Nieuws van politieke partijen in Nederland inzichtelijk

4 documenten

Kamer steunt voorstel GroenLinks en PvdA voor extra controle op contante betalingen | GroenLinks

GroenLinks GroenLinks PvdA Nederland 14-03-2019 00:00

Criminaliteit moet worden aangepakt door contante betalingen voortaan al vanaf 5.000 euro te controleren. Een Kamermeerderheid steunt vandaag een voorstel van GroenLinks en de PvdA hiertoe. De grens moet ten minste worden gehalveerd, van 10.000 euro naar 5.000 euro. Zo wordt het moeilijker voor criminelen om zwart geld uit te geven.

GroenLinks-Tweede Kamerlid Kathalijne Buitenweg: “Ik denk dat maar weinig mensen een bedrag boven de 5.000 euro cash betalen. Met een lagere grens wordt het uitgeven van zwart geld moeilijker. Zo kan ondermijning effectiever worden tegengegaan. “
 
PvdA-Tweede Kamerlid Attje Kuiken: “Je wil zeker zijn dat misdaad niet loont. En laten we eerlijk zijn: gewone mensen lopen niet met grote sommen cash over straat. Zeker nu elektronisch betalen vrijwel overal kan, is het nauwelijks uit te leggen waarom iemand meer dan 5.000 euro op zak zou moeten hebben.  Als we dat bedrag verlagen maken we het geharde criminelen weer een beetje moeilijker.”
 
Volgens GroenLinks en de PvdA biedt de huidige Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (WWFT) te veel ruimte aan criminelen om cash geld uit te geven in de formele economie. Daarom moet de grens omlaag van 10.000 naar hoogstens 5.000 euro.
 
De Kamerleden hekelen de opstelling van de minister. Minister Grapperhaus wil, zo stelt hij in de media, criminele organisaties met een ‘juridische bulldozer kapot rijden’. Maar deze stoere taal helpt niet om de ondermijning van onze rechtsstaat tegen te gaan. Buitenweg: “Uiteindelijk komt het neer op taai handhaven en zorgvuldige wetgeving.”

GroenLinks wil dat minister politiek rekenschap aflegt voor beïnvloedingspogingen WODC | GroenLinks

GroenLinks GroenLinks Nederland 06-03-2019 00:00

Het getuigt volgens GroenLinks-Kamerlid Kathalijne Buitenweg van weinig zelfreflectie dat minister Grapperhaus tot op heden nauwelijks bereid lijkt politieke rekenschap af te leggen voor de beïnvloeding van wetenschappelijke rapporten door de top van het ministerie van Veiligheid en Justitie en wel gelegenheid ziet voor een schouderklopje aan zichzelf voor zijn oplossing van dit probleem.

Vorig jaar onthulde Nieuwsuur dat voormalig minister Opstelten en hoge ambtenaren druk zetten op onderzoekers van het WODC, het wetenschappelijk instituut dat zich buigt over vraagstukken rond justitie en veiligheid. Invloed op de inhoud en conclusies waren het doel van deze acties. Zo bemoeide Opstelten zich met een rapport over de juridische haalbaarheid van legalisering van drugs. “Zorg dat eruit komt dat legalisering van drugs juridisch niet kan” instrueerde hij zijn medewerkers.

De huidige minister legt steeds de nadruk op het feit dat veel onderzoekers de politieke druk hebben weerstaan, en dat de onderzoeken dus wetenschappelijk verantwoord zijn. Maar de onderzoeken zijn eerder ondanks dan dankzij de politieke top van goede kwaliteit gebleken. De minister is niet alleen verantwoordelijk voor het eindresultaat, maar ook de weg ernaar toe.

Op zich is GroenLinks blij met die geruststelling en met de toezegging dat er meer afstand komt tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid en het WODC. Toch zijn de zorgen niet weg. Buitenweg stelt vandaag in de Kamer aan de orde dat het aan de onderzoekers te danken is dat de door Schoof gewenste lijn uit de rapporten bleef, niet aan de bewindslieden of de ambtelijke top. ‘Bij het ministerschap hoort dat je ook verantwoording aflegt voor daden van voorgangers. Dus wil ik dat Grapperhaus onderkent dat Opstelten fout zat toen hij de door hem gewenste conclusies van de drugsrapporten probeerde te dicteren. Een departement kan verder als er politiek verantwoordelijkheid is afgelegd. Toezegt dat dit in de toekomst niet meer mag gebeuren. Dat wil ik vandaag van Grapperhaus horen.’

Daarbij wil Buitenweg erkenning voor de WODC-klokkenluider die de zaak aan het licht heeft gebracht. Buitenweg: ‘Zij heeft de situatie eerst via interne procedures geprobeerd te veranderen, is niet persoonlijk richting de pers gestapt, heeft volgens de commissie die de situatie onderzoek te goeder trouw gehandeld en is desondanks beschadigd geraakt. Het zou de minister sieren als hij haar zijn dankbaarheid toont. Vooralsnog lees ik daar niets over terug en dat is gek.’

Open expertisecentra voor misbruikte kinderen | GroenLinks

GroenLinks GroenLinks Nederland 20-02-2019 00:00

Er moeten expertisecentra komen die zich uitsluitend richten op seksueel misbruik van kinderen. Dit bepleiten GroenLinks-Tweede Kamerlid Kathalijne Buitenweg en orthopedagoog en schrijfster van “De wetende getuige” Anneke van Duin in aanloop naar het debat vandaag over kindermisbruik. Het blijft in de samenleving te stil over de grootste groep slachtoffers van misbruik: kinderen binnen het gezin. De expertisecentra moeten werken met multidisciplinaire teams met onder meer een kinderarts, psycholoog en maatschappelijk werker. Dit is een andere werkwijze dan in al bestaande brede centra voor seksueel en huiselijk geweld.

De afgelopen jaren zijn we steeds opnieuw opgeschrikt door verhalen over seksueel misbruik van kinderen. Door priesters, trainers, leraren, in de gemeenschap van de Jehova’s Getuigen en elders. Er zijn speciale commissies geweest die uitgebreid onderzoek hebben gedaan naar wat zich heeft voorgedaan in de Rooms-Katholieke Kerk (Commissie Deetman), bij uit huis geplaatste kinderen (Commissie Samsom), in de Jeugdzorg (Commissie de Winter) en in de sport (Commissie de Vries). Maar wat blijft het stil rond de grootste groep slachtoffers: de kinderen die worden misbruikt binnen het gezin en de familie. Ook vanavond gaan meer dan tienduizend kinderen naar bed, vol angst dat de slaapkamerdeur opengaat en zij zich mentaal moeten uitschakelen om aan te kunnen wat geen kind zou moeten overkomen.

Deze kinderen laten we in de steek. Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel ( rapport “Op goede grond”) worden verreweg de meeste kind-slachtoffers niet herkend, worden de meeste wel bekende slachtoffers niet gemeld, en leiden de meeste meldingen niet tot onderzoek. Soms is er onwil om te geloven dat echt sprake is van seksueel misbruik. Maar vaak wordt weggekeken uit onkunde en handelingsverlegenheid. Slechts 25% van de meldingen zou worden onderzocht. Dat is veel minder dan bij andere vormen van kindermishandeling. En als gevolg duurt het misbruik jaren voort, en worden kinderen bovendien verder beschadigd doordat hun verhalen niet worden geloofd.

De reden voor de collectieve terughoudendheid is dat het moeilijk is om signalen goed te duiden en we bang zijn voor de gevolgen, zowel voor als de vermoedens juist zijn als wanneer dat niet het geval is. Maar wegkijken is niet de oplossing. We kunnen en moeten meer investeren in het herkennen en vaststellen van seksueel misbruik. Uit wetenschappelijk onderzoek (Bosschaart, 2018) blijkt dat ook professionals er vaak niet in slagen om seksueel misbruik te herkennen. Extra lastig is dat veel misbruik geen fysieke sporen nalaat. Het komt dan aan op een goede diagnostiek van de signalen en verhalen van kinderen. 

Om die diagnostiek verder te ontwikkelen pleiten wij voor de oprichting van expertisecentra die zich uitsluitend richten op seksueel misbruik van kinderen. Met multidisciplinaire vaste teams (met oa een kinderarts, psycholoog, psychiater en maatschappelijk werker) die samen veel ervaring opdoen en zich specialiseren. De centra kunnen advies gevraagd worden voor (civielrechtelijke) besluiten zoals over uithuisplaatsing en omgangsregelingen. Maar ook de plek zijn waar professionals van andere instellingen, zoals van Veilig Thuis of maatschappelijk werk, terecht kunnen voor advies voor hulpverlening. Want vaak spelen in een gezin meerdere problemen. Misschien kan het ook de plek zijn waar leraren, buren en familieleden heen kunnen als zij met hun handen in het haar zitten over wat zij vrezen dat zich afspeelt. De toepassing kan breed zijn, maar de focus beperkt: seksueel misbruik van kinderen (4-15 jaar). Omdat we hebben geleerd uit eerdere ervaringen dat wanneer organisaties zich met alle vormen van huiselijk geweld bezig houden, juist dit onderwerp kind van de rekening is. 

Kathalijne Buitenweg, Tweede Kamerlid voor GroenLinks Anneke van Duin, orthopedagoog en schrijfster van “De wetende getuige”

De rechtsstaat is toe aan een APK | GroenLinks

GroenLinks GroenLinks Nederland 31-01-2019 00:00

De rechtsstaat in Nederland is toe aan een APK. Dit stelt GroenLinks-Tweede Kamerlid Kathalijne Buitenweg vandaag in een overleg in de Tweede Kamer. De onafhankelijkheid en kwaliteit  van de rechtspraak zijn onvoldoende gewaarborgd voor de lange termijn.  Er moet een onderzoek volgen naar de staat van de rechtsstaat in Nederland, aldus Buitenweg. Dit zou bijvoorbeeld de Venice Commission van de Raad van Europa kunnen doen.

Buitenweg: “Nederland heeft snel z’n mond vol van de rechtsstaat in andere landen. Maar we moeten onszelf ook eens goed laten doorlichten. De rechterlijke macht is hier van hoog niveau. Maar we hebben haar organisatie verwaarloosd en onafhankelijkheid verzwakt. Het is van belang dat te herstellen.”

De rechtspraak is in Nederland georganiseerd als uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit maakt dat de rechtspraak niet gelijkwaardig kan werken ten opzichte van de wetgevende en uitvoerend macht.

Kijk alleen al naar de wijze van financiering. De begroting van de rechtspraak maakt onderdeel uit van die van het ministerie. Als de minister krap bij kas zit, komt de financiering van de rechtspraak in de knel. Dit heeft gevolgen voor de tijd die rechters kunnen uittrekken voor een zaak, of voor het aantal zaken dat ze kunnen behandelen.

Ook in de bedrijfsvoering is de onafhankelijkheid niet geborgd. Buitenweg: “Als buffer tussen de rechters en de minister is in 2002 de Raad voor de rechtspraak opgericht. Maar wie bepaalt de samenstelling van de Raad? De minister.” GroenLinks vraagt om een onafhankelijk onderzoek. “Soms is een blik naar buiten nodig om te zien hoe we er in Nederland voor staan. Zie het als een APK voor de rechtsstaat.”