Nieuws van politieke partijen in Voorst over D66 inzichtelijk

2 documenten

Atiyeh: ‘van Qom naar Twello viel eerst niet mee’

D66 D66 Voorst 20-07-2020 16:23

Mijn naam is Atiyeh, ik ben 37 jaar oud en ik kom oorspronkelijk uit Iran. Mijn vader vluchtte als eerste van ons gezin, naar Nederland. Daar verbleef hij noodgedwongen lang (zeven jaar!) in een AZC, totdat hij een verblijfsstatus kreeg en wij hem eind 2006 konden volgen. Wij, dat zijn mijn moeder, een jongere zus en een broertje dat toen 13 jaar oud was. Mijn zusje volgde een laboratoriumopleiding en heeft nu een vaste aanstelling in het lab van het UMC in Utrecht, mijn broertje studeert (vierdejaars) Farmacie aan de universiteit Groningen.

Het was natuurlijk fijn, dat ik na al die jaren mijn vader weer zag en we weer samen konden zijn. Maar ik miste en mis mijn geboorteland, mijn vrienden, kennissen en verdere familie natuurlijk vreselijk, ineens bevond ik mij in een vreemde omgeving, waarvan ik de taal noch de cultuur, noch de dagelijkse gedragsregels kende. Ik voelde me ontheemd, alsof ik, net volwassen, ineens opnieuw geboren was en als een kind alles opnieuw moest leren. Plotseling was mijn toekomst een zwart gat, en dat viel niet mee. Ik had net het equivalent van een bachelor klinische psychologie aan de universiteit van Qom gehaald en zat vol plannen en idealen – ineens viel dat allemaal weg. Wat stond me hier te wachten? Wat mócht ik verwachten?

Mijn vader woonde dus in het AZC in Nijmegen. Na twee dagen van weerzien werden wij nieuwkomers naar Ter Apel gebracht om aldaar onze asielaanvraag in te dienen. De procedure duurde anderhalve maand. Eenmaal ‘erkend’, mochten we weer naar Nijmegen;  daar verbleven we als gezin nog drie maanden,  in afwachting van een echt huis. Dat kregen we, in de gemeente Voorst, en daar hebben we sindsdien gewoond.

Ik begreep dat ik weer zou moeten gaan studeren om hier in dezelfde sector te kunnen werken. De eerste en belangrijkste voorwaarde was: de taal leren. Wij hadden van de gemeente een klantmanager/contactpersoon toegewezen gekregen, die ons zou helpen met inburgeren. Ik moet helaas vaststellen, dat deze functionaris niet veel verder kon of wilde kijken dan de geijkte Nt2-taalcursus. Zodra wij over verder reikende (studie)plannen voor de toekomst begonnen, benadrukte zij steevast dat we heus niet per se door hoefden te studeren, dat we beter eerst maar op een lager niveau in de zorg konden gaan werken, of zelfs ergens in een fabriek een baantje moesten overwegen!

Zo duurde het anderhalf jaar (!) voor de financiering voor ‘Nederlands als tweede taal’ rond was en ik aan het ROC Aventus lessen kon gaan volgen. De stichting UAF, voor hulp aan studerende vluchtelingen, hielp me intussen mijn Iraanse diploma te laten waarderen door het Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs. Het bleek dat ik geacht werd het niveau van een derdejaarsstudent klinische psychologie in Nederland te evenaren. Mijn Nederlands was echter nog niet op dat niveau, dus vroeg ik advies aan de decaan van de Saxion hogeschool. Ik moest “eerst maar een voorbereidend jaar anderstaligen(VJA) bij Saxion Deventer volgen”, dan kon ik daarna verder gaan met de studie psychologie. Maar ook zij waarschuwde, dat het maar weinig nieuwe Nederlanders lukte om hun academische studie hier af te maken… Dat ’voorbereidend’ jaar bleek mij achteraf verspilde tijd, ze had me beter de propedeuse psychologie aangeraden.

Ik vond het leven in zo’n plattelandsgemeenschap, zeker in het begin, enorm saai. Ik had mijn hele leven in Qom gewoond, een grote- en drukke stad met meer dan een miljoen inwoners en vier universiteiten. Nu zat ik vast in een dorp waar (toen)  nog niet eens een treinstation was, geen shopping mall, geen plek om in je vrije tijd andere jongeren te ontmoeten… Het was/is té saai. Buren – meest oudere mensen – vertelden dat hun kinderen zodra ze konden ‘emigreerden’ naar de grote stad. Uiteindelijk leken er alleen gepensioneerden over te zijn. Gemeente Voorst, doe daar wat aan!

Hoewel wij met de buren wel kennis maakten, bleef het contact meest beperkt tot gedag zeggen op straat, bij de voordeur of over de heg in de achtertuin. Gelukkig waren daar de sympathieke vrijwilligers van  vluchtelingwerk Twello, die het leven in een nieuw land en in een klein dorp een stukje makkelijker voor ons maakten. Speciaal wil ik noemen Gerrit Roeterdink, die ons als een engel geholpen heeft! Via hem leerden we ook andere aardige Nederlanders kennen, die altijd voor ons klaar staan als we ergens begeleiding of ondersteuning nodig bij hebben.  Ook brachten ze me in contact met een taalcoach; met haar heb ik  nog steeds af en toe contact, we zijn goede vriendinnen geworden. Vluchtelingwerk faciliteerde destijds ook een netwerk met en voor andere vluchtelingen/buitenlanders. Dat is jaren overeind gebleven, tot er twee of drie jaar geleden  blijkbaar geen budget meer voor was; vluchtelingwerk moest de activiteiten beperken. Vooral oudere vluchtelingen zijn daarvan de dupe; zij genoten vooral van de interculturele bijeenkomsten, waar mensen uit verschillende landen kennis met elkaar konden maken en gezellig samen activiteiten konden organiseren. Eigenlijk kreeg ik alleen bij vluchtelingwerk een ‘thuisgevoel’.

Gelukkig ben ik een doorzetter. Ik studeer nu toegepaste psychologie aan de HAN en hoop op termijn als werkstudent mijn studie aan de universiteit af te ronden. Met mijn Iraanse diploma’s vond ik parttime werk bij verschillende GGZ-organisaties, als begeleider, maatschappelijk werker en als toegepaste psycholoog. Sinds oktober vorig jaar heb ik naast mijn studie een baan (tijdelijk contract met uitzicht op verlenging) als begeleider en rechterhand van het management van een interculturele zorginstelling, die zich speciaal richt op zorgbehoeftige medeburgers met Iraanse, Afghaanse, Turkse, Syrische en andere achtergronden. En: ik zoek een eigen woning, omdat ik trouwplannen heb!  Ooit hoop ik als GZ-psycholoog een eigen praktijk te beginnen. Hier, of misschien toch in Iran? Als de situatie daar  ooit verbetert? Hoop doet leven.

Als ik de politiek/de gemeente een goede raad zou moeten of mag geven: onderschat Jonge nieuwkomers niet, op basis van regeltjes en gebrekkig taalniveau. Geef juist hen de kans en de ruimte om hun kennis en competenties (aan) te tonen in de praktijk, wantrouw niet per definitie hun opleiding en kwaliteiten. Geef ze werk op niveau, steun werkgevers die de gok willen wagen. Neem mijn vriend: die is in Iran hoogopgeleid als stedenbouwkundige. Hij solliciteert op alles in die richting, maar blijft maar afgewezen worden, zonder argument, vanwege zijn ‘taalachterstand’ dan wel wegens ‘gebrek aan ervaring’. Hoe krijgt hij die, als hij nergens aan de bak komt? Door het Nederlandse beleid om vooral kansarmen te steunen,  krijgen veel kansrijke buitenlandse jongeren te weinig kans om hun talenten voor Nederland in te zetten.

En dat is levend zonde.

The post Atiyeh: ‘van Qom naar Twello viel eerst niet mee’ appeared first on Voorst.

Glasvezel is een eerste vereiste!

D66 D66 Voorst 29-12-2017 11:06

D66 Voorst stelt zich voor: Wim Oolman, Wilp

Lid van D66 omdat hij het de enige sociaal liberale partij vindt: Er zit veel kracht en creativiteit bij onze burgers. D66 Voorst wil meer pilots voor burgerparticipatie en meer aandacht voor initiatieven van bewoners. Een prachtig voorbeeld hiervan is de realisatie van het fietspad door het Fliertdal. Een mooie verbinding tussen het Holthuis en een uithoek van het Wilpse buitengebied het Buddezand. Gerealiseerd dankzij een gezamenlijk initiatief van bewoners uit dit Fliertdal.

Belangrijk voor de gemeente Voorst: “Het stoort me dat we nog een achtergebleven gebied zijn qua  digitale verbindingen. In ons  buitengebied zijn  veel bewoners die vanuit hun huis werken met nu nog  trage verbindingen. Glasvezel is een eerste vereiste!”

Lees meer actuele berichten

 

The post Glasvezel is een eerste vereiste! appeared first on Voorst.

Zie je content die volgens jou niet op deze site hoort? Check onze disclaimer.