Nieuws van politieke partijen in Nederland inzichtelijk

51 documenten

Rob Jetten – Bouwen aan het Nederland van de toekomst (APB 2019)

D66 D66 GroenLinks VVD CDA PvdA Nederland 18-09-2019 18:27

Rob Jetten – Bouwen aan het Nederland van de toekomst (APB 2019)

Lees hier de inbreng van D66-fractievoorzitter Rob Jetten tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen 2019.

Ook namens mijn fractie wil ik mijn medeleven betuigen aan de familie en nabestaanden van advocaat Wiersum die vanmorgen in Amsterdam op een hele laffe wijze is doodgeschoten. Als we de eerste berichten mogen geloven, is dit een aanval op onze rechtsstaat. Waarbij niet alleen kroongetuigen, maar ook advocaten die mensen bijstaan in strafzaken het leven niet meer zeker zijn. En ik dank de minister voor de eerste brief die hij vandaag naar de Kamer heeft gestuurd. Ik vertrouw erop dat alles op alles wordt gezet om de onderste steen boven te krijgen.

Voorzitter,

De Algemene Beschouwingen van een fractievoorzitter van een coalitiepartij kennen doorgaans een vast stramien. De behaalde resultaten van het kabinet worden met gepaste trots opgesomd. De oppositie voorgehouden dat er al veel voor elkaar is gekregen. De bewindspersonen krijgen eventueel een pluim op de hoed. Verwijzend naar een rapport wordt natuurlijk wel nog even benadrukt dat ‘we er nog lang niet zijn’.

Ga ik dat helemaal anders doen? Het is mijn eerste keer, dus ik ga het proberen. Maar of ik de verleiding kan weerstaan, dat kan ik niet beloven. Ik vind het wel comfortabel dat het hier een tikkeltje voorspelbaar is. Een oase van rust en orde.

Eerlijk is eerlijk: politieke kalmte past mijn radicale fractie normaal gesproken niet. Maar nu ben ik er blij mee. Want wij staan in Nederland in het oog van een wereldstorm. De Verenigde Staten en China voeren een roekeloze handelsoorlog. Rusland raast in onze Europese achtertuin. En de regisseur van Brexit verdient inmiddels een Oscar voor beste horrorfilm. Hier in Nederland, in het oog van de storm, kan ook wel eens een windje opsteken. Tussen partijen. Binnen partijen. Baudet heeft het over de ‘brokstukken van onze beschaving’. Maar kijk, voorzitter! Samen brengen we hier wel iets tot stand.

Ons pensioenstelsel is gered voor de toekomst. Mede dankzij de samenwerking tussen coalitie en de PvdA en GroenLinks. Nederland heeft nu het eerste concrete klimaatplan van de wereld. Mede dankzij de inzet van natuurorganisaties én bedrijven. Een kinderpardon: gevluchte, hier gewortelde kinderen mogen blijven. Mede dankzij een moedige stap van het CDA. Het bedrijfsleven gaat betalen voor de lastenverlichting van mensen. Mede dankzij een flexibele wending van de VVD. En grote bedrijven als Shell gaan voortaan gewoon winstbelasting betalen. Dankzij het initiatief van collega-Kamerlid Bart Snels.

U ziet, dames en heren in Vak K, nu heb ik het toch gedaan. Ik kon de verleiding om de successen van het afgelopen jaar op te sommen nu al niet weerstaan. Maar dat doe ik voor u! Want u moet weten: Volgens de laatste peilingen bent u populairder dan ooit. De kiezers van Asscher en Klaver worden almaar enthousiaster. Nu die van Thieme nog. Maar sinds vorige week weet u: daar wordt hard aan gewerkt door mijn fractie!

Voorzitter,

Ik ben nu bijna een jaar fractievoorzitter. Na een stevige inwerkperiode, sta ik hier vandaag voor mijn eerste Algemene Beschouwingen. Al een stukje minder zenuwachtig dan voor mijn eerste interview met Frits Wester.

Van alle dertigers in dit debat zit ik het nog het dichtst bij de twintig. Dat verklaart wellicht de energieke start van mijn fractie na de zomer. Die heeft —zo heb ik gemerkt—tot wat ongemak geleid. Maar voorzitter, dat vind ik een mooi compliment. Voor mij gaat politiek over meer dan de dagelijkse verontwaardiging. Of de gevatte tweet. Politiek is meer dan kalmpjes aan managen, een procentje bijplussen in beleidskaders en plaatjes met gemiddelde koopkracht. De politiek is er – in mijn ogen – om de grote vraagstukken niet uit de weg te gaan, maar om juist te durven agenderen. Vraagstukken over leven en dood. Zoals Pia Dijkstra doet met haar wet voltooid leven. Vraagstukken over emancipatie en gelijke kansen. Zoals Vera Bergkamp doet met een pleidooi voor een tijdelijk vrouwenquotum. Of de simpele erkenning dat voor internationale problemen geen nationale oplossingen bestaan. Dat Europese samenwerking ons niet verzwakt, maar versterkt.

Soms komen de grote vragen ongevraagd op ons af. Dat is nu het geval. Om de natuur te beschermen moeten we de uitstoot van stikstof drastisch naar beneden brengen. Maar hoe? Willen we minder huizen bouwen? Minder natuur? Minder treinen? Minder vee? Mijn fractie maakt een keuze. Wij willen de veestapel halveren, zodat we meer huizen kunnen bouwen voor jonge gezinnen. Van biggen naar bouwen. De overheid moet boeren helpen met afbouwen of doorgaan voor eerlijke prijzen. Wie het daar niet mee eens is daag ik uit een visie ernaast te leggen. Een keuze. Welke keuze dan ook! Daar begint het debat.

Waar het mij om gaat, bij al deze grote kwesties, is dat politici laten zien waar zij voor staan. Dat wij hier in de politieke arena maatschappelijke discussies aanjagen en durven te beslechten. En ja, als radicaal-liberaal én als dertiger ben ik ongeduldig. Ik ga de toekomst hopelijk nog een stuk langer meemaken dan sommigen van u in Vak K. Laat staan de jongste generatie die de straat op gaat voor de bescherming van onze planeet.

Van mij dus geen lezingen over stilstand en behoud. Wat mij betreft richten we onze blik niet op onze schoenen, maar op de horizon.  Laten we kijken naar de horizon. Hoeveel kinderen moeten nog astma krijgen voordat we serieus werk maken van schone lucht? Hoeveel kinderen moeten nog starten op school met een taalachterstand voordat we eindelijk een vuist maken voor eerlijke kansen? Hoeveel Amerikaanse bedrijven moeten onze privacy schenden voordat we de techreuzen gaan aanpakken? Hoeveel dieren moeten levend verbranden in een stal voordat we ons realiseren dat het zo niet langer kan met die bio-industrie? Hoe lang kunnen we nog wegkijken van racisme voordat we zeggen: samen zijn wij Nederland en dit is de eenentwintigste eeuw? En hoeveel mannelijke premiers moeten we nog zien langstrekken voordat er eindelijk een vrouw aan het roer staat van vak K?

De geschiedenis leert dat wij Nederlanders op het cruciale moment antwoord kunnen geven op de grote vragen. Na de Tweede Wereldoorlog stonden we aan de wieg van de Europese Unie. Toen de dijken braken bij de Watersnoodramp hebben we de Deltawerken gebouwd. En toen zich in de jaren zestig nieuwe energiebronnen aandienden, stapten we in slechts vijf jaar over van kolen naar gas. Nu is er weer zo’n cruciaal moment.

De economie van vroeger brokkelt af. Van Rotterdam tot de Tweede Maasvlakte ligt veertig kilometer petrochemie dat zichzelf opnieuw moet uitvinden. En de Groningse gaskraan gaat eindelijk dicht. We moeten dus op zoek naar nieuwe welvaart. Een nieuwe economie. De nieuwe generatie mag niet de dupe worden van het beleid van nu. Daarom stel ik met Gert-Jan Segers een generatietoets voor om bij alle toekomstige wetten na te gaan of ze wel eerlijk zijn voor jongeren.

Maar dat is lang niet genoeg. Het gaat er nu echt om spannen. Kiezen we voor behoud? Of voor optimisme en investeringen?

D66 wil investeren. Investeren in de nieuwsgierigheid van Eindhoven. In de biotechnologie van Delft. In de energie van Rotterdam. Het kweekvlees van Maastricht. De aardappelen van Wageningen. De ontdekkingen van Leiden. En de branie van Amsterdam. Nu is het moment om de daad bij het woord te voegen. Als we worden betaald om geld te lenen, moeten we investeren in de toekomst. Wij zijn geen samenleving van renteniers, maar van pioniers.

Het is goed dat dit kabinet dat nu ook ziet. Maar dan zeg ik wel tegen de ministers in Vak K: Het geld moet snel naar concrete projecten. Trek de Noord-Zuid lijn door naar Schiphol. Verbind de Randstad met lightrail. Investeer in vakonderwijs, wetenschap, kennis en innovatie voor de start-ups en scale-ups van morgen. En laat het denken daar niet ophouden. Laat elektrische vliegtuigen als eerste uit Nederland opstijgen. Laat kunstmatige intelligentie nieuwe deuren openen voor kankeronderzoek. En breng de gezondheid van onze planeet in kaart met ruimtesensoren.

Kan de premier toezeggen dat het investeringsfonds concreet zal worden gebruikt voor wetenschap en innovatie? En kan hij beloven dat het kabinet uiterlijk eind dit jaar een concrete investeringsagenda naar de Kamer stuurt, zodat het geld volgend jaar kan gaan rollen?

Ja, er zijn grenzen aan de groei. De stikstofcrisis heeft dat nog eens duidelijk gemaakt. Maar soms is slim sterker dan groot. David versloeg Goliath. Ajax klopte Juventus. Én Real Madrid. Het kan. Als we een begin maken.

Als we die nieuwe economie tot stand brengen, dan moet het kansen bieden voor iedereen. We hebben te lang gedacht dat het met meer welvaart wel goed zou komen. Maar de vruchten van de economische groei komen niet bij iedereen terecht. De ongelijkheid groeit. Ik zie dat om mij heen gebeuren.

Zelf had ik geluk. Als jonge leidinggevende bij ProRail kreeg ik kansen en zekerheid met een vast contract. Tegelijkertijd zag ik hoe mijn zusje, die in de zorg werkte, flexcontract na flexcontract afliep. Voor haar was een hypotheek lang ver weg. Zij hoort tot een groeiende groep jonge mensen—theoretisch- of praktisch opgeleid—die druk ervaart. Prestatiedruk, bindende studieadviezen en onnodige selectiecriteria in het onderwijs. Onzekere banen, torenhoge huren en een heftige combinatie van werk en privé. Hoe geven we die nieuwe generatie weer kansen en zekerheid in de 21ste eeuw? Dat doen we in de eerste plaats door de ramp op de woningmarkt het hoofd te bieden. De zekerheid van een dak boven je hoofd is geen voorrecht. Het is een recht. De maatregelen die het kabinet gisteren heeft aangekondigd zijn een goede stap. Twee miljard investeringen om de woningmarkt aan te jagen. Speculanten en beleggers aanpakken; starters helpen. En natuurlijk vooral: bouwen, bouwen, bouwen.

Als een huis weer bereikbaar is, moeten mensen ook weer zeker zijn dat werken loont. Het dreigement van de minister-president aan de grote bedrijven om hun belastingverlaging te schrappen als de lonen niet stijgen, bleek geen lege huls. Dat is vast voor ons allemaal een beetje wennen. Mijn fractie gaat er vanuit dat zijn waarschuwing ook voor 2021 geldt. Is de premier het met mij eens dat een loonstijging van 2.5% veel te laag is?

Als werken gaat lonen, dan moet de arbeidsmarkt ook weer in balans. Mensen moeten kunnen kiezen of ze mét of zonder baas willen werken. Vrijheid als keuze, en niet als toevlucht. Maar dan moet die vrijheid wel blijven lonen. Het kabinet verkleint nu het fiscale verschil tussen zelfstandigen en werknemers. Mijn fractie wil een garantie van het kabinet dat de opbrengst van die maatregel ook bij zelfstandigen blijft. Kan de premier die geven?

Zonder goed onderwijs geen gelijke kansen. Het onderwijs is een paspoort voor de toekomst. En het lerarentekort dat we nu zien, is een maatschappelijke crisis. Dat heeft in de eerste plaats met geld te maken en de onderhandelingen over de cao tussen scholen en vakbondsbesturen. Ik wil het kabinet oproepen om nog eens heel goed te kijken naar welke rol het kan nemen bij het vlottrekken van deze cao-onderhandelingen. En daarbij is wat mij betreft alle creativiteit nodig. Ik ben heel blij om te horen dat zo’n oproep vandaag eigenlijk door alle partijen wordt gedaan. Naast de onderhandelingen over de cao, moeten we ook kijken hoe de inzet voor de verlaging van de werkdruk uitpakt en hoe we dat verder kunnen continueren.

Ik was met een aantal collega’s afgelopen voorjaar bij de manifestatie op het Malieveld en sprak daar met heel veel leraren die blij waren met de inzet voor werkdrukverlaging. Omdat ze bijvoorbeeld op school voor het eerst in jaren weer een conciërge konden aanstellen, die allerlei nuttige klusjes in het schoolgebouw doet zodat leerkrachten zich kunnen focussen op het voorbereiden en geven van lessen. Wat kan het kabinet nog meer doen om de werkdruk te verlagen en meer mensen te verleiden om misschien hun tijdelijke contracten om te zetten in vaste contracten en hun deeltijdcontacten om te zetten in voltijdcontracten? Want we hebben al die creativiteit nodig om dat lerarentekort op te lossen.

Voorzitter,

Ik groeide op in een modern, vrolijk en veelkleurig Nederland. Een open en tolerant land van mensen met alle soorten achtergronden, paspoorten, dromen en ambities. Een land van iedereen. Maar gaandeweg is die openheid onder druk komen te staan. Transgenders die bij Uber worden geweigerd ervaren uitsluiting. Joden die horen dat de ruiten van hun ontmoetingsplaats zijn ingegooid, herkennen de donkere patronen van de geschiedenis. Geboren en getogen Nederlanders die te horen krijgen dat ze zich moeten invechten, herkennen die patronen evengoed.

Conservatieve politici hebben van het uitbuiten en aanjagen van alle soorten onbehagen hun verdienmodel gemaakt. Al bijna twintig jaar is het bij elk probleem alle ballen op elke moslim. Niet alleen nieuwkomers, maar ook de derde en vierde generatie. Nederlanders die hier wonen die worden gewantrouwd. Wie liefde of loyaliteit voelt voor het land van haar voorouders zou geen volwaardige Nederlander kunnen zijn. Maar dat miskent de essentie van identiteit. Die is altijd meervoudig en gelaagd. Ik ben Brabander, Nederlander, Europeaan, politicus, homo, zoon én Feyenoorder. Allemaal tegelijkertijd.

Het miskent óók de essentie van Nederlanderschap. Dat staat niet vast. Het is een gedeelde zoektocht die continue aan de gang is. Eigenlijk had ik gedacht dat het een andere kant op zou gaan in de conservatieve hoek. Vijf jaar geleden las ik over een jonge, veelbelovende CDA’er die een wat meer liberale opvatting leek te hebben over identiteit. Hij zei in het buitenland getroffen te zijn door de kracht van diversiteit. Maar wat is er gebeurd met die verlichte ziel? Nu diezelfde verlichte ziel wordt getipt als CDA-leider drukt hij zich uit in luie sombermans-anekdotes over onaangepaste migranten. Dat soort woorden hebben gevolgen in de echte wereld.

Ik denk aan een hier geboren vriend die bij een sollicitatie het compliment kreeg dat hij wel “heel goed Nederlands sprak”. Een voorbeeld uit duizenden. Wie in dit land met een Arabische achternaam solliciteert maakt drie keer minder kans op het krijgen van een baan als iemand met een Nederlandse achternaam die zich met een strafblad. Laat dat even op u inwerken. Drie keer zo weinig kans.

We hebben nu dus een duidelijke opdracht. Een beschaafd alternatief bieden. Dat alternatief bestaat in een nieuwe houding. De politiek moet het hele verhaal vertellen. Dat het onacceptabel is als religieuze extremisten kinderen indoctrineren met haat. Dat we hard moeten optreden tegen radicalisering. Maar ook dat alle migrantengroepen een hoger onderwijsniveau halen dan ooit. Dat nieuwe Nederlanders niet alleen naar de huisarts gaan, maar steeds vaker zelf huisarts worden. En bovendien dat Nederlanders, van welke generatie dan ook, hier thuis zijn.

Kan de premier hier daarom morgen verschijnen als premier van alle Nederlanders? Wil hij zijn vertrouwen uitspreken in de mensen die van Nederland hun thuis hebben gemaakt? En wil hij dan namens zijn kabinet vertellen wat het gaat doen om de laatste grote drempels weg te nemen voor Nederlanders met een migratieachtergrond die keer op keer worden geweigerd als ze solliciteren voor een stage of baan?

Voorzitter,

De politiek is er om de grote vragen te stellen en te beantwoorden —vragen van vrijheid, gelijkheid, tolerantie, leven en dood. Maar die vragen gaan ook over vertrouwen in de overheid, toegang tot het recht en de kwaliteit van onze democratie.

Vertrouwen in de overheid begint met de kwaliteit van de dienstverlening. Ik zou eigenlijk een vraag willen stellen aan iedereen in vak K. Wie van u heeft GEEN problemen met een uitvoeringsorganisatie? Dat zijn er inderdaad maar heel weinig, zelfs niemand. En voorzitter, dat is wederom iets waar we gelukkig om kunnen lachen, maar ook heel pijnlijk. Dat dus heel veel Nederlanders, of ze nu een rijbewijs of toeslag aanvragen, niet de dienstverlening krijgen die wij van de overheid verwachten. En dan moeten we heel terecht een spiegel voor onszelf houden, want dat ligt niet aan de hardwerkende mensen achter een servicebalie, maar aan de manier waarop wij die uitvoeringsorganisaties met allerlei wetgeving opzadelen. Gisteren heeft de Koning daar bij de troonrede hele mooie woorden aan gewijd. Ik vraag het kabinet: welke daden voegt het bij de mooie woorden van onze Koning?

Wie ook zitten te wachten op daadkracht van het kabinet, zijn mensen die moeite hebben met de toegang tot het recht, de mensen die hulp nodig hebben en zijn aangewezen op de sociale advocatuur. Daar zijn grote tekorten. De gezondheid van de rechtsstaat staat onder druk, er zijn heel veel sociale advocaten die overwegen te stoppen met hun werk. Wat gaat het kabinet doen om dit zo snel mogelijk op te lossen? De versterking van de rechtsstaat moet hand in hand gaan met de versterking van onze democratie. Ik zie uit naar de wetsvoorstellen van minister Ollongren volgend op het belangrijke werk van de staatscommissie parlementair stelsel. Maar de Kamer hoeft nu niet op z’n handen te zitten. We kunnen hier zelf iets doen.

Want kijk nu even naar de realiteit van dit debat. Honderden, zo niet duizenden hardwerkende ambtenaren hebben maanden gewerkt aan de voorbereiding van de begrotingen. Afgelopen weekend hebben we dat onder embargo ontvangen en hebben de medewerkers en Kamerleden van onze fracties zo’n hele begroting moeten doorspitten. En vandaag al hebben we een debat. Vandaag al moesten oppositiepartijen een tegenbegroting inbrengen. Dat laat zien hoe ongelijk de strijd tussen kabinet en Kamer in de afgelopen jaren is geworden. We zetten onszelf als democratie op achterstand. En bang voor de publieke opinie hebben we ons daar de afgelopen jaren niet over durven uit te spreken. Mijn oproep aan de Kamer is: laten we kritisch kijken naar de manier waarop wij debatten aanvragen en moties indienen, maar laten we ook kijken naar hoe we de financiering van de staten-generaal kunnen versterken zodat wij onze controlerende taak ook goed kunnen uitvoeren.

Voorzitter, tot slot:

Mijn partij ging als de progressieve motor het kabinet in. In het eerste jaar leek het motortje een beetje te pruttelen. Nu houden we vaart en koers. Vanaf nu is het tijd om te bouwen aan het Nederland van over 30 jaar. Als het aan mij ligt, is Nederland dan een soort Berlijn aan de Rijn. Een plek waar creativiteit in de lucht hangt. Waar radicale, nieuwe ideeën worden omarmd. Waar culturen elkaar vinden. Waar de geur van optimisme de straten vult.

In 2050 is Nederland wat het hoort te zijn. Berlijn aan de Rijn. Divers, open, dynamisch, tolerant, energiek en vrij. Een land waar hijskranen de wolken doorboren. Waar de windmolens draaien. Een land met kansen, huizen en nieuwe zekerheden voor iedereen. Of je nu Kajsa, Carola, Khadija of Mark heet.

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

ChristenUnie en D66 willen af van schommelingen gemeentebegroting

ChristenUnie ChristenUnie D66 Nederland 18-09-2019 15:36

Door Webredactie op 18 september 2019 om 17:30

ChristenUnie en D66 willen af van schommelingen gemeentebegroting

De ChristenUnie en D66 willen af van de huidige ‘trap-op-trap-af systematiek’ die bepaalt hoeveel geld gemeenten krijgen. Nu is het gemeentebudget afhankelijk van hoeveel het kabinet in dat jaar uitgeeft. Dat leidt momenteel tot grote tekorten en dus bezuinigingen in veel gemeenten, omdat het kabinet minder uitgeeft dan vooraf gedacht.

De huidige trap-op-trap-af-systematiek zorgt voor grote schommelingen in de bijdrage van de Rijksoverheid aan gemeenten. Geeft het kabinet meer geld uit dan gepland, dan krijgen gemeenten ‘ineens’ meer geld. Maar wordt er landelijk minder uitgegeven, dan moeten ook gemeenten direct bezuinigen, zelfs met terugwerkende kracht. Alsof je in mei te horen krijgt dat je het jaar ervoor toch minder salaris krijgt.

Volgens de beide coalitiepartijen zijn er betere manieren om de hoogte van het gemeentefonds te bepalen. Bijvoorbeeld door te kijken naar begrotingstrends over verschillende jaren. Het gemeentebudget is dan wel gekoppeld aan de Rijksbegroting, maar de grote schommelingen zijn eruit.

ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers: “Het is niet uit te leggen dat gemeenten moeten bezuinigen omdat het Rijk zóveel geld heeft dat het niet eens lukt om alles uit te geven. Dat als het kabinet geen JSF koopt, gemeenten minder kunnen doen voor mensen die zorg nodig hebben, kinderen die jeugdzorg nodig hebben en dak- en thuislozen die een dak boven hun hoofd nodig hebben. Het is belangrijk om meerjarig financiële zekerheid te geven aan gemeenten.”

D66-fractievoorzitter Rob Jetten: “Voor het behoud van bibliotheken en zwembaden hebben gemeenten zekerheid nodig. Wij hebben geluisterd naar de lokale bestuurders die nu de noodklok luiden.”

Samen met Rob Jetten en Gert-Jan ...

CDA CDA Nederland 07-07-2019 09:06

Samen met Rob Jetten en Gert-Jan Segers blikte fractievoorzitter Pieter Heerma terug op het afgelopen parlementaire jaar. Conclusie: het politieke midden kan het nog. #nieuwsuur

Jaarrekening 2018: nieuwe generatie aan het roer

D66 D66 Nederland 30-06-2019 11:46

Jaarrekening 2018: nieuwe generatie aan het roer

2018 was het eerste volle jaar waarin D66 na 12 jaar oppositie weer deelnam aan het kabinet. Het jaar stond vooral in het teken van de gemeenteraadsverkiezingen en de wisseling van de wacht in het Landelijk Bestuur en de Eerste en Tweede Kamerfractie. Met een nieuwe generatie aan het roer is D66 klaar voor de toekomst.

Voor de vereniging betekende de gemeenteraadsverkiezingen campagne voeren en nog eens campagne voeren. Er was veel enthousiasme en betrokkenheid bij alle vrijwilligers die in weer en wind langs de deuren gingen om met inwoners in gesprek te gaan. Helaas moest D66 in de gemeenteraadsverkiezingen een stapje terug doen. Toch sleepten we 590 raadszetels binnen en daarmee scoorden we de op drie na beste uitslag ooit bij gemeenteraadsverkiezingen. Het heeft geleid tot deelname aan 87 colleges van burgemeester en wethouders. In totaal levert D66 109 wethouders.

Het najaarscongres in Den Bosch in oktober 2018 zullen D66-leden niet snel vergeten. Op dit congres stapte Alexander Pechtold  onverwacht het podium af als fractievoorzitter in de Tweede Kamer en partijleider. Alexander heeft zich in die functie 12 jaar lang onvermoeibaar ingezet om D66 weer te laten herleven en smoel te geven. De partij heeft haar voortbestaan én succes in deze jaren te danken aan zijn leiding.

De fractie in de Tweede Kamer koos Rob Jetten als hun fractievoorzitter. Met de verkiezing door de leden van Annelien Bredenoord tot lijsttrekker van de Eerste Kamer, en Anne-Marie Spierings tot partijvoorzitter is de nieuwe generatie aan zet.

Financieel heeft D66 een prima jaar gedraaid. Door een degelijk financieel beleid op basis van meerjarige afspraken en een behoedzaam uitgavenpatroon eindigen we in de positieve cijfers. Ook financieel zijn we klaar voor de toekomst.

Download of bekijk hier de volledige jaarrekening van D66 over 2018

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Speech Rob Jetten over het hoger onderwijs

D66 D66 GroenLinks VVD Partij voor de Dieren PvdA Nederland 29-06-2019 18:00

Speech Rob Jetten over het hoger onderwijs

Lees hier de speech van fractievoorzitter Rob Jetten bij het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) over de toekomst van het hoger onderwijs terug.

Waarde studenten, dames en heren,

Ik ben jullie ongelofelijk dankbaar dat jullie de moeite hebben genomen om op een bloedhete zaterdagavond in juni naar de bestuursoverdracht van het Interstedelijk Studenten Overleg te komen.Jullie zijn er. En dat maakt het verschil.

Ik voel nu natuurlijk sterk de verleiding jullie te vermoeien met de ins en outs van de intrekking van die vervloekte verhoging van de studierente. Waarvoor overigens mijn complimenten en welgemeende dank. Of met de precieze status van het door de PvdA, VVD, GroenLinks en D66 ontworpen sociale leenstelsel.

En, nog aantrekkelijker, de exacte voortgang van het splijtende, slepende conflict bij onze vrienden en concurrenten van GroenLinks over datzelfde sociale leenstelsel. Maar laat ik vanavond minder voorspelbaar zijn dan mijn bijnaam doet vermoeden.

Ik wil het hebben over wat mij drijft. Wat mijn partij drijft. Waarom wij altijd meer geld willen voor beter en toegankelijker onderwijs. Ook nu nog. Ook na één van de grootste investeringen van een kabinet in de moderne geschiedenis. Daarover later meer.

Ik ben geboren een dorp in Brabant. 1987. Het was een weinig vrolijk jaar. PSV werd kampioen. Als geboren Feyenoorder heb ik het daar liever sowieso liever niet over. Historische wetenswaardigheden kunnen worden gereduceerd tot het overlijden van Rudolph Hess, Andy Warhol en Joop den Uyl.

Mijn vader stemde nooit op Den Uyl. Mijn vader was een onderwijsman in katholiek Uden. Ging dit jaar na veertig jaar voor de klas met pensioen. Den Uyl was hem te rood. Deed te weinig voor het onderwijs en de vrijmaking van het individu. Ontsnappen aan de mild conservatieve opvattingen van mijn ouders kon ik in mijn jeugd niet helemaal.

Dat wil niet zeggen dat ik het niet heb geprobeerd. In mijn opstandige tienerjaren heb ik mijn ouders nog wel eens hoofdpijn bezorgd. Politiek was ik nog weinig geëngageerd. Mijn rebellie zat in het ‘normale’ puberale. De terreur van bonkende rapmuziek. Laat thuiskomen en wakker worden met een goedgevulde emmer naast mijn bed. Afgrijselijke kleuren en patronen op foute merktruien. Gelukkig ontsnapte ik nog net aan een bont gekleurde full-sleeve tattoo.

Ik was 19 toen ik lid werd van D66. Het was het jaar dat Alexander Pechtold de partij bij de hand nam. Zijn agenda was duidelijk. Een voortzetting van de ontwikkeling en emancipatie van het individu in de twintigste eeuw. Zijn vertrouwen in mensen werkte aanstekelijk. Daar kon en wilde ik over meepraten. Vanuit huis. Daar zat mijn pa, die wist dat de emancipatie van het individu afhankelijk was van de motor van het onderwijs. En vanuit mijn persoonlijke strubbelingen. Want de angst die ik voelde om lief te hebben bevestigde mijn idee dat nog lang niet alle individuen gelijk worden geaccepteerd.

Ik werd sociaal-liberaal omdat ik ervan overtuigd ben dat eenieder dezelfde kans verdient gelukkig te worden. Dat mensen niet zomaar mens zijn, maar mensen worden. Dankzij de lessen van anderen.

Sinds 1900 is onderwijs in Nederland iets waar de overheid zich nadrukkelijk mee bemoeit. Sinds 1900 worden wij mens gemaakt. Mede dankzij de staat. Onze vermogens en onze kennis—en daarmee onze zelfbeschikking—zijn met iedere investering in het onderwijs verder los komen te staan van de plek waar onze wieg heeft gestaan.

Het waren de liberalen die de leerplicht introduceerden. Het is dan ook aan liberalen, en dan bedoel ik échte liberalen, het onderwijs te koesteren. Vrije en ontwikkelde individuen, zei John Stuart Mill, zijn als bomen met hun eigen unieke patroon van vertakkingen. Samen geven ze zuurstof aan onze democratie. Een samenleving kan niet bestaan uit wetenschappers, ondernemers, verpleegkundigen, leraren of musici alléén. Het is de samenstelling van al die dromen, passies en ambities die de samenleving samen doet leven.

In mijn tijd als bestuurskundestudent in Nijmegen was ik niet per se een boekenwurm. Maar het voelt als een warm bad om te begrijpen in welke traditie je overtuigingen staan. Daarom heb ik me de afgelopen tijd steeds meer verdiept in de traditie van vooruitstrevende liberalen.

In Arnold Kerdijk, die in de negentiende eeuw streed voor ‘algemeen verspreid volksonderwijs’. In Samuel Sarphati, die handelsscholen oprichtte om gelijke kansen te bieden in de nieuwe industriële tijd. In Jan Kappeyne van de Copello, die al in 1874 vurig pleitte voor openbaar onderwijs voor iedereen. En natuurlijk in Samuel van Houten. Beroemd van het kinderwetje. Hij wilde de leerplicht instellen. Dat lukte uiteindelijk met een flinke dosis geluk.

De toen verantwoordelijke sociaal-liberale minister Goeman van Borgesius zag het somber in. Er waren teveel conservatieve tegenstemmers. Maar de leerplicht haalde het omdat één van hen nét voor de stemmingen van zijn paard viel. ‘Het paard was wijzer dan zijn berijder’, hoorde je daarna veel en vaak.

Een bijzondere historische parallel met de donorwet van mijn collega Pia Dijkstra. Die wet haalde het omdat een tegenstemmer van de Partij voor de Dieren op de dag van de stemmingen zijn trein miste. ‘De trein was wijzer dan haar reiziger’, hoor ik Pia nu nog wel eens fluisteren.

De liberalen van D66 vertaalden het radicalisme van de jaren ’60 naar ondubbelzinnige ambities voor een democratische en eerlijker samenleving. Het ontbreken van geld mag niemand hinderen om het onderwijs te ontvangen dat hij nodig heeft. Dat is voor mijn partij altijd al de weg naar totale persoonsontplooiing, naar vrijheid, gelijkheid en democratische betrokkenheid.

Flash forward veertig jaar. 2007. Pechtold spreekt vlak na zijn aantreden over „een nieuwe tweedeling” tussen insiders en outsiders.

Een nauwelijks doordringbare muur tussen mensen met de zekerheid van diploma’s, en een koophuis aan de ene kant. En mensen die permanent watertrappelen in een zwembad van ontoereikende kwalificaties, hoge huren en flexcontracten aan de andere.

Zijn analyse is relevanter dan ooit. Het gaat beter met Nederland dan op enig ander moment in de geschiedenis van ons land. Maar we moeten ook constateren dat de hervormingen van de afgelopen tien jaar de muur tussen insiders en outsiders niet hebben geslecht.

Sterker nog: globalisering, digitalisering, liberalisering en flexibilisering hebben de muren tussen mensen versterkt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau spreekt nu zelfs van ‘gescheiden werelden’. Het grootste probleem? De muur tussen mensen met en zonder zekerheid ontstaat langs de lijnen van opleiding.

Wie ouders heeft met een laag opleidingsniveau of een migratieachtergrond loopt een groter risico nooit een hoger onderwijsniveau te halen. Dat is een onacceptabel onrecht voor ieder mens, en tegelijkertijd een gevaar voor de liberale democratie. Want waarom de democratie behouden als deze niet levert wat het belooft?

Als we willen dat de grote en onvermijdelijke veranderingen van deze tijd door allen als kans kunnen worden omarmd dan moeten we streven naar het best en hoogst mogelijke onderwijs voor iedereen. Hetzij praktisch, hetzij theoretisch.

Een radicale hervorming van het funderend onderwijs alleen is niet genoeg. De poorten van de universiteiten en de HBO’s moeten open. Als iets stress veroorzaakt bij studenten is het onnodige selectie. Dat is vragen om bureautjes waar scholieren zich voor een paar duizend euro kunt laten trainen om de selectie door te komen. Laten we daarmee kappen en mensen gewoon weer een eerlijke kans geven.

Iedere vorm van onnodige selectie voor bachelor of master opleidingen moet verdwijnen. En dat moet hand in hand gaan met een fikse loonsverhoging en werkdrukverlaging voor docenten.

Laten we dan ook het hoger onderwijs financieel dragelijker maken. Vooral voor studenten die dat meest nodig hebben. Een studie mag geen hordeloop zijn. Het is een unieke periode. Een tijd die je nooit meer terugkrijgt in je leven.

Dat moet een ontspannen tijd zijn. Want spanning komt er al genoeg op de arbeidsmarkt. Als je dat niet gelooft daag ik je uit bij de borrel mijn grijze slapen een goed te bestuderen. Ik vraag me af of het nu wel ontspannen genoeg is.

Met name in het eerste jaar is er nog niet genoeg ruimte om te experimenteren en een verkeerde keus te maken. Het bindend studie advies is een regelrechte aanfluiting. Maar ik vraag me ook af of er financieel niet te veel spanning staat op studenten. Was het halveren van het eerstejaars collegegeld wel genoeg? Snijden we geen mogelijkheden af als we studenten vragen de volle mep te betalen voor een tweede master? Is het niet tijd om daar een einde aan te maken? Het is in ieder geval rechtvaardig dat voor mensen die het nodig hebben de aanvullende beurs is verhoogd.

Het is eerlijk dat studenten een lening kunnen afsluiten bij de overheid die alleen terugbetaald dient te worden als een studie wordt gevolgd door een toereikend betalende baan.

Het is goed verdedigbaar dat iemand die zijn hele leven achter de kassa werkt niet meebetaalt aan de studie van iemand die dat ooit heeft gedaan als bijbaantje. Zo werkt het sociale leenstelsel nu. En dat is een goed idee. Maar laat ik hier vanavond helder zijn.

Als uit de evaluatie van Minister Van Engelshoven blijkt dat studenten afhaken vanwege het huidige stelsel, als mensen bang worden om te studeren, dan moeten we ingrijpen. Dat kan uitmonden in een hogere aanvullende beurs. Een verdere versoepeling van de leenvoorwaarden. Ieder systeem is aanvechtbaar. Zeker voor mij. Zeker voor mijn partij.

Als we het anders gaan doen, als het tot een ingreep komt, zitten jullie als eerste aan tafel om mede te bepalen hoe we dat doen. Die positie hebben jullie verdiend door jullie inzet en samenwerking. Het vrijgespeelde geld van het sociale leenstelsel wordt met jullie instemming en sturing opgebracht ter verbetering van het onderwijs voor allen. Althans, dat is de afspraak. En ik weet dat jullie je er aan willen houden. Niet in de laatste plaats omdat er geld nodig is om de almaar stijgende uitval te bestrijden. Meer geld betekent meer persoonlijke aandacht en ruimte en respect voor docenten.

Maar it takes two to tango. Jullie kunnen het geld niet alleen uitgeven. Jullie zijn afhankelijk van jullie danspartner: de bestuurders. Laat daar nu net een deel van het probleem zitten.

Dagobert Duck bestaat. In meervoud. Dat weet ik, want ik zie een paar van hen hier vanavond. De trotse bezitters van honderden miljoenen eigen vermogen, opgebracht door belastingbetalers, dat niet ten goede komt van studenten en docenten. Ik vraag u: haal het geld van de plank! Stop het in het onderwijs. En ik vraag de studenten in de zaal: doe met ons mee! Richt jullie hooivorken en fakkels niet alleen op Den Haag. Richt ze óók op Duckstad!

De samenwerking tussen D66 en het ISO is cruciaal voor het onderwijs. Maar ik besef ook dat jullie scheurtjes zien in onze relatie. Dat ik werk te doen heb om jullie te overtuigen dat wij nog steeds aan jullie zijde staan. Daarom ben ik hier. Ik wil hier en nu breken met het opgetogen vieren van die enorme investering die dit kabinet doet in het onderwijs.

Ja, het is een groot bedrag. Ja, het is binnengehaald tegen de stroom in van een conservatieve meerderheid. Ja, het is binnengehaald ten koste van andere kroonjuwelen van onze partij. Ja, mijn handtekening staat eronder.

En toch…. Als het bestuurders, studenten, leraren, leerlingen en docenten zeggen — “het is niet genoeg” – dan hoor ik jullie. Te vaak heeft mijn partij gewezen naar historische investering van dit kabinet als antwoord op alle kritiek. Dat is een menselijke reactie. Ik heb me er zelf ook vaak genoeg schuldig aan gemaakt. Maar de reflex is voorbij.

Jullie hebben mijn woord dat ik zie dat er meer nodig is. Dat ik er alles aan doe om meer mogelijk te maken. Dat de volgende landelijke verkiezingen voor D66 net als de vorige over meer en beter onderwijs gaan als motor van vooruitgang en gelijke kansen. Als wij de kans krijgen zullen we na de verkiezingen wéér een recordinvestering te doen.

Andere partijen hebben de kans eerder gehad. Ze hebben niets voor jullie gedaan. Ze wilden hun stokpaardjes, hun kroonjuwelen en andere ambities niet opgeven voor het onderwijs.

Wij wel. En nu hebben wij jullie nodig. Jullie steun én kritiek. Bij iedere stap op de weg. Bij iedere kans om nu al meer te doen dan nu is afgesproken. Om meer geduld op te brengen voor studenten. Meer kansen. Meer zekerheid.

Waarom die strijd met niet aflatend enthousiasme blijven voeren? Simpel. Ons land is gebouwd op onderwijs. Of preciezer: gebouwd op geduld in het onderwijs. Een gebrek aan geld mag nooit maar dan ook nooit reden zijn om verder onderwijs te staken. Een gebrek aan kennis thuis mag niemand hinderen om de beste versie van zichzelf te worden. En aan geduld is voor de student een deugd, maar voor het onderwijs een doodzonde.

Dit is het land van doorzettingsvermogen. Van als het de eerste niet keer lukt het nog een keer proberen. Van stapelaars aan de top. Het land van Ahmed Aboutaleb, die met een paar uit het hoofd gestampte zinnetjes uit de Koran naar Nederland kwam en eindigde met een universitaire diploma. Dit is het land arbeiderszoon Wouter Koolmees, die dankzij het geduld van zijn docenten kon opklimmen van de mavo naar de top van ministerie van financiën en nu de meest succesvolle minister van sociale zaken in de moderne geschiedenis dreigt te worden. Dit is het land van Ahmed Marcouch, die zijn Marokkaanse vader kwam vergezellen in een Amsterdamse schoenendoos. Met eindeloze tussenstops en zijwegen uiteindelijk opklom naar het HBO. En nu met trots de ambtsketen draagt van Arnhem. Zij hebben het meegemaakt.

Zij weten dat in het land van Erasmus, Aletta Jacobs en Spinoza onderwijs niet bestaat als opstapje naar de arbeidsmarkt maar als de sleutel tot vooruitgang, vrijheid en burgerschap. Zij weten dat in het land van de deltawerken, de afsluitdijk en het Klimaatakkoord praktisch onderwijs van hetzelfde levensbelang is voor onze collectieve vooruitgang als de vrije en fundamentele wetenschap.

Jullie, de belangenbehartigers van studenten, hebben de succesverhalen van Aboutaleb, Marcouch en Koolmees helpen schrijven. En daarbij hebben jullie mijn partij altijd aan jullie zijde gevonden. In het begin van deze eeuw zei toenmalig partijleider van D66 Thom de Graaff, die van mijn partij voor eens en voor altijd de onderwijspartij heeft gemaakt:

‘We hebben een opdracht om ons te verzetten tegen het cynisme, tegen het pure democratische consumentisme, waarin onvrede uiten belangrijker is dan zelf mee te denken en mee te beslissen.’

Jullie staan in de voorhoede van het leven en nemen de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Jullie schreeuwen niet zomaar wat. Jullie gooien geen bakstenen naar een glazen huis. Jullie doen de voordeur open en blijven bouwen. Jullie zijn het levende ongelijk van de beroepsbeoefenaars van de zijlijndemocratie. Dat is hoe ik mij het bestuur Van den Brink zal herinneren. Dat is de traditie waarin ik het bestuur Gillesse van harte uitnodig de deur bij mij plat te lopen.

Mijn naam is Rob Jetten. Ik ben jullie ongelofelijk dankbaar dat jullie hier zijn. Dat is geweldig. Dat doet ertoe.

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Nederland haalt Parijs: van drammen naar daden

D66 D66 Nederland 28-06-2019 14:06

Nederland haalt Parijs: van drammen naar daden

Met het klimaatakkoord haalt Nederland de klimaatdoelen. Daarmee wordt Nederland van achterblijver nu koploper. Wie vervuilt gaat betalen en de energiebelasting voor huishoudens gaat met 100 euro omlaag.

Rekeningrijden is eerlijker en daardoor kunnen mensen weer doorrijden. Fietsen, scooters, vrachtwagens en bussen worden elektrisch zodat de lucht schoner wordt. Koop- en huurwoningen kunnen betaalbaar en makkelijk worden geïsoleerd en we zorgen dat huizen worden verwarmd met schone energie. We leggen zonnepanelen op de daken en helpen boeren om minder dieren te houden. Schoon wordt de nieuwe standaard. Haalbaar en betaalbaar voor iedereen stoten we in 2030 48,7 megaton minder CO2 uit.

D66-leider Rob Jetten: “Na het pensioenakkoord hebben we nu ook het klimaatakkoord. Het is hard werken geweest en het was zeker niet makkelijk. Met dit klimaatakkoord halen we de klimaatdoelen. En tegelijkertijd is dit nog maar het begin. Want verandering krijg je niet door alleen iets op papier te zetten. Verandering krijg je door in actie te komen. En door samen te werken krijgen we het voor elkaar. We gaan van drammen, naar daden.”

Bedrijven krijgen een stevige CO2-heffing opgelegd als ze teveel uitstoten. Zo’n nationale CO2-heffing is uniek in de wereld. Dat doen we verstandig, dus we jagen bedrijven niet naar het buitenland om daar CO2 uit te stoten. En we verdelen de rekening eerlijker: grote bedrijven betalen meer en de energiebelasting voor huishoudens gaat met 100 euro omlaag.

Elektrisch rijden de nieuwe standaard

Er komt 75 miljoen euro extra voor fietsenstallingen, zodat mensen die naar hun werk gaan makkelijker hun fiets kunnen parkeren. En het taboe van betalen naar gebruik voor je auto is doorbroken. In 2026 wordt rekeningrijden ingevoerd. Dat is eerlijker, want als je meer gebruik maakt van de weg betaal je meer en als je weinig rijdt betaal je minder. Het zorgt er ook voor dat mensen meer door kunnen rijden. We zetten fors in op auto’s, bussen en vrachtwagens die rijden op waterstof. In 2025 zijn alle nieuwe bussen elektrisch. En vanaf 2030 stoot zelfs geen enkele bus meer uitlaatgassen uit. Vanaf 2025 worden alleen nog elektrische scooters verkocht. Dat betekent minder fijnstof en uitlaatgassen in de straten en minder geluid van ronkende bussen en brommers. In 2030 is de standaard om een elektrische auto te kopen, in plaats van een vervuilende auto. Alleen kleinere auto’s en middenklassers worden aantrekkelijker gemaakt om te kopen.

Jouw woning betaalbaar verduurzamen

Het wordt makkelijk en betaalbaar om huur- en koophuizen te verwarmen met schone energie. Naast het geld voor de verbouwingen zelf, investeren we 93 miljoen euro in het adviseren en helpen van huizenbezitters bij het verlagen van de energierekening. En wanneer je bijvoorbeeld dubbelglas neemt, zonnepanelen op het dak legt en de vloer isoleert, betaal je dat terug met het geld dat wordt bespaard op de energierekening. Ondertussen heb je al een comfortabeler, warmer huis. Omdat we huizen gaan verwarmen met schone energie van bijvoorbeeld warmtenetten, stappen we van het  Gronings gas af.

Veel meer schone en betaalbare energie

Dankzij meer windparken op de Noordzee en doordat we de kolencentrales sluiten, is in 2030 70% van onze opgewekte stroom groen. We leggen daken van bedrijven en scholen vol met zonnepanelen.

Minder bio-industrie, meer natuur

De overheid investeert fors in kringlooplandbouw. Dit betekent dat we voedsel produceren waarbij we weinig weggooien, veel hergebruiken en duurzaam met de aarde omgaan. In de bio-industrie gaan we 1,5 miljoen minder veedieren houden, zodat de CO2-uitstoot vermindert. Daar helpen we boeren bij. Daarnaast investeren we 355 miljoen euro in meer natuur.

We leven in een rechtsstaat. Het is ondenkbaar dat de overheid het vonnis van een rechter naast zich neerlegt. Het is daarom niet meer dan normaal dat het kabinet zich vandaag committeert aan de uitvoering van het Urgenda-vonnis. We hebben het commitment en de halve uitvoering. Nu de rest nog.

Meer weten? Ga naar onze themapagina!

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Speech Rob Jetten op het zomercongres van de Jonge Democraten

D66 D66 GroenLinks VVD CDA Partij voor de Vrijheid Nederland 17-06-2019 16:01

Speech Rob Jetten op het zomercongres van de Jonge Democraten

Dit weekend speechte fractievoorzitter Rob Jetten op het zomercongres van de Jonge Democraten. Lees hier zijn toespraak over hoe radicale politiek verenigd kan worden met pragmatisme.

Het was een ijskoude zondagochtend in langzaam wegebbende jaar 2018. Ik stapte de auto uit en werd door Amsterdam getrakteerd op een Hollands doorkijkje. Alsof ik in het Rijksmuseum naar een schilderij van Pieter de Hoogh stond te kijken. Een donker steegje, te benauwd voor twee mensen tegelijk. Achter de betonnen poort danste het licht op bescheiden golfjes in de westelijke haven van de hoofdstad. Geduldig wiegende zeilboten moesten met deze temperatuur nog wat langer geduld hebben. Ik dacht aan Jacques Brel—‘dans le port d’Amsterdam’—probeerde de rest van de woorden voor de geest te halen, en neuriede het melodietje voor me uit. Alles om nog even niet te denken aan de snel naderende ontgroening door Jort Kelder in de nieuwe studio van het legendarische actualiteitsprogramma Buitenhof.

Toen ik werd overvallen door de lichtbak van de draaiende camera’s lachte Kelder mij opvallend mild toe. Zo mild, dat ik de ontstane ruimte kon benutten om te vertellen waarom ik nu precies doe wat ik doe. Wie ik ben. En vooral: welke radicale politiek mijn partij voorstaat.  „Ik zie er misschien wat netter uit,” zei ik, “maar ik voel wel dat radicalisme in me.”

Na het weekend kreeg ik twee giechelende medewerkers op bezoek met een cadeau. Een delfts blauw tegeltje met de tekst: ‘zoek de radicaal in jezelf’. Dat tegeltje staat sindsdien op de schouw in mijn werkkamer. Als ik er naar kijk denk ik aan de bron van dat radicale. Dan weet ik weer even waarom ik zei wat ik toen zei. Meer dan eens heb ik het gevoel éérst een Jonge Democraat en dan pas D66’er te zijn.

Nu ik het genoegen krijg terug te zijn op het oude nest, wil ik het met jullie hebben over wat ik zoek in mezelf en in mijn partij. Radicalisme.

Ik heb het dan niet over het radicalisme dat door de AIVD wordt gedefinieerd als “een gevaar voor de democratische rechtsorde”. Ook heb ik het niet over radicalisering onder jongeren, ook al zou het misschien nuttig zijn in dit gezelschap die materie nog eens door te nemen. Dan hadden we wellicht eerder signalen kunnen oppikken over een zekere scheidend JD-voorzitter .

Ik heb het over de radicaal-liberale politieke traditie geboren in de late negentiende eeuw. Een traditie geënt op de vernieuwing van het democratisch parlementair stelsel en het uitbouwen en beschermen van de rechten en vrijheden van het individu in verbondenheid met de gemeenschap.

In Nederland werd deze progressieve herijking voor het klassiek liberalisme belichaamd door de Radicale Bond. D66 kan haar inspiratie via de later opgerichte Vrijzinnig Democratische Bond herleiden naar precies die radicale voedingsbodem. Niet gek dus dat de huidige onderkoning van Nederland, Thom de Graaf, D66 wilde positioneren in wat hij noemde ‘het radicale midden’.

Dezelfde radicale geschiedenis behoort uw roemrijke organisatie toe. Al in 1916 werd in Utrecht besloten tot de oprichting van een organisatie voor vrijzinnige politieke jeugd. De enige serieuze twist was over de naamgeving. ‘Jonge Radicalen’ was lang favoriet, maar de oprichtingsvergadering besloot uiteindelijk tot ‘Jonge Democraten’. Het duurde nog 68 jaar voordat de échte Jonge Democraten opstonden in Café Eik en Linden hier in Amsterdam. Dat was drie jaar voor mijn geboorte.

De oprichting van een politieke jongerenorganisatie kon niet direct op enthousiasme rekenen bij de toch al jonge moederbeweging van Hans van Mierlo. Ten eerste was het formaliseren van partijstructuren fundamenteel in strijd met zijn idee van een Beweging die zichzelf zou opheffen. Ten tweede vond hij het net als iedere partijvoorman verdomd lastig zo’n horzel bij zich in de tent te hebben.

Hij zei, in een vraaggesprek bij het tweede lustrum van de JD: ‘op een onverwacht moment, toen wij even niet keken, zijn jullie tegen onze zin ontstaan’. Het wantrouwen tussen partijleider en jongerentak werd al snel wederzijds. Mijn illustere voorganger Alexander Pechtold kan erover meepraten.

Sinds haar oprichting heeft de JD zich als radicale horzel bewezen. En hoewel zélfs ik na amper een jaar fractievoorzitterschap sympathie kan opbrengen voor Van Mierlo’s standpunt, weet ik als geen ander: dat gehorzel is maar goed ook. Het is zelfs een essentiële voorwaarde voor het succes en het voortbestaan van D66.

Zonder de politieke durf en het inlevingsvermogen van de JD was Paars er niet als vanzelfsprekend gekomen. Zonder Paars zaten we nu nog steeds onder de verstikkende, betuttelende plak van het CDA. Zonder Paars geen waardig levenseinde. En zonder Paars had ik niet in ieder geval de keuze gehad met mijn vriend te trouwen. Ik heb overigens geen plannen om dat ook daadwerkelijk te doen… Geheim tussen ons. Vertel maar niet aan hem.

Zonder de denkkracht van de JD had D66 nooit jongere generaties kunnen redden van de financiële last van de vergrijzing met de verhoging van de AOW-leeftijd en de afschaffing van de vervroegde uittreding. Zonder de inspiratie van de JD had D66 nooit jonge mensen een kans kunnen geven op de huizenmarkt met de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek.

Toegegeven, de JD-motie voor afschaffing van ALLE luchtvaart in Europa was nog wat vergezocht in 1994, maar zonder de druk en steun van jonge mensen was D66 misschien nooit de enige serieuze klimaatpartij van Nederland geworden.

Zonder de schwung van de JD waren wij wellicht niet de enige echte onbeschroomd anti-populistische partij geworden. Het was JD-voorzitter Jan Paternotte die in de campagne voor de Europese grondwet twee weken lang met een caravan achter Geert Wilders. Hij kreeg daarmee net zoveel aandacht voor het pro-Europese verhaal in het NOS-journaal. Tot blinde woede van Wilders, die zich liet verleiden de telefoon te pakken, Hilversum te bellen, en verongelijkt door de hoorn te schreeuwen: ‘Zeg, zijn jullie allemaal lid van D66 daar?!’

Pechtold volgde snel met het moedige, radicaal-vrijzinnige antwoord op Wilders. Pas vijftien jaar later realiseerde VVD-leider Rutte zich dat meelachen met de nationaal-demagogen niet helpt. Maar toen hij direct na het trekken van die conclusie zendtijd opeiste van de publieke omroep voor een debat dat de keuze in het stemhokje vernauwde tot rechts en extreem-rechts, heb ik zelf de neiging moeten onderdrukken om Hilversum te bellen en verongelijkt door de hoorn te blaffen: ‘Zeg, zijn jullie nu allemaal lid van de VVD geworden daar?!’

Het was dezelfde Jan Paternotte die in zijn tijd constateerde dat bij de vakbonden eigenlijk iedereen oud was. In de Sociaal Economische Raad zat niemand van onder de 50. Zo konden jonge mensen natuurlijk niet vertegenwoordigd worden. En dus vond hij steeds nieuwe manieren om de discussie los te wrikken. De bezetting van het FNV gebouw in Sloterdijk liep nog wat stroef. Maar daarna kwam de machine op gang. Lodewijk de Waal werd uitgeroepen tot de irritantste man van Nederland. Jan poseerde voor de krant met een babyboomer op zijn rug. De last van het verleden goed in beeld gebracht.

En snel daarna ging de JD, in samenwerking met het CDJA, naar de SER om te eisen dat de toekomst aan tafel kwam zitten. Onder toeziend oog van de politie en de vaderlandse pers werd de oude stoel van Abraham Kuyper door JD’ers en CDJA’ers het gebouw in gedragen als jongerenzetel. De discussie barstte toen eindelijk los. Experts gaven de JD gelijk. En de CNV besloot in haar SER-delegatie dan eindelijk een jongerenvertegenwoordiger mee te nemen. En, dames en heren, wie was dat? Jawel, de oud-snuffelstagiair van Alexander Pechtold, Jesse Klaver. Zonder de JD dus geen kloeke carrièrestart voor Jesse Klaver.

En dan nog even dit: de politieke actualiteit maakt dat ik hier vandaag ben in grote dankbaarheid. Want zonder het wikken, wegen, uitdenken, doorzetten en doordrukken van de Jonge Democraten had onze minister Koolmees nooit zijn meest indrukwekkende prestatie van zijn carrière kunnen leveren. Een opluchting, een doorbraak en een overwinning voor jonge mensen in het hele land: de grootste pensioenhervorming ooit!

Verantwoordelijkheid van traditie

De traditie waarin die hervorming tot stand kon komen, de JD-traditie van voorlopen en van vurig en radicaal agenderen is het waard te laten leven.

Toen ik bij de JD rondliep—dat was zo ongeveer in het prehistorisch tijdperk—deden we ook voorstellen die nu steeds vaker terugkeren in politieke debat.

De legalisering van soft en harddrugs. De veilige en vrije omgang met prostitutie. Thema’s waar politici in Den Haag zich liever niet aan branden.

Nu loop ik daar zelf rond. En ik zie dezelfde bekrompenheid om me heen. Maar niet bij onze eigen partij. Want welke koers D66 ook vaart, of we nu wel of niet in een kabinet zitten, wij staan altijd open voor discussies met de JD.

Niet omdat het zo leuk is. Als ik alleen maar leuke dingen zou willen doen zou ik de hele dag poppetjes tekenen op de posters van Forum voor Democratie. Nee we doen het omdat onze partij anders allang haar bestaansrecht was verloren. Als we niet al die taboes hadden doorbroken en al die hervormingen hadden doorgevoerd die hun oorsprong vonden op JD-congressen als deze waren we weg geweest. Electoraal weggevaagd. Irrelevant en onherkenbaar.

Tegenwoordig is de reactionaire kant van het politieke spectrum behoorlijk bedrijvig in het slechten van taboes.  Daar wordt het IQ van mensen langs een ethnische meetlat gelegd. Daar wordt het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw een paar tandjes teruggeschroefd.

Als er dus ooit een reden is geweest vrijzinnige taboes af te stoffen is het de populariteit van radicaliserend rechts. Daarom ben ik hier vandaag. Om samen met jullie de strijdbijl op te pakken. Om jullie te zeggen dat ik altijd zal kiezen voor de jonge radicalen in deze zaal die taboes willen doorbreken.

Maar daarbij moet me nog wel iets van het hart. Als JD-voorzitter heb ik het zelf ook allemaal niet perfect gedaan. Als ik terug kon gaan in de tijd had ik heel veel anders gedaan. Ik had beter mijn best gedaan om ervoor te zorgen dat deze zaal een echte afspiegeling zou zijn van de samenleving. Minder speeltuin voor hoogopgeleiden, meer kweekvijver voor alle soorten vrijzinnige radicalen van goede wil.

We horen straks wie de nieuwe voorzitter wordt. Ik zou hem of haar willen vragen goed te maken wat ik niet adequaat heb gedaan. De NRC omschreef onze club in de jaren negentig als ‘een gemêleerd gezelschap, van leren jacks tot parelkettinkjes, jasjes-dasjes en vlotte sweaters.’ Als de krant weer een profiel maakt in de jaren twintig van deze eeuw, dan hoop ik op een gemêleerd gezelschap, van hoofddoekjes tot hotpants, jasjes-dasjes en boerenoveralls.

En dan nog iets. Ik snap dat de realiteit van de politiek soms lastig is. De compromissen. Het meel in de mond. De langzame voortgang. Wat dat betreft is het een bevrijding hier zonder beperking te kunnen filosoferen. Maar politiek is geen spel of vertier, zelfs niet in deze vrijblijvende omstandigheden. Wat je hier agendeert zegt iets over de essentie van de vereniging. De standpunten die je hier verkondigt zijn niet vrijblijvend. Ook niet als die gaan over kinderporno of kindereuthanasie.

Het is misschien hier ook verleidelijk om politicusje te spelen. Maar het heeft geen zin. Het draagt niets bij. Jullie hebben de kans Van Mierlo ongelijk te geven. Pak je rol. Werk geduldig aan voorstellen die geesten uit flessen rukken, revoluties ontketenen voordat die uitbreken, de macht verbeelden en een spiegel voorhouden.

Ik zie de rol van de Jonge Democraten als radicale aanjager, als maker van de toekomst. De volgende verkiezingen zijn alweer bijna over twee jaar. En dus vraag ik jullie: ga met andere organisaties in gesprek. Geef opvolging aan het duurzaamheidsmanifest dat jullie samen met negen andere politieke jongerenorganisaties sloten. Denk na over de volgende formatie. Wat moet er in het coalitieakkoord staan? Hoe ziet een akkoord eruit #voordetoekomst? Mensen moeten het kunnen inbeelden voordat ze ermee instemmen. Dat vergt de inspanning van jonge radicalen, creatieve denkers, grootaandeelhouders in de toekomst.

En vergeet daarbij dan ook niet te praten met radicaal-andersdenkenden. Jonge JFVD’ers. Jullie leeftijdsgenoten kunnen makkelijk nog worden gered uit de klauwen van de boreale uil.

De verantwoordelijkheid van traditie II

Voor D66 zijn de afgelopen twee jaar vaak een oefening in geduld geweest. Een constante onderhandeling met andersdenkenden om onze radicale voorstellen dichterbij te brengen. Wij leven met religieuze toewijding bij het refrein van het lustrumlied van de JD uit 1994: ‘pragmatisch en heel radicaal’. Voor ons gaat radicalisme hand in hand met gematigd handelen.

Ik weet dat dat vaak tot onbegrip heeft geleid, zeker ook in dit gezelschap. We hadden veel dingen liever anders gezien, ik ben de eerste om dat toe te geven. Het intrekken van het raadgevend referendum zonder duidelijk alternatief. De dividendbelasting. Maar denk je eens in. Een pro-Europees klimaatkabinet dat haar grootste investering doet in het onderwijs. Is dat niet precies wat we willen, democraten jong en oud? Is dat niet een ongelofelijke prestatie in een land met een meerderheid aan rechtse en extreemrechtse zetels?

Ik knok er iedere dag met mijn collega’s keihard voor, want voor niets gaat de zon op. Als het lukt in de komende weken na het succes van een Pensioenakkoord ook een Klimaatakkoord te sluiten dan hebben wij onze anderhalf miljoen kiezers kunnen geven waar ze om vroegen en wat zij verdienen: verandering en vooruitgang.

Bovenal is onze kabinetsdeelname het waard omdat deze ongewone samenwerking de laatste hoop is voor het samenwerkende midden. Omdat regeren, ook in deze samenstelling, ons radicalisme met ons pragmatisme verknoopt.

Partijen en mensen die tot elkaar komen en niet blijven steken in het dienen van één enkel belang. Consensuspolitiek. Dat is stroperig, soms zelfs vuil en vunzig, maar een stuk succesvoller recept voor stabiel en progressief bestuur dan het winner-takes-all geharrewar in de Angelsaksische wereld.

De beslissing om na onze historische zetelwinst in 2017 wel aan tafel te gaan zitten wordt ook ingegeven door de harde realiteit van de Tweede Kamer. Nederland heeft een conservatieve meerderheid. Dankzij de dysfunctionele zetels van de nationaal-populisten konden wij progressief beleid maken met partijen die daar eigenlijk helemaal geen zin in hebben. Daar hadden we graag hulp bij gehad van andere partijen, maar die waren te bang om moeilijke concessies te doen.

Wie komt bij de volgende ronde wel serieus aan tafel zitten? Ik maak me zorgen. Forum heeft op rechts wel al gezegd te willen regeren. De VVD en het CDA willen best hun ziel verkopen. Luister naar Hugo de Jonge als hij zegt dat samenwerking met de PVV best mogelijk is. En neem hem daarin serieus. Luister naar Klaas Dijkhoff die samenwerking met Forum niet uitsluit. En neem hem daarin serieus. Een herhaling van het on-Nederlandse rampkabinet Rutte-I is een serieus gevaar.

Wat gaan wij progressieven daartegenover stellen? Loopt GroenLinks na twee keer nog een derde keer weg? D66 zal het progressieve motorblok bij elkaar proberen te houden. Dat is de verantwoordelijkheid van onze radicaal-pragmatische traditie. Dat is wie wij zijn.

We doen dit op voorwaarde dat de progressieve democratische politiek niet steunt op blinde loyaliteit of identiteit. Dan zijn we geen haar beter dan de PVV. Wij bedrijven ideeënpolitiek. Niet vanuit de tijdloze starheid van ideologie, maar steunend op een analyse van de wereld zoals die is in het hier en nu.

Het gaat uitstekend met Nederland, maar de afgelopen decennia zijn ook nieuwe muren ontstaan in onze samenleving.

Muren tussen mensen met en mensen zonder zekerheid.

Tussen mensen met wortels in Nederland en mensen met wortels elders.

En tussen mensen met macht en mensen zonder macht.

Als ik vandaag iets van jullie wil vragen is het dit: help ons de sloophamer op te pakken! Wat vinden jullie? Wat moeten we doen? Welke oplossingen zijn rechtvaardig voor jonge mensen? Ik sluit niet uit dat we het af en toe oneens zullen zijn. En ik waarschuw maar alvast dat het JD-kroonjuweel van de opheffing van het verbod op openbaar dronkenschap, kan moeilijk het antwoord op alles zijn.

De taak voor radicalen, jong en oud, is om de rustige vijver van de politiek in beweging brengen. Roeren in stilstaand water.

Ik kan niet voor jullie bepalen wat radicaal is. Radicalisme wordt op verschillende golflengten uitgezonden. Is het de verhoging van de vermogensbelasting? De afschaffing van privé-onderwijs? Het verlagen van de stemgerechtigde leeftijd naar zestien?

Ik weet wel: dat jullie hier zijn is een radicale daad op zich. Leg maar eens uit in de bus waarin jullie hiernaartoe gekomen zijn dat meer dan tweehonderd jonge mensen hier in een oververhitte kerk in Amsterdam een weekend lang debatteren over de vrijzinnige politiek.

En als JD’er én D66’er weet ik zeker: jullie slaan de golven waar D66 op surft. Of die vrijzinnige golf ooit tegen de deur van het Torentje aan zal slaan is voor een belangrijk deel afhankelijk van jullie enthousiasme en van onze samenwerking.

Het kan als wij het willen. Zoek de radicaal in jezelf!

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Tweet dit artikel Deel dit artikel op Facebook

Een GROTE doorbraak! 💪💪 Na bijna 10 ...

D66 D66 Nederland 05-06-2019 10:17

Een GROTE doorbraak! 💪💪 Na bijna 10 jaar onderhandelen is er eindelijk een pensioenakkoord. En ja, pensioenen zijn misschien ingewikkeld. Maar dit gaat over jóuw toekomst. Of je nu 20, 40 of 60 bent. Rob Jetten legt uit wat dit pensioenakkoord voor jou betekent. 👇

SP: laat parlement beslissen over klimaatplannen

SP SP PvdA Nederland 22-05-2019 17:37

De Klimaatwet van vier coalitie- en vier oppositie-fracties uit de Tweede Kamer, krijgt ook in de Eerste Kamer de steun van de SP-fractie. Dat zegt senator Geert Reuten. Tijdens het debat in de Senaat feliciteerde hij de initiatiefnemers die het wetsvoorstel kwamen verdedigen, onder wie SP’er Sandra Beckerman, Jesse Klaver (GL), Lodewijk Asscher (PvdA) en Rob Jetten (D66). Reuten wil in de toekomst wel een sterkere rol van het parlement bij het vaststellen van de klimaatplannen die volgens de wet vijfjaarlijks gemaakt moeten worden. En bij het beoordelen van die plannen zal, aldus Reuten, de verdeling van de kosten voor de SP in beide Kamers een kernpunt zijn.

Het wetsvoorstel legt klimaatdoelen voor 2030 en 2050 vast. Dat is volgens de SP-senator een stap in de goede richting en in lijn met het wereldwijde klimaatakkoord van Parijs. Reuten: ‘Van ons hadden die doelen nog best verder mogen gaan. Zo blijft de aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen door de lucht- en zeevaart buiten het wetsvoorstel, terwijl die uitstoot wel een belangrijk deel van de klimaatverstoring veroorzaakt.’ Ook, zo zei Reuten, had Nederland, samen met de andere rijke landen van de wereld, scherpere doelen kunnen stellen, omdat die landen veel bijgedragen hebben aan het ontstaan van het klimaatprobleem. Maar, zo zei hij, ‘het voorstel is een compromis, waarin een brede meerderheid van de Tweede Kamer zich heeft kunnen vinden. Dat is belangrijk. Voor ons is in dit geval het betere niet de vijand van het goede’.

In de voorgestelde Klimaatwet staan geen specifieke klimaatmaatregelen. De indieners laten het aan de regering om hiervoor voorstellen te doen in een vijfjaarlijks klimaatplan. Daarin worden ook de maatschappelijke gevolgen en de verdeling van de kosten duidelijk. Deze plannen komen niet meer ter goedkeuring naar het parlement. Reuten wil het uiteindelijke oordeel over die plannen wel aan de Kamers laten. Daarover diende hij een motie in. ‘Als SP willen we ze met name kunnen beoordelen op de mate waarin de lasten ervan in Nederland gedragen gaan worden door degenen met de hoogste inkomens’.

Laat parlement beslissen over klimaatplannen

SP SP D66 PvdA Nederland 22-05-2019 17:37

De Klimaatwet van vier coalitie- en vier oppositie-fracties uit de Tweede Kamer, krijgt ook in de Eerste Kamer de steun van de SP-fractie. Dat zegt senator Geert Reuten. Tijdens het debat in de Senaat feliciteerde hij de initiatiefnemers die het wetsvoorstel kwamen verdedigen, onder wie SP’er Sandra Beckerman, Jesse Klaver (GL), Lodewijk Asscher (PvdA) en Rob Jetten (D66). Reuten wil in de toekomst wel een sterkere rol van het parlement bij het vaststellen van de klimaatplannen die volgens de wet vijfjaarlijks gemaakt moeten worden. En bij het beoordelen van die plannen zal, aldus Reuten, de verdeling van de kosten voor de SP in beide Kamers een kernpunt zijn.

Het wetsvoorstel legt klimaatdoelen voor 2030 en 2050 vast. Dat is volgens de SP-senator een stap in de goede richting en in lijn met het wereldwijde klimaatakkoord van Parijs. Reuten: ‘Van ons hadden die doelen nog best verder mogen gaan. Zo blijft de aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen door de lucht- en zeevaart buiten het wetsvoorstel, terwijl die uitstoot wel een belangrijk deel van de klimaatverstoring veroorzaakt.’ Ook, zo zei Reuten, had Nederland, samen met de andere rijke landen van de wereld, scherpere doelen kunnen stellen, omdat die landen veel bijgedragen hebben aan het ontstaan van het klimaatprobleem. Maar, zo zei hij, ‘het voorstel is een compromis, waarin een brede meerderheid van de Tweede Kamer zich heeft kunnen vinden. Dat is belangrijk. Voor ons is in dit geval het betere niet de vijand van het goede’.

In de voorgestelde Klimaatwet staan geen specifieke klimaatmaatregelen. De indieners laten het aan de regering om hiervoor voorstellen te doen in een vijfjaarlijks klimaatplan. Daarin worden ook de maatschappelijke gevolgen en de verdeling van de kosten duidelijk. Deze plannen komen niet meer ter goedkeuring naar het parlement. Reuten wil het uiteindelijke oordeel over die plannen wel aan de Kamers laten. Daarover diende hij een motie in. ‘Als SP willen we ze met name kunnen beoordelen op de mate waarin de lasten ervan in Nederland gedragen gaan worden door degenen met de hoogste inkomens’.