Nieuws van ChristenUnie in Nederland inzichtelijk

248 documenten

Welke impact heeft de keuze die jij in de supermarkt maakt?

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 19-02-2020 21:05

Door Carla Dik-Faber op 19 februari 2020 om 22:00

Welke impact heeft de keuze die jij in de supermarkt maakt?

Op vrijdagochtend zit ik met een kop koffie aan de keukentafel van Jeroen en Gusta van der Kooij. Zij zijn de eigenaar van Hoeve Rust-hoff, een biologisch rundveebedrijf (melk en vlees) in Maasland. Door het raam heb ik uitzicht op de tuin, waar vogels spelen in de struiken. Daarachter uitgestrekte weilanden met in de verte het volgende melkveebedrijf en - onvermijdelijk in ons kleine land - de snelweg A20.

Gusta vertelt over haar plannen om van de koeienhuiden tassen te ontwerpen. Het slachthuis stond wel even te kijken van haar vraag ‘of ze de koeienhuiden terug kon krijgen’, maar ik vind het geweldig dat ze dit doet. Nu gaan koeienhuiden de hele wereld over, niet echt duurzaam. Jeroen vertelt over de stap naar biologisch boeren, jaren geleden al, om meer in evenwicht met de natuur te kunnen werken.

Je zou denken dat dit een successtory is, maar vanzelf gaat het niet. Er moet hard gewerkt worden. Een rustige werkweek telt 70 uren, alleen voor Jeroen.

We spreken veel over het verdienmodel voor boeren. Ik vind het zó onbegrijpelijk dat een boer - die zorgt voor ons dagelijks voedsel, voor ons van levensbelang - prijsnemer is. Boeren in ons land moeten het doen met de prijzen die de afnemer van vlees en melk heeft uit-onderhandeld met de inkooporganisaties van supermarkten. Daar staat niet de waarde van het product voorop. En ook niet een goede boterham voor boeren. Bij de supermarkten en levensmiddelenindustrie gaat het om de laagste prijs voor de consument. Om ons dus.

Dat voedsel in overvloed en zo goedkoop beschikbaar is, ontneemt het zicht op de waarde ervan. Het leidt bovendien tot voedselverspilling: in 2019 is per persoon ruim 34 kilo goed voedsel weggegooid (ter waarde van 120 euro). Naar verluidt gaan boeren binnenkort protesteren bij supermarkten. Ze verkopen hun producten rechtstreeks aan klanten, voor de prijs die ze anders van de supermarkt krijgen.

Dat kan een sympathieke actie worden. En hopelijk wordt hierdoor het voedselsysteem op z’n kop gezet. Een paar cent extra per product kan voor boeren het verschil maken tussen wel of geen toekomst in ons land.

Alfred Slomp schreef het boek SuperWaar en is oprichter van ‘God in de supermarkt’. Zijn boodschap is eigenlijk heel simpel: ook door je keuze in de supermarkt kun je God eren. Best een gewaagde stelling, maar ook mooi om zo je geloof handen en voeten te geven. Welke impact heeft de keuze die jij in de supermarkt maakt, ver weg of dichtbij?

Als ik op werkbezoek ben bij boeren, besef ik weer dat we als consument echt het verschil kunnen maken. Bovendien, God heeft ons zo mooi geschapen; het is helemaal niet gek om eens wat langer stil te staan bij de vraag waarmee we ons lichaam voeden.

We nemen een kijkje in de stallen, waar katten spelen bij pasgeboren stierkalfjes. De zon schijnt naar binnen. De blaarkoppen staan er prachtig bij. Nog een paar maanden en dan gaan ze weer de weide in.

Toegankelijk openbaar vervoer voor mensen met een beperking

ChristenUnie ChristenUnie CDA Nederland 19-02-2020 13:04

Door Stieneke van der Graaf op 19 februari 2020 om 11:02

Toegankelijk openbaar vervoer voor mensen met een beperking

De ChristenUnie staat voor een inclusieve samenleving, waarin iedereen er mag zijn en kan meedoen. Daarvoor is het heel belangrijk dat iedereen gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Helaas verschilt de toegankelijkheid sterk per vervoerder en is het voor mensen met een beperking soms onmogelijk om te reizen met het openbaar vervoer. Toiletten zijn niet geschikt, er is geen personeel om te helpen bij het in- of uitstappen of reisbegeleiding ontbreekt.

Daar moet verandering in komen. Ik ben dan ook blij dat deze week in de Tweede Kamer een motie van ChristenUnie en CDA is aangenomen die de regering oproept om samen met de vervoerders tot nieuwe, concrete afspraken te komen. Deze moeten gelden als minimumeisen voor de inzet van alle vervoerders op het gebied van toegankelijkheid en hulp. Zodat iedereen kan reizen met het openbaar vervoer en een beperking geen belemmering is.

Belangrijke motie over landelijk toegankelijk OV en minimum eisen bij OV aanbestedingen aangenomen! Dank aan @Stienekevdgraaf @gertjansegers @jobaCDA 👏🏻 Op naar één landelijke basisvoorziening waar iedereen zich aan houdt! #ToegankelijkOV. Groot draagvlak. 👇 pic.twitter.com/cA00XCWoT1

— CoalitievoorInclusie (@cvinclusie) February 19, 2020

Waar ligt de grens?

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 18-02-2020 13:57

Door Joël Voordewind op 14 februari 2020 om 23:25

Twee dagen lang debatteerde de Tweede Kamer over CETA, het handelsverdrag met Canada. Voorafgaand aan het debat heb ik in een blog het dilemma dat we als ChristenUnie zien, zo helder mogelijk proberen te beschrijven. Nu, na het debat, wil ik u opnieuw meenemen in onze afwegingen.

Het debat liet een diepe polarisatie zien. Voorstanders zijn enthousiast vóór, tegenstanders zijn héél erg tegen. Veel aandacht ging naar onze fractie uit en onze middenpositie.

Ik schreef in het eerder aangehaalde blog al dat u van de ChristenUnie misschien wel nooit een ‘ja’ of ‘nee’ over CETA zult horen zonder daar kanttekeningen en nuances bij te maken. CETA kent zowel voor- als nadelen en het is eerlijk om die allemaal serieus nemen, in plaats van alléén de voordelen of alléén de nadelen weer te geven.

In het debat hebben we scherpe vragen gesteld over voedselveiligheid, dierenwelzijn, over omgang met de schepping, over gelijke kansen voor Nederlandse boeren en de kringlooplandbouw.

Maar we hebben ook de voordelen benoemd: handel kan leiden tot duurzame en inclusieve groei, levert banen op, biedt grote kansen voor vooral ook kleine en middelgrote bedrijven. Een derde van wat er in Nederland verdiend wordt, komt door handel met het buitenland.

CETA heeft dus voor- en nadelen. Misschien zegt u dan: bij twijfel, niet oversteken. Een logische reactie, zeker als het om beleid gaat dat alleen Nederland betreft: dan wil je soms een echt góede wet of anders géén wet. Omdat we toch ook een wél goede wet kunt maken?

Maar voor een handelsverdrag is dat ingewikkelder. Een handelsverdrag is altíjd een compromis. Een compromis van Nederland, Canada, maar ook van nog zesentwintig andere Europese landen, aan wie we verbonden zijn en waar goederen gewoon van het ene naar het andere land kunnen worden vervoerd.

Compromis

CETA is een compromis. Een op sommige punten lelijk compromis, gelet op de punten die ik eerder beschreef. En een compromis hóef je niet te accepteren, je kunt ook tegen zijn. Op die manier hebben we ons deze week dan ook héél duidelijk tegen Mercosur uitgesproken (een nog veel dramatischer handelsverdrag waar nu over wordt gesproken met Zuid-Amerikaanse landen).

Maar CETA zit ‘op het randje’. Eigenlijk is de afweging die de ChristenUnie deze week moest maken dan ook het beste als volgt kort samen te vatten: als we het hebben over handelsverdragen, leggen we de grens dan net vóór, of net ná CETA? En het antwoord op die vraag, hing af van de waarborgen die we deze week van het kabinet zouden krijgen.

Waarborgen

Ik som de voorwaarden van de ChristenUnie nog even op, zoals we ze in het debat hebben ingebracht. We vragen van het kabinet en van Brussel:

1. Géén landbouwproducten uit Canada die niet zijn voorzien van een certificaat dat er geen in Europa verboden pesticiden zijn gebruikt. Hierdoor is etikettering mogelijk.

2. Extra Europese waarnemers die in Canada bedrijfsbezoeken uitvoeren om te controleren of de productiewijze aan onze Europese normen voldoet als het gaat om in de EU verboden hormoonvlees.

3. Uitbreiding van de Nederlandse douanecapaciteit om de importcontrole uit Canada aan te scherpen.

4. Geen afzwakking, maar juist een versterking en versnelling van de omslag die we in Nederland maken naar kringlooplandbouw en de bereidheid van het kabinet om daar extra geld voor uit te trekken.

5. De garantie dat de quota die zijn gesteld voor rund- en varkensvlees niet worden aangepast.

6. De garantie dat het systeem van geschillenbeslechting geen beperking betekent van de vrijheid van Nederland om eigen beleid te maken. Dat we eigen wetten kunnen blijven maken, zelfs als die ook Canadese bedrijven nadelig raken, zonder dat er schadeclaims betaald moeten worden.

7. En, los van CETA, een toezegging dat het kabinet ons voorstel voor een ‘bodemwet’ voor internationaal maatschappelijk verantwoord als een van de dwingende maatregelen overneemt, als deze zomer uit de evaluatie blijkt dat het niet goed gaat met de uitvoering van de internationale standaarden die gelden voor arbeidsomstandigheden, dierenwelzijn en milieu.

In normaal taalgebruik komt het hier op neer: kunnen we de kringlooplandbouw – duurzaam, natuurinclusief – versterken? Kunnen we de producten en de productiewijze van wat er in de Nederlandse schappen ligt serieus controleren? Kunnen we ervoor zorgen dat we in de wereld zoveel mogelijk stappen in de goede richting zetten als het gaat om voedselveiligheid, arbeidsvoorwaarden, dierenwelzijn en omgang met de schepping?

Belangrijke resultaten

Onze vragen zijn vergaand, de waarborgen die we hebben geëist stevig. Het kabinet heeft daarop toezeggingen gedaan en ook de Europese Commissie heeft officieel laten weten aan de slag te gaan met de zorgen van de ChristenUnie. Vanavond nog ontvingen we een brief van minister Kaag en eentje van eurocommissaris Hogan - waar we op aangedrongen hebben - waarin de toezeggingen zijn opgesomd.

Binnen twee maanden komt er een omschakelingsfonds voor boeren die de omslag naar kringlooplandbouw willen maken, met voldoende geld.

Onze eigen standaarden zijn gegarandeerd en we hebben zwart-op-wit van ‘Brussel’ dat werk wordt gemaakt van verscherpt Europees toezicht ín Canada. Bovendien wordt ook onze eigen douane versterkt.

En – niet direct gekoppeld aan CETA, maar wel belangrijk – afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie van het handelsbeleid, wordt het ChristenUnie-voorstel voor een bodemwet voor arbeidsomstandigheden, dierenwelzijn en milieu door het kabinet meegenomen in het pakket van dwingende maatregelen.

Waar ligt de grens?

CETA is en blijft een compromis met betere en slechtere onderdelen.

Maar dat compromis, dat is wel hetgeen waar je uiteindelijk ‘ja’ of ‘nee’ op moet zeggen.

Dan maak ik de balans op en dan is het misschien met de hakken over de sloot, maar dan is het ook in de overtuiging dat nu aan onze voorwaarden is voldaan, het ‘goed genoeg’ is. Niet meer en niet minder.

Ik stelde eerder in deze blog al de vraag: waar ligt de grens? Na het debat van deze week zeg ik: direct na CETA. Een verdrag dat verder gaat dan dit verdrag, kan niet op de steun van de ChristenUnie rekenen. Mercosur: tegen. CETA: met de na- én voordelen helder voor ogen en een aantal belangrijke resultaten voor boeren, dieren, milieu en veiligheid op zak: voor.

Ga het gesprek altijd aan

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 17-02-2020 22:19

Door Carla Dik-Faber op 17 februari 2020 om 23:13

Vandaag stuurde minister Hugo de Jonge het onderzoek naar de Kamer over euthanasie en psychiatrie. Het onderzoek laat zien hoe belangrijk het is dat huisartsen, psychiaters en andere behandelaars de doodswens van hun patiënt serieus nemen en bespreekbaar maken.

Dit gebeurt nu nog te weinig, waardoor veel patiënten hun heil zoeken bij het Expertisecentrum Euthanasie (voorheen: de Levenseindekliniek). Het Expertisecentrum concludeert echter dat achter 60% van de euthanasieverzoeken een hulpvraag om verder te leven schuil gaat. Deze hulpvraag, die zich kan uiten in een doodswens, moeten we te allen tijde serieus nemen. Patiënten verdienen hierbij goede hulp en ondersteuning.

Dit is een belangrijke oproep aan de verschillende beroepsgroepen: ga het gesprek over een doodswens altijd aan. Want in de meest gevallen willen mensen geen euthanasie, maar willen ze dat er naar hen geluisterd wordt.

Kabinet mag stapje harder lopen voor jongeren

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 17-02-2020 15:17

Door Eppo Bruins op 17 februari 2020 om 15:49

Kabinet mag stapje harder lopen voor jongeren

Eind augustus presenteerde het Jongerenplatform van de SER - één van de belangrijkste adviesorganisaties van het kabinet - een belangrijk rapport over de uitdagingen waar jongeren anno 2020 tegenaan lopen. In het rapport wordt helder beschreven dat er voor jongeren veel kansen zijn in de samenleving, maar dat ze ook tegen veel belemmeringen aanlopen.

Op diverse terreinen hebben jongeren het niet gemakkelijk: door het leenstelsel, door de onzekere arbeidsmarkt, door een tekort aan woonruimte. Het Jongerenplatform toonde aan dat jongeren hierdoor belangrijke mijlpalen uitstellen, zoals het kopen van een huis of het stichten van een gezin. Er is dus wel wat aan de hand in onze samenleving.

De afgelopen tijd heeft de ChristenUnie deze problemen met Coalitie-Y uitgebreid op de kaart gezet. Uit ons initiatief is een brede beweging van jongerenorganisaties voortgekomen, dat inmiddels gesteund wordt door een groot aantal politieke partijen. Het rapport van het SER-Jongerenplatform sloot naadloos aan bij de agenda van Coalitie-Y.

We keken dan ook reikhalzend uit naar de reactie van het kabinet. Die kabinetsreactie kwam vandaag. En die valt dan toch een beetje tegen. In de kabinetsbrief wordt vooral opgesomd wat er allemaal al gebeurt op het terrein van onderwijs, arbeidsmarkt en woningmarkt. Er staat nauwelijks nieuws in de brief. Bovendien is het grootste punt van het Jongerenplatform en van Coalitie-Y: kijk nou integraal naar de positie van jongeren, en doe het niet verkokerd per beleidsterrein. Het kabinet lijkt weinig gehoor te geven aan deze oproep.

Wat de ChristenUnie betreft mag het wel wat ambitieuzer. Wij zullen de komende tijd dan ook blijven opkomen voor jongeren en het kabinet oproepen om in al haar beleidskeuzes de positie van jongeren voor ogen te houden. Een belangrijk punt daarbij is de generatietoets: bij grote beleidswijzigingen en politieke akkoorden moet in kaart worden gebracht wat de effecten zijn voor alle leeftijdsgroepen, zodat we generatie-proof beleid maken. In de brief van het kabinet wordt de uitwerking van deze generatietoets vooruit geschoven, maar we zullen dat scherp in de gaten houden.

Gelukkig staat er één concreet punt in de brief: voortaan zal weer het tweejaarlijkse Nibud Studentenonderzoek gehouden worden, om de financiële positie van jongeren in kaart te brengen. De ChristenUnie pleit hier al lang voor, want inzicht in de financiële situatie is een belangrijke eerste stap om ook gepast beleid te ontwikkelen.

Investeren in waardevolle regio’s: 180 miljoen euro voor Regio Deals

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 14-02-2020 15:37

Door Webredactie op 14 februari 2020 om 15:45

Investeren in waardevolle regio’s: 180 miljoen euro voor Regio Deals

Een sterke en veerkrachtige samenleving begint in de regio: de plek waar we wonen, werken en onze vrije tijd doorbrengen. Het kabinet zet dan ook in op nauwe samenwerking met de regio’s. Vandaag heeft de ministerraad ingestemd met het voorstel voor 14 nieuwe Regio Deals van minister Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en minister Knops (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Voor deze deals is 180 miljoen euro beschikbaar uit de Regio Envelop waar in totaal deze kabinetsperiode 950 miljoen euro in zit.

Tweede Kamerlid Stieneke van der Graaf (ChristenUnie) is blij met de uitkomst: ‘De ChristenUnie gelooft in de kracht van de regio. Eén van de redenen voor onze kabinetsdeelname is dat we willen dat dit een kabinet is voor heel Nederland, inclusief de regio’s. Vandaag maakt het kabinet die belofte waar door onder meer extra geld te investeren in gebieden in Groningen, Friesland, Veluwe, Overijssel en Zeeland.

We investeren onder meer in werk en woningen in Groningen, de leefomgeving van Zuidoost-Friesland, de mobiliteit op de Veluwe, duurzame groei van de regio van Zwolle, het onderwijs en innovatiekracht van Zeeuws-Vlaanderen, het vergroten van de leefbaarheid van wijken in Utrecht en Zeist, en nog veel meer. We hopen dat deze Regio Deals een krachtige extra stimulans geven aan deze gebieden en dagen het kabinet uit om op deze weg verder te gaan en een echt kabinet voor de regio te zijn.’

Met de Regiodeals investeren we onder andere in:

De leefomgeving en het landschap in Zuidoost-Friesland.

De leefbaarheid en veiligheid in de stad Groningen.

Werk en woningen in Oost-Groningen.

Een duurzame groei voor Zwolle.

Vakantieparken, mobiliteit en tegengaan van criminaliteit op de Veluwe.

Verduurzaming van de glastuinbouwsector en vergroten van de bewonersbetrokkenheid in FruitDelta Rivierenland.

Een circulaire groei van de economie van de CleantechRegio.

Nieuwe ordening van de leefomgeving en ontwikkeling van Noordoost-Brabant.

‘Future farming’ en behouden en aantrekken van talent voor Noord-Limburg.

Onderwijs, economie en arbeidsmarkt voor Drechtsteden en Gorinchem.

De verduurzaming en ontwikkeling van ecologie in de Zuid-Hollandse Delta.

Het vergroten van de leefbaarheid van wijken in Utrecht, Nieuwegein en Zeist.

Het creëren van werkgelegenheid in de Kop van Noord-Holland.

Het onderwijs, de identiteit en innovatiekracht van Zeeuws-Vlaanderen.

Minister Carola Schouten: ‘Uit alle ingediende voorstellen spreekt een enorm enthousiasme en een grote gedrevenheid om aan de slag te gaan. In heel Nederland zien we unieke samenwerkingen waarin partijen elkaar opzoeken om samen te werken aan het verder brengen van de regio. Dat is precies waar de Regio Envelop voor bedoeld is: samenwerken aan de plek waar we met elkaar wonen, werken, leren en leven. Al deze verschillende plekken zijn bijzonder en samen vormen ze het Nederland zoals wij dat kennen. Ik kijk uit naar de uitwerking en vervolgstappen die er nu gezet gaan worden.’

Geef brandweervrijwilligers de waardering die ze verdienen

ChristenUnie ChristenUnie VVD Nederland 14-02-2020 10:58

Door Stieneke van der Graaf op 14 februari 2020 om 11:55

Geef brandweervrijwilligers de waardering die ze verdienen

Elke dag komt de vrijwillige brandweer op voor mensen in nood. Deze moedige mannen en vrouwen riskeren hun leven om anderen in veiligheid te brengen. Ik heb daar ongelofelijk veel bewondering voor. Juist in een tijd waarin hulpverleners vaak te maken krijgen met geweld en agressie, is het voor de ChristenUnie belangrijk dat de brandweervrijwilligers de erkenning en waardering krijgen voor hun moedige werk.

In de afgelopen jaren heb ik meerdere brandweerkorpsen bezocht. Een gesprek in de regio Eemsdelta is mij erg bijgebleven. Het korps daar moet vaak uitrukken omdat Chemie Park Delfzijl vlakbij is. Dat korps bestaat voor het grootste deel uit vrijwilligers. Een van die vrijwilligers zei: ‘Ik heb deze week wel zeven keer het werk uit mijn handen moeten laten vallen en moeten uitrukken.’ Als samenleving mogen we hen ontzettend waarderen, alleen al voor het feit dat ze 24 uur per dag klaar staan om hun leven voor ons te wagen.

Een prachtige vorm van die waardering was de koninklijke onderscheiding die vrijwilligers bij twintig jaar kregen. Deze erkenning stelden de brandweervrijwilligers zeer op prijs. Helaas schafte de Kanselarij der Nederlandse Orden per 1 januari deze regeling af. Dat vind ik heel jammer. Ik vind namelijk dat brandweervrijwilligers dit lintje wél verdienen.

Om die reden vroeg ik deze week, samen met de VVD, de minister om brandweervrijwilligers na twintig jaar trouwe dienst weer te laten onderscheiden. Voor mensen die zoveel jaar zulke moed betonen is een koninklijke onderscheiding een passende vorm van erkenning. Want, zoals ze dat zelf mooi zeggen: ‘brandweerlieden doen een stap naar voren, als anderen een stap terug doen.’

Kinderen verdienen onze bescherming

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 13-02-2020 08:32

Door Stieneke van der Graaf op 13 februari 2020 om 09:26

Kinderen verdienen onze bescherming

Per jaar worden er meer dan 1.300 meisjes slachtoffer van seksuele uitbuiting. Per week komen er 25 slachtoffers bij. Dat is een hele schoolklas. Van die schoolklas komt nog niet één kind per week in beeld. De rest blijft onzichtbaar, wordt niet geholpen en niet beschermd, en de daders blijven op vrije voeten. Daar maak ik me zorgen over. Dat moet anders.

Op dit moment zetten we in Nederland in op het trainen van leraren en wijkteams om signalen van kindermisbruik en seksuele uitbuiting te herkennen. Zij zijn onze ogen en oren om slachtoffers te vinden, en dat is ongelooflijk belangrijk.

Maar vaak begint seksuele uitbuiting en misbruik online. Daders zoeken tijdens en buiten kantooruren het internet af op kwetsbare meisjes en jongens, van pro-anafora tot aan Grindr. Ze pikken er de meest kwetsbare tussenuit en proberen hun vertrouwen te winnen met als doel om hen seksueel te misbruiken. Het is dus dringend nodig om ook onze inzet van hulpverlening op het internet te vergroten en online te zoeken naar slachtoffers van seksuele uitbuiting. Tot nu toe moeten slachtoffers zelf op zoek gaan naar hulp, als ze deze drempel al over gaan. Dan heeft het misbruik al plaatsgevonden, dagen misschien wel jarenlang.

In de Verenigde Staten is er een online outreach programma. Professionele hulpverleners gaan daar online op zoek naar slachtoffers van misbruik en bieden een boodschap van hoop, een luisterend oor en een uitweg. Met succes. Ik vraag de minister om ook in Nederland zo’n programma te ontwikkelen, samen met het OM, de politie, maatschappelijke organisaties en zorgverleners. Zodat we niet alleen fysiek, maar ook op internet oren en ogen hebben om slachtoffers te bereiken en daders te stoppen.

Om niet alleen kindermisbruik te stoppen, maar ook om nieuwe slachtoffers te voorkomen, is er de hulplijn van Stop It Now! De organisatie biedt hulp aan mensen die dreigen een grens over te gaan, voorkomt zo daderschap en daarmee ook nieuwe slachtoffers. De lijn is echter zeer gebrekkig bereikbaar. Afgelopen jaar waren er bijvoorbeeld meer dan 500 gemiste oproepen. Dat zijn er schrikbarend veel. Daarom vraag ik de minister om in overleg met de organisatie de bereikbaarheid van de hulplijn te verbeteren, door bijvoorbeeld de tijden dat de lijn bereikbaar is uit te breiden.

We moeten er alles aan doen om te voorkomen dat kinderen slachtoffer worden van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting. Met een online team proactieve hulpverleners bereiken we meer slachtoffers en kunnen we hen helpen. Door de bereikbaarheid van de hulplijn van Stop It Now! te verbeteren, dragen we bij aan het stoppen van de daders en voorkomen we zoveel mogelijk nieuwe slachtoffers. Het zijn stappen om te zorgen dat kinderen de veilige jeugd krijgen die ze verdienen.

Over eerlijke handel, rentmeesterschap en twijfel

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 12-02-2020 12:03

Door Joël Voordewind op 12 februari 2020 om 12:02

Over eerlijke handel, rentmeesterschap en twijfel

Handel is iets moois. Zolang als we bestaan wordt er al handelgedreven, wat enorm heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van heel veel landen, zeker ook van Nederland. En nog steeds is handel belangrijk, zowel voor ontwikkelde als minder-ontwikkelde landen.

Maar handel is wel ingewikkelder geworden. Juist in een wereld waarin de mogelijkheden grenzeloos zijn, dringen zich belangrijke vragen op. Bijvoorbeeld over hoe we goed rentmeesterschap invullen en hoe we ons werk, onze landbouw en uiteindelijk onze handel daar dienstbaar aan laten zijn. Over hoe we een eerlijk speelveld houden tussen verschillende landen, zodat handel mensen niet tegen elkaar uitspeelt, maar juist samenlevingen verbindt. Over hoe we als land eisen kunnen stellen aan de producten en de productiewijze van producten die we hier in de Nederlandse schappen vinden, zodat we ervan op aan kunnen dat ons voedsel veilig is.

CETA

Deze week debatteert de Tweede Kamer over het handelsverdrag met Canada. Dit handelsverdrag heet ‘CETA’ en ook de ChristenUnie moet daar nu iets van vinden. Daarom is het goed iets meer te vertellen over CETA, handelsverdragen in het algemeen en hoe de ChristenUnie daar nu tegenaan kijkt.

Handelsverdragen zijn afspraken tussen landen over de voorwaarden waaronder handel kan plaatsvinden. Ook handelsverdragen zijn in principe dus niet slecht.

Veel mensen zeggen bovendien: Canada, dat is een Westers land, we zijn cultureel en historisch met elkaar verbonden, daar moeten we toch handel mee kunnen drijven?

Handel kan goed, maar ook slecht zijn

En in zekere zin is dat terecht. Momenteel speelt er naast de discussie over CETA bijvoorbeeld nog een discussie over een handelsverdrag met de Mercosur-landen. Landen in Zuid-Amerika, die op veel manieren veel verder van ons af staan dan Canada. Denk alleen al aan de enorme stukken van het Amazone-woud die daar worden gekapt om soja te kunnen telen. Het Mercosur-verdrag zou de export van soja vanuit deze landen een enorme impuls geven en dus de doodsteek betekenen voor het Amazone-woud.

Het mag duidelijk zijn: zo’n handelsverdrag met de Mercosur-landen steunt de ChristenUnie zeker niet.

Maar dan CETA.

Het is niet erg gebruikelijk in de politiek, maar het is wel waar: we twijfelen. Eerder stemden we al eens tegen, waarna het verdrag veranderd is. En nu moeten we opnieuw de balans opmaken.

Aan de ene kant: handel kan dus goed zijn, Canada is een land dat in veel opzichten bij ons past en er zijn na onze tegenstem in de vorige ronde duidelijke verbeteringen aangebracht als het gaat om belangrijke bezwaren die we hadden bij de geschillenbeslechting (dat gaat over hoe je conflicten over de handel oplost, wie daarin rechtspreekt en wie toegang heeft tot die rechtspraak – een principieel belangrijk punt). Voorstanders zeggen bovendien dat het nu vooral gaat om de bevestiging van een al bestaande situatie: in principe gebeurt in de praktijk alles al wat nu in CETA staat.

Belangrijke vragen

Maar aan de andere kant zitten we ook nog met vragen.

Wat betekent dit handelsverdrag voor de Nederlandse boeren? Canada is een groot en uitgestrekt land waarin de boerderijen doorgaans groot zijn. In Nederland zetten we vol in op kringlooplandbouw: duurzame landbouw die rekening houdt met de natuur en die vaak juist kleinschaliger is. We willen die kringlooplandbouw niet ondergraven, maar willen boeren die dat doen juist versterken. Dat is voor ons een belangrijke voorwaarde.

De tweede vraag is: wat betekent dit voor wat voor producten in de Nederlandse schappen liggen? In CETA staat expliciet dat we dezelfde eisen aan producten mogen stellen uit Canada als we aan onze eigen producten stellen. Dat is belangrijk. Hormoonvlees, bijvoorbeeld, is in Nederland verboden en moet dat blijven.

Maar soms zie je niet aan de buitenkant wat voor product het is – daarvoor moet je ook de productiewijze kunnen controleren. We willen dat we dat hier kunnen doen – met voldoende douane. En we willen dat ook dáár kunnen doen – met bedrijfsbezoeken en onderzoeken naar de herkomst van producten. Want we willen kunnen controleren of alle producten wel aan onze hoge standaarden voldoen. We willen waarborgen, zowel van de Nederlandse als van de Europese overheid, dat deze controles strikt en regelmatig worden uitgevoerd.

En dan is er nog een derde, bredere vraag: hoe vinden we eigenlijk dat het gaat met alle afspraken die we met landen maken over de manier waarop producten worden gemaakt? Denk aan arbeidsomstandigheden, aan dierenwelzijn, aan omgang met de schepping. Internationale afspraken zouden ertoe moeten leiden dat er op al die onderdelen verbeteringen plaats zouden vinden.

Komende zomer is er een evaluatie van dat beleid, die moet aantonen of we de goede, of juist de verkeerde kant opgaan. Mocht uit de evaluatie blijken dat het eerder de verkeerde dan de goede kant opgaat, dan vind ik dat er een wet moet komen die wettelijk vastlegt dat bedrijven transparant moeten zijn over waar hun producten vandaan komen en hoe ze zijn geproduceerd. Want in Nederland mogen we nooit accepteren dat er producten binnenkomen die niet voldoen aan de internationale VN-normen als het gaat om milieu, dierenwelzijn en arbeidsomstandigheden.

Balans opmaken

De afgelopen weken werd de fractie herhaaldelijk benaderd door mensen die wilden dat we ons uit zouden spreken over CETA – maar dan wel op zo’n manier dat we het met hen eens zijn. Zowel voor- als tegenstanders voeren een zware lobby en zijn zelf heel overtuigd van hun ‘ja’ of ‘nee’.

Heel eerlijk: ik denk dat u van de ChristenUnie misschien wel nooit een overtuigd ‘ja’ of ‘nee’ zult horen. Waar Mercosur om heel veel redenen een duidelijk ‘nee’ krijgt, kent CETA zowel voor- als nadelen. En het is eerlijk om die allemaal serieus nemen.

Omdat we uiteindelijk toch een ‘ja’ of ’nee’ zullen móeten geven, stellen we onszelf drie richtinggevende vragen. Op basis van de antwoorden die we op die vragen krijgen, maken we daarna de balans op. Kunnen we de kringlooplandbouw versterken? Kunnen we de producten en de productiewijze van wat er in de Nederlandse schappen ligt serieus controleren? Kunnen we ervoor zorgen dat we in de wereld zoveel mogelijk stappen in de goede richting zetten als het gaat om arbeidsvoorwaarden, dierenwelzijn en omgang met de schepping?

Voor alle drie de vragen geldt dat we ze deze week in het debat over CETA kunnen stellen. En we gáán ze stellen, zoals we nog veel meer vragen zullen stellen. Om vervolgens goed te luisteren naar de antwoorden die we krijgen en door te vragen waar we door moeten vragen.

Zo gaan we deze week het debat in. Met een open houding, maar kritisch, met bovenal onze idealen duidelijk voor ogen.

Goed leven is meer dan economische groei

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 06-02-2020 11:42

Door Eppo Bruins op 5 februari 2020 om 19:58

Goed leven is meer dan economische groei

Vorige week schreef ik een blog met als titel ‘In wat voor land willen wij werken?’ Dat is de vraag die de commissie- Borstlap boven zijn rapport heeft gezet. Ik zou die vraag eigenlijk nog wat breder willen trekken: in wat voor land willen wij leven?

De ChristenUnie staat voor het goede leven, en dat goede leven bestaat niet alleen maar uit werk. Wij staan voor een samenleving waar ook ruimte is voor rust en onderlinge aandacht, waar altijd maar méér niet het hoogste doel is. Gisteravond was er een debat over een nieuw investeringsfonds voor Nederland, en juist dan wil ik dit verhaal uitdragen.

Want natuurlijk is met economische groei niets mis. Maar het moet niet een doel op zichzelf worden, waardoor we al het andere vergeten. Groei als doel is als een afgod. Een gouden kalf van groeicijfers en BNP waaromheen we dansen en juichen. Maar ondertussen zijn we onszelf voor de gek aan het houden. Want als wij groeien ten koste van de schepping en het welzijn van mensen, dan is dat niet houdbaar. Het ondermijnt onze samenleving en het goede leven. Dat hebben we bijvoorbeeld in Groningen gezien. De economische voorspoed die Nederland kent dankzij de gasvelden vertellen één kant van het verhaal, het andere wordt pijnlijk zichtbaar als we naar de gevolgen van gaswinning kijken in Groningen.

Als je voor het goede leven gaat, is economische groei geen doel maar een middel. Wij willen de mogelijkheid van aandacht en zorg voor elkaar behouden. Niet altijd maar werk, werk, werk maar ook rust op zijn tijd. Als we een investeringsfonds krijgen waarmee we investeren in de toekomst, laat het dan zijn voor een bloeiend Nederland voor onze kinderen. Voor mensen van alle opleidingen, achtergronden en regio’s. Dat betekent ook dat we niet alleen investeren in infrastructuur voor dichtbevolkte Randstad, maar willen gaan voor leefbaarheid in heel Nederland. Het betekent investeren in leerrechten voor iedereen. Dat we kiezen voor kosten die voor de baat uit gaan. Goed leven is waar mensen arbeid en zorg kunnen combineren, waar gezinnen ademruimte hebben, waar altijd maar méér werken niet het hoogste doel is. Daarom pleiten wij voorruimhartige verlofregelingen voor jonge ouders en voor mantelzorgers zijn, dat je als werknemer kunt kiezen voor ruimte en rust, aandacht voor naasten en geliefden.

Goed leven is zoveel meer dan economische groei!

Als groei tot hoogste doel wordt verheven, raken mensen in de knel. Groei is een middel om te komen tot een samenleving met meer rust en aandacht voor elkaar; waar ruimte is voor het gezin, voor vrijwilligerswerk en mantelzorg. Om het goede leven samen mogelijk te maken. pic.twitter.com/8jXH3bCmUI

— Eppo Bruins (@eppobruins) February 5, 2020