Nieuws van politieke partijen in Nederland inzichtelijk

11 documenten

Waar ligt de grens?

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 18-02-2020 13:57

Door Joël Voordewind op 14 februari 2020 om 23:25

Twee dagen lang debatteerde de Tweede Kamer over CETA, het handelsverdrag met Canada. Voorafgaand aan het debat heb ik in een blog het dilemma dat we als ChristenUnie zien, zo helder mogelijk proberen te beschrijven. Nu, na het debat, wil ik u opnieuw meenemen in onze afwegingen.

Het debat liet een diepe polarisatie zien. Voorstanders zijn enthousiast vóór, tegenstanders zijn héél erg tegen. Veel aandacht ging naar onze fractie uit en onze middenpositie.

Ik schreef in het eerder aangehaalde blog al dat u van de ChristenUnie misschien wel nooit een ‘ja’ of ‘nee’ over CETA zult horen zonder daar kanttekeningen en nuances bij te maken. CETA kent zowel voor- als nadelen en het is eerlijk om die allemaal serieus nemen, in plaats van alléén de voordelen of alléén de nadelen weer te geven.

In het debat hebben we scherpe vragen gesteld over voedselveiligheid, dierenwelzijn, over omgang met de schepping, over gelijke kansen voor Nederlandse boeren en de kringlooplandbouw.

Maar we hebben ook de voordelen benoemd: handel kan leiden tot duurzame en inclusieve groei, levert banen op, biedt grote kansen voor vooral ook kleine en middelgrote bedrijven. Een derde van wat er in Nederland verdiend wordt, komt door handel met het buitenland.

CETA heeft dus voor- en nadelen. Misschien zegt u dan: bij twijfel, niet oversteken. Een logische reactie, zeker als het om beleid gaat dat alleen Nederland betreft: dan wil je soms een echt góede wet of anders géén wet. Omdat we toch ook een wél goede wet kunt maken?

Maar voor een handelsverdrag is dat ingewikkelder. Een handelsverdrag is altíjd een compromis. Een compromis van Nederland, Canada, maar ook van nog zesentwintig andere Europese landen, aan wie we verbonden zijn en waar goederen gewoon van het ene naar het andere land kunnen worden vervoerd.

Compromis

CETA is een compromis. Een op sommige punten lelijk compromis, gelet op de punten die ik eerder beschreef. En een compromis hóef je niet te accepteren, je kunt ook tegen zijn. Op die manier hebben we ons deze week dan ook héél duidelijk tegen Mercosur uitgesproken (een nog veel dramatischer handelsverdrag waar nu over wordt gesproken met Zuid-Amerikaanse landen).

Maar CETA zit ‘op het randje’. Eigenlijk is de afweging die de ChristenUnie deze week moest maken dan ook het beste als volgt kort samen te vatten: als we het hebben over handelsverdragen, leggen we de grens dan net vóór, of net ná CETA? En het antwoord op die vraag, hing af van de waarborgen die we deze week van het kabinet zouden krijgen.

Waarborgen

Ik som de voorwaarden van de ChristenUnie nog even op, zoals we ze in het debat hebben ingebracht. We vragen van het kabinet en van Brussel:

1. Géén landbouwproducten uit Canada die niet zijn voorzien van een certificaat dat er geen in Europa verboden pesticiden zijn gebruikt. Hierdoor is etikettering mogelijk.

2. Extra Europese waarnemers die in Canada bedrijfsbezoeken uitvoeren om te controleren of de productiewijze aan onze Europese normen voldoet als het gaat om in de EU verboden hormoonvlees.

3. Uitbreiding van de Nederlandse douanecapaciteit om de importcontrole uit Canada aan te scherpen.

4. Geen afzwakking, maar juist een versterking en versnelling van de omslag die we in Nederland maken naar kringlooplandbouw en de bereidheid van het kabinet om daar extra geld voor uit te trekken.

5. De garantie dat de quota die zijn gesteld voor rund- en varkensvlees niet worden aangepast.

6. De garantie dat het systeem van geschillenbeslechting geen beperking betekent van de vrijheid van Nederland om eigen beleid te maken. Dat we eigen wetten kunnen blijven maken, zelfs als die ook Canadese bedrijven nadelig raken, zonder dat er schadeclaims betaald moeten worden.

7. En, los van CETA, een toezegging dat het kabinet ons voorstel voor een ‘bodemwet’ voor internationaal maatschappelijk verantwoord als een van de dwingende maatregelen overneemt, als deze zomer uit de evaluatie blijkt dat het niet goed gaat met de uitvoering van de internationale standaarden die gelden voor arbeidsomstandigheden, dierenwelzijn en milieu.

In normaal taalgebruik komt het hier op neer: kunnen we de kringlooplandbouw – duurzaam, natuurinclusief – versterken? Kunnen we de producten en de productiewijze van wat er in de Nederlandse schappen ligt serieus controleren? Kunnen we ervoor zorgen dat we in de wereld zoveel mogelijk stappen in de goede richting zetten als het gaat om voedselveiligheid, arbeidsvoorwaarden, dierenwelzijn en omgang met de schepping?

Belangrijke resultaten

Onze vragen zijn vergaand, de waarborgen die we hebben geëist stevig. Het kabinet heeft daarop toezeggingen gedaan en ook de Europese Commissie heeft officieel laten weten aan de slag te gaan met de zorgen van de ChristenUnie. Vanavond nog ontvingen we een brief van minister Kaag en eentje van eurocommissaris Hogan - waar we op aangedrongen hebben - waarin de toezeggingen zijn opgesomd.

Binnen twee maanden komt er een omschakelingsfonds voor boeren die de omslag naar kringlooplandbouw willen maken, met voldoende geld.

Onze eigen standaarden zijn gegarandeerd en we hebben zwart-op-wit van ‘Brussel’ dat werk wordt gemaakt van verscherpt Europees toezicht ín Canada. Bovendien wordt ook onze eigen douane versterkt.

En – niet direct gekoppeld aan CETA, maar wel belangrijk – afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie van het handelsbeleid, wordt het ChristenUnie-voorstel voor een bodemwet voor arbeidsomstandigheden, dierenwelzijn en milieu door het kabinet meegenomen in het pakket van dwingende maatregelen.

Waar ligt de grens?

CETA is en blijft een compromis met betere en slechtere onderdelen.

Maar dat compromis, dat is wel hetgeen waar je uiteindelijk ‘ja’ of ‘nee’ op moet zeggen.

Dan maak ik de balans op en dan is het misschien met de hakken over de sloot, maar dan is het ook in de overtuiging dat nu aan onze voorwaarden is voldaan, het ‘goed genoeg’ is. Niet meer en niet minder.

Ik stelde eerder in deze blog al de vraag: waar ligt de grens? Na het debat van deze week zeg ik: direct na CETA. Een verdrag dat verder gaat dan dit verdrag, kan niet op de steun van de ChristenUnie rekenen. Mercosur: tegen. CETA: met de na- én voordelen helder voor ogen en een aantal belangrijke resultaten voor boeren, dieren, milieu en veiligheid op zak: voor.

Stop CETA

SP SP Nederland 14-02-2020 13:35

Gasvelden, kinderopvang en de woningmarkt zijn voor een groot deel in handen van Canadese bedrijven. SOMO publiceerde vorige week nog een rapport wat duidelijk maakt hoeveel Canadees geld en investeringen er in Nederland aanwezig zijn. En dat blijkt dus veel. Waarom is dit belangrijk? Omdat de Tweede Kamer volgende week stemt over het handelsverdrag tussen CETA en de EU. En als CETA wordt aangenomen krijgen al deze Canadese bedrijven en investeerders heel erg veel macht over onze gasvelden, kinderopvang en woningmarkt. En u, als inwoner van Nederland, krijgt minder te zeggen.

In een brandende wereld waarin Nederland hoopt niet te verzuipen, draagt CETA ertoe bij dat de strijd tegen klimaatopwarming door de mensen betaald gaat worden in plaats van de bedrijven die dit veroorzaakt hebben. Waarom? Op 65 locaties in Nederland wordt gas geëxploiteerd door het Canadese Vermilion. Als we als land besluiten van het gas af te gaan, dan kan Vermilion onder CETA aanspraak doen op schadevergoeding via het arbitragesysteem ICS. Dat kan tot een torenhoge claim leiden die de staat – en dus de belastingbetaler – mag ophoesten.

De dreiging van miljardenclaims van bedrijven heeft twee mogelijke gevolgen: we worden voorzichtiger in ons beleid, wat we ons niet kunnen permitteren als we de klimaatdoelen willen halen. Of de overheid moet het dure prijskaartje slikken en de belastingbetaler laten opdraaien voor het verknallen van ons klimaat. Dat is geen eerlijke keuze, dat is chantage.

Ook het aanpakken van andere maatschappelijke problemen, zoals de wooncrisis, kan erg duur worden als gevolg van dit claimsysteem. Jongeren worden nu al gedwongen om bij hun ouders te blijven wonen omdat ze geen eigen woning kunnen betalen. In de vrije sector worden de prijzen opgedreven door investeerders en beleggingsfondsen, zoals het Canadese Brookfield Asset Management. Deze vermogensbeheerder is de grootste investeerder in vastgoed ter wereld. Beter bekend is de particuliere verhuurder CANLiving, van het Canadese Capreit, dat al meerdere keren in opspraak is gekomen. Afgelopen de zomer verhoogde zij de huren in het Utrechtse Kanaleneiland in één klap met 7,6%. Maatregelen om dit soort cowboybedrag op onze woningmarkt aan banden te leggen kunnen leiden tot een enorm prijskaartje als deze giganten met CETA in de hand een claim neerleggen.

CETA moet volgens de voorstanders de ‘gouden standaard der handelsverdragen’ worden. Dat betekent dat het oneerlijke en ondemocratische arbitragesysteem in alle toekomstige vrijhandelsverdragen zal worden opgenomen als we CETA in de huidige vorm goedkeuren. Als we CETA nu niet eerlijk maken, dan betekent dat we ook met veel minder ‘vriendelijke’ handelspartners in een steeds groter wordende claimcultuur terecht gaan komen. Wij als jongeren willen dat de democratie ook voor de komende generaties sterk is en blijft, zodat we kunnen ingrijpen voor een leefbare toekomst. In dat toekomstplaatje past CETA niet. ROOD hoopt daarom dat de Tweede Kamer deze boodschap ter harte nemen en volgende week tegen dit verdrag stemt.

Arno van der Veen, voorzitter ROOD, Jong in de SP.

CETA dreigt de druppel voor boeren

SGP SGP Nederland 12-02-2020 00:00

Lees hier de bijdrage van SGP-Kamerlid Roelof Bisschop aan het debat over het CETA-handelsverdrag. Voor de SGP geeft de positie van de agrarische sector de doorslag.

Bijna tweeënhalf jaar geleden traden delen van het CETA-verdrag voorlopig in werking. De SGP stemde hier destijds tegen. Onze belangrijkste zorg lag bij de toekomst van de boer. Daarom riepen wij het kabinet op de economische, sociale- en milieugevolgen van CETA beter in kaart te brengen. Vandaag maken we opnieuw – ditmaal definitief – de balans op: ratificeren of niet? Enkele voordelenLaat ik allereerst erkennen dat er argumenten vóór CETA zijn.1. Canada is een belangrijke bondgenoot. Alleen al in het perspectief van mondiale spanningen, handelsoorlogen en een zeer assertieve wereldmacht China moet je elkaar vasthouden. De SGP-fractie is in dat licht ook warm voorstander van de Strategische Partnerschapovereenkomst (SPA) tussen de EU en Canada. 2. Ten tweede biedt het verdrag – onder de streep – waarschijnlijk handelsvoordelen. Het kan de export van goederen en diensten bevorderen, en investeringen vergemakkelijken. Alhoewel je jezelf natuurlijk kan afvragen wie er vooral profiteert van een half miljard euro extra handel in fossiele brandstoffen, zoals na voorlopige inwerkingtreding is gebeurd. Het klimaat in ieder geval niet.3. Tot slot zorgt het Investment Court System (ICS) in zekere zin voor transparantere procedures en betere beroepsmogelijkheden.Belangrijke zorgpuntenToch moet ik ook eerlijk zijn over de – al dan niet toekomstige – nadelen van het handelsverdrag.1. Weliswaar zijn voor de kwetsbare rundvlees- en varkenssector beperkte quota’s opgenomen. Maar voor hen kan ook beperkte extra import significante gevolgen hebben. En de tariefvrije contingenten voor agrarische producten gaan de komende jaren nog omhoog. Dat geldt ook voor de import van tarwe – import die overigens haaks staat op de kringlooplandbouw die het kabinet voor ogen heeft.2. Ten tweede: CETA kan een gelijk speelveld ondermijnen. Ja, Europese productstandaarden, zoals op vlak van dierenwelzijn, blijven in stand. Maar teelt van bijvoorbeeld tarwe en voedergewassen is in Canada aan minder (milieu-) normen gebonden. Dan zet Nederlandse producent op achterstand tegenover de Canadese concurrent.3. Ten derde kan het ICS wel degelijk een inperking van onze soevereiniteit betekenen. De minister zegt dat ICS “geen afbreuk doet aan de regelgevende autonomie en de beleidsvrijheid van Nederland”. Maar wat als straks claims van bedrijven haaks staan op, zeg, ons volksgezondheid- of ontwikkelingsbeleid? Dat gum je niet zomaar weg. Hetzelfde geldt voor het gebrek aan democratische controle op verdragscomité’s. Daar komt nog bij dat het ICS slechts toegankelijk is voor investeerders en bedrijven, en niet voor het maatschappelijk middenveld: een ongelijkheid die eigenlijk niet meer van deze tijd is.4. Voorzitter, een vierde – voor mijn fractie belangwekkend – bezwaar. We moeten naast CETA óók rekening houden met steeds strenger klimaatbeleid uit Brussel en met het MERCOSUR-verdrag dat in onderhandeling is. Onder andere voor onze boeren maken al die “kleine” – tussen aanhalingstekens – beetjes samen één hele grote!Mijn vragen aan de minister voor BH-OS luiden dan ook- Is het geen dubbele moraal om enerzijds de landbouw allerlei extra eisen op te leggen, terwijl anderzijds meer ruimte geboden wordt voor import van producten die niet aan die teelt-/productie-eisen hoeven te voldoen?- Begrijpt de minister de zorgen van vooral boeren over het ‘cumulatieve’ effect, en overweegt zij in dat opzicht een ‘nee’ tegen het MERCOSUR-verdrag?- Hoe gaat de minister sectoren die aanzienlijke nadelen van CETA ondervinden compenseren?

SlotsomDe SGP-fractie zet dus grote vraagtekens bij de noodzaak en algehele meerwaarde van CETA. Weliswaar kan het verdrag belangrijke handelsvoordelen bieden. Maar het kan ook negatieve gevolgen hebben voor onze landbouw, soevereiniteit, en de schepping. Onze zorgen op dit punt van 2,5 jaar geleden zijn helaas niet overtuigend weggenomen. Moeten we niet terug naar de tekentafel voor een nieuw model voor CETA? Een nieuw model voor toekomstige handelsverdragen? Een model dat niet alleen de belangen van internationale investeerders dient en hen toegang verschaft tot geschillenbeslechting, maar óók de belangen van degenen die opkomen voor marktbescherming, duurzaamheid- en sociale gerechtigheid? Ik zie uit naar de visie van de minister.

Coalitie stelt beslissing over CETA uit na verzet PvdD

Partij voor de Dieren Partij voor de Dieren ChristenUnie Nederland 27-11-2019 00:00

De parlementaire goedkeuring voor CETA, het handelsverdrag met Canada, lijkt verder weg dan ooit. Het plenaire debat over CETA is weken, mogelijk maanden, uitgesteld omdat de regering na aanhoudend verzet van de Partij voor de Dieren niet op voldoende steun in zowel de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer kan rekenen. Het uitstellen van het debat gebeurde op initiatief van de coalitie en wordt beschouwd als een sprong van een kat in het nauw. Fractievoorzitter Esther Ouwehand heeft de afgelopen maanden de hele oppositie, van links tot rechts, achter zich gekregen in haar verzet tegen CETA. Nu ook coalitiepartij ChristenUnie aan het twijfelen is geslagen, is de kans heel klein geworden dat het verdrag zal worden aangenomen. “Het is de laatste tijd voor iedereen kraakhelder geworden dat er breed maatschappelijk verzet tegen CETA is. Milieuorganisaties, boeren, consumentenorganisaties, vakbonden en wetenschappers en juristen hebben zich massaal tegen CETA uitgesproken en dat is ook bepaalde coalitiepartijen niet in de koude kleren gaan zitten,” aldus Ouwehand. Om tijd te winnen, hebben de coalitiepartijen in de Tweede Kamer het debat en de stemmingen over CETA uitgesteld tot in ieder geval na het kerstreces. Ouwehand kan zich vinden in een kort uitstel. “We hebben begrip voor het verzoek om het debat tot na de kerst uit te stellen. Drie weken geleden is bij de hoorzitting over CETA duidelijk geworden dat dit verdrag vooral goed is voor multinationals, ten koste van Europese boeren en burgers. Het is niet vreemd dat de coalitiepartijen nu wat langer de tijd nemen om over die nieuwe inzichten na te denken. Maar dat mag niet te lang duren.” Het handelsverdrag met Canada is een van de vele handelsverdragen die recent is afgesloten of waarover de onderhandelingen zich in een vergevorderd stadium bevinden. Het handelsverdrag met Zuid-Amerika, Mercosur, is recent afgesloten en op dit moment lopen er onderhandelingen met onder meer de Verenigde Staten, Indonesië en Thailand. Ook over deze handelsverdragen is de Partij voor de Dieren zeer kritisch en voert ze het verzet aan. Al deze verdragen leiden tot moordende concurrentie die Europese producenten en productiestandaarden ernstig onder druk zetten. Lees meer over het verzet van de Partij voor de Dieren: https://joop.bnnvara.nl/opinie... https://www.partijvoordedieren... https://partijvoordedieren.nl/...

Handelsverdragen moeten eerlijker

PvdA PvdA Nederland 14-10-2019 14:08

Door Kirsten van den Hul op 14 oktober 2019 Delen  

Eerlijke handelsverdragen kunnen daar een bijdrage aan leveren. Ze kunnen de norm stellen voor wat wij verstaan onder eerlijke handel. En daarmee zorgen voor een race to the top in plaats van een race to the bottom.

Daarom moeten de handelsverdragen van de toekomst gericht zijn op een eerlijke verdeling van economische groei. Handelsverdragen moeten belastingontwijking tegengaan en ze moeten bijdragen aan het halen van de doelstellingen uit het Klimaatverdrag van Parijs en de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG’s).

Wat er nu ligt voldoet niet aan die voorwaarden. De lat moet hoger.

CETA, het handelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada, moet aan die eisen voldoen. De PvdA heeft eerder heldere voorwaarden gesteld aan dit verdrag. Wat er nu ligt voldoet niet aan die voorwaarden. De lat moet hoger. Niet alleen de belangen van bedrijven moeten worden behartigd, juist ook de belangen van werknemers en van maatschappelijke organisaties moeten worden beschermd. En belastingontwijking moet worden bestreden.

In de tekst die nu voorligt, is de bescherming van belangrijke zaken zoals eerlijke arbeid, milieu en dierenwelzijn onvoldoende geregeld. Daarom zal de PvdA tegen het investeringsverdrag van CETA in deze vorm stemmen. Het kabinet moet terug naar de onderhandelingstafel. De lat moet en kan hoger.

Tweede Kamerlid

CETA is een prestigeproject van de ...

Forum voor Democratie Forum voor Democratie Nederland 03-09-2019 18:25

CETA is een prestigeproject van de Europese Unie. CETA is een handelsverdrag tussen de EU en Canada dat onze wetten aan de kant kan schuiven. Precies zoals de EU het graag ziet. Forum voor Democratie verzet zich hiertegen en is niet bereid de democratie te offeren zodat Brussel goede sier kan maken. Wij kiezen voor Nederlandse belangen!

Geweldig! Het Parlement in ...

PVV PVV Nederland 16-05-2019 05:19

Geweldig! Het Parlement in Oostenrijk stemt voor wet tegen hoofddoeken op basisscholen. Nu Nederland nog! #StemPVV

"Meer voor de mensen, minder voor de ...

PvdA PvdA Nederland 03-03-2019 14:27

"Meer voor de mensen, minder voor de multinationals" 🌹

De juridische gevolgen van het Marrakesh Immigratiepact

Forum voor Democratie Forum voor Democratie Nederland 29-11-2018 06:00

De juridische gevolgen van het Marrakesh ImmigratiepactAsieladvocaten kunnen zich in rechtszaken beroepen op het pact.Nationale en internationale gerechtshoven kunnen het pact gaan implementeren en Nederland dwingen tot beleid.Het ‘inlegvelletje’ van Rutte verandert daar helemaal niets aan.

Het kabinet-Rutte stelt voortdurend dat het Marrakesh Immigratiepact niet ‘juridisch bindend’ zou zijn. Nederland zou daarom rustig kunnen instemmen met de lange reeks rechten die het pact aan illegale migranten en asielzoekers verleent. Ook de verplichtingen die op overheden komen te rusten - om bijvoorbeeld voorzieningen aan te bieden, voorlichtingscampagnes te financieren en journalistieke ‘intolerantie’ actief tegen te gaan[1] - zouden op geen enkele wijze ‘bindend’ zijn.

Ondertussen kan staatssecretaris Harbers zelfs na vijf weken nog altijd geen antwoord geven op de schriftelijke vragen die FVD stelde over de gevolgen van het immigratiepact. De ‘juridische analyse’ is namelijk nog niet afgerond, zo bleek. Verbijsterend! Hoe kan de regering aangegeven het pact te willen ondertekenen, en voortdurend herhalen dat het juridisch niets voorstelt, terwijl de ‘juridische analyse’ nog niet is afgerond?

Niet juridisch bindend

Op zichzelf klopt het dat in het migratiepact staat dat het ‘niet juridisch bindend’ is[2]. Maar dit betekent slechts dat andere staten Nederland niet kunnen aanspreken op naleving. Somalië kan dus niet naar het Internationaal Hof om Nederland te dwingen tot opname van immigranten. Maar Somaliërs zélf kunnen in Nederland wél naar de rechter stappen en met dit immigratiepact in de hand te eisen dat hen allerlei rechten en voorzieningen worden gegund.[3]

Daarmee is het Marrakesh immigratiepact een vorm van ‘soft law’: een op zichzelf niet direct bindend document dat via de achterdeur alsnog bindend kan worden. Ook kan soft law zich op termijn ontwikkelen tot ‘internationaal gewoonterecht’ - dat in de hiërarchie van internationale rechtsbronnen gelijk staat aan een bindend verdrag.[4] En Europese rechters zullen niet aarzelen om dat - ook in Nederland - af te dwingen. Zo is de cirkel rond. Ongeacht de tekst van het pact. Ongeacht het ‘inlegvelletje’ van Rutte.

Asielzoekers en activistische groeperingen weten dit natuurlijk ook. Met het immigratiepact in de hand zullen ze eindeloze proefprocessen gaan voeren om de Nederlandse staat op de vingers te tikken, uitzetting onmogelijk te maken, bed-bad-broodvoorzieningen af te dwingen, enzovoorts.[5] We raken kortom alle greep op ons immigratiebeleid kwijt.

Tot dezelfde conclusie kwam het befaamde Wallenberginstituut in Stockholm. In een uitgebreid rapport stelden Thomas Hansen (Oxford) en Elspeth Guild (London):

“Het [Marrakesh Immigratiepact] zal ongetwijfeld een belangrijk juridisch instrument worden, met name door de brede reikwijdte ervan en de gefragmenteerde staat van het bestaande internationale immigratierecht.”[6]

Steeds meer tegenstand

Om niet nóg meer greep te verliezen over de eigen grenzen besluiten steeds meer landen om het pact niet te tekenen. Na Oostenrijk, Hongarije, Polen, Israël, de VS, Slovenië, Tsjechië en Estland kondigde Italië gisteren ook aan voorlopig niet akkoord te zullen gaan met deze internationale afspraken.

Nederland moet hun voorbeeld volgen. Niet naar Marrakesh afreizen. Geen steun geven aan dit immigratiepact. En waken voor een nieuw ‘wir schaffen das’-moment. Want door te tekenen rollen we de rode loper uit voor opnieuw miljoenen kansloze immigranten uit Afrika en het Midden-Oosten. Het bindt ons aan handen en voeten en zal worden opgevat als een open uitnodiging om toch vooral maar de oversteek te wagen. Een zeer onzalig plan. Dus: #StopMarrakesh! Steun onze petitie!

Bronnen

Art. 31, 33f en 33c GCM.

Art. 7 en 15 GCM.

Het kan dus als handvat worden gebruikt om de meest uiteenlopende vage normstellingen uit het asiel- en immigratierecht in te kleuren en aan te vullen. Zo kunnen bepalingen steeds breder worden gemaakt en uiteindelijk steeds meer rechten voor asielzoekers en immigranten gaan opleveren. Een voorbeeld: artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bevat een verbod op ‘mensonterende behandeling’. Een vage norm die door rechters moet worden ingevuld. In het Marrakesh immigratiepact staat dat detentie in het kader van een uitzettingsprocedure het ‘laatste middel’ moet zijn (art. 29 GCM). Hiermee wordt geïmpliceerd dat het geen onderdeel kan zijn van een standaard uitzettingsprocedure, en kan een listige asielrechtadvocaat naar de Nederlandse rechter stappen om detentie in het kader van uitzettingsprocedures te gaan verbieden. Maar hoe kan men uitgeproceerden effectief uitzetten wanneer zij niet willen meewerken met die uitzetting en ze niet kunnen worden vastgezet voorafgaand aan die uitzetting? Zoals de Belgische hoogleraar staatsrecht Hendrik Vuye betoogde wordt het alleen al op basis van dit ene artikel uit het Marrakesh immigratiepact “in feite onmogelijk om mensen uit te wijzen”.

In de rechtspraak wordt aangenomen dat internationaal gewoonterecht is ontstaan als er ten eerste algemene overeenstemming bestaat over de noodzaak van een regel (ook wel ‘opinio iuris’ genoemd), en als die regel ten tweede ook bestendig wordt gebruikt. Door het ondertekenen van het Marrakesh immigratiepact wordt aan de eerste voorwaarde reeds voldaan. Als een rechter vervolgens constateert dat de regels ook bestendig worden gebruikt, zelfs al is dat maar in een beperkt aantal landen en casus, dan kan worden geoordeeld dat er internationaal gewoonterecht tot stand is gekomen. In dat geval krijgen de oorspronkelijk niet bindende regels uiteindelijk tóch volledige rechtskracht. Ook kan soft law tot bindend recht leiden indien het door deelnemende landen wordt geïmplementeerd in de nationale wetgeving. Het Marrakesh immigratiepact bepaalt zelfs uitdrukkelijk dat dit de bedoeling is. Het pact bevat de expliciete toezegging van de ondertekenende landen dat zij de bepalingen zullen implementeren in hun eigen nationale recht (art. 41 CGM). Meer achtergronden over ‘soft law’ zijn te vinden in: N. Horbach e.a., ‘Handboek Internationaal Recht’, Den Haag: Asser 2007, p. 117 e.v.

Art. 29 en 31 GCM.

T. Hansen e.a., ‘What is a compact? Migrants’ Right and State Responsibilities Regarding the Design of de UN Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration’, Raoul Wallenberg Instituut 2017, p. 7-8.