Nieuws van Haagse Stadspartij over D66 inzichtelijk

3 documenten

Den Haag wil een diverser en eerlijker kunstklimaat, maar hoe?

Haagse Stadspartij Haagse Stadspartij D66 's-Gravenhage 23-07-2019 14:37

De Haagse gemeenteraad heeft -met de gebruikelijke tegenstem van de PVV- unaniem ingestemd met het Beleidskader Kunst en Cultuur. Het beleidsstuk van cultuurwethouder Robert van Asten (D66) geeft aan wat de gemeente belangrijk vindt voor de komende Kunstenplanperiode (2021-2024) en vormt de basis voor het beoordelen van subsidieaanvragen van culturele instellingen. Peter Bos, raadslid van de Haagse Stadspartij, is positief gestemd over het beleidskader, maar heeft ook kritiekpunten. Concrete stappen om de culturele diversiteit van de instellingen te verbeteren ontbreken. Daarnaast is onduidelijk wat de financiële consequenties zijn van de Fair Practice Code, een maatregel om kunstenaars en medewerkers beter te gaan betalen. Hierover diende Peter Bos met wisselend succes moties in.

In onderstaand betoog de visie van Peter Bos op het Beleidskader

Beleidskader Kunst & Cultuur 2021-2024

Dank voor dit goed geschreven beleidskader. Het is toegankelijk en inhoudelijk sterk, complimenten. Het gaat om een onderwerp dat de Haagse Stadspartij nauw aan het hart gaat. Zonder kunst & cultuur is het leven voor veel mensen bloedeloos en saai en zeker voor een grote stad als Den Haag is een florerend cultureel klimaat van levensbelang.

De Haagse Stadspartij is verheugd dat wordt voortgebouwd op veel van wat met eerdere beleidskaders al in gang is gezet. Heel veel zaken waar de afgelopen periode op is ingezet zien we terug. Ik noem het makersklimaat, broedplaatsenbeleid en het versterken van de cultuurankers.

Nieuw in dit beleidskader is de aandacht voor Fair Pay, oftewel eerlijke beloning. Ook daar ben ik blij mee. Werken in de culturele sector is -zacht uitgedrukt- geen vetpot (70% van de kunstenaars in NL heeft een inkomen op of onder bijstandsniveau). Ook nieuw is de aandacht voor inclusie. Dat is hard nodig, want de diversiteit van publiek, makers en bestuurders laat nog veel te wensen over.

De grote vraag is of de wensen van het college die in het beleidskader staan wel realistisch zijn. Want aan de ene kant vraagt het college de sector om personeel en makers beter te gaan betalen, maar tegelijkertijd moet dat wel binnen de beschikbare financiële middelen. Extra geld voor deze beleidswens biedt het college niet en dat is teleurstellend. De instellingen moeten maar minder voorstellingen gaan maken of commerciëler gaan werken, is eigenlijk de boodschap van het college. Gevolg is ook dat de kunstinstellingen straks noodgedwongen minder kunnen experimenteren en innoveren, terwijl dat nu net een beleidswens is van dit college. De begrotingen van de instellingen zullen door de hogere arbeidskosten flink stijgen, zodat er ook meer subsidie aangevraagd gaat worden. Dat betekent dat er mogelijk veel instellingen buiten de subsidieboot gaan vallen, omdat het subsidiebudget absoluut niet toereikend is.

(De motie die Peter Bos indiende om onderzoek te doen naar de kosten van de Fair Practice Code werd aangenomen).

Het beschikbare kunstbudget van de gemeente is niet meegegroeid met de bevolkingsgroei. Er zijn sinds 2014 zo’n 30.000 Hagenaars bijgekomen. Deze groei is niet vertaald in hogere budgetten voor het Kunstenplan. Alleen de jaarlijkse trend (inflatie) en de 1 miljoen extra uit het Coalitieakkoord zijn er bijgekomen en daar moeten we het mee doen.

Inclusie

Inclusie en diversiteit krijgen meer nadruk in het beleidskader dan ooit. Dat is belangrijk, want er valt nog een hoop werk te doen op dat vlak. De diversiteit van de stad wordt nog lang niet goed genoeg gerepresenteerd in de culturele sector. Op de podia, in het publiek, bij het personeel en in de bestuurskamer is de kleur wit nog steeds dominant. Dat blijkt ook uit het onderzoek dat hiernaar is gedaan. Dat gaat niet vanzelf veranderen en daar moet stevig op gestuurd gaan worden. De intenties van het college zijn goed, maar vrijblijvend.

(De motie die Peter Bos indiende om de instellingen te verplichten om met een nulmeting te komen op het gebied van diversiteit en jaarlijks te monitoren haalde het net niet).

Huisvesting

Als het gaat om de financiën drukken de huisvestingskosten een zwaar stempel op de begroting van de culturele instellingen. De gemeente bezit en verhuurt 68 cultuurpanden. Is het college bereid om per instelling aan te geven wat de kosten en de baten zijn van de verhuur van de verschillende panden en hoe hier nog voordelen te behalen zijn? (De wethouder gaf aan om met een overzicht te komen).

De verschillende kunstdisciplines staan goed omschreven in het beleidskader. Ik ben erg blij met de ontwikkeling van het filmklimaat in Den Haag. Eindelijk is er voortgang geboekt. Het Haags Filmhuis als filmeducatiehub is een interessante stap. Goed ook om te lezen dat Haagse filmproducties goed ondersteund gaan worden. Ik pleit voor een fonds voor Haagse filmproducties, want dat missen filmmakers in Den Haag.

Op het gebied van de Letteren heb ik zorgen. In tegenstelling tot de meeste andere kunstdisciplines ontbreekt in het beleidskader aandacht voor het makersklimaat in de sector Letteren. Schrijvers en dichters heeft Den Haag in vele soorten en maten, maar ondersteuning en samenwerking is er nauwelijks. Een van de weinige organisaties die daar iets aan doet is Extaze, die met een literair tijdschrift, een website en presentaties veel Haagse makers een podium biedt. Dat zou zeker in de komende periode verder versterkt kunnen worden.

Debat wordt voor het eerst als kunstdiscipline naar voren gebracht in het beleidskader. Uiteraard heeft debat een belangrijke functie, maar ik zie niet zo goed in waarom dat als onderdeel van de culturele sector moet worden gezien.

Over de toekomst van de Amerikaanse ambassade zal ik kort zijn. De optie om het Eschermuseum een paar deuren te verhuizen naar de ambassade is voor mijn partij nog geen uitgemaakte zaak. Een andere culturele invulling dan Escher kan ook interessant zijn en echt iets nieuws en extra’s gaan betekenen. Ik heb een serie schriftelijke vragen hierover ingediend, en het voert te ver om daar nu verder op in te gaan.

Jammer dat het Migratiemuseum geen steun meer krijgt van dit college. Dat het Netwerk Erfgoed Haagse Migranten wel positief wordt gewaardeerd door het college is positief, maar een volwaardig Migratiemuseum is in onze hyperculturele en superdiverse stad eigenlijk onontbeerlijk.

Broedplaatsen

De Haagse Stadspartij ziet dat de wethouder veel waardering heeft voor broedplaatsen. In het voorwoord stelt de wethouder zelfs dat Den Haag zich onderscheidt met het succesvolle broedplaatsenbeleid. In het beleidskader wordt toegespitst op de Binckhorst als plek waar broedplaatsen zich kunnen ontwikkelen. Maar juist daar zijn de mogelijkheden wel zo’n beetje op, met alle plannen die er inmiddels zijn. De wethouder komt binnenkort nog met een update van het broedplaatsbeleid en zal -zoals in de laatste raad toegezegd- gaan kijken welke gebieden geschikt zijn naast de Binckhorst. Ik zie daar uiteraard zeer naar uit. Maar ondanks de mooie woorden en toezeggingen van de wethouder blijven er veel zorgen. Er zit geen geld voor broedplaatsen in het financiële kader en ook niet in het coalitieakkoord. Veel broedplaatsen zijn tijdelijk en nieuwe plekken zijn door de vastgoedhausse moeilijk te vinden. In de vorige periode zijn veel nieuwe broedplaatsen gerealiseerd die zich sterk hebben ontwikkeld, maar op dit moment weinig zekerheid hebben, zoals WD4X, De Helena, Trixie, Kunstpost, Helicopter etc. Ook n.a.v. het onderzoek naar een nieuw middenpodium voor popmuziek wijst het college naar broedplaatsen als mogelijk alternatief voor het gewenste middenpodium. De conclusie die ik helaas moet stellen is dat het college de broedplaatsen een zeer belangrijke rol geeft, maar dat niet waardeert in middelen en inzet.

De ambities van dit beleidskader zijn fors en de eisen die we aan de subsidieaanvragers gaan stellen zijn niet misselijk. We vroegen de afgelopen jaren al heel veel van de cultuursector en de opgaves nemen met dit beleidskader behoorlijk toe. De forse bezuinigingen uit 2013 zijn nog steeds niet helemaal teruggedraaid en dat is schrijnend.

Ik vind het ook ongepast dat je als overheid eist van instellingen om hun personeel en kunstenaars eerlijk te gaan belonen, terwijl je daar zelf niets aan wilt bijdragen. Ook de gemeente zal een “fair pay” moeten bieden aan de culturele sector.

Haagse Stadspartij en D66: “Geen Burger King op de Grote Markt”

Haagse Stadspartij Haagse Stadspartij D66 VVD 's-Gravenhage 22-07-2019 14:49

De mogelijke komst van een Burger King naar de Grote Markt zien de fracties van de Haagse Stadspartij en D66 niet zitten. Raadslid Peter Bos van de Haagse Stadspartij: “Fastfoodhoreca op deze plek is volstrekt misplaatst. Het vloekt met het prachtige Rijksmonument de Volharding en met de sfeer en het karakter van het Popdistrict op en rond de Grote Markt.” Daniel Scheper, D66: “Ik pleit al enige tijd voor een betere branchering, zodat we de groei van fastfood kunnen stoppen. Het college moet nu echt in actie komen”.

De geruchten over de komst van de hamburgerketen naar de Grote Markt leiden tot veel verontwaardiging in de stad. Gebleken is dat wethouder Revis (VVD) op 29 april 2019 een vergunning heeft verleend voor de vestiging van een restaurant. De eigenaar van het pand Accres Real Estate wil niet zeggen of het gaat om een Burger King.

In schriftelijke vragen wijzen de twee raadsleden op het gemeentelijk beleid voor de Grote Markt. In diverse nota’s wordt de Grote Markt geroemd als pophotspot met een eigen sfeer gericht op muziek.  Peter Bos: “Het college hecht veel waarde aan een zorgvuldige ontwikkeling van het Popdistrict op en rond de Grote Markt, maar bij het verlenen van de vergunning is totaal niet getoetst aan het beleid voor de Grote Markt”. Het gaat om het beeldbepalende pand op de hoek van de Grote Markt en de Grote Marktstraat, een Rijksmonument uit 1927 dat bekend is onder de naam de Volharding, een creatie van de architect Jan Buijs. De Volharding was de naam van een socialistische coöperatie die het gebouw destijds liet bouwen voor propagandadoeleinden middels lichtreclame, uniek voor die tijd.

Daniel Scheper, raadslid voor D66: “Den Haag telt inmiddels meer dan 450 fastfoodzaken. Branchering is hard nodig. Ik heb vorig jaar van het college de toezegging gekregen dat daar naar gekeken gaat worden, zodat we niet op elke straathoek een fastfoodtent krijgen”.  Ook het Voedingscentrum Nederland en tal van wetenschappers vinden dat de opmars van fastfood in de publieke ruimte moet stoppen. Met name in de grote steden is het aanbod aan friet, hamburgers, kebab en pizza enorm. Bij een groter ongezond aanbod, neemt voor de consument de verleiding toe. Meer ongezond eten leidt tot hoger risico op overgewicht en ziekten als diabetes type 2, hart- en vaatziekten en sommige vormen van kanker. Tenslotte zijn ook veel dierenwelzijnsorganisaties en milieuorganisaties kritisch over de groei van hamburgerketens.

Hieronder de schriftelijke vragen:

Schriftelijke vragen: Burger King Grote Markt

Indieners: Peter Bos, Haagse Stadspartij en Daniel Scheper, D66

Datum: 22 juli 2019

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op 29 april heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van het kantoorgebouw Grote Markt 22 tot kantoor en restaurant.

Hierover stellen wij overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van orde de volgende schriftelijke vragen:

1. De vergunning betreft het veranderen van de functie van de begane grond, de entresolvloer en kelder van het kantoorgebouw ‘De Volharding’ in een restaurant. Gebleken is dat de aanvraag niet voldoet aan de bestemming Kantoor-2’, genoemd in artikel 14 van de planregels van het bestemmingsplan voor wat betreft het gebruik als middelzware horeca. Het bestemmingsplan biedt geen toereikende afwijkingsmogelijkheid voor de geconstateerde strijdigheid. Het college  is bereid gebleken de afwijking van de desbetreffende bestemmingsplanregels toe te staan op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 2º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto artikel 4, lid 9 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Is het juist dat de vergunning is verleend met toepassing van de zogenaamde kruimellijst? Zo nee, waarom niet?

2. Is het juist dat het college beleidsvrijheid heeft als het gaat om het toepassen van de kruimellijst? Zo nee, waarom niet?

3. Is het juist dat de verhuurder van het pand in gesprek is over de vestiging van Burger King in het pand? Zo nee, waarom niet?

4. Was het college op het moment van het verlenen van de vergunning hiervan op de hoogte? Zo nee, waarom niet?

5. Is de vergunning verleend zonder dat vaststond welke restaurant er in het pand zou komen? Zo ja, waarom?

6. En zo ja, waarom is een vergunning verleend zonder te toetsen welk restaurant hier zou komen?

7. Is het college met ons van mening dat een restaurant wezenlijk verschilt van een fastfoodinrichting? Zo nee, waarom niet?

8. Het college heeft als motivering voor het afwijken van het bestemmingsplan het volgende gesteld in de vergunning:

Omdat transformatie van een gedeelte van het kantoor in bestaand beleid past en omdat horeca op deze plek voorstelbaar is heeft het college besloten om mee te werken aan dit initiatief en de vergunning te verlenen.

Het college verwijst daarvoor o.a. naar de Kantorenstrategie, de Horecavisie en het Binnenstadsplan. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

9. In de vergunning wordt uit het Binnenstadsplan m.b.t. de Grote Markt het volgende geciteerd:

Deze plekken fungeren als bestemmingen, elk met een eigen profiel en aantrekkingskracht. Dit zijn bij uitstek locaties voor onder andere horeca. Vooral op de pleinen is de horeca dominant en sfeerbepalend.

Het Binnenstadsplan stelt verder dat bij het verder ontwikkelen van horeca- en uitgaansgebieden, waaronder de Grote Markt, horeca alle ruimte krijgt.

In werkelijkheid staat er in het Binnenstadsplan:

Deze plekken fungeren als bestemmingen, elk met een eigen profiel en aantrekkingskracht. Dit zijn bij uitstek locaties voor horeca, evenementen en terrassen, maar soms ook juist rustpunten. Bestemmingen zijn als attractiepunten van groot belang voor de leesbaarheid van de stad. Ze zijn niet alleen in ruimtelijke zin duidelijk herkenbaar, maar ook vanuit de functie (representatie) en voor de bijbehorende doelgroepen. Het gaat om: Grote Markt: pophotspot, uitgaanscentrum.

Welke sferen worden er in welk gebied gecreëerd? Horeca- en uitgaansgebieden: het Plein en het Buitenhof (historisch), het Spui (modern), Grote Markt (pop). Bij het verder ontwikkelen van deze locaties krijgt horeca alle ruimte.

Waarom heeft het college niet de volledige tekst en in context over de Grote Markt geciteerd?

10. In het Binnenstadsplan staat verder nog:

Belangrijke opgaven voor de schakels rondom de Winkel Kern: Grote Markt: poppodium; verbinden van het hoge en het lage niveau.

Het culturele aanbod in de binnenstad maakt van Den Haag een toeristische ‘must see’ bestemming en Culturele Hoofdstad 2018. Cultuur manifesteert zich in verschillende vormen in de sferen van de binnenstad: Grote Markt: muziek, pophotspot.

In 2020 staat de Haagse binnenstad in Nederland bekend om de culinaire kwaliteiten en toonaangevende (meng-) formules.

De Grote Markt, het Plein en het Buitenhof zijn aantrekkelijke horecapleinen geworden met ieder een eigen publiek. In het algemeen geldt dat Den Haag meer een stad van kwaliteit is dan van trendy concepten. Den Haag is een echte restaurantstad, maar wordt nog te weinig als zodanig (h)erkend.

De Haagse binnenstad zal ook op het gebied van uitgaan levendiger moeten worden. Dit gebeurt door:

Het verder ontwikkelen van een pophotspot met uitgaansvoorzieningen, gericht op jongeren en muziek op en rond de Grote Markt.

Welke sferen worden er in welk gebied gecreëerd? Horeca- en uitgaansgebieden: het Plein en het Buitenhof (historisch), het Spui (modern), Grote Markt (pop).

Waarom heeft het college deze onderdelen van het Binnenstadsplan niet genoemd in de vergunning?

11. In het Binnenstadsplan staat verder:

De gemeente hanteert op basis van de nota ‘Strategisch Locatiebeleid Binnenstad’ een pro-actieve aanpak om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en aan te jagen. Het strategisch locatiebeleid vormt een belangrijke basis voor de aanpak van locaties in dit Binnenstadsplan. Strategisch locatiebeleid wordt verder geïntensiveerd.

Gaat het m.b.t. het pand Grote Markt 22 om een strategische locatie? Zo nee, waarom niet?

12. Past de vestiging van een Burger King op deze plek in het strategisch locatiebeleid? Zo ja, hoe?

13. Volgens de Horecavisie telt onze stad ruim 450 fastfood-ondernemingen. Is het college met ons van mening dat een verdere groei van het aantal fastfood-ondernemingen ongewenst is? Zo nee, waarom niet?

14. Wanneer komt de wethouder met de uitwerking van de branchering, zoals toegezegd tijdens de behandeling van de kadernota Detailhandel, en met de uitwerking van de detailhandelnota?

15. In de Haagse aanpak gezond gewicht 2010-2014 voor jongeren met overgewicht staat voedsel centraal. De aanpak richt zich op het voorkomen van overgewicht door kinderen te stimuleren gezonder te eten: op school, thuis, op de sportclub en in de vrije tijd. Is het college met ons van mening dat de vestiging van een fastfoodketen als Burger King in een uitgaanskern (waar veel jongeren komen)  in het kader van gezond eten volstrekt ongepast is? Zo nee, waarom niet?

16. In de Popnota staat het volgende m.b.t. de Grote Markt:

Het Popdistrict rondom de Grote Markt wil zich verder ontwikkelen tot een trekpleister voor partijen uit de popsector.

Net zoals dat het Museumkwartier rondom het Lange Voorhout een gebied is waar veel musea en erfgoed bezienswaardigheden zijn, heeft het gebied rondom de Grote Markt zich ontwikkeld tot Popdistrict, een plek waar veel initiatieven rond popmuziek plaatsvinden. De komende jaren wil het Popdistrict zich verder ontwikkelen tot een gebied waar steeds meer partijen uit de popsector naar toe trekken of zich vestigen. De Grote Markt en de aangelegen horeca- en cultuurgelegenheden bieden met regelmaat een podium aan muzikanten. Sinds 2017 wordt de naam Popdistrict gehanteerd (voorheen PopHotSpot). De programmering staat namelijk niet alleen op één spot maar verspreidt zich over het gebied rondom de Grote Markt: van het Paard en het Koorenhuis tot aan de Grey Space in the Middle, Lutherse Kerk, het Nutshuis en de Rootz. In de bijlage is een overzichtskaart van het Popdistrict opgenomen. Er bestaat binnen het Popdistrict een samenwerking tussen culturele en horecaondernemers en ook culturele partners zoals Musicon en het Haags Pop Centrum.

Beleidsvoornemen – De ontwikkeling van het Popdistrict zorgt voor een levendige binnenstad, een verhoging van de leefbaarheid en vergroot de aantrekkingskracht en positionering van het gehele gebied. Het college zal de ontwikkeling van het Popdistrict stimuleren.

Is het college met ons van mening dat de Popnota ook een ruimtelijk relevant beleidskader is? Zo nee, waarom niet?

17. Waarom heeft het college de Popnota niet genoemd als beleidskader bij het verlenen van de vergunning?

18. Is het college met ons van mening dat de vestiging van een Burger Kingfiliaal op de Grote Markt verstorend is voor de beleving van het Rijksmonument? Zo nee, waarom niet?

19. Is het college bereid om er alles aan te doen om de vestiging van Burger King op de Grote Markt te voorkomen en een andere beter passende invulling te bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?

Peter Bos                                    Daniel Scheper

Haagse Stadspartij                   D66

Haagse Stadspartij: Bohemen verdient status beschermd stadsgezicht

Haagse Stadspartij Haagse Stadspartij D66 's-Gravenhage 20-12-2018 12:30

De Haagse gemeenteraad heeft donderdag 20 december het bestemmingsplan Bohemen vastgesteld. Peter Bos, raadslid van de Haagse Stadspartij, heeft een motie ingediend om te onderzoeken of Bohemen kan worden aangewezen tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht.

Het gaat om een conserverend bestemmingsplan voor een gebied waar weinig nieuw ontwikkelingen worden verwacht en waar behoud het uitgangspunt is. Voor de Haagse Stadspartij is dit echter niet genoeg. Peter Bos: “Bohemen is stedenbouwkundig en architectonisch een prachtige wijk die nog vrijwel ongeschonden is. Beroemde architecten als Co Brandes hebben hier veel mooie ensembles en panden ontworpen. De architectuur is veelal in de stijl van de Nieuwe Haagse School. Ook zijn de waterlopen, de zichtlijnen en de symmetrische opgezette bouwmassa’s van de wijk erg bijzonder”.

Wethouder Robert van Asten (D66), verantwoordelijk voor monumentenzorg, vond het een sympathieke motie, maar betoogde dat de wijk onvoldoende stedenbouwkundige samenhang heeft om te worden aangewezen tot beschermd stadsgezicht. In de ogen van Peter Bos baseerde hij zich op achterhaalde informatie. Na de toezegging van de wethouder om volgend jaar een werkbespreking te houden, hield Bos de motie aan. Wordt vervolgd dus.

Hieronder de motie:

De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 december 2018, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake vaststelling bestemmingsplan Bohemen (RIS 301098).

Constaterende, dat:

– in de toelichting van het bestemmingsplan Bohemen de cultuurhistorische waarden worden genoemd, die o.a. ontleend zijn aan het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) waarin de bijzondere kwaliteiten van dit plangebied zijn onderzocht en omschreven;

– de belangrijkste cultuurhistorische waarden als volgt zijn omschreven:

* De in de Nieuwe Haagsche Schoolstijl opgetrokken flats ontworpen door de architect Co Brandes;

* De bebouwing aan het trechtervormige Pinksterbloemplein, eveneens van Brandes;

* De in de zijstraten en aan de hoefijzer-vormige binnenstraten gerealiseerde eengezinswoningen in architectuur gebaseerd op de Nieuwe Haagsche Schoolstijl;

* Het overgrote deel van de waterlopen in het plangebied die onderdeel zijn van de oorspronkelijke opzet van het vooroorlogse uitbreidingsplan, of onderdeel van het na-oorlogse wederopbouwplan en die van cultuurhistorische waarde zijn;

* De vier cultuurhistorisch waardevolle zichtlijnen:De zichtas vanaf het Savornin Lohmanplein richting de duinen, de zichtas vanaf de Laan van Meerdervoort naar het Daltonlyceum samen met de monumentale opzet van de bebouwing aan het Pinksterbloemplein. En de twee waardevolle zichtlijnen ter plaatse van de Hoefbladlaan en de Lobelialaan;

* De karakteristieke panden die in het MIP zijn geïnventariseerd met naast beschermde monumenten ook karakteristieke panden die niet beschermd zijn.

Van mening dat:

– cultureel erfgoed in de wijk Bohemen ruimschoots aanwezig is en sloop hiervan ongewenst is;

– Bohemen een stedenbouwkundig, architectonisch en cultuur-historisch bijzonder en gewaardeerd gebied is waarvan een groot deel nog intact is en derhalve een goede bescherming verdient.

Verzoekt het college:

– te onderzoeken of Bohemen – of delen daarvan – kan worden aangewezen tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht en de raad over de uitkomsten hiervan te informeren.

En gaat over tot de orde van de dag.

Peter Bos

Zie je content die volgens jou niet op deze site hoort? Check onze disclaimer.