De maand van GroenLinks-wethouder Klaas Sloots stond - naast voorlezen in het kinderdagverblijf ❤️- in het teken van hervormingen in het sociaal domein. Wat betekent dat precies? En wat gaan we merken van deze veranderingen? Met dit interview blikken we terug op deze drukke maand.

 

Je bent afgelopen maand vooral druk geweest met 'de hervormingsagenda sociaal domein'. Wat houdt dat eigenlijk in?

Sinds 2015 heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor de zorg (Wet maatschappelijke ondersteuning), voor arbeidsparticipatie en voor jeugdzorg. Deze taken zijn verplaatst van het rijk naar de gemeente. De gedachte hierachter was dat de gemeente zorg voor inwoners beter kon organiseren, omdat ze dichter bij de inwoner staat. Maar ook dat het goedkoper zou kunnen.

De gemeente Zwolle geeft elk jaar zo'n 300 miljoen uit aan sociaal beleid. Dat is een heel breed begrip: van bijstandsuitkeringen tot allerlei vormen van hulp en begeleiding. En daar geven we steeds meer aan uit. Méér dan we van het rijk krijgen voor dat doel. Daarom kijken we of we dingen zoals dagbesteding voor ouderen of het activeren van mensen die zonder werk thuis zitten, niet beter dichtbij kunnen organiseren. In plaats van altijd weer door dure professionals. Die hervormingsagenda wordt steeds concreter. Uiteraard zonder dat er mensen buiten de boot gaan vallen.

Waarom moet het sociaal domein hervormd worden? Wat maakt dit zo belangrijk?

Met de overgang naar de gemeenten was het de gedachte dat de zorg beter georganiseerd kon worden. Maar de eerste jaren hebben we vooral gezorgd voor een goede overgang, zodat de inwoners er niet veel van merkten. Een zogenaamde zachte landing van het nieuwe beleid. Maar nu wordt het tijd om zaken ook daadwerkelijk anders te gaan organiseren. Bovendien is het te duur geworden, door steeds meer toeloop.

Dat kan je uitleggen als een succes van de transitie: blijkbaar vinden we als gemeente meer mensen die zorg nodig hebben, of weten ze ons beter te vinden. Maar ze komen nu ook bijna altijd meteen bij professionele zorg terecht. En dat is erg duur. Als je de kern overeind wil houden, én betaalbaar, kun je dat niet op zijn beloop laten. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om geld. Veel mensen krijgen ook liever hulp en steun uit de omgeving, in plaats van van een professional met formulieren. En die professional heeft zelf vaak ook weer ideeën over hoe de zorg beter georganiseerd kan worden. Daar gaan we beter gebruik van maken.

Wat gaat er veranderen?

Er gaat veel veranderen! We gaan als gemeente beter samenwerken met professionele organisaties en met organisaties in het zogenaamde voorveld, zoals sportclubs, vrijwilligersorganisaties en kerken. We gaan zorgen dat deze organisaties beter met elkaar samenwerken. Die organisaties in het voorveld kunnen mensen dan misschien ook opvangen als professionele hulp niet per se nodig is (preventie). En zo krijgen we mensen ook sneller in het vizier als professionele hulp juist wel nodig is.

We gaan bovendien kijken of organisaties gezamenlijk willen ‘intekenen’ op een opgave die zij zien onder een bepaalde doelgroep of in een bepaalde wijk. Zij zijn dan gezamenlijk verantwoordelijk voor een goede, passende aanpak voor de cliënten. Dat vraagt ook een hele andere manier van werken van de gemeente.

Wat gaan we er in de praktijk van merken?

Ik verwacht dat hulpvragers veel beter in hun eigen sociale omgeving worden opgenomen. En ook dat er nieuwe typen hulp beschikbaar komt. Dat mensen bijvoorbeeld in een huiskamer in de wijk terecht kunnen voor een praatje, voor collectieve therapie samen met lotgenoten of voor vrijwilligerswerk. Dat zou voor iedereen het mooiste zijn.

We gaan nog veel meer kijken naar wat mensen wél kunnen, in plaats van alleen te focussen op een ziekte of beperking. Maar nogmaals: iedereen kan blijven rekenen op de zorg en ondersteuning die nodig is. Wat we willen hervormen, gaat over slechts twee procent van alle uitgaven in het sociale domein.

Op Nationale Voorleesdag heb je de kinderen van een Kinderdagverblijf voorgelezen. Waarom deed je mee aan deze dag?

Ik zag laatst in de etalage van een kinderboekhandel: wie voorleest, is aardig! Haha, nee hoor. Voorlezen is prachtig en goed voor iedereen: voor ouders en opvoeders is het leuk om te doen, en de kinderen raken spelenderwijs vertrouwd met boeken en taal. Als je goed leert lezen en er hopelijk zelfs van gaat houden, geeft je dat een enorme voorsprong in het leven.

Wat las je voor? En waarom dat boek?

Het boek was dit jaar Moppereend. De moraal van het verhaal is dat je gerust een keer mag mopperen, als je er maar niet in blijft hangen.

Wat staat er in februari op je agenda?

We beginnen langzaamaan weer aan de Perspectiefnota. Daarin staan de plannen van het college voor de komende jaren met de bijbehorende financiering daarvoor. Halverwege deze coalitieperiode is voor ons een goed moment om te zien hoe het staat met onze ambities op het gebied van bijvoorbeeld emancipatie, armoedebeleid en energie, of dat er misschien een tandje bij moet.

Dank voor dit interview!