Nieuws van ChristenUnie in Nederland inzichtelijk

331 documenten

Geloofsvervolging vindt ook in ons land plaats

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 30-06-2020 17:34

Door Stieneke van der Graaf op 30 juni 2020 om 16:07

Geloofsvervolging vindt ook in ons land plaats

Je wordt christen en krijgt een dreigend appje van je vader: 'Ik kom met een pistool'. Je wordt in elkaar geslagen, enkel omdat je moeder van geloof verandert. Een bommelding bij de kerk omdat je wordt gedoopt.

Niet iedereen is in Nederland vrij om te geloven, te veranderen van geloof of te besluiten om niet te geloven. Ook hier worden mensen vanwege hun geloof of levensbeschouwing bedreigd of mishandeld. Dat is onacceptabel. Bovenstaande voorbeelden komen uit een onderzoek dat is gedaan in opdracht van de Gemeente Amsterdam. Deze gevallen lijken slechts het topje van de ijsberg van geloofsvervolging in Nederland te zijn. Ook buiten de hoofdstad weten we van bedreigingen en geweld vanwege het geloof van mensen.

Mensen durven niet aan hun familie te vertellen dat ze christen zijn geworden, omdat ze weten dat ze te maken krijgen met intimidatie en agressie. Er vloog zelfs een keer een kogel dwars door een ruit, die het beoogde slachtoffer op een haar na miste. Vaak zijn de slachtoffers mensen met een islamitische achtergrond, die hadden besloten hun geloof te verlaten. Een ingewikkelde bijkomstigheid is dat de slachtoffers amper op de radar van de politie zijn. De politie registreert deze bedreigingen namelijk niet apart. Mede daardoor is niet duidelijk op welke schaal vervolging plaatsvindt. Bovendien is de bereidheid om aangifte te doen maar laag. Slachtoffers zijn bang voor represailles. Ze houden zich dus maar stil. Dit kunnen we niet accepteren. Het begin van de oplossing ligt bij het in kaart brengen van het probleem.

Daarom wil ik dat het kabinet onderzoek gaat doen naar de omvang en aard van de geloofsvervolging in Nederland. Daarnaast moet de kennis bij de politie verbeteren. Er moet een aparte registratie van deze aangiftes komen, zodat de aard van het probleem duidelijker wordt. Ook kan de politie leren van de aanpak bij andere doelgroepen waar de bereidheid om aangifte te doen laag is. Iedereen in Nederland heeft de vrijheid om te geloven of te veranderen van geloof als hij dat wil. Het is een van de belangrijkste vrijheden die onze Grondwet kent.

Die geloofsvrijheid moet we altijd beschermen. Geloof gaat immers over wat iemand ten diepste beweegt, of iemand nu christen, jood, moslim of humanist is. Discriminatie, intimidatie en geweld kunnen en mogen we niet toestaan.

Dit opiniestuk verscheen vandaag in het Algemeen Dagblad.

Evaluatie abortuswet: gemiste kans om de wet zorgvuldiger te maken

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 29-06-2020 19:55

Door Carla Dik-Faber op 29 juni 2020 om 21:41

Evaluatie abortuswet: gemiste kans om de wet zorgvuldiger te maken

Het was best spannend dat juist dit kabinet, met partijen die op medisch ethisch gebied soms lijnrecht tegenover elkaar staan, de abortuswet ging evalueren. Toch is dat wat we gedaan hebben, omdat het voor iedereen goed is te weten hoe de wet in de praktijk uitpakt. Afgelopen week verscheen dan eindelijk die langverwachte evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap, zoals de wet officieel heet.

De ChristenUnie is nooit een voorstander van deze wet geweest en ik vind het daarom des te belangrijker dat de wet nu die er dan toch is in ieder geval zorgvuldig wordt uitgevoerd. Met oog voor de bescherming van het ongeboren leven én goede zorg voor onbedoeld zwangere vrouwen. Ik was dan ook benieuwd met welke nieuwe inzichten de onderzoekers zouden komen.

Helaas is het resultaat nogal magertjes. Dat erkennen de onderzoekers zelf overigens ook: het rapport is minder representatief dan men zou willen. Niet alle abortusklinieken wilden meewerken (waarom niet?) en er is ook niet gesproken met vrouwen die hebben afgezien van een abortus. Dat leidt al met al tot een rapport met een wankele onderbouwing. Zo worden vooral aanbevelingen gedaan om de uitvoering van de abortuspraktijk efficiënter te maken. Terwijl de vraag toch moet zijn: pakt de wet uit zoals die bedoeld is? Is de abortuspraktijk – wat je daar verder ook van vindt – een zorgvuldige uitvoering van die wet?

Als ik de evaluatie lees, concludeer ik dat die vraag op lang niet alle punten beantwoord wordt. Sterker: in het rapport staan voorstellen die daarmee op gespannen voet staan.

24-wekengrens

Zo staat in het rapport het voorstel om de grens voor abortus wettelijk vast te leggen op 24 weken. Een nogal ‘conservatief’ voorstel, omdat men hiermee geen ruimte laat aan medisch technologische ontwikkelingen die zorgen voor een steeds lagere grens van levensvatbaarheid buiten de baarmoeder – die grens aanhouden ligt veel meer voor de hand, gezien het idee dat de wetgever bij de wet had: een kind dat levensvatbaar is beschermen.

In het rapport mis ik ook de erkenning dat abortus niet ‘normaal medisch handelen’ is. Het zou goed zijn gewoon te erkennen dat er altijd sprake is van een dilemma en dat abortus geen gemakkelijke keuze is. Aan het begrip ‘noodsituatie’ heeft men de vingers niet willen branden. Ik kan er begrip voor opbrengen dat het allereerst aan vrouwen zelf is om te bepalen wat een noodsituatie is. Maar wat dat dan precies is, blijft in het midden. In het kader van transparantie en evaluatie van zorgvuldige uitvoering van de wet - waar steeds de belangenafweging tussen het ongeboren leven en de zwangere moet worden gemaakt - is dit niet uit te leggen.

Keuzehulp

Een zorgwekkende uitkomst van het rapport is dat abortusartsen lang niet altijd de alternatieven voor abortus bespreken. Vrouwen hebben daar gewoon recht op, het past bij goede hulpverlening en dit niet doen is zelfs in strijd met de wet. Net als bij euthanasie is er niet een automatisch recht op abortus en moet de arts zich ervan vergewissen dat het gaat om een vrijwillig en weloverwogen verzoek, waarbij ook het belang van het ongeboren leven nadrukkelijk een plek heeft in de afweging. Daarnaast is er  in Nederland goede keuzehulpverlening om vrouwen te begeleiden. Toch verwijzen artsen maar weinig door naar deze onafhankelijke en gespecialiseerde hulpverleners. Er is dus werk aan de winkel: keuzehulpverlening moet beter bij artsen op het netvlies komen. Daarom stel ik voor dat de Leidraad ongewenste zwangerschap beter voor het voetlicht wordt gebracht, zowel bij huisartsen als in de samenleving.

Ronduit zorgelijk vind ik de ontwikkeling dat abortusmedicatie ook via internet verkrijgbaar is. Daartegen zouden toch ook huisartsen en abortusartsen in het geweer moeten komen. Op deze manier wordt namelijk de hele zorgverlening overgeslagen en dat lijkt me onbestaanbaar. Veel liever zou ik zien dat onbedoeld zwangere vrouwen eerst langs de huisarts gaan voor een verwijsbriefje, net zoals wanneer je een KNO-arts of dermatoloog nodig hebt. Dat dit de toegang tot abortuszorg zou beperken, zoals de onderzoekers stellen, is veel te ver gezocht. Het gaat juist om het erkennen van de huisarts in zijn professionele rol en het bieden van de beste zorg aan vrouwen. Nu de jaren ’70 al bijna vijftig jaar achter ons liggen, hoop dat we hierover een open dialoog kunnen voeren.

Opnieuw evalueren

De commissie beveelt aan om de wet voortaan periodiek te evalueren. Dat is een goed voorstel. Wat mij betreft doen we dit, net als bij de Euthanasiewet, iedere vijf jaar. Dat biedt kansen voor een volgende evaluatie.

Ik hoop dat zo’n volgende evaluatie vooral ingaat op de vraag hoe de abortuspraktijk in ons land zorgvuldiger kan. Door dilemma’s open op tafel te leggen, ontstaat er ook ruimte voor een dialoog over wat er beter kan, beter moet. Deze evaluatie is wat ons betreft een gemiste kans.

GroenLinks en ChristenUnie dienen initiatiefwet in tegen hatecrimes

ChristenUnie ChristenUnie GroenLinks Nederland 29-06-2020 10:14

Door Webredactie op 29 juni 2020 om 12:11

GroenLinks en ChristenUnie dienen initiatiefwet in tegen hatecrimes

Gert-Jan Segers dient samen met GroenLinks-Kamerlid Kathalijne Buitenweg vandaag een wetsvoorstel in om de strafmaat voor hatecrimes te verhogen. Met de nieuwe wet wordt de maximale straf voor misdrijven met een discriminatoir motief verhoogd.

Gert-Jan Segers: “De bescherming van minderheden is de lakmoesproef voor iedere samenleving. En dus moeten we opstaan tegen geweld gericht op joden, op homo’s, op mensen die vanwege hun huidskleur te maken krijgen met racisme. We willen dat hatecrimes zwaarder gestraft kunnen worden en geven daarmee het signaal dat we het zwaar opnemen als je iemand bedreigt of aanvalt omdát iemand homo, jood of zwart is. Door dit soort discriminatoir geweld doe je namelijk niet alleen een persoon iets aan, maar bedreig je indirect een hele groep mensen die over hun schouder moeten kijken of zij misschien de volgende zijn.”

Voorbeelden

Hatecrimes komen veelvuldig voor. Zoals de mishandeling van een man uit Almelo vanwege zijn huidskleur. Of van de mannen die in Arnhem hand in hand liepen. Zoals de veelvuldige vernielingen bij het Amsterdams joodse restaurant HaCarmel. En de bekladding van gebedshuizen met haatdragende slogans.

Deze strafbare feiten hebben een extra grote impact op slachtoffers omdat ze voortkomen uit haat om wie ze zijn. Daarmee raakt het ook de rest van de samenleving. Want ook andere mensen die zich met hen identificeren kunnen zich hierdoor met rede bedreigd voelen. Dat zet de bijl aan de wortel van de rechtsstaat die iedereen in staat hoort te stellen om zonder geweld en angst het eigen leven vorm te geven.

Kathalijne Buitenweg (Tweede Kamerlid namens GroenLinks): “Ons strafrecht dient slachtoffers recht te doen en de norm van gelijkwaardigheid te bevestigen. We falen op beide fronten als een discriminerend motief in de rechtszaal niet eens aan de orde komt.”

Onderzoek

Onderzoek wijst uit dat het discriminatieaspect nu gaande het strafproces meestal uit beeld verdwijnt. Maar een bestraffing van hatecrimes alsof het ‘gewone’ vernieling of ‘gewone’ mishandeling is, doet geen recht aan slachtoffers. Omdat de discriminatoire drijfveer bij delicten vaak onbenoemd blijft ontstaat bij slachtoffers de gedachte dat het niet als belangrijk geacht wordt. Gevolg: slachtoffers doen geen aangifte van wat hen is overkomen.

Het initiatiefwetsvoorstel tegen hatecrimes dat vandaag wordt ingediend neemt het discriminatieaspect als wettelijke strafverzwaringsgrond op in het Wetboek van Strafrecht. Als een strafbaar feit met een discriminatoir oogmerk wordt begaan, dan kan de daarop gestelde gevangenisstraf of hechtenis met een derde worden verhoogd.

Uit onderzoek van het WODC blijkt dat het al vaak misgaat bij de aangifte. Discriminatie wordt door de politie vaak niet geregistreerd en komt daardoor niet bij het Openbaar Ministerie terecht. In 2019 zijn er slechts 47 veroordelingen geweest in zaken met een discriminatieaspect, blijkt uit het overzicht discriminatiecijfers van het Openbaar Ministerie.

Reactie op Nederlands steunpakket KLM

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 26-06-2020 07:19

Door Webredactie op 26 juni 2020 om 09:10

Lees voor

Reactie op Nederlands steunpakket KLM

Vandaag maakte het kabinet meer bekend over de invulling van en voorwaarden aan het Nederlandse steunpakket aan KLM.

Tweede Kamerlid Eppo Bruins: “Het is goed dat het kabinet de werknemers van KLM en het bedrijf niet laat vallen, maar ik ben vooral tevreden dat dit gebeurt onder voorwaarde dat KLM de omslag maakt naar minder overlast, minder vervuiling en lagere topbeloningen. De ChristenUnie steunt de voorwaarden die het kabinet stelt aan de leningen en garanties voor KLM. Minder nachtvluchten, geen bonussen en dividend en belangrijk nieuws is dat Nederland de garantie heeft gekregen dat KLM op Schiphol blijft - iets wat sinds de fusie met AirFrance onzeker was. De Nederlandse staat krijgt hiermee weer meer controle over de toekomst van KLM.

De ChristenUnie wil een schonere luchtvaart die dienstbaar is aan mensen. De stappen die nu gezet gaan worden, dragen daar aan bij.”

Iedereen mee met het ov

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 25-06-2020 08:33

Door Stieneke van der Graaf op 25 juni 2020 om 10:17

In dit land moet iedereen kunnen meedoen. Hiervoor is het heel belangrijk dat mensen zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen, ook als ze een beperking hebben. Hoewel veel vervoersbedrijven aandacht hebben voor de toegankelijkheid van het vervoer, schiet het in de praktijk nog vaak tekort. Daarom presenteert de ChristenUnie vandaag een tienpuntenplan om de toegankelijkheid in het ov te verbeteren.

Geweigerd in de bus

Op de meeste stations zijn er bijvoorbeeld wel rolstoelplanken aanwezig, maar is er niet altijd reisassistentie beschikbaar om rolstoelgebruikers de trein in te helpen. Nog niet in elke trein zijn toegankelijke toiletten. Voor reizigers is het bovendien voorafgaand aan hun reis niet duidelijk of alle vervoerders waar zij mee reizen, daadwerkelijk voldoen aan de toegankelijkheidseisen. Je zou maar bij de halte moeten blijven staan, omdat je wordt geweigerd in de bus.

Als je met het openbaar vervoer wilt reizen, moet dat mogelijk zijn. Ongeacht een lichamelijke of visuele beperking. Begin dit jaar riep ik middels een aangenomen motie de regering op om samen met andere overheden, vervoerders en ervaringsdeskundigen concrete afspraken te maken over de toegankelijkheid in het ov. Deze afspraken moeten als minimumeisen gelden voor nieuwe aanbestedingen in het openbaar vervoer. Zo moeten we ervoor zorgen dat bovenstaande situaties voortaan tot het verleden behoren.

Tienpuntenplan

Vandaag doen we als ChristenUnie alvast een schot voor de boeg. Met allerlei (belangen)organisaties hebben we een tienpuntenplan gemaakt, om ervoor te zorgen dat iedereen met het ov moet kunnen reizen. Dit plan overhandigen we aan het kabinet. We willen namelijk dat de vervoerders aan de slag gaan met toegankelijke toiletten, reisassistentie en de mogelijkheid om overal hulpmiddelen mee te nemen. Bij nieuwe plannen moeten mensen met een beperking altijd worden meegenomen. En blijkt het openbaar vervoer toch niet toegankelijk te zijn, dan moet de overheid de vervoerders hierop aanspreken.

Zo creëren we een toegankelijk openbaar vervoer, zodat iedereen zelfstandig kan reizen. Iedereen verdient immers de kans om mee te doen in de samenleving.

Vertrouwen en vakmanschap: meer waardering voor zorgverleners

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 23-06-2020 18:50

Door Carla Dik-Faber op 23 juni 2020 om 20:48

Vertrouwen en vakmanschap: meer waardering voor zorgverleners

In de Tweede Kamer is gestemd over een motie voor het verbeteren van het salaris en arbeidsvoorwaarden van zorgverleners. Ik krijg veel vragen over deze motie en waarom de ChristenUnie niet voor deze motie heeft gestemd. Vindt de ChristenUnie niet óók dat er meer waardering moet komen voor zorgverleners, zoals letterlijk in de motie staat?

Het korte antwoord is: ja, zeker wel. De inzet en het vakmanschap van onze zorgverleners verdienen onze waardering, niet alleen nu, maar zeker ook als de coronacrisis voorbij is. We moeten zuinig zijn op de mensen die in de zorg werken en laten zien dat we op hun inzet, hun professionaliteit en hun kunde vertrouwen. Simpelweg omdat we ze keihard nodig hebben.

Zorgverleners hebben in de afgelopen maanden ontzettend hard gewerkt. De strijd tegen het coronavirus en de maatregelen die hiermee gepaard gingen hebben veel van hen gevraagd, in ziekenhuizen, in verpleeghuizen, maar ook in de thuiszorg, jeugdzorg en ggz. Meer dan ooit is het voor de hele samenleving zichtbaar geworden hoe belangrijk deze frontlinie voor ons als samenleving is. En wat ons betreft uit die waardering zich niet alleen in een welgemeend applaus, maar ook concreet in een betere beloning.

‘Dan is het toch makkelijk?’, hoor ik je al denken, ‘stem dan voor die motie!’ En dat snap ik.

Want het is inderdaad makkelijker om zo’n motie te steunen – je wordt er in ieder geval populairder van. En er is net even een langer antwoord nodig om de motie te ‘ontleden’ en uit te leggen waarom steun voor de motie volgens mij toch niet zuiver is.

De motie spreekt namelijk niet alleen waardering uit voor zorgverleners (van harte mee eens!) of van het belang van betere arbeidsvoorwaarden en een beter salaris (net zo zeer mee eens!), maar doet ook een uitspraak over wie dat dan moet doen: de regering.

En daar wringt de schoen. Om te begrijpen waarom, is het goed om uit te leggen wie eigenlijk de salarissen van zorgpersoneel betaalt (en bepaalt).

In ons land is het namelijk niet de regering die bepaalt hoeveel zorgverleners verdienen, maar laten we de hoogte van salarissen over aan het gesprek tussen werkgevers en werknemers. Dat is ook goed: werknemers – zorgpersoneel dus – hebben dan zelf inspraak over hoeveel ze verdienen. Het geld om die salarissen mee te betalen, krijgen de zorginstellingen op hun beurt met name van de zorgverzekeraars. En de zorgverzekeraars halen dat geld voor het grootste gedeelte dan weer op via de zorgpremies, die jij en ik betalen.

Ik zeg: ‘voor het grootste gedeelte’, want ook de overheid heeft een rol. De overheid levert namelijk wel een bijdrage aan de salarissen voor de zorgsector in de vorm van een vergoeding aan de verzekeraars. Die wordt bepaald aan de hand van wat de loonontwikkeling in de samenleving (niet alleen de zorg) gemiddeld is. Stijgen de salarissen in ons land hard, dan betaalt de overheid ook sneller een hogere vergoeding. Stijgen de salarissen minder hard, dan stijgt de vergoeding naar verhouding mee.

Zo is het ook de afgelopen jaren gegaan. Tussen 2018 en 2020 is er zo door de overheid 4,7 miljard beschikbaar gesteld voor salarisverhogingen. In de cao-onderhandelingen werd dat geld ingezet voor een loonstijging van 5% per 1 januari voor ziekenhuispersoneel en 3,5% voor het personeel van verpleeg- en verzorgingshuizen.

De rol van de overheid is dus indirect. De overheid draagt een vastgesteld deel bij aan de salarissen, maar bepaalt de hoogte van die salarissen niet. En de hoogte van de bijdrage van de overheid is ook geen garantie dat het salaris in dezelfde verhouding stijgt; dat kan minder of meer zijn. Dat wordt – nogmaals – besloten aan de cao-tafel, waar de overheid geen onderdeel van is. De regering desondanks met de opdracht opzadelen om ‘de salarissen te verhogen’ is dus onzuiver en een sterk staaltje ‘voor de bühne’.

Kan het kabinet dan verder helemaal niets te doen? Jawel. Eerder heeft de Tweede Kamer met steun van de ChristenUnie gepleit voor een bonus voor zorgverleners. Die komt dus bovenop het salaris en de arbeidsvoorwaarden die zorgaanbieders met zorgverleners onderling afspreken. Dat is een primeur; nooit eerder trok het kabinet rechtstreeks geld uit om zorgpersoneel extra te belonen. Maar in deze tijd wat mij betreft zeer verdedigbaar. We hebben er bij het kabinet op aangedrongen om nog voor de zomer duidelijk te maken hoe en aan wie deze bonus wordt uitgekeerd.

Minstens zo belangrijk voor het mogelijk maken van verbetering van de arbeidsvoorwaarden is de positie van de werknemers áán die onderhandelingstafel.

De ChristenUnie zet zich er al jaren voor in om de positie van zorgprofessionals, met name ook verpleegkundigen, aan die onderhandelingstafel te versterken. Zodat ze nog meer te zeggen hebben over bijvoorbeeld hun arbeidsvoorwaarden.

Kort samengevat: de ChristenUnie is dus voorstander van meer waardering voor zorgverleners, ook financieel. Het is aan werkgevers en werknemers om hierover afspraken te maken en de ChristenUnie dringt erop aan dat ook uit het salaris de waardering voor zorgpersoneel moet blijken. De regering draagt daar vervolgens indirect ook aan bij. Hoewel het kabinet geen rol heeft in het maken van afspraken over arbeidsvoorwaarden, komt er wel een bonus voor het zorgpersoneel en blijft de ChristenUnie knokken voor meer zeggenschap voor zorgprofessionals.

Update 23 juni: naar aanleiding van vragen is in deze blog de rol van de overheid bij de betaling van salarissen in de zorg verder verduidelijkt. Daartoe zijn aanpassingen doorgevoerd, met name onder het kopje ‘rol van de overheid’.

Beeld van God

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 20-06-2020 19:50

Door Carla Dik-Faber op 20 juni 2020 om 21:46

Als de Schepper van Zijn schepselen houdt, wie zijn wij dan om hen af te wijzen om hoe ze zijn geschapen?

“U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie.”

Psalm 8 is de echo van Genesis 26, waar staat dat God mensen naar zijn evenbeeld heeft geschapen. Het is niet iets waar ik elke dag bij stilsta, maar wel iets wat mij elke keer weer stil maakt.

Hieruit spreekt Gods liefde voor mensen als zijn schepselen. Het leert ons ook hoe we onszelf zouden moeten zien: als waardevol in Gods ogen. Ongeacht je prestaties, talenten, beperkingen of uiterlijk. God heeft ons bijna goddelijk gemaakt in mogelijkheden, maar daarmee ligt er ook een bijna goddelijke verantwoordelijkheid op onze schouders, namelijk om goed voor zijn schepping en schepselen te zorgen.

Goed, we zijn dus bijna goddelijk gemaakt en evenbeeld van God. Dat zegt niet alleen iets over hoe we naar onszelf kijken, maar ook over hoe we een ander zouden moeten bekijken. Die ander is namelijk net zo goed evenbeeld van God. Maak je de ander kapot, kleineer je hem of scheld je hem uit, dan maak je kapot wat God gemaakt heeft. Een keuze tegen de ander is een keuze tegen God.

Hiermee bedoel ik niet dat je altijd alles moet goedkeuren wat andere mensen doen. Maar als je andere mensen afwijst om wie ze zijn, dan wijs je God af.

Racisme is springlevend en het is dichtbij, misschien ook wel in ieder van ons. Ik denk aan een vriendin van mij, die ondanks haar dubbele universitaire opleiding geen baan kon vinden omdat ze geen ‘Jansen’ heet. Ik denk aan de Zwarte Piet-discussie die met ongekende felheid en in zwart-wit tegenstellingen wordt gevoerd, waarbij alle redelijkheid en oog voor de ander de ander verdwenen lijken te zijn. Ik denk aan onze dochter uit China en vraag me af hoe het haar in het leven zal vergaan.

Soms schaam ik me ervoor hoe we ons gedragen als mensen, bedoeld als spiegel van de Allerhoogste. Als ik zie hoeveel schade we elkaar, zijn schepselen, toebrengen. Als ik zie hoeveel we kapot maken van Gods schepping. Als ik zie hoeveel pijn we elkaar kunnen doen.

Maar er zijn ook tekenen van hoop. Wereldwijd komen mensen op de been die zich na de dood van de zwarte Amerikaan George Floyd uitspreken tegen racisme. Hij overleed nadat een agent hem minutenlang met een knie in zijn nek tegen het asfalt drukte.

Als het gaat om racisme, maar ook als het gaat om homohaat, christenvervolging en antisemitisme, dan hebben we als christenen daar een speciale roeping. Juist wij zouden ons geroepen moeten weten om een vuist te maken tegen racisme. Onze identiteit ligt namelijk niet in ons man- of vrouw-zijn, onze huidskleur of onze geaardheid, omdat we één zijn in Christus.

De ChristenUnie en de ‘coronawet’

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 20-06-2020 19:05

Door Stieneke van der Graaf op 20 juni 2020 om 19:43

Het is nog maar kortgeleden dat het coronavirus onze samenleving heel hard trof. Ik denk terug aan de overvolle IC’s en de zorgmedewerkers die dag en nacht in touw waren om de zieken te helpen. In deze crisis nam het kabinet ongekend ingrijpende maatregelen die ons allemaal raakten in ons dagelijks leven.

We konden niet meer gewoon naar de kerk en naar school, niet op bezoek bij je vader of moeder in het verpleeghuis, we werden gevraagd zoveel mogelijk thuis te blijven, en opa’s en oma’s konden hun kleinkinderen niet meer knuffelen. Nog steeds vind ik het moeilijk om te zien hoe het leven in korte tijd zo veranderd is.

Het lijkt erop dat we in een nieuwe fase zijn beland. Het virus is niet weg, maar het aantal besmettingen is gelukkig laag. We weten dat het virus zo weer kan oplaaien. Van de maatregelen om dat tegen te gaan zijn we dus nog niet af. Omdat we nu in een andere fase zitten, moeten we niet alleen nadenken over de maatregelen zelf, maar ook over de besluitvorming daarover.

Huidige besluitvorming knelt

De besluiten die voor de bestrijding van het coronavirus zijn genomen raken onze vrijheden die in de grondwet zijn opgenomen. Zoals de vrijheid van godsdienst, de vrijheid om te demonstreren en te vergaderen, en zelfs de vrijheid om elkaar thuis te ontmoeten.

Deze maatregelen staan nu in noodverordeningen, die nog steeds gelden. De noodverordeningen worden vastgesteld door 25 burgemeesters die voorzitter zijn van de veiligheidsregio’s. Zij hebben hier geen toestemming voor nodig van de gemeenteraden, er is alleen beperkte democratische controle achteraf. Dat hiervoor is gekozen is voorstelbaar, maar alleen verdedigbaar in het licht van de acute noodsituatie van dat moment.

Maar nu de situatie langer duurt, en een deel van de maatregelen mogelijk ook langer zullen duren, kunnen noodverordeningen niet te lang van kracht blijven, vooral omdat ze zo ingrijpen in de vrijheden en grondrechten van mensen.

Daarom moeten we nadenken over hoe we af kunnen van de noodverordeningen en hoe we bij het nemen van eventuele maatregelen in de toekomst kunnen zorgen voor democratische besluitvorming en bescherming van grondrechten. Bescherming van de gezondheid is namelijk belangrijk, maar het inperken van grondrechten kan nóóit verder gaan dan strikt noodzakelijk, en dat moet de Tweede Kamer kunnen beoordelen.

De ‘coronawet’

Veel mensen maken zich zorgen over de coronawet waar het kabinet nu aan werkt. Ten eerste omdat de noodzaak van zo’n wet misschien wel minder wordt gevoeld doordat het coronavirus nu niet zo heftig aanwezig is als dat even geleden was. Maar dat is niet het enige: mensen maken zich ook zorgen over de macht die de overheid naar zich toetrekt.

Onze fractie heeft heel veel e-mails ontvangen waarin mensen die zorgen hebben gedeeld. Ook wij zijn kritisch op de wet. Onze partijleider Gert-Jan Segers zei vorige week al “dat de ChristenUnie alleen instemt met een goede wet.” En ik durf hier wel te zeggen: de eerste versie van de wet, waar u wellicht ook in de krant over gelezen heeft, dat was géén goede wet. Dat willen we dus níet.

Wat willen we dan wél?

Het is goed dat het kabinet meer tijd uittrekt om te werken aan een juridische basis die onze grondrechten zo goed mogelijk beschermt, ook als er weer maatregelen genomen zouden moeten worden. Ook de Tweede Kamer moet haar tijd nemen om hier vervolgens over te spreken. Het voorstel waar het kabinet mee komt en het debat daarover in de Tweede Kamer zullen bepalend zijn voor de opstelling van de ChristenUnie. Een paar dingen zijn daarin voor ons sowieso belangrijk:

Het doel en de noodzaak van de wet moeten helder zijn. Alleen dan kunnen we beoordelen of we het geoorloofd vinden dat er ingrijpende maatregelen worden getroffen.

We willen er zeker van zijn dat fundamentele vrijheden zoals godsdienstvrijheid, vrijheid van vergadering en betoging, en de bescherming van je persoonlijke levenssfeer beschermd zijn. Dat telt zwaar bij onze finale afweging bij alle wetten, maar bij deze wet in het bijzonder.

De ChristenUnie wil dat wettelijk wordt geregeld dat iedere maatregel vooraf voorgelegd wordt aan de Tweede Kamer, zodat we de verschillende belangen kunnen afwegen en de maatregelen kunnen toetsen aan de grondwet. Ieder besluit moet democratisch worden genomen en overheidsmacht moet altijd begrensd zijn. Dus moet het parlement in positie zijn om te zeggen: ‘dit kan wel’ en ‘dit kan niet’.

Een wet moet niet langer duren dan strikt noodzakelijk. Nu al maatregelen vastleggen voor een jaar, zoals in de conceptversie van de wet staat, vinden wij te lang. De ChristenUnie wil dat de wet hooguit drie maanden geldt, tenzij de Tweede Kamer besluit de wet te verlengen.

We zijn kritisch op de handhaving van de maatregelen, die nu in de conceptwet ingrijpend wordt voorgesteld en met hoge boetes gepaard gaat.

Er is wat ons betreft geen sprake van een ‘noodwet’ waar de invoering van een app voor bron- en contactonderzoek onderdeel van is als helemaal niet duidelijk is hoe die eruit komt te zien. Over die app zijn bij ons heel veel vragen (nut, noodzaak, privacy en effectiviteit) en daar moeten we het eerst over hebben. Ook al is de app tijdelijk en zou die na de crisis verwijderd kunnen worden, de impact op de samenleving niet.

Er zijn nog meer aandachtspunten bij de wet, maar ik heb u mee willen nemen in een aantal punten die voor ons in ieder geval belangrijk zijn, waar veel mensen zich ook zorgen over maken en ons over mailen, en waar we in het bijzonder op zullen letten. We zullen de ontwikkelingen rondom deze wet kritisch volgen en ook steeds een belangenafweging maken. Tussen wat echt nodig is om de volksgezondheid te beschermen en de gevolgen daarvan voor onze vrijheden en onze samenleving. De bescherming van kwetsbaren en de mogelijkheid om geliefden te omhelzen. Ook als er een virus door ons land waart, moeten we hier oog voor hebben.

Armoede mogen we nooit normaal vinden

ChristenUnie ChristenUnie CDA Nederland 18-06-2020 20:50

Door Eppo Bruins op 18 juni 2020 om 22:28

Armoede mogen we nooit normaal vinden

Nog altijd gaan er in Nederland kinderen zonder warme maaltijd naar bed. Nog steeds gaan er kinderen met kapotte schoenen naar school, omdat er geen geld is voor nieuwe. En sporten is voor duizenden kinderen geen vanzelfsprekendheid, omdat hun ouders het lidmaatschap van de sportclub niet kunnen betalen. Nederland is één van de rijkste landen van Europa, en toch zijn er nog steeds mensen die niet rond kunnen komen. Zelfs als ze een baan hebben. Dat mogen we nooit normaal gaan vinden.

Vandaag kwamen de planbureaus met zorgwekkend nieuws. Als we niks doen, zo concluderen de planbureaus, neemt het aantal mensen in armoede alleen nog maar toe. Hierbij zijn de gevolgen van de coronacrisis nog niet eens meegenomen, terwijl we nu al weten dat deze crisis voor meer baanverlies, armoede en schulden zal zorgen. Voor de ChristenUnie is het glashelder: armoede is verschrikkelijk en we moeten er alles aan doen om het uit te bannen.

De planbureaus wijzen op een kabinetsbesluit uit 2011, waardoor de hoogte van de bijstandsuitkering achterblijft. De ChristenUnie heeft in de afgelopen jaren voor verzachting van deze maatregel kunnen zorgen, maar dit blijft een groot aandachtspunt waar we ook in de komende formatie goed naar moeten kijken. Gelukkig is er deze kabinetsperiode op andere vlakken al veel gebeurd om armoede te bestrijden, bijvoorbeeld door een forse verhoging van de kinderbijslag en het kindgebonden budget.

We zijn er nog lang niet. Als ChristenUnie blijven we knokken voor mensen in armoede. In dit kabinet en daarna. Vandaag kwam ik bijvoorbeeld samen met het CDA met het plan om meer geld beschikbaar te stellen voor de voedselbanken. Voor veel mensen die met moeite kunnen rondkomen is de voedselbank cruciaal. Daarom is extra financiering hard nodig. Ik ben blij met alle vrijwilligers die zich hiervoor inzetten, maar laten we ook hier stellen: het is schrijnend dat in een rijk land als Nederland de voedselbank nodig is.

Flexwerkers en zzp-ers moeten in dit land meer zekerheid krijgen. Gezinnen met één kostwinner moeten weer gewoon kunnen rondkomen. Want niet kunnen rondkomen is al erg genoeg. Maar niet kunnen rondkomen als je werkt is schandalig.

Kortom, we blijven ons inzetten voor structurele verandering, zodat niemand in Nederland bang hoeft te zijn om ’s avonds geen bord met warm eten te hebben. Armoede in Nederland mogen we nooit normaal gaan vinden.

Dring slavernij terug door wetgeving voor bedrijven

ChristenUnie ChristenUnie GroenLinks PvdA Nederland 17-06-2020 11:44

Door Joël Voordewind op 17 juni 2020 om 10:30

Dring slavernij terug door wetgeving voor bedrijven

Illegale houtkap, moderne slavernij, ernstige milieuvervuiling en kinderarbeid. Het zijn enkele voorbeelden van praktijken die nog altijd plaatsvinden in de productieketens van bedrijven. Tot nu toe bleef de Nederlandse aanpak grotendeels beperkt tot vrijwillige maatregelen. Alles wijst erop dat er nu wetgeving moet komen.

De cijfers zijn duizelingwekkend. Er leven meer dan veertig miljoen mensen in moderne slavernij. Meer dan 150 miljoen kinderen moeten werken als kindarbeider. De ontbossing in de Amazone is erger dan ooit.

Veel bedrijven hebben niet eens weet van de uitbuiting, milieuschade en slavernij die in hun ketens plaatsvinden. Productieketens zijn immers zo opgeknipt en versnipperd, dat iets simpels als een spijkerbroek een wereldreis maakt van 24.000 kilometer langs talloze leveranciers en producenten. De kostprijs voor bedrijven is op deze manier zo klein mogelijk, maar het zijn de meest kwetsbaren op de wereld die daarvoor de prijs moeten betalen.

Eerlijk speelveld

Tot nog toe heeft de Nederlandse overheid met vrijwillige maatregelen en convenanten geprobeerd maatschappelijk verantwoord ondernemen te versterken en te verbeteren. Maar de vrijwillige maatregelen waartoe Nederland zich tot nu toe in zijn beleid beperkt, lijken veel te weinig effect te hebben. In het regeerakkoord is afgesproken dat we wachten op de definitieve evaluatie, maar alles wijst er inmiddels op dat er wetgeving nodig is om misstanden aan te pakken en te voorkomen. Na de evaluatie mag het kabinet niet langer treuzelen en moet het in actie komen.

Zelfs bedrijven vragen om wetgeving. Want alle goede initiatieven en convenanten ten spijt, bedrijven die wel hun productieketens actief verduurzamen, uitbuiting bestrijden en eerlijke prijzen betalen, worden geconfronteerd met bedrijven die dit niet doen. Enkel omdat het niet verplicht is. Dat is oneerlijk.

Met een wettelijke ondergrens voor verantwoord ondernemen komt er voor alle bedrijven een gelijk en eerlijk speelveld, waarbij de meest kwetsbaren niet de prijs hoeven te betalen. Andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, zijn ons al voorgegaan. Nu is het belangrijk dat ook eindelijk Nederlandse bedrijven worden verplicht om actief in hun keten misstanden op te sporen en op te lossen.

Dienstbaar

Gelukkig zijn er ook veel bedrijven die hun beste beentje voor zetten en op dit moment werk maken van afspraken die al zijn gemaakt in verschillende sectoren. Als je echter bedenkt dat slechts 35 procent van de grote bedrijven in Nederland de OESO-richtlijnen over maatschappelijk verantwoord ondernemen onderschrijven, terwijl het doel voor 2023 90 procent is, besef je dat er nog veel moet gebeuren.

In wetgeving moet je regelen dat élk bedrijf verantwoordelijk is voor wat er gebeurt in de eigen productieketens, waarin je juist ook die bedrijven steunt die wel willen maar tegen concurrentie oplopen van andere bedrijven die afspraken nu niet navolgen. Ondernemerschap is iets moois, maar moet dienstbaar zijn aan mens en natuur, hier en elders in de wereld.

Rechtvaardiger

Vandaag komen wij als ChristenUnie, samen met PvdA, SP en GroenLinks, alvast met de schetsen voor de nieuwe wet. In de initiatiefnota zetten wij uiteen hoe deze wetgeving voor internationaal maatschappelijk ondernemen eruit moet zien. Na de evaluatie wil de ChristenUnie dat de minister met wetgeving komt. Anders zal de partij, mogelijk weer met andere partijen, zelf een initiatiefwet indienen.

Zo maken we de wereldeconomie een stukje eerlijker en rechtvaardiger. En voorkomen we dat wij profiteren van producten, bedrijven mooie winsten maken, maar de allerarmsten de rekening betalen.

Dit opinie-artikel verscheen eerder in het Reformatorisch Dagblad.