Nieuws van politieke partijen in Nederland over PvdA inzichtelijk

526 documenten

Een leven vol van onderwijs

PvdA PvdA VVD Nederland 21-02-2020 13:05

Spreiding van inkomen, kennis en macht. Het kabinet den Uyl draaide er niet om heen. Jos van Kemenade werd in dat kabinet in 1973 minister van Onderwijs & Wetenschappen. Hij ging dus over de kennis. En hij had er, zoals Wim Kan in een oudejaarsconferentie zei, ook voor doorgeleerd. Joop den Uyl haalde de jonge hoogleraar onderwijssociologie uit Nijmegen. Toen hij belde zei Jos, altijd bedachtzaam, “Minister, daar vraagt u me wat. Mag ik wat bedenktijd?” Waarop de beoogde premier, een tikje knorrig, zei: “Zal ik dan maar over een uurtje terugbellen?”

De wetenschapper ontpopte zich razendsnel tot een politieke bestuurder. Ideeën omzetten in werkelijkheid, dat ging het om. We weten echt al heel lang dat kinderen, die opgroeien in een gezin waar de ouders maar beperkte onderwijskansen kregen, met een achterstand de school binnenkomen. We weten dat een te vroege selectie talent onbenut laat. De hiërarchische opbouw van het voortgezet onderwijs versterkt de ongelijke deelname, de scheve verdeling van kansen.

Wat terug kijkend vooral opvalt is hoe de minister de dialoog met het onderwijs opzocht. Hij had weliswaar zijn opvattingen en die droeg hij ook nadrukkelijk uit. Maar hij was de eerste, en voorlopig ook de laatste, minister van onderwijs de een debat met alle betrokkenen aanging over de toekomst van het hele onderwijs. Zijn discussienota ‘Contouren van een toekomstig onderwijsbestel’, kortweg ‘de Contourennota’ ging naar alle scholen, alle ouderorganisaties, de onderwijsvakbonden. De staatsdrukkerij maakte overuren. De nota leidde tot een hartstochtelijk debat. De minister stond elke avond wel ergens in een zaaltje.

Als het onderwijsbeleid van de vorige eeuw beschreven wordt zal blijken dat er een periode was vòòr van Kemenade en de tijd erna. Wie nu de Contourennota ter hand neemt, een kleine halve eeuw later, zal verbaasd zijn over actualiteit van de agenda die er in wordt beschreven. Dat is een groot compliment voor van Kemenade, maar het zegt ook iets over het onvermogen van de onderwijspolitiek om structurele hervormingen door te voeren, aan consensus te bouwen voor de langere termijn.

Jos was nog maar een half jaar minister of hij stond al op de stoep van het Groninger stadhuis. Ons linkse College was een jaar onderweg, ons onderwijsbeleid stond nog in de grondverf. De minister was 37, de wethouder 27. “Jongens waren we – maar aardige jongens. Al zeg ik ’t zelf.” (Nescio). Wat vanaf die dag begon was een persoonlijke vriendschap die tegelijk politieke kameraadschap was. Een schaars goed in en buiten de partij.

Kleuteronderwijs en lagere school werden basisschool, de aandacht voor onderlinge verschillen van kinderen groeide, net als de bestrijding van achterstanden. Algemeen aanvaarde pedagogische noties en bewuste keuzes om gelijkheid van kansen te versterken gingen hand in hand.  Waar de nieuwe basisschool een breed gedragen concept bleek, sloeg bij de voorstellen voor de hervorming van het voortgezet onderwijs politiek de vlam in de pan. Werd nog wel breed erkend dat een min of meer definitieve schoolkeuze op twaalfjarige leeftijd te vroeg was, de keuze van het kabinet den Uyl voor een middenschool voor 12 tot 16 jarigen stuitte op fel en hardnekkig verzet. Die te vroege keuze, de te scherpe scheiding tussen beroeps- en algemeen vormend onderwijs, de aansluiting die Jos zocht bij de nieuwe basisschool, maakte dat hij een echte hervorming noodzakelijk vond. Of je nu later met je handen of met je hoofd ging werken, er was een bredere basis nodig voor alle leerlingen. Het debat werd, vooral van VVD-zijde als snel vergiftigd, een Telegraafkop uit die tijd luidde: “VVD schrikt van onderwijsplan: Socialistisch spuitje bedreigt schooljeugd.”

Het is eigenlijk nog een wonder dat er in dit politieke klimaat experimenten plaats konden vinden in het land met zulke heterogene, brede middenscholen, o.a. in Amsterdam – Zuid Oost en in Groningen. Die scholen lieten zien dat, net als in het basisonderwijs leerlingen met verschillende capaciteiten en interesses bijeen gehouden konden worden, waardoor niet al op twaalfjarige leeftijd hun toekomst feitelijk hoefde te worden vastgelegd. Er was uiteindelijk in het parlement geen meerderheid voor algehele invoering.

Jos heeft het nog meegemaakt dat vrij recent onderwijsorganisaties opnieuw het debat openden hoe we een te hiërarchisch onderwijssysteem zo kunnen inrichten dat het alle leerlingen eerlijke kansen biedt. Hij hoopte dat ook de PvdA het debat opnieuw niet zou schuwen. Als het dan niet met een geheel nieuw schooltype zou kunnen, dan zou de basisschool tenminste met twee jaar kunnen worden verlengd. Een voorstel van hem en mij haalde het bij de opstelling van ons vorige verkiezingsprogramma niet.

Door de ongekende felheid van het middenschooldebat lijkt het nu (ook in de herdenkingsartikelen deze dagen) alsof Jos van Kemenade vooral de man van de middenschool was. Dat was hij ook. Maar zijn onderliggende drijfveren waren niet alleen kansengelijkheid, brede toerusting voor iedereen. Door al zijn opvattingen, voorstellen en publicaties liep een rode draad: emancipatie. Van zijn proefschrift “De katholieken en hun onderwijs” tot zijn enorme inzet voor de moedermavo, de volwasseneneducatie, de Open Universiteit, het onderwijsvoorrangsbeleid, altijd ging het om toerusting, volwaardig deel kunnen nemen. Het waren die paar woorden die boven de samenvatting van de Contourennota stonden die hem in essentie kenmerkten: meer mensen mondig maken.

Hij was ten diepste met de democratie en de publieke zaak verbonden. Ook toen hij geen minister meer was. Wanneer het me in onze oppositiebankjes te weinig productief werd, zei ik een keer: “Jos, ik geloof niet dat ik hier gelukkig word.” Zijn antwoord tekende zijn plichtsbesef: “Jacques, het is niet de functie van de Tweede Kamer der Staten Generaal om jouw gelukkig te maken.”

Toen hij uiteindelijk de landelijke politiek verliet, de universiteit van Amsterdam ging leiden, vervolgens burgemeester werd van Eindhoven, Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, voorzitter van de Raad voor het Openbaar bestuur, steeds opnieuw zocht hij de volle democratie, niet alleen voor wie er voor doorgeleerd had. Als voorzitter van Nederlands Centrum voor Buitenlanders bleef hij zich inzetten voor het volwaardig kunnen deelnemen van migranten en hun kinderen. Nederlands leren, natuurlijk. Maar ook respect voor hun identiteit. Wat katholieken had geholpen bij hun emancipatie, vrijheid van onderwijs en vrijheid van godsdienst, mag islamitische Nederlanders niet worden onthouden.

Hij leefde en dacht met me mee. Toen ik staatssecretaris van onderwijs werd en opnieuw probeerde door de invoering van de basisvorming het onderwijsgebouw aan de leerlingen aan te passen, in plaats van andersom. En leed me mee toen opnieuw bleek, na mijn vertrek van O&W,  dat de onderwijspolitiek het funderend onderwijs geen perspectief kon bieden. Verkregen consensus verdampte in opnieuw oplaaiende politieke strijd.

Als fractievoorzitter tijdens het eerste kabinet Kok, kon ik altijd bij hem terecht. Solidair waar het kon, maar kritisch waar het moest. A man for all seasons.

En geleidelijk kwamen er de jaren waarin hij van uiterst actief deelnemer, betrokken toeschouwer werd. Minister van Staat. Maar ook, zoals zo velen, met de beperkingen van een ouder worden lijf. Na de dood van Annie, zijn vrouw, vond hij het zwaar. Maar zijn geest bleef helder. We keken samen niet alleen vaak terug, maar hij bleef een baken voor progressieve politiek, voor gelijkberechtiging, voor een sociaal-democratie die weerbaar moest zijn, radicaal om fundamentele ongelijkheid te bestrijden. En hij bleef de intelligente, constructieve man met veel humor. Leermeester en inspirator.

 

Jacques Wallage.

Met een zwaar beroep kan je niet langer wachten…

PvdA PvdA Nederland 18-02-2020 14:12

Door Gijs van Dijk op 18 februari 2020 Delen  

Ze moeten steeds langer doorwerken en vrezen hun pensioen niet in goede gezondheid te halen. Van het kabinet moeten ze nog even geduld hebben. Maar als je op je 15de al begonnen bent met werken, kan je niet langer wachten.

In het pensioenakkoord is er afgesproken dat mensen drie jaar eerder kunnen stoppen met werken. Er zou 800 miljoen euro beschikbaar komen om mensen hierbij te helpen. Vakbonden en werkgevers hebben sindsdien niet stilgezeten. Er zijn afspraken gemaakt bij de vleesverwerkende bedrijven, bij Heineken en in de thuiszorg om er voor te zorgen dat mensen met een zwaar beroep eerder kunnen stoppen. Tot zover het goede nieuws.

De afspraken uit het pensioenakkoord blijven voor hen een papieren werkelijkheid.

Want die 800 miljoen die nodig is om mensen hun welverdiende pensioen te geven ligt nog steeds stof te vergaren op de plank. Minister Koolmees treuzelt met het beschikbaar stellen, waardoor de mensen om wie het gaat voorlopig moeten doorwerken. De afspraken uit het pensioenakkoord blijven voor hen een papieren werkelijkheid.

https://www.pvda.nl/nieuws/met-een-zwaar-beroep-kan-je-niet-langer-wachten/

Ik denk dan aan Co. Al 40 jaar werkt hij “aan het vlees”. Hij is begonnen voordat je op de brommer mocht. Hard en zwaar werk, waarbij vele collega’s al eerder arbeidsongeschikt raakten. Voor hem – en voor vele anderen – moet er nu eindelijk iets geregeld worden.

Stel het geld dat er is beschikbaar.

Daarom heb ik een duidelijke boodschap voor de minister Koolmees: stop nu met treuzelen. Stel het geld dat er is beschikbaar. Zorg dat mensen zoals Co echt drie jaar eerder met pensioen kunnen. Morgen debatteert de Tweede Kamer hierover. Ik ga in dat debat actie eisen van het kabinet, zodat mensen met een zwaar beroep echt zeker kunnen zijn van een onbezorgde oude dag.

Tweede Kamerlid

Meld je aan voor de trainingsdag van 21 maart

PvdA PvdA Nederland 18-02-2020 10:48

Om 10:00 geven Kamerlid Henk Nijboer en Cody Hochstenbach een interactieve masterclass ‘Volkshuisvesting en de woningmarkt’. Na de lunch zijn er vier interessante workshops om jouw afdeling te verbeteren. Aanmelden kan met het onderstaande formulier.

Zaterdag 21 maart, 9:30-14:45 Utrechts Stedelijk Gymnasium Ina Boudier-Bakkerlaan 7 – Utrecht

Geniale reuzenvriend

PvdA PvdA D66 Nederland 16-02-2020 12:00

Mijn geniale grote vriend Erik Van Bruggen is niet meer. Donderdag namen we afscheid, veel te vroeg. Het is wonderlijk en surrealistisch; de lieve reus is geveld. Erik was een man met een groot hart. Dat uitgerekend datzelfde hart hem in de steek zou laten is nauwelijks te bevatten.

Erik en ik zagen elkaar voor het eerst een half leven geleden, in 1993, beiden in dienst van de PvdA-campagne met Wim Kok. Eilanders onder elkaar: Erik geboren op Texel, ikzelf op Vlieland. (Texel was natuurlijk superieur, dat wil zeggen: in Erik’s beleving.) Partijvoorzitter Felix Rottenberg had het al verordonneerd: “Ik denk dat het goed is als jij eens kennis maakt met Erik van Bruggen, dat is een jongen met talent. Jullie zullen elkaar interessant vinden.”

Die woorden bleken profetisch.

Onze eerste ontmoeting, in hotel Gooiland in Hilversum, zou het startsein vormen voor een duizelingwekkende hoeveelheid activiteiten, ideeën en strategische adviezen. Met bij voorkeur, geheel op zijn Erik’s, zakelijk en plezier verstrengeld. Bij alles wat we zagen in de politieke arena steeds weer opnieuw nadenken en praten. Elke keer weer opnieuw aftasten: is dit het begin van een nieuwe ontwikkeling? Kunnen we hier iets van leren? Klopt het beeld? Klopt de boodschap? Snap je nou dat ze dáár mee komen? En wees nou eerlijk, kunnen wij tweeën dat eigenlijk niet gewoon veel beter?

Ik denk aan de avonturen die wij hebben meegemaakt. Naast diverse andere PvdA-campagnes brachten wij talloze politieke partijen de kneepjes van het campagnevak bij. Met humor en anecdotes. En zo kan het gebeuren dat ze in Nicaragua nog nooit van Erik van Bruggen hebben gehoord, maar wél van Enrique de los Puentos.

Toen ik in de jaren negentig en nul in Washington, D.C. en New York woonde was er één constante: de bezoeken van Erik. Dat plasje water tussen Europa en Amerika was slechts een detail. Vanuit de Verenigde Staten en Nederland hielpen we Youssou N’Dour in Senegal met zijn presidentiële aspiraties. We bezochten de Amerikaanse partijconventies, van zowel Democraten als Republikeinen, want ook van die laatsten zou je mogelijk iets kunnen leren en naar de Republikeinen toe was het wel zo netjes om ook hen met een bezoek te vereren. En nadat we een jonge senator uit Illinois op de conventievloer in Boston hadden horen prediken over blue states en red states reisden we, uiteraard op instigatie van Erik, vanaf 2008 elke vier jaar naar Iowa en New Hampshire om de caucuses en primaries bij te wonen. Dit jaar zat die bedevaart er voor Erik niet in. Wel gaan met anderen voelde als verraad. En dus toog ik naar Erik’s ziekenhuisbed om permissie te vragen om toch naar Iowa te mogen reizen. Die toestemming kreeg ik uiteindelijk, na mijn plechtige belofte dat we in 2024 de draad weer op zouden pakken. Er verscheen een gelukzalige lach op zijn gezicht.

Ik denk aan ons werk voor de Congolese gynaecoloog dr. Denis Mukwege en Stichting Vluchteling en onze blijdschap toen hem de Nobelprijs voor de Vrede ten deel viel. Samen verzorgden we vele tientallen strategische projecten op de meest uiteenlopende terreinen: van het beschermen van vogels tot aan de formulering van een nieuw pensioenstelsel, van de coaching van jonge, talentvolle politici tot het componeren van een reader over beeldregie voor de Rijksvoorlichtingsdienst, en van advies over de Europese Unie (‘Nederland in Europa’) tot aan een strategie voor de emancipatie van mensen met een beperking – en zo’n beetje alles daar tussenin. Steeds oversteeg het eindresultaat de som van onze inspanningen.

Ik stel me voor hoe Erik vandaag heeft aangeklopt bij de hemelpoort. Die arme Petrus zal zijn handen vol hebben gehad aan die tegendraadse snuiter uit Nederland. Erik zal hem direct hebben geconfronteerd met zijn armzalige beeldregie; het zou immers heel veel beter zijn als de kerkvader omringd zou worden met andere hemelbezoekers. Licht geërgerd zal Erik hebben opgemerkt dat Petrus’ rekwisiet van de sleutel weliswaar aardig gevonden is, maar dat daar ook meer mee gedaan had moeten worden. Ook de toelatingsprocedure van Petrus zal door Erik resoluut zijn afgewezen. Snel een gesprekje en dan een besluit over wel of niet naar de hemel, dat is anno 2020 volstrekt achterhaald. Waarom niet een circuit van toelatingstests en die vervolgens spreiden over de hele maand? Zo genereer je aandacht. En, zo zal Erik Petrus hebben opgedragen, waarom die spannende ervaringen voor de hemelpoort niet boekstaven? Geen zorgen, Erik geeft het werk zelf wel uit als het eenmaal zo ver is.

Dag reuzenvriend.

Hans Anker

Vrolijke, kwikzilverige Erik. Wat een gigantisch gemis.

PvdA PvdA Nederland 14-02-2020 18:38

Door Lodewijk Asscher op 14 februari 2020 Delen  

Als het om de dood gaat bestaat er geen eerlijk: vandaag is Erik van Bruggen overleden.

Het is onbegrijpelijk – het kan helemaal niet. Vrolijke, creatieve plannenmaker. Plannen smeder moet ik zeggen. Man van de wereld: “Je moet absoluut naar The Spotted Pig in New York, en slapen in the Bowery, zeg maar dat ik je gestuurd heb.” Sociaal democraat met hart voor iedereen. Rascampaigner.

Erik die je altijd wilde helpen. Lieve Erik. Optimist. Afgelopen najaar nog toen ik met Alex Klusman bij hem was in het ziekenhuis liet hij weten wel voorzitter van de kandidaatstellingscommissie te willen worden.

In januari zocht ik hem op – de laatste keer weet ik nu – hij had pijn en baalde van de tegenslagen. Maar daar mochten we het niet over hebben. Over politiek moest het gaan. En dat ik naar Texel moest met m’n boek, Erik ging het regelen. En dat het tijd werd voor gemeenschapszin, hij voelde het.

Dood. En Erik. Die twee hebben helemaal niks met elkaar te maken. Vrolijke, kwikzilverige Erik. Wat een gigantisch gemis.

Ik wens Ernestine en de kinderen; de broer, zus en ouders van Erik; Alex en zijn vele, vele andere vrienden heel veel sterkte.

Tweede Kamerlid

Waarom D66 voor het vrijhandelsverdrag met Canada is

D66 D66 PvdA Nederland 12-02-2020 12:45

Waarom D66 voor het vrijhandelsverdrag met Canada is

Vandaag debatteert de Tweede Kamer over het handelsverdrag tussen Canada en de Europese Unie (CETA). D66 stemt met overtuiging voor het vrijhandelsverdrag met onze progressieve bondgenoot Canada. Waarom? Omdat het kansen biedt voor onze ondernemers, we met Canada onze macht tegen China en Rusland vergroten én omdat we samen kunnen strijden voor het klimaat, milieu en mensenrechten.

CETA is een vrijhandelsverdrag tussen Canada en de EU. Canada en de EU begonnen in 2009 met onderhandelen voor een handelsverdrag. In 2013 bereikten ze akkoord op hoofdlijnen, waarna het vrijhandelsverdrag op 21 september 2017 in werking trad. Dankzij het verdrag handelen we al meer dan twee jaar vrijer en intensiever met Canada. De handel met Canada is daardoor ook al enorm gegroeid! Maar ook werken we sindsdien samen aan verbetering van dierenwelzijn en rechten voor werknemers. Met resultaat. Het hele akkoord treedt in werking als alle EU-lidstaten het hebben goedgekeurd. Het Nederlandse parlement buigt zich nu over het verdrag.

Het is goed voor Europa, Nederland en Nederlanders

Het verdrag tussen de EU en Canada is goed voor werknemers, consumenten en ondernemers. Bedrijven krijgen toegang tot een markt van 35 miljoen mensen. Consumenten hebben meer te kiezen tegen een lagere prijs. CETA is al twee jaar in werking en het levert ons veel op: Canada is één van de grootste investeerders in Nederland. Het loopt op tot ruim 3 miljard euro. Er zijn zo’n 2.000 Canadese bedrijven in Nederland gevestigd, goed voor 6.500 banen!

Het is goed voor onze plek in de wereld

Canada en de Europese Unie zijn al jaren bondgenoten. Sterker, Canada heeft ons bevrijd van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Overal in Europa liggen Canadese soldaten begraven die zijn gesneuveld voor onze vrijheid en veiligheid. Dat zorgt voor een diepe band tussen Europa en Canada.

Daarbij zijn het stormachtige tijden. China en de VS voeren handelsoorlogen. China, een land met flink lagere milieu- en dierenwelzijnsstandaarden, wordt steeds dominanter. Het aantal gelijkgezinde bondgenoten om mee samen te werken is schaars. Het Canada van de progressieve premier Trudeau ís zo’n bondgenoot. Met dit handelsakkoord vergroten we onze gezamenlijke macht tegen China of Rusland en bieden tegenwicht tegen populistische leiders.

Samen strijden voor het klimaat, milieu en mensenrechten

Samen met onze progressieve en democratische partner Canada strijden we voor het klimaat, milieu en mensenrechten. Met dit akkoord zetten wij internationale standaarden voor duurzaamheid, mensenrechten en voedselveiligheid. Wij bepalen de eisen, niet grootmachten als China en Rusland. Landen die het heel wat minder hoog op hebben met deze waarden.

En ja, de standaarden van dierenwelzijn zijn in Canada lager dan in Nederland. Toch komt er geen vlees ons land in niet voldoet aan onze eisen. Dus geen chloorkippen of steroïde speklappen. Dat zijn spookverhalen. De hoge Europese standaarden zijn er ook voor Canadese producten. Bovendien zien we dat Canada al verbeteringen doorvoert op dierenwelzijn.

Wat betekent het verdrag voor onze ondernemers?

Het handelsverdrag biedt een grote kans voor ondernemers. Zij hebben baat bij zakendoen zonder hindernissen, maar mét onze Europese voorwaarden voor duurzaamheid en dierenwelzijn. Daar profiteren niet alleen grote bedrijven van, maar juist ook kleine ondernemers en mensen die een baan zoeken.

Wat betekent het verdrag voor onze boeren?

De bloembedrijven en zuivelindustrie gaan er juist op vooruit want handeldrijven wordt voor hen makkelijker. Onze Gouda kaas krijgt bijvoorbeeld een speciale geografische aanduiding, zodat dit product nog beter wordt beschermd. Een kwart van onze landbouwproductie wordt buiten de EU afgezet. Dat is juist dankzij handelsakkoorden. Sinds de twee jaar dat het verdrag in werking is, zien we enorme groei in de handel met Canada. Het bewijs dat een vrijhandelsverdrag werkt.

Wat betekent het verdrag voor ons voedsel?

Chloorkippen. Steroïde speklappen. Er doen zich veel spookverhalen de ronde. Onterecht, want de hoge Europese standaarden blijven bestaan. Ook voor Canadese producten. Hormoonvlees komt de EU dus absoluut niet in. Daarnaast is het vrijhandelsverdrag met Canada al twee jaar in werking en is er nog geen enkele melding van Canadese chloorkippen die in de schappen liggen.

Wat betekent het verdrag voor dierenwelzijn?

De dierenwelzijnsstandaarden kun je met dit verdrag niet afspreken. Wél afdwingen. De standaarden liggen in Nederland hoger dan in Canada. Dat blijft dus zo. Als Canada naar Nederland wil exporteren, zullen zij hun standaarden dus moeten verhogen. D66 kiest er daarom voor om met gelijkgezinde landen als Canada om tafel te gaan en zo de standaarden daar omhoog te krijgen. Zo heeft Canada recent wetgeving over transport van dieren aangepast, om de omstandigheden voor dieren te verbeteren. Door een vrijhandelsverdrag kunnen we dus wel praten over dierenwelzijn met Canada en hogere eisen stellen. Met resultaat.

De investeringsbescherming (ICS)

Als het over het handelsverdrag gaat, gaat het ook vaak over het Investment Court System. Ondernemen over de grens brengt namelijk risico’s met zich mee. De overheid moet ondernemers tegen willekeur beschermen. De vergunning van een caféhouder kan bijvoorbeeld niet zomaar worden ingetrokken, omdat de gemeente op die plek iets anders wil. Maar het is voor een Nederlandse ondernemer over de grens een stuk lastiger om je recht te halen, als zoiets gebeurt.

Daarom introduceert dit vrijhandelsverdrag het ICS, waarbij onafhankelijke rechters bij dit soort zaken kunnen rechtspreken. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat de overheid altijd wetten mag maken en beleid wijzigen voor zaken als het klimaat, milieu, volksgezondheid en openbare veiligheid. Dan kunnen bedrijven geen claims indienen. Overigens is Nederland nog nooit succesvol door een bedrijf aangeklaagd.

Wat D66 betreft komt er een wereldwijd systeem waar onafhankelijke rechters recht spreken over dit soort zaken. Daar is echter niet voldoende wereldwijde steun voor, maar zoals oud-Minister Ploumen (PvdA) bij ondertekening van het verdrag stelde, is dit verdrag met Canada een eerste stap in die richting. Het is goed dat de Europese Unie en Canada ook op dit punt nu vooroplopen, zodat ondernemers op onafhankelijke en transparante wijze hun recht kunnen halen.

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Handelsakkoord EU-Vietnam: business as usual en dus in strijd met duurzame ambities | GroenLinks

GroenLinks GroenLinks VVD D66 CDA PvdA Nederland 10-02-2020 00:00

GroenLinks zet grote vraagtekens bij het handelsakkoord tussen de Europese Unie en Vietnam waarover het Europees Parlement woensdag stemt. Het eerste handelsakkoord dat de nieuwe Europese Commissie voorlegt aan het Europees Parlement is volgens Europarlementariër Bas Eickhout in strijd met de duurzame ambities van de Europese Commissie. We beantwoorden zeven vragen over het handelsakkoord.

1. Wat staat er in het handelsakkoord?

Sinds 2007 onderhandelde de Europese Unie en Vietnam over een handelsakkoord. In het akkoord spreken de twee partijen af om importheffingen geleidelijk af te schaffen. Daarnaast maken ze afspraken om elkaars productstandaarden te erkennen, zodat de handel makkelijker wordt. Voor landbouwproducten krijgt de EU voor 99 procent toegang tot de Vietnamese markt, terwijl de EU importquota behoudt voor de import van Vietnamese landbouwproducten. Behalve een handelsakkoord, ligt er ook een verdrag voor dat de bescherming van investeerders regelt. Dit zorgt ervoor dat investeerders overheden kunnen aanklagen, vaak ten koste van mens en milieu.

2. Wat betekent dit handelsakkoord voor het klimaat en milieu?

De Europese Commissie spreekt over duurzame ontwikkeling in handelsakkoorden, maar toch blijft ook dit akkoord business as usual: handelsafspraken zijn bindend maar afspraken over duurzaamheid blijven vrijblijvend. Eventuele negatieve effecten van de handel op het klimaat blijven daardoor zonder consequenties. Het verder vrijgeven van de handel in hout en vis, zonder bindende duurzaamheidsafspraken, kan de bestaande problemen van ontbossing en overbevissing verergeren. GroenLinks wil alleen handelsakkoorden die echt bijdragen om klimaatverandering aan te pakken en die goed zijn voor de biodiversiteit.

3. Hoe staat het met de mensenrechten in Vietnam?

De mensenrechtensituatie in Vietnam is zeer zorgelijk. De vrijheid van meningsuiting is sterk ingeperkt en kritiek op de overheid wordt hard gestraft. In 2019 werd in Vietnam een nieuwe cybersecurity-wet aangenomen, waardoor mensen die zich online uitspreken tegen de regering eenvoudig vervolgd kunnen worden. Verschillende journalisten en mensenrechtenverdedigers zijn door de overheid geïntimideerd of zelfs opgesloten. De journalist Pham Chi Dung werd gearresteerd nadat hij het Europees Parlement opriep om de ratificatie van het handelsakkoord met Vietnam uit te stellen.

Ondanks het samenwerkingsakkoord dat de EU al in 2016 met Vietnam sloot, verbetert de situatie in Vietnam nauwelijks. In dat samenwerkingsakkoord staat de mogelijkheid om het het handelsakkoord dat nu voorligt, op te schorten. Het is voor GroenLinks onacceptabel dat de EU dit handelsakkoord ratificeert voordat mensenrechtenschendingen in het land voldoende zijn aangepakt.

4. Maar is GroenLinks dan tegen handel?

Nee, GroenLinks is voorstander van handelsafspraken als die een positieve impact hebben op duurzaamheid en respect voor mensenrechten. Voor GroenLinks is het essentieel dat handelsafspraken ertoe bijdragen dat bedrijven handelen met respect voor mensen, dieren, klimaat en milieu. Door multinationals extra rechten te geven om overheden onder druk te zetten als bedrijfsbelangen worden geschaad, gaan we juist de verkeerde kant op.

5. Maar andere partijen hebben toch ook gezegd dat ze meer aandacht willen voor klimaat en mensenrechten in handelsakkoorden?

Klopt. Helaas ziet het ernaar uit dat ze zullen instemmen met het akkoord. In de handelscommissie stemden de Europese christendemocraten (Europese fractie van CDA), liberalen (fractie van D66 en VVD) en sociaaldemocraten (fractie van PvdA) vorige maand in met het verdrag.

6. Moet dit akkoord nu ook nog door nationale parlementen worden goedgekeurd?

Deels. Dit handelsakkoord is een Europese bevoegdheid en hoeft daarom alleen door het Europees Parlement en door Europese ministers goedgekeurd te worden. Het deel over het investeringsakkoord is een gedeelde bevoegdheid van Europa en van de lidstaten, het moet daarom langs ook alle nationale parlementen. Het Europees Parlement stemt komende week over beide delen.

7. Over welke andere verdragen lopen er nog onderhandelingen? Momenteel onderhandelt de Europese Commissie met onder andere Australië, Nieuw-Zeeland en Indonesië over handelsakkoorden. Met China onderhandelt de Europese Commissie over een investeringsakkoord. De Europese Unie sloot al een handelsakkoord op hoofdlijnen Zuid-Amerikaanse landen (EU-Mercosur) waar de lidstaten en het Europees Parlement zich over buigen zodra de volledige juridische tekst voltooid is. Het handelsakkoord met Canada (CETA) is voorlopig in werking getreden, maar EU-lidstaten moeten het nog wel ratificeren. Onder andere in Nederland is nog onzeker of dat gaat gebeuren. Een volledig overzicht van alle handelsonderhandelingen staat op de website van de Europese Commissie.

‘Wil je een dierbaar bezit behouden, dan zal je het regelmatig moeten onderhouden’

PvdA PvdA Nederland 06-02-2020 13:49

Door Mei Li Vos op 6 februari 2020 Delen  

We zijn trots op ons stelsel waarin een overheid ombudsmannen instelt om kritiek te leveren, we zijn trots op ons stelsel dat minderheden beschermt en de meerderheid, althans volgens het SCP, tevreden is.  Maar wil je dierbaar bezit behouden, dan zal je het regelmatig moeten onderhouden. De verf bladdert na zoveel jaar af, een dakkapel voor wat meer licht en extra ruimte voor de pubers zou wel helpen om de sfeer in huis te verbeteren, en de keuken blijkt niet meer de gezellige verzamelplek die het vroeger was, de kinderen zitten vooral op de bank op hun schermpjes te kijken. Dan moet je renoveren. Dat is ook de oproep van de commissie Remkes: onze democratische rechtsstaat zit goed in elkaar, maar is toe aan een renovatie om ook in de 21e eeuw te staan als een stevig huis.

De PvdA-fractie wil de commissie Remkes hartelijk danken voor het grondige werk, de manier waarop de commissie de vraag om het functioneren van ons parlementair stelsel te onderzoeken heeft ingevuld en het zeer toegankelijk geschreven advies. Op de site van de commissie zijn met animaties de conclusies weergegeven, zodat iedereen de kern van het rapport kan kennen. Dat raakt namelijk aan een van de belangrijkste conclusie van het rapport: het gevaar dreigt dat mensen met een laag inkomen en een praktische opleiding afhaken van onze democratie.

Mijn fractie vindt dat dit advies niet in de diepe lade mag verdwijnen.

Mijn fractie vindt dat dit advies niet in de diepe lade mag verdwijnen zoals eerdere adviezen over ons parlementair stelsel. Het is een antwoord op een vraag uit beide Kamers, en staat in onze traditie dat we kritisch zijn op onszelf. De analyse van de toestand van de democratische rechtsstaat, het parlementair stelsel en maatschappelijke ontwikkelingen hebben mijn fractie overtuigd dat er echt een aantal zaken moet veranderen willen we dat land blijven waar we in vrijheid en welvaart leven.

Voorzitter, als we de analyse naast het sociaaldemocratisch adagium ‘spreiding van kennis, inkomen en macht’ leggen zijn er ontwikkelingen die onze fractie zorgen baren. De boel bij elkaar houden betekent permanent onderhoud, omdat de samenleving continu verandert.

Dat praktisch opgeleiden, jongeren, mensen met migratie-achtergrond, mensen met onzeker werk en lage inkomens dreigen af te haken baart ons zorgen.

Een specifieke ontwikkeling baart de PvdA-fractie grote zorgen. Namelijk de ontwikkeling dat praktisch opgeleiden, jongeren, mensen met migratie-achtergrond, mensen met onzeker werk en lage inkomens dreigen af te haken. Dat betekent dat hun stem niet goed wordt vertegenwoordigd, dat zij niet meedoen in onze democratie en niet voldoende meedelen in de macht. Dat betekent dat ze weinig kans hebben om erbij te horen.

Het kan niet zo zijn dat alleen mensen met een goede opleiding en inkomenszekerheid het parlementair stelsel zoals het nu is wel ok vinden. Er moet iets veranderen. Vaak is de tegenvraag ‘Wat is het probleem? Het gaat toch goed zo?’ Diezelfde opmerkingen werd gehoord toen er geknokt werd voor het vrouwenkiesrecht. Destijds vonden politici die tegen het vrouwenkiesrecht waren dat het toch goed zo ging? Maar het gaat volgens de PvdA niet goed als bepaalde groepen niet meedoen, zich vervreemd voelen en dreigen af te haken. De spreiding van macht gaat niet goed als bepaalde groepen zich niet vertegenwoordigd voelen, en laten we wel wezen, ook niet zijn, en het idee gaan krijgen dat hun stem er niet toe doet. Of überhaupt de interesse voor de democratie verliezen. Herkent de minister deze ontwikkeling, dat mensen afgehaakt zijn en meer mensen dreigen af te haken? Baart hem dat zorgen? En wat wil hij er aan doen om deze mensen weer bij de democratie te betrekken? 

Kort gezegd, mensen met onzekere contracten durven minder mondig te zijn naar hun werkgever.

Ik maak een uitstapje naar een ander onderzoeksgebied, de wereld van de arbeidsverhoudingen. Agnes Akkerman, hoogleraar aan de Radboud Universiteit, doet met een onderzoeksteam onderzoek naar de gevolgen van onzeker werk voor politieke betrokkenheid. Kort gezegd, mensen met onzekere contracten durven minder mondig te zijn naar hun werkgever, en hebben minder vertrouwen in het nut van politieke participatie, aldus Akkermans en haar mede-onderzoekers.

Gestraft worden voor je mondigheid, of genegeerd worden op je werk leidt ertoe dat mensen de wereld gaan indelen in goede en slechte mensen, een wij en een zij. Dit geldt trouwens voor mensen die toch al moeite hebben met grote machtsverschillen in de samenleving. Ze zijn daardoor ook vatbaarder voor populisme, dat immers de wereld indeelt in een wij en zij, zo blijkt het uit onderzoek van Akkerman.

Dat vindt de PvdA uitermate zorgelijk. Dat het vertrouwen in onze instituties vermindert, dat mensen die in onzekerheid leven eerder neigen naar autocraten en populisme aantrekkelijker vinden. De democratische rechtsstaat zou hen juist de zekerheid moeten geven dat hun situatie kan worden verbeterd, dat er wel naar hen geluisterd wordt, dat ze toegang hebben tot de macht. Als dat niet zo wordt ervaren moeten het stelsel verbeterd worden.   

De PvdA vindt het zorgelijk dat het vertrouwen in onze instituties vermindert.

Voorzitter, terug naar het advies van de staatscommissie Parlementair stelsel. Ze stelt een aantal maatregelen voor om de representativiteit en de zeggenschap van alle kiezers te verbeteren. Drie daarvan zijn behoorlijk stevige maatregelen: de hervorming van het kiesstelsel, een bindend correctief referendum en de gekozen formateur.

Een daarvan heeft de regering een A gegeven, namelijk hervorming van het kiesstelsel. Daar voegt de regering echter wel een aantal ideeën aan toe, onduidelijk is wat de regering precies gaat overnemen. Kan de minister daar al enige duidelijkheid over scheppen? Het denkproces en wellicht ook de nieuwe ideeën?

De gekozen formateur vindt de regering geen goed idee, maar ze denkt wel na over andere maatregelen om de kiezer meer invloed te geven. Wij zijn uiteraard razend benieuwd met welke ideeën de regering komt, die de Staatscommissie niet heeft bedacht. 

De PvdA-fractie is benieuwd naar de opvatting van de regering over het middel bindend correctief referendum. Volgens de staatscommissie is dat een goede manier om de representatieve democratie aan te vullen en een belangrijke tekortkoming aan te pakken, namelijk dat een groep burgers afhaakt, omdat zij te weinig hun belangen kunnen uiten. Uit onderzoek van SCP blijkt al jaren structureel steun voor het referendum, met name onder meer praktische opgeleiden en lagere inkomensgroepen. Onder deze groepen steunt 67% het referendum.

De juiste vorm van referendum is altijd een instrument in handen van het volk.

Als we het over referenda hebben is het wel van belang om het belangrijkste verschil scherp te hebben: referenda als middel van het volk of als middel van de regering. Het Brexit-referendum een voorbeeld van een ‘fout’ referendum, een instrument in handen van de machthebbers, top-down, in plaats van bottom-up. De juiste vorm van referendum is altijd een instrument in handen van het volk.

De Staatscommissie heeft het over het bindend correctief referendum, een initiatief vanuit het volk om een aangenomen wetsvoorstel terug te kunnen draaien. Het gebeurt immers wel eens dat wetsvoorstellen worden aangenomen die slechts een kleine minderheid echt wil. Dat is de Ostrogorski-paradox: de stem van de kiezer raakt afgezwakt in de opeenvolgende vertaalslagen tussen verkiezingscampagne en regeerakkoord.

In het Nederlandse stelsel met coalitieregeringen wordt dat effect zelfs versterkt. Volgens de Staatscommissie kan dat effect worden verzacht door mensen de mogelijkheid te geven een besluit terug te draaien. Het is een advies dat de regering een B heeft gegeven, ‘gaan we nog over nadenken’. Willen we de voor- en nadelen en de risico’s van dit type referendum goed kunnen doordenken dan helpt het als de regering hier ook haar mening over geeft. Wanneer zal de regering haar gedachten met het parlement delen? 

Een andere constatering van de staatscommissie gaat over de bedreigingen van onze democratische rechtsstaat.

Voorzitter,  een andere constatering van de staatscommissie gaat over de bedreigingen van onze democratische rechtsstaat. Sommige bedreigingen lijken nog ver weg. Dat in Polen de rechterlijke macht langzaamaan wordt uitgekleed en gepolitiseerd. Dat in Hongarije de vrije pers aan banden is gelegd. Hoe het referendum over de Brexit is beïnvloed door geavanceerde kiezersmanipulatie waarbij gebruik werd gemaakt van illegaal verkregen gegevens van mensen. De commissie noemt ook rechts-, links- en religieus extremisme en ondermijning door criminelen als bedreiging.

Andere bedreiging van de democratische rechtsstaat kunnen ontwikkelingen in de informatietechnologie zijn. Wie een aantal afleveringen van de serie Black Mirror heeft gezien krijgt een beetje gevoel bij de horrorscenario’s. Als technologie wordt gebruikt om ons te controleren en manipuleren. Het lijkt hier ver weg, maar de commissie maakt zich zorgen en meent dat politieke partijen transparant moeten worden over het gebruik van data en algoritmes. Een nieuwe wet op de politieke partijen zou waarborgen tegen bedreigingen moeten vormen. De PvdA-fractie wil graag de discussie voeren over deze nieuwe wet, en is dan ook benieuwd wanneer de regering deze naar de kamers zal sturen. Kan de minister daar uitsluitsel over geven? 

We mogen van de regering serieuze inzet verwachten op zo’n belangrijk advies.

Voorzitter, in een gesprek met de commissie Binnenlandse Zaken verzuchtte de heer Remkes op een vraag of hij de regering ook zo traag vond reageren, dat het parlement zelf aan zet is en wat hem betreft niet hoefde te wachten op een Kabinetsreactie. De Tweede Kamer kan, gebruikmakend van haar recht op initiatief, alle voorstellen die wetswijzigingen vergen zelf uitwerken. Maar we weten allemaal hoe intensief zo’n traject is. We mogen van de regering serieuze inzet verwachten op zo’n belangrijk advies. Mijn fractie heeft echter niet de indruk dat de regering de uitwerking van de adviezen als topprioriteit heeft bestempeld, maar de regering moet me corrigeren als ik dat verkeerd zie.

Willen we het momentum houden dan is de PvdA-fractie van mening dat nog voor het einde van deze kabinetsperiode in ieder geval de zeven belangrijkste voorstellen van de commissie uitgewerkt moeten worden zodat beide Kamers daar richtinggevende debatten over kunnen voeren. 

Sommige voorstellen vereisen een grondwetswijziging in twee lezingen. Wanneer die voorstellen niet voor de volgende verkiezingen in maart 2021 door beide Kamers zijn behandeld worden deze voorstellen wel heel erg op de lange baan geschoven. Welke voorstellen die de regering wil indienen vereisen een grondwetswijziging en kunnen die voorstellen nog voor de verkiezingen van maart 2021 worden behandeld?

Is de regering bereid toe te zeggen dat zij voor het meireces dit jaar de nog niet uitgewerkte punten van categorie B uitwerkt, en de voorstellen die zij wel overneemt in de vorm van een wetsvoorstel naar de Kamer stuurt? De regering heeft aangegeven niet het advies over de gekozen formateur over te nemen, maar wel alternatieven te bezien die burgers meer invloed geven op het formatieproces. Daar zijn we uiteraard razend benieuwd naar, zeker omdat de commissie daar zelf niet mee kwam. De PvdA kijkt reikhalzend uit naar de brille van de regering.

Voorzitter, tot slot. Onze democratie en onze rechtsstaat zijn de grond waarop de Nederlandse samenleving is gebouwd. Laten we haar koesteren en onderhouden. Niets doen 101 jaar na invoering van het algemeen kiesrecht en de boel laten afbladderen is wat de PvdA betreft geen optie. De PvdA fractie roept de regering op om in het jaar dat haar nog rest de adviezen van de staatscommissie uit te werken. En, indien er een grondwetswijziging nodig is dit jaar nog de wetsvoorstellen naar de Kamer te sturen.

Dank u wel.

Fractievoorzitter

Ieder kind telt mee

PvdA PvdA Nederland 06-02-2020 10:05

Door Kirsten van den Hul op 6 februari 2020 Delen  

Verhalen over kinderen die te horen krijgen dat er voor hen geen plek is op school, verhalen van ouders die moeten leuren met hun kind, en telkens voor dichte deuren komen te staan. Verhalen van ouders die zouden willen klagen maar niet weten waar, want de klachtenprocedure loopt via dezelfde kanalen als waar de klacht over gaat.

Dat niet ieder kind het onderwijs en de zorg krijgt waar het recht op heeft is simpelweg onacceptabel in een rijk land als Nederland. Want elk thuiszittend kind is er één te veel. En het ergste is nog: het aantal thuiszittende kinderen is alleen maar gestegen.

Kinderen verdienen iemand die naast ze gaat staan

Deze kinderen en hun ouders verdienen iemand die naast ze gaat staan. Ze weer vertrouwen geeft. Meedenkt en oplossingen aandraagt. In plaats daarvan zien we dat kinderen en gezinnen, maar ook scholen, leraren en hulpverleners, vaak verstrikt raken in een bureaucratische jungle. Soms met meldingen bij Veilig Thuis aan toe.

Bovendien zijn er grote regionale verschillen. Waar je in de ene gemeente wel vervoerskosten of extra zorgkosten vergoed krijgt, moet je die een paar kilometer verderop zelf betalen. Daarom pleiten wij voor een landelijk niveau van basisondersteuning. Zodat voor scholen, ouders en leraren duidelijk is welke ondersteuning geboden moet worden en de verschillen minder groot worden.

Het lerarentekort heeft desastreuze gevolgen voor kansengelijkheid

En dan is er nog altijd het groeiende lerarentekort. Een tekort dat leidt tot een crisis in ons hele onderwijs met desastreuze gevolgen heeft voor de kansengelijkheid. Het is dan ook geen verrassing dat deze onderwijscrisis het hardst aankomt in het speciaal onderwijs. Bij de scholen waar de meest kwetsbare kinderen op zitten, of liever gezegd: zouden moeten zitten. Het zijn schokkende cijfers: 18 procent van de voortgezet speciaal onderwijsscholen en 14 procent van de speciale basisscholen heeft momenteel kinderen op een wachtlijst staan.

We moeten deze onderwijscrisis stoppen. Door nu structureel te investeren. De loonkloof te tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs te dichten en de werkdruk te verminderen. En daarbij hoort ook dat we de leraren in het voortgezet speciaal onderwijs overhevelen naar de cao die voor het voortgezet onderwijs geldt. En niet, zoals nu het geval is, laten zitten in de cao voor het basisonderwijs. Want ieder kind moet zeker zijn van onderwijs en een leraar.

 

 

Tweede Kamerlid

Gaat jouw huur ook door het dak?

PvdA PvdA Nederland 29-01-2020 05:56

Door Henk Nijboer op 29 januari 2020 Delen  

Want zeker in de private sector schoten de huren afgelopen jaar omhoog. Gemiddeld 5%, dat is twee keer de gemiddelde loonstijging.

Dat komt bovenop de honderden euro’s die mensen de afgelopen jaren al voor de kiezen hebben gekregen. Door de woningnood vragen beleggers steeds hogere huren, en zijn veel huurders een steeds groter deel van hun inkomen kwijt aan huur.

Dat moet anders.

Dat moet anders. Je woning is niet zomaar een stapel stenen die je inruilt als de huur te hoog wordt. Je bent in de buurt van je werk gaan wonen, of ziet er je kinderen opgroeien.

Je bent gehecht aan de buurt of afhankelijk van zorg van vrienden of familie dichtbij. Dan wil je zeker zijn dat je volgend jaar de huur nog kunt betalen.

Steeds meer mensen maken zich zorgen.

Steeds meer mensen maken zich zorgen. Hun salarisverhoging verdwijnt rechtstreeks in de zakken van pandjesbazen en huisjesmelkers.

Zij maken maximaal misbruik van de kwetsbare positie van huurders. Door de woningnood kan je immers geen kant op.

Voor veel mensen is het nog maar de vraag of ze volgend jaar de huur nog kunnen betalen.

Steeds meer mensen zijn de helft van hun inkomen kwijt aan huur. Voor veel mensen is het nog maar de vraag of ze volgend jaar de huur nog kunnen betalen.

We moeten de markt aan banden leggen. Huurders moeten beter beschermd worden. Niet winst, maar het recht om te wonen dient voorop te staan.

Daarom dien ik de initiatiefwet huurplafond in.

Daarom dien ik de initiatiefwet huurplafond in. Die maximaliseert de huurstijging op (inflatie plus) 1%. Zo maken we een eind aan de gigantische huurstijgingen.

Laten we met elkaar uitspreken dat huurverhogingen van vele tientallen euro’s niet normaal zijn. In de jaren ’30 kwamen de Nederlandse huurders massaal in opstand.

Als we nu ingrijpen, hoeft het deze keer niet zover te komen.

Na huurverhogingen van tientallen procenten was de maat vol, en besloten huurders collectief geen huur meer over te maken. Als we nu ingrijpen, hoeft het deze keer niet zover te komen.

Woningnood moet geen verdienmodel zijn. Iedereen heeft recht op een fijne plek om te wonen. Wonen is een grondrecht. Dat laat je niet aan de markt.

Tweede Kamerlid