de klos.

Deze week debatteert de Tweede Kamer over de aanpak van de stikstofcrisis. Laten we daar vooral elkaars ideeën en voorstellen betwisten, elkaars politieke keuzes toetsen. En laat intussen onze onafhankelijke rekenmeesters gewoon hun werk doen, ook als het onszelf even minder goed uitkomt.

Jan Paternotte is woordvoerder wetenschap voor D66 in de Tweede Kamer

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Gratis OV voor kinderen op woensdag en weekend

D66 D66 PvdA Nederland 15-10-2019 16:15

Gratis OV voor kinderen op woensdag en weekend

D66 wil het voor kinderen en ouders zo makkelijk mogelijk maken om te reizen met het openbaar vervoer. Reizen met de trein, bus, tram of metro. Ieder kind vindt dit prachtig. Het openbaar vervoer brengt je op nieuwe plekken, waar je anders niet zo snel komt. Daarom pleit Rutger Schonis (D66) samen met de PvdA voor een onderzoek naar gratis openbaar vervoer voor kinderen tot 12 jaar die onder begeleiding van een volwassene reizen op woensdagmiddag en in de weekenden.

Gratis openbaar vervoer voor kinderen tot 12 jaar heeft vele voordelen. Het zorgt ervoor dat kinderen al vanaf jonge leeftijd in aanraking komen met het openbaar vervoer, waardoor ze later ook vaker het OV nemen. Ook de kosten voor ouders om met kinderen te reizen gaan hiermee omlaag. En elke keer dat we de trein, tram of bus nemen in plaats van de auto is ook winst voor van het klimaat.

In de trein en in verschillende steden, zoals Groningen, Eindhoven en Nijmegen, is er met succes, al gratis openbaar vervoer voor kinderen tot 12 jaar. Ook Amsterdam start hier binnenkort mee. Elke vervoerder heeft eigen regels of kinderen gratis mee kunnen reizen. Daardoor weten mensen niet waar ze aan toe zijn. D66 wil nu dat alle kinderen tot 12 jaar in Nederland gratis met al het openbaar vervoer kunnen reizen op woensdagmiddag en in de weekenden. Zo groeit de nieuwe generatie op met het gemak en plezier van reizen met de trein, bus, tram of metro.

Rutger Schonis (D66): “D66 wil dat het voor iedereen zo gewoon mogelijk is om de trein, bus of tram te pakken. En: jong geleerd is oud gedaan! Door ov voor kinderen tot 12 jaar op woensdag en in ‘t weekend gratis te maken, wordt het voor hen op latere leeftijd ook de normaalste zaak van de wereld om met het OV te reizen.”

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Gratis OV voor kinderen op woensdag en weekend

PvdA PvdA D66 Nederland 15-10-2019 15:10

Door Gijs van Dijk op 15 oktober 2019 Delen  

Met het openbaar vervoer kom je vrijwel overal. Naar het strand, de speeltuin of naar opa en oma. Maar voor ouders kan het reizen met het openbaar vervoer behoorlijk wat kosten. Daarom pleit ik, samen met D66, voor gratis openbaar vervoer voor kinderen tot 12 jaar op woensdagmiddag en in de weekenden.

Het zorgt ervoor dat kinderen al vanaf jonge leeftijd plezier van reizen met het openbaar vervoer beleven.

Gratis openbaar vervoer voor kinderen tot 12 jaar heeft vele voordelen. Het zorgt ervoor dat kinderen al vanaf jonge leeftijd plezier van reizen met het openbaar vervoer beleven, waardoor ze later ook vaker het OV nemen. Ook de kosten voor ouders om met kinderen te reizen gaan hiermee omlaag. En elke keer dat we de trein, tram of bus nemen in plaats van de auto is dat ook winst voor van het klimaat.

In de trein en in verschillende steden, zoals Groningen, Eindhoven en Nijmegen, is er met succes, al gratis openbaar vervoer voor kinderen tot 12 jaar. Ook Amsterdam start hier binnenkort mee. Elke vervoerder heeft nu eigen regels of kinderen gratis mee kunnen reizen. Wij willen dat voor ieder kind in Nederland vrij reizen op woensdagmiddag en de weekenden mogelijk wordt.

Daarom moet de staatssecretaris aan de slag om gratis openbaar vervoer voor alle kinderen tot 12 jaar in heel Nederland te realiseren.

Met gratis openbaar vervoer voor kinderen zorgen we ervoor dat kinderen op een leuke manier het plezier van reizen met het openbaar vervoer beleven. Daarom moet de staatssecretaris aan de slag om gratis openbaar vervoer voor alle kinderen tot 12 jaar in heel Nederland te realiseren.

Tweede Kamerlid

Update Democratie van Nu

D66 D66 Nederland 14-10-2019 16:44

Precies 53 jaar geleden, op 14 oktober 1966, is onze partij opgericht. Door 44 bezorgde burgers, voor democratische vernieuwing in Nederland. In de tussentijd is er ontzettend veel gebeurd. Tijd voor een update.

Op 6 oktober 2018 nam het D66-congres de resolutie Democratie van Nu aan. Hier zijn 18 voorstellen met concrete instrumenten in opgenomen. Sommige voorstellen uit Democratie van Nu kunnen alleen via landelijke wetgeving worden ingevoerd. Maar voor andere geldt dat ze relatief eenvoudig in de lokale praktijk kunnen worden gebracht.

D66 heeft een handreiking opgesteld met negen voorstellen die bij uitstek geschikt zijn voor de lokale politiek. Op de website en in deze handreiking vindt u ook zes uitgewerkte voorstellen (moties en initiatiefvoorstellen) die u vandaag nog kunt lanceren in uw gemeente.

Een aantal voorbeelden van wat onze fracties door het hele land doen ter gelegenheid van onze verjaardag om de lokale democratie te versterken en mensen meer te zeggen te geven over het bestuur van hún gemeente, vind je hier:

Fractieassistent Ton Lesscher: “Almeerders zijn vaak enorm betrokken bij een specifiek onderwerp. Met het ‘burgerrecht van amendement’ hebben zij een middel om met voldoende steun een bestaand voorstel uit de gemeenteraad aan te passen. Met dit recht versterken we de democratie en de betrokkenheid van onze inwoners.”

Raadslid Dilia Leitner: “Versterking van de lokale democratie is een speerpunt in Haarlem. We willen Haarlemmers betrekken bij wat er lokaal speelt door experimenten met loting bij inspraak, een gelote wijkraad en de buurtbegroting.”

Raadslid Ingrid van Wifferen: “In Rotterdam zet D66 in op het recht op samenwerking waardoor bewoners als serieuze gesprekspartners worden gezien en de gemeente met hen moet samenwerken. Dat zorgt voor meer draagvlak.

Bewoners hebben dankzij D66 de mogelijkheid om zelf innovatieve ideeën voor te stellen en geld te krijgen om hun idee ook echt uit te voeren. Dit heeft al talloze mooie projecten opgeleverd zoals virtual reality brillen voor ouderen en schaakles op scholen.”

Raadslid Has Bakker: “In Utrecht zijn we hard bezig om de lokale democratie te versterken. Eind vorig jaar voerden we op initiatief van D66 al de Burgeragendering in, waarmee 100 bewoners vanaf 12 jaar oud een onderwerp op de politieke agenda kunnen plaatsen. Maar we zijn nog niet klaar! Zo willen we het ‘recht op informatie & data’ voor Utrechters verankeren. Daarmee zorgen we ervoor dat mensen echt mee kunnen praten.”

Raadslid Jan-Bert Vroege: “Het versterken van de democratie zie ik als mijn plicht als democraat. Ik wil alle Amsterdammers namelijk graag horen over ingrijpende en bepalende besluiten voor de stad. De stem van de Amsterdammer hoort een grote rol te spelen, maar horen we nu nog te weinig. Een burgerforum waar ingelote Amsterdammers mee kunnen praten moet daar verandering in brengen. Het zou geweldig zijn om meer dan politieke meningen te horen over een onderwerp.”

Raadslid Nick van Egmond: “Op dit moment kennen we het ‘’Right to Challenge’’ waarmee inwoners de gemeente uit kunnen dagen als zij een bepaalde taak beter of anders kunnen en willen doen. Wij willen dit omdraaien. De gemeente moet laten zien welke taken zij met welke middelen uitvoert en vragen aan de inwoners of zij dit slimmer, beter, goedkoper of anders kunnen doen. Hierdoor wordt het voor de inwoners makkelijker om mee te doen en de gemeente uit te dagen.”

Raadslid Joeri de Jong: “Voor D66 Dongen is bestuurlijke vernieuwing een belangrijk en noodzakelijk thema. Wij vragen hier dan ook regelmatig aandacht voor. In dit kader gaan wij in de komende periode initiatieven uit de handreiking “Democratie van nu” inbrengen in de Dongense gemeenteraad.”

Raadslid Wieke Paulusma: “Onze (lokale) democratie is gebaat bij dat wat wij in Groningen het ‘democratisch gesprek’ zijn gaan noemen. En dat is niet het politieke debat op het stadhuis, maar juist de gesprekjes op straat, in buurthuizen, op school en in de supermarkt. Wat kunnen we samen doen voor Groningen? Wij ondersteunen de lokale democratie en het ‘gesprek met elkaar’ met een aantal experimenten.

De coöperatieve wijkraad is er een. Net als het initiatief met de omgekeerde Right to Challenge, waarbij de gemeente op wijkniveau kan laten wat ze allemaal doet, wat dit kost en oplevert. Niet alleen om bewoners in staat te stellen het over te nemen, maar juist om meer begrip voor elkaar te krijgen. Om trots te zijn op elkaar.”

Raadslid Antje Jordan: “Met de omgevingswet worden alle ruimtelijke plannen op wijkniveau inzichtelijk gemaakt. Wij willen dat daarbij per wijk ook duidelijk wordt welke taken de Leidenaren van de gemeente kunnen overnemen.”

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Hef statiegeld op blik

D66 D66 Nederland 14-10-2019 08:10

De wereld verandert en daar ziet D66 kansen. Kansen voor mensen, om hun eigen energie op te wekken, of op slimme wijze hun energierekening te verlagen, kansen voor schone steden waar het gezond en prettig wonen is en kansen voor innovatieve bedrijven die hun concurrentiepositie versterken door tegen lagere kosten te produceren. Groei biedt uitdaging aan creativiteit en durf. Groei en innovatie zorgen voor oplossingen banen en welvaart. Mits die groei niet ten koste gaat van de kansen van volgende generaties. Duurzame, groene groei is de sleutel naar een welvarende toekomst.

Voor een schuldenvrije toekomst

D66 D66 Nederland 07-10-2019 09:38

D66 wil mensen sneller uit de schulden helpen. Kamerlid Rens Raemakers: ‘Mensen in de schulden zitten vaak jarenlang in onzekerheid. Onzekerheid over hun financiële situatie, en of ze de schuldhulp in mogen. Daarom willen we dat mensen binnen zes maanden na aanvraag te horen krijgen of ze de schuldsanering in mogen.’

‘Vaak komen mensen in de schulden door pech, of door één verkeerde beslissing. D66 wil dat mensen de kans krijgen om wat van hun leven te maken. Dat geldt zeker voor mensen die zelf uit de schulden willen komen.’

In Nederland kampen maar liefst 1.4 miljoen huishoudens met problematische schulden of het risico daarop. Mensen met schulden leven constant onder hoogspanning. Iedere keer is het maar de vraag of er genoeg geld is voor de boodschappen, of bijvoorbeeld een nieuwe wasmachine. Door mensen sneller toegang te bieden tot de schuldsanering zijn zij ook sneller schuldenvrij.

Naast een sneller besluit over de schuldsanering wil D66 dat mensen die in de schuldsanering zitten ook twee keer per jaar een aflospauze kunnen inlassen. Raemakers: ‘In de schulden zitten is ontzettend zwaar, ook als je in de sanering zit. Je kunt door pech of een verkeerde beslissing echt jaren achter elkaar op een houtje moeten bijten. Er blijft dan geen geld over voor iets extra’s. Om mensen die in de schulden zitten ook wat lucht en ruimte te bieden willen we daarom dat je twee keer per jaar een aflospauze van een maand kan inlassen. Zodat je een dagje uit kan in de zomer, en cadeautjes kan kopen met kerst. Dat beetje extra maakt het leven van mensen echt beter.’

Naast de snellere schuldhulpverlening en de aflospauze wil D66 nog meer maatregelen om de Nederlandse schuldenproblematiek aan te pakken. Zo pleiten we voor een hardere aanpak van malafide incassobureaus, een kosteloze eerste betalingsherinnering bij boetes van de overheid en verhogingspauzes voor onbetaalbare boetes. Raemakers:  ‘Uiteindelijk heeft niemand er wat aan als mensen in de schulden zitten. De overheid heeft de verantwoordelijkheid om mensen niet de schulden in te duwen. En malafide incassobureaus die verdienen aan het te makkelijk maken van schulden pakken we aan. Natuurlijk hebben mensen de eigen verantwoordelijkheid om schulden te voorkomen. Maar we moeten er in ieder geval alles aan doen om ervoor te zorgen dat mensen minder makkelijk schulden maken.’

Lees hier onze plannen voor een schuldenvrije toekomst

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

D66 wil bouwen aan het nieuwe verdienmodel van Nederland. Aan verduurzaming van onze economie, aan een eerlijke en open arbeidsmarkt en aan een dienstbare financiële sector. Aan een land dat onderneemt en bloeit en na stilstand weer vooruit gaat.

Nieuwe welvaart vraagt om groei van onze economie. Dat is de beste manier om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Groei zorgt voor nieuwe banen. Groei zorgt voor innovatie en vernieuwing. En duurzame groei is de sleutel naar een welvarende toekomst. Allereerst moet de overheid zijn financiën op orde brengen, tegelijkertijd kan zij ruimte maken en gericht investeren. D66 heeft een groeiagenda om deze kansen te pakken.

Tjeerd de Groot: “Vandaag ga ik in gesprek met boeren”

D66 D66 VVD ChristenUnie CDA Nederland 01-10-2019 04:00

Tjeerd de Groot: “Vandaag ga ik in gesprek met boeren”

Vandaag ga ik het gesprek aan met boeren die in Den Haag komen demonstreren. Zoals ik al jarenlang spreek met boeren over hun toekomst. Zo’n gesprek is nu harder nodig dan ooit.

Al decennia passen boeren zich aan. Ze beantwoorden nieuwe regels met nieuwe technieken. Of met harder werken. Of met allebei.

“Het water staat me aan de lippen… en met mij zijn er velen”, zei een boer laatst tegen me. Hij wilde weten welke keuzes hij nog kon maken. Het plaatje van zijn onderneming moest gewoon kloppen: voor hemzelf en zijn gezin. Bovendien wilde hij de omgeving goed achterlaten voor zijn kinderen.

Zeventig uur werken voor weinig geld, dat is niet de toekomst die boeren zich voorstellen als ze beginnen. Ze houden van hun dieren en het landschap. Het liefst willen ze dier- en natuurvriendelijk ondernemen. “Maar ja, wat moet je?” vroeg de boer me. “Het gaat gewoon niet anders. Ik sta met mijn rug tegen de muur.”

Hij begreep ook niet dat boerenbestuurders en politici maar blijven vertellen dat “we” de beste boeren van de wereld zijn. Alsof alle problemen vanzelf verdwijnen als we maar een beetje trotser op de boeren zijn. “Van waardering kan de schoorsteen niet roken”, zo zei hij treffend.

Al dertig jaar zet ik me in voor een modernere, duurzame landbouw. Voor de boer én voor de samenleving. En al net zolang hoor ik deze verhalen van boeren . Al tientallen jaren hebben mensen zich ingezet om boeren een goede toekomst te geven. Maar er kwamen vooral nieuwe regels en steeds weer veranderingen. En de boer paste zich aan, investeerde in nieuwe technieken, kocht nieuwe apparatuur en deed zijn best. Elke keer als hij erin slaagde goedkoper te produceren, verlaagde de supermarkt de inkoopprijs. Ondertussen gaf de hoge productie ook problemen: mest, stankoverlast, uitputting van de bodem en vervuild grondwater. Wat er dus gebeurde was dat boeren nauwelijks iets verdienen, maar ondertussen de kritiek over vooral de intensieve houderij van varkens en kippen aanhield. Dat roer moet nu echt om.  Zowel voor de boer als voor de aarde.

Anders. Oke. Hoe dan anders? En zonder dat er elke maand een andere maatregel genomen wordt? De oplossing is te vatten in één begrip: kringlooplandbouw. Nu moeten boeren heel veel middelen kopen om te produceren, zoals dure kunstmest, dure bestrijdingsmiddelen en kostbaar voer. Zonde van het geld. Dat kan anders. Er is ook voer dat mensen niet kunnen of willen eten. Een koe eet gras, varkens zijn van nature opruimers van eten dat anderen niet eten en kippen zijn insecteneters. En dan de mest. Nu is een varkenshouder tienduizenden euro kwijt aan het afzetten van mest. In de stal komen pies en poep bij elkaar en dat gaat rotten. Een varken is zindelijk, dus zorg voor een stal waar goede mest uit komt, dan kun je eraan verdienen! En de akkerbouwer gebruikt nu nog veel dure kunstmest en bestrijdingsmiddelen, terwijl natuurlijke bodems zelf voor gezonde planten kunnen zorgen. Dat valt te leren. Met leiderschap, hulp en visie.

De visie van D66 is: met minder dieren meer verdienen. Minder dieren, doordat we geen duur voer geven dat mensen ook kunnen eten. Als koeien gras, varkens restproducten en kippen insecten eten, dan heeft de boer lagere kosten en het is beter voor de aarde. Meer verdienen kan een boer als we hem helpen deze producten met een goed verhaal tegen een betere prijs op de markt af te zetten.

Al in het regeerakkoord van twee jaar geleden hebben we met Christenunie, CDA en VVD uitgesproken dat de huidige manier van voedsel produceren niet houdbaar is. We hebben het ministerie van Landbouw honderden miljoenen gegeven om boeren te ondersteunen. Of voor hen die dat niet willen of kunnen, hulp én financiële steun bij het stoppen. Helaas ligt dat geld nog op de plank en is er nauwelijks een euro van uitgegeven. Terwijl voor vier op de tien boeren, zo bleek deze week uit onderzoek, stoppen best bespreekbaar is, mits er een goede financiële regeling tegenover staat.

De stikstofcrisis heeft de noodzaak van de omslag naar kringlooplandbouw nog groter gemaakt. We willen in dit land namelijk, behalve duurzaam voedsel produceren, ook huizen kunnen blijven bouwen voor de vele, vaak jonge mensen die op de woningmarkt nu geen huurhuis én geen koophuis kunnen krijgen.

Vandaag ga ik naar het Malieveld. Met een warm hart voor de moderne boer. Met open vizier en zin in een goed gesprek. En met de boodschap dat boeren in mijn ogen meer geholpen zijn met een duidelijk perspectief voor de toekomst dan met een blik op het verleden. Een boodschap waarvan ik als geen ander begrijp dat die bij sommige boerengezinnen hard aankomt. Maar het is wel de eerlijke boodschap. Op weg naar een nieuwe toekomst.

Tjeerd de Groot

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Scherp China beleid aan

D66 D66 Nederland 30-09-2019 05:30

D66 wil een mensenrechten-impacttoets voor de export van bepaalde IT-producten. Techniek die misbruikt kan worden voor mensenrechtenschendingen – zoals gezichts- of emotieherkenning – mag dan niet worden geëxporteerd naar landen als China. Ook willen we dat Nederlandse bedrijven mee kunnen dingen bij Chinese aanbestedingen.

Als de Chinese markt niet opener wordt, dan moet de EU Chinese bedrijven uitsluiten van openbare aanbestedingen. Deze en andere aanbevelingen staan in de reactie van D66 op de China-strategie van minister Blok, die we bestempelen als ‘een lege huls’.

Sjoerd Sjoerdsma: “De China-strategie van Blok is te veel een lege huls. Het is een mooie analyse van hoe China is gegroeid naar een steeds dominantere macht, maar helpt niet om onze bedrijven, banen en verdienvermogen te beschermen. En de mensenrechten komen er al helemaal bekaaid vanaf. Dat daarom roepen we minister Blok op het Nederlandse China beleid aan te scherpen.”

We vinden het nodig om scherpe en duidelijke keuzes te maken in de complexe relatie met China. Handel en economische belangen zijn daarbij belangrijk, maar dat betekent niet dat Nederland en de EU zich als een gekke henkie moet opstellen en alle oneerlijke handelspraktijken moet toestaan. Er zijn duidelijke maatregelen nodig om onze bedrijven en vitale infrastructuur te beschermen tegen ongewenste Chinese inmenging. Ook moet er veel meer aandacht komen voor de slechte mensenrechtensituatie.

De beste benadering van China is via de Europese Unie. Dat betekent veel meer gezamenlijk optreden en lidstaten niet tegen elkaar laten uitspelen door Chinese investeringen. Bovendien moet de EU veel meer investeren in de opbouw en uitbouw van de eigen tech-industrie.

Kamerlid Kees Verhoeven: “Europa doet nu niet mee in de top van de tech-wereld. Daardoor zijn we gedwongen afhankelijk van Chinese bedrijven, en dat is te kwetsbaar. Want soms kun je het verschil niet zien tussen een Chinees bedrijf, de Chinese overheid of de Chinese Communistische Partij. We moeten de controle houden over onze eigen technische infrastructuur en waken over onze data en privacy-standaarden. Daar ligt een belangrijke rol voor de EU.”

Lees hier de reactie van D66 op de China-strategie van het Nederlandse kabinet.

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tolerantietoespraak van minister Sigrid Kaag

D66 D66 Nederland 28-09-2019 14:13

Tolerantietoespraak van minister Sigrid Kaag

Vandaag hield minister Sigrid Kaag haar tolerantietoespraak in het Rijksmuseum in Amsterdam. Lees haar toespraak hier terug.

Dames en heren,

U heeft er vast veel van meegekregen: twee weken geleden is het politieke jaar begonnen met de Algemene Politieke Beschouwingen. Die twee dagen zijn een hele zit, maar er is veel om van te genieten. Twee dagen lang discussie over fundamentele en principiële keuzes voor de toekomst van Nederland. Het is ook verantwoording afleggen. Een “botsing” van de grote politieke bewegingen en van belangrijke ideeën.

Het was dit jaar heel anders dan vorig jaar. Vorig jaar begonnen de beschouwingen met een fractievoorzitter die tegen een collega zei dat hij “zelf lekker op moest rotten.” En ze eindigden met een fractievoorzitter die zei dat meedoen aan het parlementaire debat “beneden zijn waardigheid” was. Dit jaar was de sfeer: niet de voorspelbare politiek van de verkettering, maar de verrassing van de verbinding.

Partijen waren welwillend. Waren bereid naar elkaar te luisteren. In die omstandigheid werd tussen conservatief en progressief zowaar consensus gevonden. In ieder geval over de toon van het debat. En daarna over de rol van de overheid in de samenleving, en de grenzen van de vrije markt.

U begrijpt dat het mij dit jaar heel wat beter beviel. Zo hoort het in Nederland.

Al blijft het een onverteerbare, on-Nederlandse dissonant, wanneer wordt gesproken over “een Marokkanengif dat door de straten van Nederland stroomt.” Onverteerbaar om een hele bevolkingsgroep op die manier weg te zetten. En on-Nederlands, omdat die extreme mate van intolerantie niet te is rijmen met de lessen van de vaderlandse geschiedenis.

Voor wie met historisch besef kijkt, zijn onze vrijheden en verworvenheden helemaal niet vanzelfsprekend. Integendeel. De geschiedenis leert ons dat vrijheid en verdraagzaamheid iets vraagt iets  ons allemaal. Continu.

Dankzij deze coalitie krijgen alle kinderen in Nederland de kans om diezelfde lessen hier te leren, in het Rijksmuseum. Lessen over de essentie van onze  Nederlandse en Europese identiteit. Over vrijheid en verdraagzaamheid. Want leren is nodig. De waarden “vrijheid’ en “verdraagzaamheid” zijn makkelijk uitgesproken.

Maar wie wil leren moet doorgronden. En wie wil doorgronden moet vragen stellen. Wat is vrijheid. Wat is verdraagzaamheid? Wat moet je er voor doen? Hoe kom je er aan? Is het typerend voor Nederland, voor Europa? Hoort het bij onze Nederlandse en Europese identiteit?

Een begin van het antwoord kunnen wij vinden in de geboorte en opkomst van de Remonstranten in de 17

eeuw. In een jonge Republiek die vergeleken met de rest van de wereld grote vrijheid kende. De periode en de namen waar wij nog steeds naar verwijzen als ons wordt gevraagd wat Nederland nu écht Nederland maakt.

Het land van Rembrandt, van Vermeer, van Vondel, van Spinoza, van Huygens, van Grotius, van De Ruyter en van de gebroeders De Witt en De La Court. De Zeven Verenigde Nederlanden waren het toevluchtsoord voor vrijdenkers uit alle uithoeken van Europa.

Tolerantie werd er gekoesterd, al was het maar om pragmatische redenen: een einde brengen aan religieus conflict. In de Unie van Utrecht in 1579 werd de persoonlijke vrijheid van godsdienst gegarandeerd. De Unie stelde dat “een yder particulier in sijn religie vrij sal mogen blijven ende dat men nyemant ter cause van de religie sal mogen achterhaelen ofte ondersoucken.”

Twee jaar na de Unie zworen “we” – als ik zo naar onszelf als verre nazaten van die periode mag verwijzen – met het Plakkaat van Verlatinghe de Spaanse Koning Filips II af, onder andere vanwege zijn tirannieke religieuze opvattingen. Een triomf voor de tolerantie, zou je denken. Maar een generatie later zag het er weer heel anders uit.

Remonstranten en contra-remonstranten stonden tegenover elkaar in een heftige theologische discussie over predestinatie.Dit theologische conflict werd een politiek conflict, dat uiteindelijk leidde tot de onthoofding van Van Oldenbarnevelt in 1619 en een verbod op de Arminiaanse visie na de Synode van Dordrecht.

Johann Uytdenbogaert was gevlucht naar Antwerpen. “Zal men dan ene nieuwe secte oprichten?”, schreef hij naar medestanders. En zo geschiedde.

De Remonstrantse gemeenschap was een feit, maar zij leefde in ballingschap en bleef officieel verboden tot de stichting van de Bataafse Republiek in 1795. De vestiging van de Remonstranten en de godsdienstvrijheid in de 17e en de 18e eeuw waren niet het resultaat van een onafgebroken overwinningsmars naar vrijheid en burgerrechten.

Het was een kronkelpad. De geschiedenis meanderde. Vrijheid, burgerschap en natiebesef werden in de Republiek zwaar bevochten, voor sommigen tot aan het graf. De Republiek verkeerde in constant conflict met buitenstaanders, maar was ook intern doorlopend in conflict, in constante strijd.

De pragmatische tolerantie had weinig te maken met integratie of acceptatie. De Amsterdamse protestanten tolereerden Amsterdamse katholieken. Maar ze moesten hun geloof wel verhuld belijden. Zoals op een zolder, hier zo’n beetje om de hoek.

Vandaag de dag beschrijven historici dan ook steeds minder een romantische strijd voor meer vrijheid, en steeds meer een machtsstrijd dóór de Republiek en ín de Republiek zelf. Minder Erasmus, meer Machiavelli.

Hoe gaat het met ons – en met onze tolerantie – in Nederland anno 2019? Het antwoord zal natuurlijk verschillen met degene aan wie de vraag wordt gesteld. Ik kan u alleen mijn antwoord geven.

Wat mij betreft zijn we in Nederland de fase van louter nuchter pragmatische tolerantie al lang voorbij. Nederland is niet het langer het verzuilde land van de twintigste eeuw toen we de laatste na-ijlende effecten van de tolerantie van de Republiek hebben meegemaakt.

In de 21ste eeuw zijn onze verschillen in achtergrond, voorkeur, seksuele geaardheid, levensovertuiging, godsdienst -en ga zo maar door- er niet langer om door een homogene meerderheid of elite al dan niet oogluikend en schoorvoetend te worden geaccepteerd. Ze zijn er nu om gevierd te worden. Ze zijn essentieel onderdeel van onze gezamenlijke identiteit geworden.

We willen met al onze verschillen bij elkaar horen. We willen onze verschillen inbrengen als bouwstenen voor het beschermende huis van onze samenleving. We zijn hier samen thuis. En zijn daar samen trots op. En met dat thuis zijn en erbij horen gaat het steeds beter.

Iedereen zou het inmiddels moeten weten: in het onderwijs gaat het met de grootste migrantengroepen – Marokkaans, Turks, Surinaams en Antilliaans – de goede kant op. Eén op de drie kinderen met een Marokkaanse achtergrond gaat inmiddels naar de havo of het vwo. In 2005 was dat één op de vijf. Bij kinderen van Afghaanse en Irakese vluchtelingen is het aandeel nog hoger.

Ja: de ‘klassieke’ migrantengroepen hebben een hogere bijstandsafhankelijkheid dan Nederlanders zonder migratieachtergrond. Maar: voor de tweede generatie ligt deze afhankelijkheid lager dan bij hun ouders. En het verschil is het – zoals in alle domeinen – het kleinst bij de jongste geboortecohorten. Dat wil zeggen: het gaat de goede kant op. En snel ook.

Ja het is waar: in de criminaliteit zijn Nederlanders met een migrantenachtergrond relatief oververtegenwoordigd. Maar het aandeel personen dat als verdachte van een misdrijf wordt geregistreerd, is de afgelopen dertien jaar in alle groepen met ongeveer de helft afgenomen. Dit geldt voor Nederlanders met een autochtone achtergrond, en voor de vier grootste niet-westerse herkomstgroepen.

Ook hier doet de tweede generatie het beter dan de eerste generatie. Dus ook hier is de ontwikkeling positief. Het gaat dus eigenlijk goed met migranten in Nederland.

Het is verleidelijk om hier te wijzen op enkele wel heel opvallende “successen”. Maar ik vind het ongemakkelijk als mensen zeggen: “In Nederland kun je als Marokkaanse-Nederlander als je je best doet burgemeester van Rotterdam worden, of voorzitter van de Tweede Kamer.” Alsof je pas meetelt of goed geïntegreerd bent als je iets bereikt hebt dat zo uitzonderlijk is dat het maar door een paar mensen ieder decennium in heel Nederland wordt bereikt. Dat kan niet de maatstaf zijn.

Naast opvallende successen, kijkt men – en ik snap goed waarom – ook naar de uitschieters naar beneden. Naar gewetenloze Marokkaans-Nederlandse drugscriminelen die de samenleving ondermijnen. Een onacceptabele groep waarbij niets anders past dan te bestrijden met alle autoriteit die de Staat bezit. En ja: die uitschieters omhoog en omlaag zijn interessant. Maar de grote middengroepen zijn interessanter.

Ik sta hier wat langer bij stil, omdat feiten belangrijk zijn. En uiteraard niet alleen als deze ‘in mijn straatje’ passen. Ik zie ook scherp wat er fout gaat. Goed fout. We moeten ingrijpen als intolerantie de overhand dreigt te nemen.

Karl Popper beschrijft de tolerantie-paradox: als een samenleving grenzeloos tolerant is, zal de mogelijkheid om tolerant te blijven worden weggenomen door intolerantie. Om tolerant te blijven kan een samenleving intolerantie dus niet tolereren. Maar Popper bedoelde hier niet mee dat onwenselijke ideeën of gedragingen moesten worden verboden. Pas als er een concrete aantasting is van de vrijheid van anderen, kan daar sprake van zijn.

Als kinderen op salafistische moskeescholen te horen krijgen dat mensen met een ander geloof of levensovertuiging de doodstraf verdienen, is  dat onder geen enkel beding acceptabel. We moeten hier doortastend handelen, al betwijfel ik of we om die reden de Grondwet moeten wijzigen. Duidelijk is dat we hier de grens hebben bereikt die Popper trok.

Als honderden Nederlanders met een buitenlandse vlag demonstreren op de Erasmusbrug en volmondig een buitenlandse leider aanmoedigen, dan vind ik dat verontrustend. Het is een symptoom van een relatieve zwakte in de wil er onvoorwaardelijk bij te willen horen. Daar moeten we waakzaam voor zijn. Maar in dit voorbeeld bevinden we ons verder van Popper’s grens.

Als een niet-westers migrantenstel in de spreekkamer van een huisarts komt, weigert een hand te geven, en de echtgenoot per se het woord wil doen voor zijn vrouw, dan vind ik dat op zijn minst ongemakkelijk omdat het fundamenteel botst met mijn eigen levensovertuiging en wereldbeeld. Maar ik zal het niet gebruiken als het bewijs dat het met de wens van de hele groep erbij te horen niet goed gaat. Hier zou ik ook niet willen dat de Staat ingrijpt.

Het is belangrijk om de principiële verschillen tussen die voorbeelden te erkennen. En om te kijken hoe het met de grotere bewegingen gaat.

Dat de extremen in de politiek—de politici die het moeten hebben van ophitsen van angst—dit niet doen, dat snap ik. Hoe verdrietig het ook is. Maar dat de nuance soms ook in het midden verdwenen lijkt, baart mij zorgen. Want ook vanuit het politieke midden horen we dat veel te veel op het gebied van migratie en integratie niet goed gaat. En dat de wederkerigheid bij nieuwe Nederlanders ontbreekt.

Hier wordt mijns inziens met een te brede kwast geschilderd. De feiten logenstraffen de stelling dat “veel te veel niet goed gaat”. En met die wederkerigheid zie ik het ook niet zo somber in. Kijk naar een groep Marokkaanse-Nederlanders die deze week steun vraagt bij hun strijd tegen de dwang van hun dubbele nationaliteit. Zij zijn Nederlanders, en vragen – en verdienen – onze steun.

Natuurlijk, we kunnen wijzen op de Klassieke Oudheid, het Christendom en de Verlichting. Meerdere politici doen dat. Ze zeggen dat “de waarden” uit die tijd onder druk staan. Dat wij onze identiteit, die zo vanzelfsprekend is dat we het er nooit over hadden, de laatste decennia stukje bij beetje kwijtraken. Maar ik zie dat toch echt anders. Identiteit is niet een statisch, monolithisch gegeven.

Ik ben vrouw, Katholiek, progressief liberaal, democraat en Nederlander. Ik was een diplomate en ben nu politica. Ik ben echtgenote en moeder van vier kinderen. Er zijn situaties waarin ik specifiek één van die elementen ben, en soms ben ik alles tegelijkertijd.

Identiteit is niet gegraveerd in graniet. Het wordt gevormd in ons hart, ons brein, onze ziel, en onze ervaring. Het is de ontwikkelende, altijd boeiende vorm van ons mens-zijn.

Er bestaat natuurlijk ook geen eenduidig pad van de Klassieke Oudheid naar het Christendom, naar de Verlichting, naar de moderne rechtsstaat, met een rechte lijn naar steeds meer vrijheid en gelijkheid. Wij stellen die waarden nu centraal, maar wij geven ze zelf vorm en inhoud.

We zijn schatplichtig aan onze voorgangers en de denkers die onze samenleving hebben gevormd. Maar onze idealen van vrijheid en gelijkheid zijn anderen dan dat van de slaveneigenaren Jefferson of Washington en de guillotine-gebruikers Marat en Robespierre.

Veel principes uit die verschillende perioden waar sommigen de mond van vol hebben stonden op gespannen voet met elkaar.

Wat we nu zien als ‘typisch Nederlands’, is in het verleden bevochten op de conservatieve krachten van het moment. Ook in het verleden werkten er nu eenmaal meer lobbyisten voor de status quo, dan voor de verandering. Ook toen was de status quo nu eenmaal wat gemakkelijker, want het bestond al. Mensen kenden het al.

Wij vinden het homohuwelijk – of liever, het huwelijk voor iedereen – een typisch Nederlands verschijnsel. Maar dat was het eeuwenlang niet, omdat het eeuwenlang niet bestond. De LHBTI-gemeenschap in Nederland kan pas twintig jaar trouwen.

Ik ben er trots op dat Nederland het eerste land was dat het huwelijk voor iedereen openstelde. U kunt er trots op zijn dat de Remonstranten dit bij de invoering ook volmondig steunden. Maar het is niet zo dat dit een vaststaand gegeven is, dat het een rechtstreeks gevolg is van onze cultuur en geschiedenis. Er is jarenlang vóór en jarenlang tegen gestreden.

De gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen vinden we ook een typisch Nederlandse verworvenheid. Maar tot ver in de negentiende eeuw was de ondergeschikte positie van vrouwen zo “logisch”, dat nergens expliciet stond vermeld dat ze niet in aanmerking kwamen voor bestuursfuncties.

In de Grondwet van 1848 stond niet dat vrouwen waren uitgesloten van het actieve en passieve kiesrecht. Volgens de letter van de wet konden vrouwen dus volledig deelnemen. U snapt wat er gebeurde: de geest van de wet werd leidend! Men vond het “vanzelfsprekend” dat als de grondwet sprak over “Nederlanders”, het uiteraard over mannen ging.

Pas in de jaren ’50 werd de ondergeschikte positie van vrouwen afgeschaft, en werden ze volledig handelingsbekwaam. En het duurde tot 1975 dat mannen en vrouwen voor de wet gelijk moeten worden beloond. Dit ging niet vanzelf.

Ook de godsdienstvrijheid zelf is een beginsel dat een lang pad heeft afgelegd. Het processieverbod werd pas in 1983 uit de wet gehaald. Die vrijheden en verworvenheden zijn bereikt door – vreedzame – strijd.

We hebben nu een nieuwe strijd te voeren. Ver verleden en recent verleden bewijzen dat onze vrijheden en verworvenheden niet vanzelfsprekend zijn. Verdraagzaamheid staat zelfs onder druk. Het gaat me dan om het verlies van een cultureel zelfbewustzijn, het verlies van een zeker optimisme. De huidige cultuur is doordrenkt van het gevoel dat we iets aan het kwijtraken zijn.

Michel Houellebecq schrijft in zijn laatste werk “Serotonine” over een samenleving die op zijn laatste benen loopt, en op ontploffen staat. “Niemand zal meer gelukkig zijn in het Westen, het geluk is een oude droom, de historische voorwaarden ervoor zijn gewoon niet meer voorhanden’, zegt hij.

Ilja Leonard Pfeijffer zegt in “Grand Hotel Europa”: “Wat Europa de wereld te bieden heeft, is zijn verleden…Ik wil niet net als het hotel waar ik verblijf en het continent waar het naar is vernoemd tot de conclusie komen dat de beste tijd achter mij ligt.”

Twee schrijvers. Twee radicaal verschillende wereldbeelden. Eén gedeelde opvatting: we raken iets kwijt.

Politici en maatschappijcritici laten zich meevoeren op de golven van het pessimisme en spreken met een zwaar gemoed over “het Avondland”, waar de zon langzaam op neerdaalt. Alleen een totale omslag zou ons nog van de ondergang kunnen redden, zo wordt beweerd. Ik deel deze wanhoop niet.

Ja, we bevinden ons in Nederland en in Europa in een overgangstijd. De transatlantische relatie staat onder druk. Onze Europese Unie hangt een chaotische Brexit boven het hoofd. Ongeveer 68 miljoen mensen zijn wereldwijd op de vlucht of intern ontheemd.  Onze levens worden in toenemende mate beïnvloed door de invloed van grote tech-reuzen.

In 2050 zullen er bijna 10 miljard mensen op aarde wonen. Economische groei en de opwarming van de aarde zorgen voor een enorme druk op het ecosysteem.

In mondiale zin is de ongelijkheid sterk gestegen sinds 1980. De armste helft van de wereldbevolking is rijker geworden, maar tegelijkertijd is het vermogen van de rijkste 1 procent twee keer zo snel gestegen dan dat van de onderste 50 procent.

In Nederland zelf zien we dat het besteedbaar inkomen van huishoudens sinds 1980 nauwelijks is toegenomen – een gegeven dat we uiteraard moeten adresseren. Al deze ontwikkelingen zijn niet het resultaat van “destructieprocessen” of “auto-immuunziektes” of van “elites” die zich tegen de samenleving hebben gekeerd.

Het heeft te maken met ontwikkelingen die 17 miljoen Nederlanders maar beperkt kunnen beïnvloeden. Technologische ontwikkelingen houden we niet tegen. Demografische veranderingen zorgen ervoor dat er in 2050 bijna 10 miljard mensen op aarde wonen. Uitputting van de aarde zorgt ervoor dat we naar een nieuwe economie moeten.

Het is de taak van politici mensen in staat te stellen die ontwikkelingen aan te kunnen. De verdeling van middelen, het verzoenen van verschillende ambities en verlangens, het beschermen van zwakkeren. Het bieden van mechanismen voor het oplossen van onze conflicten, en het ontplooien van allen die tot de samenleving behoren.

Politici zijn niet altijd in staat de problemen snel genoeg op te lossen. Dan ontstaan gevaren. Maar het is ook de taak van politici om weerwoord te bieden aan populistische wolven in het bos, die proberen zondebokken aan te wijzen voor de onzekerheden van nu en die in de toekomst.

De geschiedenis rolt niet over ons heen. Wij bepalen zelf hoe het hier verder gaat. Vooruitgang is een kronkelig pad dat we zelf bewandelen. Nederland en Nederland als lidstaat van Europa is een verhaal dat we nog altijd aan het schrijven zijn.

We kunnen hier trots zijn op hoe we universele rechten en waarden hebben verankerd. In relatieve zin hebben we dat altijd goed gedaan. Niet in de laatste plaats dankzij de inzet van de Remonstranten.

Maar ik wil hier niet het verleden idealiseren. Het is tijd om nieuwe stappen te zetten. De geschiedenis te gebruiken als dienaar van de toekomst. Daarbij is het sleutelwoord wat mij betreft strijdbaarheid.

Vrijheid en tolerantie zijn nobele doelen om na te streven. En ja, ze behoren ook tot ons cultureel erfgoed. Maar wie de geschiedenis overziet, kan niet anders dan concluderen dat ze weinig betekenen zonder onze inzet. Ze zijn geen rustig bezit. Een standbeeld waar we kalm omheen kunnen lopen, onszelf schouderklopjes gevend uit trots over het resultaat.

Integendeel, vrijheid en tolerantie vormen voor mij vooral een appèl. Een handelingsperspectief voor de toekomst. Het gaat mij nu en voor de toekomst om daadwerkelijke, oprechte verdraagzaamheid tegenover mensen die anders denken en tegenover mensen die zich “anders” gedragen.

Ook als iemand een mening is toegedaan, die anderen pijn doet. Zelfs dan – juíst dan – is het niet alleen van belang om andersdenkenden te ‘tolereren’, maar ook te begrijpen.

Die diversiteit is de zuurstof van onze democratie. En ja, diversiteit betekent ook conflict. Maar juist daarin schuilt vrijheid. Ik hoop dus dat we dat vertellen aan onze kinderen als zij dit museum bezoeken. Ik hoop dat we onze kinderen een indruk geven van hoe sterk de gemeenschap is waar ze toe behoren. Ik hoop dat we ze kunnen vertellen dat Nederland een bijzondere rol heeft gespeeld in het denken en handelen over “vrijheid”, en “tolerantie” en “openheid”, al zijn dat niet unieke Nederlandse termen.

Wat hier ontegenzeggelijk is gelukt, is om die begrippen levend te maken. Betekenis te geven voor ons eigen handelen. Niet omdat iedereen ze direct omarmde. Maar omdat mensen ervoor hebben gestreden.

Onze kinderen kunnen trots zijn op dat verhaal – ook als hun ouders niet in Nederland zijn geboren, en ook als ze zélf niet in Nederland zijn geboren -, omdat ze kunnen meeschrijven aan dat verhaal. Ik hoop verder dat wij tegen hen zeggen dat het belangrijk is om te weten “wie wij waren.” Maar dat het nog belangrijker is om te bepalen wie wij zijn. Daarom ben ik vol overtuiging teruggekomen na 25 jaar in het buitenland, om een klein beetje bij te dragen aan dat open en veelkleurige Nederland.

Het is een eer om in dit land minister te mogen zijn. Het is een eer om tijdens de Algemene Beschouwingen de fundamentele tegenstellingen in onze politiek respectvol te zien botsen. En het is een eer om achter een Nederlandse en Europese vlag op het internationale toneel te verschijnen, en te merken dat andere landen nog altijd weten wat een rijke geschiedenis en wat een enorme ambitie dat kleine Europese land te bieden heeft.

Dat komt ook door onze openheid, verscheidenheid en diversiteit. Laten we die verscheidenheid, openheid en diversiteit koesteren. Laten we dat met kracht beschermen. Laten we onze energie niet besteden aan een focus op onze verschillen. Laat ons concentreren op waar we nu samen zijn. Op hoe we samen verder gaan. Op hoe we samen verder komen in onze bonte verscheidenheid.

Vrijheid, diversiteit en respect vormen en blijven de zuurstof van onze samenleving. Zonder is er geen toekomst. Met hebben we de kans te leven, te ontwikkelen, en een betere toekomst tegemoet te gaan.

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Eppink: FVD komt op voor de boeren

Forum voor Democratie Forum voor Democratie GroenLinks D66 Nederland 28-09-2019 11:00

Ik ben opgegroeid op het Nederlandse platteland, in een klein dorp in de Achterhoek. Dichtbij de natuur met dieren, weilanden en rivieren. Mensen uit stedelijke gebieden onderschatten vaak het belang van de agrarische sector met landbouw, veeteelt en tuinders. De producten die in de winkel liggen lijken vanzelfsprekend. Over boeren en tuinders achter deze producten doen veel stedelingen smalend. Zeer ten onrechte.

Maar het wordt erger. Er is een aanslag in de maak op het werk en leven van landbouwers, veehouders en tuinders. Klimaatactivisten geven ook hen de schuld van klimaatverandering. Politieke partijen waarin ze de toon aangeven, zoals GroenLinks en D66, eisen in sommige gevallen zelfs halvering van de productie. Het is een aanval van stedelijke groenen op het Nederlandse platteland. Het leidt tot economische zelfmoord want de Nederlandse agrarische sector behoort tot de grootste voedselexporteurs van de wereld. Het werk van Nederlandse boeren is een succesverhaal. De klimaatlobby wil dat kapot maken.

De maatregelen die dit doel dienen, komen uit Brussel. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid maakte de landbouwsector tot een soort planeconomie en de boer tot een veredelde milieuambtenaar. In 1994 ging de Habitatrichtlijn van start die tot doel had natuurlijke gebieden te beschermen. Die richtlijn is zo allesomvattend dat elk bouwproject in gevaar komt zodra een of ander zeldzaam dier opduikt. Lange juridische procedures zijn het gevolg.

EU-wetgeving werd een wapen in de handen van de milieulobby. De nitraatrichtlijn uit 1991 regelt onder andere het gebruik van stikstof in de landbouw om watervervuiling tegen te gaan. In de loop van de tijd werden de normen steeds verder aangescherpt. Het gevolg is dat in Nederland landbouw en veeteelt steeds minder ruimte krijgen. Uitbreiding met de bouw van nieuwe, moderne stallen wordt gefrustreerd. De boer wordt in zijn bestaanszekerheid bedreigd. De geradicaliseerde klimaatlobby wil de boer uit de weg ruimen. Via de EU. Zij hebben de wind mee. Frans Timmermans wordt de nieuwe Klimaat Tsaar die Europa groener dan groen wil maken. De EU wordt een groene planeconomie.

Intussen spannen klimaatactivisten juridische procedures aan. Sinds mei 2017 houdt de Raad van State alle bouwplannen in voorgelegde zaken, met vergunningen voor veeboeren, bestemmingsplannen en nieuwe wegen, tegen. Het gaat om duizenden projecten. De Raad van State trapte op de rem nadat het Europees Hof van Justitie oordeelde dat het Nederlandse Programma Aanpak Stikstof, de PAS, niet in overeenstemming is met de Habitatrichtlijn. Voor de activisten is de uitspraak van de EU-rechters een zegen. Ze lanceren een stikstof-offensief tegen de veeteelt.

En zo zet de klimaatlobby de boer het mes op de keel. Boeren zijn ondernemers met een hart voor hun dieren en producten. Ze staan vroeger op dan de gemiddelde stedeling en werken zonder al te veel vakantie. Ze reizen niet, zoals de activisten, de wereld rond voor klimaatconferenties in zonnige oorden. Ze werken aan hun bedrijf. Ze nemen hoge leningen op voor nieuwe investeringen. De kosten ervan lopen voortdurend op vanwege de vele eisen uit Brussel. De klimaatactivisten drijven de Nederlandse boerenstand het faillissement in. Dat is hun doel.

FVD wil dat voorkomen en steunt de boeren. Zij zijn onderdeel van een gezonde economie. Het zijn hardwerkende mensen, en een bron van innovatie inzake planten en zaadveredeling. Zij voeden Nederland en grote delen van de wereld. Dat werk laten we niet afbreken door groene, vaak gesubsidieerde, activisten die denken dat hun voedsel vanzelf in de koelkast terecht komt. Er zijn mensen die daarvoor hard werken. Dat zijn onze boeren.