Mobiliteit is een van de belangrijkste taken van de provincie. GroenLinks laat al decennia een ander en consistent geluid horen. Vandaag twee materiedeskundigen aan het woord: Floris van Elzakker (#12) en David Oude Wesselink (#9). “Nederland trekt honderd miljoen uit voor fietssnelwegen en fietsparkeerplaatsen bij stations. Tegelijkertijd wordt er voor miljarden aan snelweg gelegd. Zijn we nou een fietsland of een autoland? Drie jaar lang al die miljarden naar fietspaden en we zijn er.”

Floris: “Ik woon in Woerden. Maar ik voel me een Linschotenaar. Woerden is de grootste plek die ik kan hebben. Dan snap ik het nog qua dorpsgevoel. Ik hoor niet in een grote stad. Ik ben 31 en heb hier in Utrecht gestudeerd op de hogeschool. In augustus word ik voor het eerst vader!”

David: “Mijn achternaam is Twents. Daar komt m’n familie ook vandaan. Ik heb van mijn tiende tot m’n drieëntwintigste in Hengelo gewoond. Daarna ben ik naar Arnhem verhuisd en nu woon ik alweer een paar jaar in Utrecht. Vroeger kwam ik hier ook vaak voor popfestivals. Ik ben toch iets meer een stadsmens dan een dorpsmens, zoals Woerden of Hengelo.”

David, hoe houd je die snor zo mooi?  

"Ik ben er ‘s ochtends wel eventjes mee bezig. Er gaan verschillende producten in. Met name met dit weer moet je wel wat sterkere producten gebruiken. Met die temperatuurverschillen van binnen naar buiten. Maar meestal doe ik het eigenlijk alleen met een heel oud middeltje op waterbasis. Daar blijft het de hele dag goed mee zitten.”

Wat is de staat van de Utrechtse mobiliteit?

Floris: “Mensen willen graag met de auto en bijna altijd meer asfalt. Vanuit de gedachte dat ze daarmee meer mobiliteit krijgen. Maar het heeft nog nooit tot een structurele oplossing geleid. En volgens mij moet je als overheid hard inzetten op alternatieve, duurzame mobiliteitsoplossingen.”

David: “Als je kijkt naar bereikbaarheid in de provincie, dan is de auto nog steeds de heilige koe waarmee je overal het beste en het snelste komt. En juist daarin moet je een verschil maken. Dat betekent dat er altijd een volwaardig alternatief moet zijn.”

Floris: “Er zijn een aantal plekken, het centrum van Utrecht bijvoorbeeld, daar moet je met de trein heen. Dat duurt met de auto veel te lang. Vanaf Woerden naar Utrecht kost elf minuten met de trein en vijfentwintig minuten met de auto. Dus pakt bijna iedereen de trein. En dat geldt tot een cirkel van tien minuten rondom het centraal station. Daarbuiten soms al niet meer.”

David: “Niemand wil op Utrecht Centraal zijn. Doorgaans reis je verder.” 

Floris: “Als je bijvoorbeeld kijkt naar het GroenLinks-congres in Overvecht. Het eerste deel met de trein was goed te doen, maar vervolgens heb ik een half uur gelopen van het station naar het theater.”

David: “En juist daarom moeten we zorgen voor een goede fietsinfrastructuur. Dat is nog steeds onvoldoende buiten de (binnen)stad. Pas dan kan het openbaar vervoer een echte concurrent worden voor de auto. Als je ervoor zorgt dat de reistijden beter in de buurt komen bij die van de auto.”

Floris: “Je moet ook niet de auto helemaal niet gebruiken, maar ervoor zorgen dat de rest een beter alternatief is. Nederland trekt honderd miljoen uit voor fietssnelwegen en fietsparkeerplaatsen bij stations. Tegelijkertijd wordt er voor miljarden aan snelweg gelegd. Zijn we nou een fietsland of een autoland? Drie jaar lang al die miljarden naar fietspaden en we zijn er.”

David: “Extra asfalt trekt alleen maar meer verkeer. Het begint met de infrastructuur op straat, maar je moet ook een digitaal systeem hebben. Naar mobiliteit als dienst. Dat je met één app van te voren ziet: wat zijn mijn alternatieven, wat zijn de reismogelijkheden, wat gaat het kosten en dat je die verschillende vervoersvormen ook nog eens met één druk op de knop reserveert.”

Als je in de staten komt, wat zou je dan oppakken? 

Floris: “De transitie inzetten bij tankstations. Diezelfde stations moeten we gaan gebruiken voor snelladers. Dat hoeft niet persé op korte termijn, maar er moeten in ieder geval geen nieuwe tankstations meer bijkomen binnen de provincie Utrecht. Regionale samenwerking op het gebied van laadinfrastructuur en de energietransitie. De plannen die je moet maken op beide thema’s zijn gemeenteoverstijgend, behalve voor de gemeente Utrecht. Ook bij het opzetten van warmtenetten, ligt een rol voor de provincie.”

David: “We moeten echt concrete stappen zetten met mobiliteit als dienst. Ik heb al hele mooie voorbeelden gezien uit Amsterdam en Rotterdam, maar hier in Utrecht nog niet. Met mobiliteit als dienst kun je die eerste en laatste kilometer, waardoor de auto vaak nog aantrekkelijker is, goed organiseren. Bijvoorbeeld met een app. En daarnaast het beter faciliteren van actieve mobiliteit, fietsen en lopen. Daarmee brengen we het openbaar vervoer ook dichter bij de auto qua bereikbaarheid. En tot slot begeleiding van de energietransitie. Mobiliteit kost heel veel energie. Wil je die duurzaam maken, dan moet de energie duurzaam zijn. Dus van het gas af!”