Nieuws van politieke partijen in Nederland inzichtelijk

3 documenten

Eerste Els Borst Netwerk Lezing door Pia Dijkstra

D66 D66 SGP VVD PvdA Nederland 05-02-2019 19:25

Eerste Els Borst Netwerk Lezing door Pia Dijkstra

Op 8 februari is het vijf jaar geleden dat D66’er Els Borst werd vermoord. Als ode aan de eerste vrouwelijke vicepremier organiseert het Els Borst Netwerk de allereerste Els Borst Netwerk Lezing. Lees de toespraak van Pia Dijkstra hier terug.

Het was in de zomer van 2010. De val van het kabinet Balkenende IV had tot nieuwe verkiezingen geleid. D66 won spectaculair. Van drie naar tien. Al snel ontstond wat rumoer over één van de nieuwe leden van de D66-delegatie in de Tweede Kamer. Die mevrouw van het journaal die zo leuk de autocue kon lezen, wat moest die in de Tweede Kamer?

Ik moest iets doen. Want beginnen aan een krankzinnig avontuur in de wetenschap dat er aan je getwijfeld wordt, zag ik niet zitten.

Dus op een warme nazomerdag reed ik naar het lommerrijke Bilthoven. Op het pad stond een blauw autootje. De versleten velgen verraadden de reislust van de automobilist. Ik belde aan. De deur ging open en voor me stond een vrouw die ik alleen van afstand kende. Als journalist die de minister bevroeg. Als dagvoorzitter en programmamaker die de wetenschapper een podium gaf. Haar naam: Els Borst.

Els woonde alleen in dat grote huis. Maar er was geen spoor van eenzaamheid te bekennen. Ze was kwiek, mede dankzij haar kinderen en kleinkinderen. Ze ging verzorgd gekleed, zoals ik haar kende. Netjes zijn, representatief; daar was ze op gesteld.

Mijn gedachten flitsten terug naar een paar jaar eerder. We zaten samen aan tafel bij Medisch Contact Live. Ik was afgeleid. Niet door het publiek, maar door de prachtig verzorgde handen van Els. Ze had zulke mooi gemanicuurde nagels. Ik keek naar mijn eigen handen en dacht: die steek ik onder de tafel.

Bij Els thuis was ik wel gefocust. Ik kwam met een missie.

In het kader van mijn vorming als nieuwbakken Kamerlid wilde ik haar kennis en hulp, want ik wist veel over ziekte maar nog weinig over zorg. Ik wilde me gedegen inwerken in mijn portefeuille voordat ik in de pers verscheen.

Daarnaast hoopte ik op haar vertrouwen.

Ik deelde met haar de twijfels van sommigen. Twijfels over mij en mijn geschiktheid voor de politiek. Els stelde me direct gerust. Het was goed, zei ze, dat iemand van buiten de politiek—die de patiënten kent—in de Kamer kwam. Ze had er vertrouwen in:  ‘Trek je niets aan van de mensen die dat zeggen’, zei ze me. ‘Jij kent de praktijk’. Dat gaf mij het vertrouwen om mijn politieke werk te doen. En dat doet het nog steeds.

Dames, heren, familie van Els, partijgenoten,

Wat fijn om jullie hier vanavond allemaal te zien. Dat jullie tijd vrij maken om samen met ons stil te staan bij het leven van Els Borst. Dat haar familie ook gekomen is: Dirk, Andra, Sjaak, Jet, Els, Cor, Anna, wat een eer om jullie er vanavond bij te hebben.

Aanstaande vrijdag, 8 februari, is het vijf jaar geleden dat Els is vermoord. Een dag die voor haar familie en haar dierbaren is. Daarom herdenken we haar, hier bij D66, vanavond al.

Ik denk dat iedereen in deze zaal een beeld heeft bij Els Borst. Of dat nu is als geliefd familielid, vriendin, arts, lijsttrekker, minister of als vicepremier. Ik durf ook te wedden dat er sommigen zijn die meteen aan één specifiek citaat denken als ze de naam Els Borst horen. Een citaat dat aan de basis stond van dit netwerk. Dit netwerk dat naar haar vernoemd is. Ja, ik hoor het u al zeggen: “politiek is te belangrijk is om aan mannen over te laten.”

Gelijk had ze, maar er is alleen zoveel meer dan dat ene citaat dat zo lekker bekt.

Bovendien kun je onmogelijk met één citaat een politicus vangen, laat staan een politica als Els.

Ik neem jullie vanavond mee in mijn eigen herinneringen, én in die van anderen. Ik hoop vooral ook te laten zien wat Els Borst nog meer was. Meer dan een vicepremier. Meer dan een Democraat. Meer dan een vrouw.

Iedereen in deze zaal heeft een beeld bij Els Borst. Maar iedereen draagt ook een beetje Els in zich. Iedereen is een beetje Els.

Dat klinkt weliswaar een beetje pretentieus, maar ik zal het proberen uit te leggen.

Iedereen zou een beetje Els willen zijn… als het gaat om haar persoonlijkheid.

Toen Els aantrad als voorvrouw van D66 waren vriend en vijand lovend over haar. Ze was geliefd in het veld. En ze had zich als minister bewezen. Het werd haar gegund. Niet per se door de Telegraaf, maar dat is ook geen aanbeveling.

Ze was rustig. Beheerst. Zachtaardig misschien zelfs.

Maar voorafgaand aan vanavond heb ik daar ook met een aantal mensen over gesproken. En één ding staat als een paal boven water: Els was geen doetje. Achter haar zachtmoedigheid school een Iron Lady van de lage landen. ‘Er zat staal in haar fluwelen handschoenen’. Ze stond haar mannetje in een mannenwereld. Haar harde, Engelse humor—die ik zelf nooit heb meegemaakt—deed de mannen schijnbaar vaker blozen dan hen lief was.

Dat Els niet alleen zachtaardig was wist ik natuurlijk ook wel. Aan het begin van mijn tijd in de Kamer las ik graag stukken over het zorgstelsel in het Financieel Dagblad. Een snelle leerschool voor beginnende politici. Ik was al heel trots dat ik überhaupt het FD las. Maar toen ik Els vertelde dat ik die stukken las, zei ze gedecideerd: je moet wel de hele krant lezen. Vriendelijk, met een glimlach, maar de boodschap was duidelijk.

Ik wil maar zeggen: Els nam geen blad voor de mond. Daar werden de ambities van anderen nog wel eens het slachtoffer van. Zo herinnert deze zaal zich vast de graag herhaalde anekdote van Alexander Pechtold over het burgemeesterschap van Utrecht.

Ik citeer Alexander:

“Het zong rond dat ik misschien interesse zou hebben in een burgmeesterschap in Utrecht. En daar dacht Els het hare over. Dus zo besloot ze, dat ze langs moest komen. Een dag van te voren had ze mijn secretaresse gebeld en gezegd ‘ik kom morgen op de thee’. En daar was ze, rond thee tijd. Ze liep naar binnen. Zette haar handtas neer en zei “Ik hoor dat je mogelijk interesse hebt het burgemeesterschap van Utrecht. Nou dat gaat dus mooi niet door. Je bent hier nog veel te hard nodig én je hebt nog geen opvolger. Anders zou Hans  je dit gezegd hebben, maar die is er niet meer, dus doe ik het.” En in plaats van haar thee op te drinken zei ze: “Ik geloof dat de boodschap duidelijk is. Dan ga ik maar weer.”

Een stevige dame die wist wat ze wilde. Als Alexander al had willen vertrekken, weet ik zeker dat hij het na deze boodschap niet meer aandurfde.

Els was een bijzonder mens, een erudiete vrouw. Ze stond open voor mensen. Ze voorzag iedereen van advies. Gevraagd en ongevraagd. En ze was voor veel mensen ook een lopende huisarts. Een korte blik op je gesteldheid (plus bijbehorend oordeel) gaf ze altijd. Het is maar goed dat ze de kleur van mijn wallen nu niet kan inspecteren.

Els was een arts in de politiek, een wetenschapper. Ze bleef wikken en wegen. Ze was wars van zwart-witdenken. Nooit dwingend. Altijd prikkelend.

Bovendien was Els veelzijdig. Ze had alles in zich om te overleven in de hectiek van Den Haag. En dat deed ze.

Na acht jaar ministerschap moest Els  zelfs “afkicken”.

Ze had zich gaandeweg wonderwel aangepast aan de wereld van de politiek, die de hare niet was, maar waar ze zich steeds meer thuis voelde.

Ze kende inmiddels de regels van het spel.

En het spel stond haar wel aan.

Carla Pauw, de grande dame van D66, zonder wie het politieke scheepje van Els al vroeg was vergaan, herinnert zich hoe Els was in de dagen na haar ministerschap.

“We gingen een week naar Zuid-Limburg, een klein hotelletje, een tweepersoonsbed in een tweepersoonskamer. Heel knus. Heel ontspannen. Els werd niet gebeld, alleen door iemand van de NRC. We gingen lopen, niet wandelen. We gingen eten en drinken en shoppen in Maastricht. Els kocht een rood leren jasje in een dure winkel in de Stockstraat. Daar stond de radio aan en hoorden we als eerste item op het nieuws dat haar opvolger op VWS, de net aangetreden Bomhoff van de LPF, op het punt stond een hoge ambtenaar van het ministerie te ontslaan. Waarschijnlijk stond zijn politieke kleur, hij was van de PvdA, de nieuwe bewindsman niet aan. Het stond groot op de voorpagina van – jawel — de NRC. Het werd een politieke rel. De vrouwelijke aanstichters van die rel proostten ’s avonds in Maastricht samen nog maar eens op de goede afloop…”

Els bleef niet alleen betrokken bij de politiek, ook bij onze partij. Op haar 36

was ze lid geworden van D66. Samen met haar man, Jan Borst, zag ze een spotje van D66 op televisie. Een man met de looks van Ramses Shaffy en de stem van Jacques Brel keek recht in de camera. “We waren ongerust, over de politieke situatie in ons land,” zei hij, lopend door Amsterdam.

Els zei daar later over: ‘Eerlijk gezegd hadden mijn man en ik ons nooit gerealiseerd dat we ongerust waren over de devaluatie van onze democratie. Maar nadat we het appèl hadden gelezen en Hans over de gracht hadden zien lopen, wisten wij het opeens heel zeker: wij zijn erg ongerust. Wij gaan lid worden van die partij.’

Ze kwam daarna naar bijna alle congressen. Op die congressen waren wij als een magneet. En dat ging altijd over ons vak. ‘Hallo Pia’ en ‘Hallo Els, alles goed?’ kon er nog wel af. Maar daarna gingen we gelijk de diepte in.

Op het laatste congres waar ze bij was—in februari 2014—werden wij naast elkaar op de eerste rij gezet. Daar was nog wel wat sturing voor nodig. Els was meestal druk bezig achterin de zaal. Maar eenmaal gesettled ging het moties- en amendementen boek open en bleek dat ze alles vooraf gelezen en bestudeerd had.

Aan het eind van de dag namen we afscheid. ‘Els, hoe ben je hier gekomen?’, vroeg ik. ‘Kan ik je thuisbrengen?’, vroeg ik als een van de velen. Daar zat ze niet op te wachten. ‘Nee’, zei ze,’ ik ben met de trein en mijn auto staat op het station in Bilthoven’. Mijn man en ik vroegen haar snel eens een hapje te komen eten. We zouden een mail sturen met een datumvoorstel. Zover is het helaas niet gekomen.

Sinds 2014 ben ik, en ik denk veel van de hier aanwezigen, daarom veroordeeld tot mijn dierbare herinneringen aan haar. Aan de mens, aan de vrouw, aan de persoonlijkheid.

En wat ik nog daar nog over kwijt wil, nu ik de kans heb te spreken voor dit Els Borst netwerk: Els, zoals ik haar heb meegemaakt, heeft zich nooit geprofileerd als feministe. Wel als een zeer geëmancipeerde vrouw. Het was voor haar  geen belemmering vrouw te zijn. Geen punt van discussie. Ze heeft zich bewezen. Ze was een vanzelfsprekende autoriteit.

Een autoriteit met vrienden. En vrienden had ze te over. Haar dierbare vriend Roger van Boxtel hebben we daarom gevraagd om een herinnering aan Els met ons te delen. Licht gepikeerd antwoordde hij dat Els niet samen te vatten was in een paar zinnen. Maar zijn poging dat toch te doen treft doel:

“Els had de nauwkeurigheid en de scalpel van een chirurg, was hulpvaardig als een verpleegkundige of huisarts, was mentaal vaardig als een psychiater, vond voorkomen beter dan genezen als een ware epidemioloog en had bovenal een open geest en een warm hart voor zorgvragers én voor dierbaren. En tenslotte: ze had humor en gezonde zelfspot.

Conclusie: ‘t was een héél bijzondere vrouw en wij van D66 zijn trots omdat ze toegewijd tot onze familie behoorde!”

Dames en heren,

Iedereen zou een beetje Els willen zijn… als we kijken naar haar politieke lessen.

Of preciezer: iedereen politicus zou een beetje Els moeten zijn, als het gaat om haar politieke lessen.

Vlijmscherp, loyaal en met een blik op de toekomst. Voorafgaand aan vanavond hebben we ook Winnie Sorgdrager gevraagd om haar herinnering aan Els op papier te zetten. Net als Roger werkte ze nauw met Els samen. Allebei dragen ze het predicaat ‘Minister van Staat’, en daar was Els trots op.

Twee wijze vrouwen. En dat was ook meteen wat Winnie meegaf, de wijsheid van Els. Ik citeer:

“Els Borst was een wijze vrouw. Fijn om mee samen te werken. Dat deden wij tijdens het eerste kabinet Kok op het gebied van medisch ethische onderwerpen en het drugsbeleid. Eén van de zaken in het kader van dat laatste is het experiment met gratis heroïne verschaffing. Bijna onopgemerkt, en dat was ook de bedoeling, is dat een groot succes geworden.”

Bijna onopgemerkt, dat viel mij meteen op. Dat Els visie had weten we. Dat ze wist waar ze met Nederland naartoe wilde wisten we. Maar de manier waarop ze haar idealen realiseerde is ongekend. Els kon in stilte de grootste overwinningen gestalte geven.

D66 is een partij die de samenwerking niet schuwt. Zelfs in coalities die we niet zelf zouden bedenken. In Paars I en Paars II zat D66 met de VVD in de coalitie. Oké, de christelijke vrienden ontbraken nog. Maar wat Els daarover zei heeft me toch aan het denken gezet. Want, zo zei ze: “vier jaar is te kort om van de VVD een progressieve partij te maken”.

Dat is onverminderd waar gebleken. En dat is ook niet erg. De Nederlandse democratie behoort toch ook een Conservatieve Partij te hebben.  We hadden misschien nog de hoop in onze coalitiegenoten tenminste de restanten van liberale gezindheid te vinden. Maar in sommige – recente – discussies heeft die hoop tot meer teleurstelling dan vreugde geleid.

We blijven stug ons best doen. De aanhouder wint.

D66 is natuurlijk ook een partij van idealisten. Els zei ooit: “D66 loopt vooruit, en anderen volgen aarzelend. Dat heet politieke moed.”

Ik heb altijd gevonden dat onze vorig politiek leider, Alexander Pechtold steeds naar die gedachte heeft gehandeld. In een politiek landschap dat steeds meer getekend werd door verharding en ontmenselijking, durfde hij ook over zijn schaduw heen te stappen op het moment dat het ertoe deed.

“Wie voor D66 kiest, kijkt verder,” mocht Els graag zeggen. Het had nu onze nieuwe verkiezingsslogan kunnen zijn.

Iedereen is een beetje Els… als het gaat om de bescherming van onze leefomgeving.

De keren dat ik de eer had Els te ontmoeten spraken we vooral over onze vrijzinnige agenda. De donorwet, de euthanasiewet. Wat ik eigenlijk niet wist is dat Els zo mogelijk nog eloquenter sprak over het klimaat dan Jan Terlouw.

De nieuwe generatie verbindt de strijd tegen de dreigende klimaatramp nu misschien vooral met onze huidige fractievoorzitter Rob Jetten. Maar Els was echt een klimaat-D66’er avant la lettre.

“Sommigen in ons land twijfelen nog aan de huwelijkskansen van economische groei en milieukwaliteit,” zei ze. “Feiten bewijzen [echter] dat het kan. Investeren in milieutechnologie loont en is een absolute voorwaarde om het huwelijk in stand te houden.”

De huwelijksmetafoor zou Rob misschien niet zo snel gebruiken. Ik hoorde hem zelfs op de radio zeggen dat hij het huwelijk niet zo ziet zitten. Als hij de tekst van Els onder ogen zou krijgen zou zijn enige commentaar zijn: ‘we veranderen milieu in klimaat’. Daar houdt het wel op, want haar stelling staat nog steeds. Werken aan een beter klimaat loont. Niet alleen voor huidige generaties, ook voor toekomstige generaties. Goed klimaatbeleid is niet alleen een morele plicht, het is ook een economische buitenkans.

Zo bezien is het onterecht dat Els Borst enkel wordt geassocieerd met volksgezondheid en vrijzinnigheid. Ze was eerst en vooral staatsvrouw. Met visie voor de toekomst van ons land. Radicaal haar tijd vooruit.

Bovenal zou iedereen een beetje Els willen zijn… als het gaat om vrijzinnigheid.

Zoals sommigen van jullie misschien weten ben ik lid van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. Het zal geen geheim zijn dat ik het vrijwillig levenseinde anders wil vormgegeven. En dat ik deze maanden en jaren de ruimte krijg om door te gaan met mijn initiatief.

Het duurt hoop ik nog even, maar als de tijd komt wil ik zelf kunnen besluiten of ik nog door wil leven. En die vrijheid gun ik iedereen. De vrijheid zelf te bepalen wanneer het genoeg is geweest.

Die vrijheid had ik mijn ouders ook gegund. Misschien zelfs wel om er samen tussenuit te stappen. Twee weken geleden las ik daar een ontroerend stuk over in de Volkskrant. Ongeveer tien aanvragen per jaar bij de NVVE zijn van echtparen. Gecompliceerde aanvragen omdat beide partners er vaak medisch en psychisch anders aan toe zijn. En omdat je van te voren nooit weet hoe het leven zal zijn als je partner wegvalt. Veel stellen spraken over hun wens om samen uit het leven te stappen. Ik kan mij best voorstellen dat als je een heel leven samen hebt opgebouwd, je het  ook samen wilt beeindigen. Natuurlijk zie ik ook de bezwaren, want de motieven van twee verschillende mensen zijn nooit identiek. Maar wie wij zijn om daarover te oordelen? Wie zijn wij om die motieven te wegen?

Je hoort ook mensen die stellen dat als de overheid dit links laat liggen, ze het dan wel zelf gaan doen. Daarin zie ik grote risico’s. Mensen die op een onveilige, pijnlijke manier een einde aan hun leven maken. Schrijnend én te voorkomen. De samenleving kan hier uitkomen.

Natuurlijk zie ik ook de maatschappelijke gevoeligheden en de hobbels op de weg. Zorgvuldigheidseisen zijn essentieel. Discussie over een leeftijdsgrens evenzo. Ik wil niet dat we ouderen lichtzinnig richting het einde van hun leven begeleiden. Ik wil wél dat we mensen, die er goed over na hebben gedacht—die genoeg van het leven hebben gezien, genoten of geproefd—de ruimte hebben om zelf te kiezen hoe en wanneer ze het leven willen verlaten.

In 2002 werd de euthanasiewetgeving van kracht: een mijlpaal voor het kabinet Paars II. Een persoonlijke overwinning voor onze minister, voor onze idealen.

Voor christelijke partijen die tot die tijd toch voornamelijk de dienst hadden uitgemaakt in Nederland was de wet een behoorlijk bittere pil. Diezelfde partijen zouden al snel wakker liggen van een inmiddels fameuze uitspraak van de architect van die wetgeving. Want nadat in 2001 de wet door beide Kamers was gekomen sprak zij de woorden: ‘het is volbracht’.

Het interview waarin Els die woorden sprak was dan wel in het Paasweekend uitgekomen, ze doelde toch echt niet op de laatste woorden van Jezus. Begrijpelijkerwijs viel dat niet goed bij de christelijke partijen. Hoewel ik mij wel wat kan voorstellen bij hoe Els zich toen moet hebben gevoeld – er was een discussie van 30 jaar aan vooraf gegaan – onthoud ik mij in deze coalitie van dergelijke uitspraken.

Die uitspraak had het nieuws helemaal niet moeten domineren. Boven het interview stond namelijk in koeienletters op de voorpagina van de krant: “Borst niet tegen zogenoemde Pil van Drion”. De medewerkers van Els vreesden dat deze uitspraak tot een storm van kritiek zou leiden.

Een onder voorwaarden verkrijgbaar euthanasiemiddel, waar ‘De Pil van Drion’ naar verwijst, was op zijn zachtst gezegd niet onomstreden. Natuurlijk had Els in het interview meteen ook de zorgvuldigheidseisen aangestipt. Bovendien had ze gezegd dat ze alleen voor was, en ik citeer: ‘mits het zo zorgvuldig geregeld kan worden dat het alleen díe hoogbejaarde mensen betreft die klaar zijn met leven’.

Els voorzag zelf ook dat dit standpunt tot rumoer zou leiden. Na inzage van het interview belde ze daarom met de journalist. Ze wilde weten of het werkelijk zó nadrukkelijk moest worden opgeschreven. Maar ze ontkende natuurlijk niet wat ze had gezegd. Els was haar tijd weer eens ver vooruit.

Enigszins verwonderlijk was het wel  dat de christendemocraten niet over het standpunt vielen, maar over de woordkeus. De SGP zag het anders en kwam met haar eerste motie van wantrouwen in de geschiedenis van de partij. In het daaropvolgende debat nam Els geen woord terug. Ze stond voor haar zaak.

En ook dat was Els: ieder woord gewogen, en nooit lichthartig teruggetrokken. In de strijd voor de vrijheid van mensen was voor Els geen ruimte voor een wapenstilstand.

Dames en heren,  iedereen zou een beetje Els willen zijn.

Ze is één van de grote vrouwen in de hall of fame van de Nederlandse politiek.  Zonder Els was er geen embryowetgeving geweest. Zonder Els zouden mensen nog altijd het risico lopen aan het eind van hun leven uitzichtloos weg te kwijnen in onmetelijke pijn.

Het zou daarom misschien bijna passen om met weemoed te spreken over de tijd dat ze bij ons was. Dat haar politiek de krantenkoppen bepaalde. En ik geef toe: het is verleidelijk haar vanavond te canoniseren.

Toch is dat niet wat ik heb willen doen. En ook niet wat Els had gewild. Ik besef dat zoiets zelfs een gevaar in zich draagt. Het is namelijk te vroeg om terug te blikken op een agenda die nog niet voltooid is. Er is werk aan de winkel.

In 2012 won Els Borst de Aletta Jacobsprijs voor de genuanceerde manier waarop zij medisch-ethische kwesties in het publieke debat aan de orde heeft gesteld. En voor wat zij daarmee heeft bereikt.

De hare was een grootse manier van politiek bedrijven. Waar sommigen binnen de partij uitgroeiden tot mastodont, werd Els een icoon van de proportie van Aletta Jacobs zelf. Eén van de weinigen die de verpersoonlijking van iets is geworden waar iedere D66’er zich thuis bij voelt. We laten haar daarom geen stof vergaren in het museum van gisteren. We koesteren haar voor vandaag.

Nog niet zo lang geleden werd ons gedachtengoed gevat in vijf richtingwijzers. Mijn voorstel is Els Borst als de zesde te omarmen. Het gaat mij om de houding. Els als gids voor ons politieke handelen.

Wie redelijk radicaal is, kan de wereld veranderen met radicale redelijkheid.

Ze liet ons zien dat politiek de kunst is van het langzaam boren in hard hout. Het is noeste arbeid. Dat beeld lijkt gespeend van enige visie. Maar schijn bedriegt. Want waar geboord wordt, ontstaat creativiteit. Ontstaat visie. Visie is geen eurekamoment. Het wordt geboren in hard werk. Juist in het taaie werk dat politiek soms is.

D66 moet wat mij betreft onvermoeibaar blijven boren, hoe groot de weerstand soms ook is. Altijd trendzetter zijn. Verkenner van onontgonnen ideeën. Een club van politieke ontdekkingsreizigers.

In die geest heeft Els ons land en onze partij verrijkt. In die geest werken wij verder aan het Nederland van morgen.

Dankuwel.

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Maidenspeech Kamerlid Rutger Schonis

D66 D66 Nederland 28-01-2019 13:47

Maidenspeech Kamerlid Rutger Schonis

Afgelopen dinsdag 22 januari hield Tweede Kamerlid Rutger Schonis  zijn maidenspeech, zijn eerste speech in de plenaire zaal van de Tweede Kamer, bij het ‘debat over het rapport van TNO inzake de Stint’. Lees zijn inbreng hier terug.

Voorzitter,

Vandaag mag ik, op mijn 105de dag als Kamerlid, mijn maiden speech geven. Een mooie mijlpaal. Al had het mij een lief ding waard geweest, wanneer de aanleiding voor mijn bijdrage van vandaag een andere was dan het tragische ongeval met de Stint afgelopen september.

Het kan verkeren.

Toen ik mij in het najaar van 2016 kandidaat stelde als Kamerlid, deed ik dat omdat ik de vele lessen uit de praktijk van het ontwikkelen van projecten voor nieuwe windturbineparken wilde vertalen in goed landelijk beleid. Een van de uitdagingen in dat werk was hoe je aan de ene kant ruimte in regelgeving kon geven voor toekomstige innovaties van nieuwe windturbines. Terwijl je aan de andere kant voldoende zekerheid kon bieden aan de direct omwonenden dat het qua milieuhinder in de toekomst niet te gek ging worden.

Toen ik de zetel van Alexander Pechtold mocht innemen in oktober, had ik vooral

rol als Kamerlid in gedachten. De rol van (mede-) wetgever. Geen moment heb ik gedacht dat ik hier in de plenaire zaal bij mijn eerste onderwerp het woord voeren in de hoedanigheid van die

rol die een Kamerlid heeft: namelijk die van controleur op hoe beleid wordt uitgevoerd en die -daar waar nodig- ook bijstuurt.

Het dossier van het ongeval met de Stint heeft de eerste 105 dagen van mijn werk als Kamerlid dan ook beheerst. Als nuchtere Zeeuw heb ik in eerste instantie vooral geprobeerd om mij dat dossier zoveel mogelijk eigen te maken. Hoewel ik een nieuwkomer ben in Den Haag, herkende ik bij het lezen in al die documenten dezelfde worsteling als die ik in mijn vorige werk ook heb ervaren.

Hoe kan je als regelgever een innovatief nieuw voertuig als de Stint

de openbare weg op laten gaan, zonder de boel op voorhand dicht te regelen. En heb je de tussentijdse monitoring gewaarborgd om je beleid aan te passen wanneer nieuwe ontwikkelingen zich aandienen?

Het begint natuurlijk met de eigen verantwoordelijkheid van de producent. Iedereen die met een Stint op de weg gaat, moet ervan op aan kunnen dat deze schoon en veilig rijdt. Het TNO-onderzoek laat echter zien dat de Stint een aantal technische gebreken kent. Het goede nieuws is dat deze gebreken verholpen kunnen worden.

Gebruikers van de Stint, zoals kinderdagverblijven, hebben alleen nog steeds geen uitzicht op wanneer die technische gebreken worden gefikst.

Is de minister in overleg met de fabrikant over wanneer deze aanpassingen kunnen worden doorgevoerd?

Het door de producent aangevraagde faillissement is afgewezen en hij kan dus de aanpassingen doorvoeren. Wijst de minister hem op zijn eigen verantwoordelijkheid in deze?

Dat brengt mij voorzitter op de rol van de Tweede Kamer en de minister als wetgever.

De Kamer heeft -op de toelating van de Segway in 2008 na- geen andere of nieuwe toetsingskaders vastgesteld als het gaat om de toelating van nieuwe bijzondere voertuigen zoals de Stint. Het argument hiervoor was juist dat nieuwe innovatieve manieren van transportmiddelen op de openbare weg moesten worden gestimuleerd en niet worden dichtgeregeld.

Het tragische ongeval in september met de Stint wees ons erop dat een goede set regels en bijbehorend toezicht en handhaving in deze helaas heeft ontbroken.

De toelating van innovatieve voertuigen op de openbare weg is jarenlang aan de hand van een beperkt aantal beleidsregels getoetst. Toezicht heeft naar eigen zeggen van de minister niet of nauwelijks plaats gevonden. En een jaarlijkse monitoring van bijvoorbeeld de groei van het aantal nieuwe voertuigtypen op de openbare weg bleef tot op heden achterwege. Van bijsturing of aanpassing was dan ook geen sprake.

Vooropgesteld dat de uitkomsten van de onderzoeken het besluit van de minister om de Stint van de weg te halen meer en meer lijken te onderbouwen. Wij zijn van mening dat de minister hiermee vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid dan ook juist heeft gehandeld.

Maar daarmee is de minister wat D66 betreft nog niet klaar.

Onduidelijk is, of zelfs na het doorvoeren van de technische aanpassingen, de Stint

de weg op mag. Het nieuwe toetsingskader voor bijzondere voertuigen is immers nog steeds in ontwikkeling.

Wanneer verwacht de minister dat zij een uitgewerkt toetsingskader naar onze Kamer kan toezenden?

En, wordt daarbij de hernieuwde toelating van de Stint op de openbare weg betrokken?

Hoe borgt de minister dat de Kamer deze keer wel goed geïnformeerd wordt -en blijft- over de uitvoering van het toelatingsbeleid bijzondere voertuigen op de openbare weg?

Tot slot voorzitter: hoe waarborgt de minister dat ook in het nieuwe toetsingskader ruimte blijft bestaan voor nieuwe innovaties?

Voorzitter, dank u voor uw aandacht.

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Speech Rob Jetten op de I am Europe Convention

D66 D66 Nederland 26-01-2019 18:43

Speech Rob Jetten op de I am Europe Convention

D66 organiseerde samen met pro-Europese partners de I am Europe Convention in Brussel. Lees de speech van fractievoorzitter Rob Jetten over de toekomst van Europa hier terug.

Ladies and Gentlemen, Madames et Messieurs, bonjour! Thank you.

It is wonderful to see all of you, and I want to begin with a special thanks to our friends from En Marche. Ever since La Republique En Marche entered the stage and shook up the political landscape in France, you have worked tirelessly towards a reformed, stronger and more vigorous French republic.

It is no secret D66 admires the fresh energy En Marche has given France. We admire the badly needed leadership Emmanuel Macron now provides for all of Europe. It is also no secret that over the course of the past months you have managed to build quite a following.

In fact, I heard that in every place a representative of En Marche show up, a large group of people in yellow vests follow their tracks. Now, this is a beautiful hall of fine arts, but quite a small one. I haven’t seen any yellow vests around Bozar as yet, so I think En Marche decided to leave their friends at home today. And for that, I say: merci!

Citoyens de l’Europe, ladies and gentlemen, Democraten, young people,

I want to begin with a story from my youth. Many, many moons ago I was 25 years old, settling into my first serious job for a railway agency. I lived in Nijmegen as I do still, a proud but quiet medieval town near the German border.

News had reached the eastern provinces of the Netherlands that David Cameron was due to make a high-impact announcement in Amsterdam. He cancelled at the last moment, relocating to the Bloomberg offices in London. And what he said there, I will never forget. Cameron announced an in-out referendum on the UK’s EU membership. In the course of his speech he promised there would be time for – and I quote – “a proper, reasoned debate”. And here we are now. Six years later this week.

We know what utter nonsense this was and continues to be. You will all remember how the debate unfolded. You will all remember how the nationalists gained their narrow victory. And how, after the referendum, they hurried off the stage like nervous high school actors who lost the plot. Not that there was a plot to begin with. This was improvised theatre from the get-go.

Theatre designed to swindle a generation of young British Europeans out of their futures. Theatre designed to end badly. Britain, as we’ve been able to observe these past few weeks, is on a collision course with reality. What Theresa May calls “the promise of Brexit” is more than a fallacy. It is lunacy.

It is an Alice in Wonderland-like turnaround. It can only make sense once you are on the other side of the looking glass. Once you start believing in fairy tales, you can simply deny reality. Populist denial has had just one result: Britain is crashing out of the European Union without any clear plans for finding a new role. There is no one in Europe who will not be affected by Brexit. But for millions, this is much worse.

They don’t know if they can even stay in the cities and the towns where the live, work and love after midnight, March 29th. It is for those people that my colleague Sjoerd Sjoerdsma has drafted emergency legislation to ensure that their citizenship is not limited to the borders of the Netherlands alone. We are Europeans. And we will never let that be taken away from us.

On a personal level, I myself found a new role a little over a hundred days ago. Having grappled with the realities of local politics for nearly a decade, I was elected to the Dutch parliament at the last election. And then, before I knew it, I was entrusted the daunting task of succeeding our illustrious former leader, the great European Alexander Pechtold.  So I’m speaking here today from a national perspective. And I’m trying to draw lessons from the Brexit disaster.

Why is it that more people turned out to vote leave than those who voted remain? The roots of Cameron’s spectacular Brexit-failure are deep in the grounds of British politics. And, yes, those roots have equally taken hold on this side of the channel. Why is it that people stopped believing in the ideal of European unity?

It is because no politician of the main political parties stood to make a positive case. No politician endowed with the power of the platform stood to make the case for a European future.

No politician was willing to tell a story to believe in. To inspire. To defend the essence of what is still the most successful invention of peaceful cooperation in human history: our European Union. Lazy politicians of left and right turned to scare tactics. Facts and figures. Their heart was never in it. They advocated staying on a train whose direction they hated. No wonder young people didn’t turn out to vote. No wonder the Brexiteers won the battle for the heart, which in politics as in life is still much stronger than the mind.

How do we now win the battle for the heart? I believe the key is to do something risky. Something different. To tell a story of where we came from, who we are, and where we want to go. Overlooking the history of Europe after the war, one thing stands out to me like a firefly in the dark. The unity of European countries is no longer a dream of the few.

It is, as Konrad Adenauer said: Eine Hoffnung für viele. Eine Notwendigkeit für uns alle. A hope for the many. A necessity for all. It is imperfect and unfinished. But it is reality. Our reality.

We haggle over financial responsibilities. We quibble over the rules of our market. We are seriously divided over the burdens of migration. And we are frustrated with the bureaucracy knelling our democracy. But never in the last 70 years have Europeans shot each other in a war of EU member states. Never.

The achievements of constitutional democracy, industry, science and the arts have brought prosperity beyond imagination. The European Union has become the second-largest democracy and the second-largest economy in the world.

This is the world I was born into in 1987. The year of the Single European Act, which introduced the single largest integrated market in the world. This is the world my generation has always taken for granted. And this is our challenge.

We do not know anything else than to be living in the most progressive and peaceful era in human history. But just as it could hardly get better, we are confronted with the dark forces of the past. Nationalism, xenophobia, and even anti-Semitism are growing stronger by the day.

They are a mortal danger to our open society and the future of Europe. What will be our answer? Will we be guided by fear? Will we attempt to be fashionable and join the populist desire to break the institutions we took so long to build? Will we copy the policies of the nationalists, playing to the crowd?

My answer is clear. Call me the man of stainless steel robotics, be my guest, but I will repeat with the Iron Lady: No. No. No. Our answer is one of old-fashioned hope. “Hope,” wrote Vaclav Havel, “is not the conviction that something will turn out well but the certainty that something makes sense, regardless of how it turns out.”

Given the history of our continent, we take confidence in our ability to shape our own destiny. But we cannot be sure how something turns out. We can do our best. Do our duty. Our duty – now as before – is to do something that makes sense. And at this dark hour nothing makes more sense than to resist the demagogues shaking the foundations of our precious Union. To build and not break. To trust and not fear. To create and not destruct. To love and not hate.

If you love Europe, you have come to the right place. If you want to fight for Europe, you have come to the right place. If you want to vote for Europe, you have come to the right party. And I urge you to think about your friends whose party loyalties normally lie elsewhere. Social-democrats, greens, conservatives. They will have their reasons to vote as they do in national elections. But this election is different.

This is about the future of Europe. About democracy itself. Our conservative friends belittle these elections. The Dutch Prime Minister even went on television, saying he thinks these elections are – and I quote — ‘not so relevant’. Well, I’ve got news for him: his young voters will find their way to the only party that has always found European elections relevant: D66!

We think these European elections are the most important in modern history. History teaches us that when freedom and autocracy rival for dominance, we must choose freedom. Without any reservation. I have the privilege to lead the one party in the Netherlands that has always worked to improve Europe. To deliver on the European promise of a balance between freedom and equality. An ever-closer union ready to meet the great challenges of our time. And ready we will be.

If we were able to become this prosperous, we can create a market that works for all. If we were able to win the Nobel Peace Prize, we can provide shelter to human beings fleeing war and persecution. If we were able to wrest democracy from the claws of tyranny, we can give the people of Europe the power to define their future at the ballot box. And if we were able to bring an end to the violence of nations, we can protect our planet from the violence of nature.

Friends, this is not a time for self-congratulation. This is not a time to sit still. More than ever before, we are in need of the light that a living flame of progress can spread. And so I ask you, and especially all of the young people here today: stand up and be counted. Light a fire.

You don’t need to become a member of D66 to defend an ideal. Join this movement for Europe as one of its supporters. Go online and sign up to join the team. And then go out and spread hope for the future to your friends and neighbors.

The future of Europe is on the line.

Thank you. Merci. Dankuwel!

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook