Nieuws van politieke partijen in Nederland over ChristenUnie inzichtelijk

605 documenten

Met God middenin de wereld (speech congres)

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 26-11-2022 22:12

Door Gert-Jan Segers op 26 november 2022 om 14:57

Met God middenin de wereld (speech congres)

Er zijn momenten geweest dat, als ik het podium betrad en ging speechen, de leden van PerspectieF dan hun bingokaart pakten. In de hoop dat ik die hele kaart volpraatte met ‘Gideonsbende’, ‘hartenklop’, ‘hart en ziel’. ‘Elkaar in de ogen kunnen kijken.’

Dat soort frases.

Ik ga het vandaag hebben over een onderwerp dat misschien ook wel op die bingokaart zou passen, maar wat eigenlijk gauw te mooi, te bijzonder is om op een bingokaart te plaatsen. Dus ga er maar even voor zitten. Want vandaag gaat het echt over het hart van onze roeping, het hart van onze missie, over wie wij zijn en wat onze plek is in het politieke landschap.

Het is Dietrich Bonhoeffer - inderdaad, ik weet niet of die ook op de kaart staat - die het christelijk leven heel kernachtig samenvat. Hij zegt ‘wat is het nou, wat is dat christelijk leven? Dat is met God, middenin de wereld.’

En die twee moet je heel dicht bij elkaar houden. Want óf we zijn met God en we trekken ons terug en we laten de wereld de wereld. Óf we willen zo graag relevant zijn en zitten middenin die wereld dat we God vergeten en dat Hij verdampt. Die twee bij elkaar houden, dát is de christelijke missie.

Misschien helpt een beeld ons. Het helpt mij ieder geval. Het is een indrukwekkend beeld. Het is een beeld dat mij geraakt heeft.

Op 11 september 2001 raakten twee vliegtuigen de torens van het World Trade Center. Het stortte in en was een grote puinhoop.

Daags na die tragedie meldde Frank Silecchia zich. Hij was een bouwvakker, hij had tijd over en hij zei: ‘ik ga puinruimen’. Hij is aan de slag gegaan. Hij heeft doden geborgen, tientallen. Hij is stenen gaan wegruimen en staal gaan wegruimen, samen met anderen en dat heeft maanden geduurd. Hij had net drie doden geborgen, toen hij stuitte op een hele grote dwarsbalk. Een hele grote balk met een kortere balk daar dwars op. Een kruis. middenin de puinhopen van het World Trade Center, middenin de ellende van die tijd, stond daar een kruis. En toen Frank Silecchia dat zag, was het eerste wat hem te binnen schoot, het eerste wat hij bedacht: ‘God heeft ons niet verlaten.’

Dat was de troost. Hij zag het verdriet. Hij zag de puinhopen en daar was het kruis. God heeft ons niet verlaten. Hier is het beeld, het is een iconisch beeld geworden. Het staat nu in het museum, een memorial van 11 september in New York. Hier is het opgetakeld, het is opgericht.

En op zondag kwamen die bouwvakkers bij elkaar. Er kwamen familieleden van overledenen bij elkaar, passanten, en ze schoven zomaar aan. Ze deelden brood en wijn. Zo kwamen ze bij elkaar en af en toe schreven ze een naam op van iemand die geborgen was. En dan stond daarboven ‘In Gods handen’.

Ik zag het voor me en ik dacht: Dit zijn wij. En dat is God. Dit is wat God doet. Een kruis plaatsen middenin de wereld, middenin onze ellende, middenin de puinhopen, daar waar het pijn doet. Daar waar de doden nog lagen, daar plaatst Hij een kruis. Maar dit zijn wij, Zijn kerk, Zijn volgelingen. We schuifelen wat bij elkaar. We komen daar rond dat kruis. Gebutste mensen. We staan op stenen. We staan op het kapotte staal van een gebroken wereld. We zoeken troost bij elkaar en bij het kruis. Om daarna de handen uit de mouwen te steken, om net als Frank Silecchia te doen wat we kunnen op die puinhopen.

Dat is onze missie.

Met God middenin de wereld. Daar zijn waar God ook is.

Niet wegkijken bij onrecht.

Niet doorlopen als er een gewonde op de weg ligt.

Niet weglopen als je verantwoordelijkheid moet dragen.

Niet toekijken hoe kloven - tussen jong en oud, rijk en arm, stad en platteland - alleen maar groter dreigen te worden, maar doen wat je kunt om die kloven te verkleinen.

Niet vertellen wat anderen dan allemaal zouden moeten doen, maar zelf die stap naar voren zetten. Doen wat je kunt, doen wat nodig is.

middenin een verdeelde en gepolariseerde samenleving. middenin een gebroken wereld.

Zo kijken we de mensen in de ogen. Zo kijken we om ons heen. Zo luisteren we naar verhalen van mensen die ons raken en komen we in beweging.

We zagen de paniek in de ogen van mensen die zeiden ‘Hoe kan ik in vredesnaam straks nog mijn energierekening betalen?’ We zijn aan de slag gegaan en hebben één van de grootste steunpakketten samengesteld, die ervoor zorgt dat mensen de winter wel doorkomen. Omdat we naar hun verhalen luisterden, omdat we in beweging kwamen. Zo zorgden we ervoor dat er niet meer kinderarmoede komt, maar juist minder. Doordat we in beweging zijn gekomen.

We kennen de uitzichtloosheid van mensen met oplopende schulden. En juist daarom voeren we de campagne tegen schulden op, omdat we weten hoe vernietigend het is als die schulden alleen maar meer worden. En Carola, dankjewel voor wat je daar doet en wat je voor hen doet. Je doet het met hart en ziel. Dank je voor die strijd!

We zagen hemeltergende taferelen in Ter Apel. We zagen hoe mensen buiten moesten slapen. We zagen hoe we eigenlijk als samenleving door een morele ondergrens heen zakten. Vervolgens zijn we gaan praten. Don heeft erover gesproken. We zijn gaan praten met de coalitie en we zijn gekomen met een spreidingswet, een eerlijke verdeling van asielzoekers over het hele land. Daarmee moet er een einde komen aan de opvangcrisis, een einde aan noodopvang en dat soort taferelen. Waarom? Omdat we het hebben gezien, omdat we hebben geluisterd en omdat we in beweging zijn gekomen.

We zagen deze zomer - om het even met Remkes te zeggen, die zei het heel treffend - ‘we zagen de oprechte wanhoop in de ogen van hele redelijke mensen’. Onze boeren. Piet Adema heeft vandaag een indrukwekkend interview in het AD, waar hij vertelt dat hij met tranen in de ogen aan de keukentafel zit bij boeren, die de wanhoop soms nabij zijn. Na een hete zomer zijn we teruggegaan naar boeren en we zijn gaan praten en we blijven praten. Waarom? Omdat we recht willen doen aan de natuur en ruimte willen geven aan de natuur. Te weten dat het rentmeesterschap niet een hobby is, maar een opdracht. En we doen recht aan boeren, aan het platteland en aan lokale gemeenschappen. Zodat ook zij vitaal blijven en een toekomst hebben.

En dankjewel voor je werk, Piet! En dankjewel voor hoe je het doet. Dankjewel dat je de stap naar voren hebt gezet en dat je dit aandurft. Ik ben daar ontzettend dankbaar voor.

We hebben de verhalen gehoord van tienermeiden die onbedoeld zwanger werden, wat voor druk dat geeft en wat voor paniek dat oplevert. Wat voor zorgen dat oplevert. We hebben ze gehoord en we investeren in zorg. We investeren in die arm om de schouder. We investeren in opvangplekken. Dit is een kabinet dat voor het eerst tot doel heeft gesteld om het aantal abortussen in Nederland omlaag te brengen. En dat doen we met goede zorg.

Maarten, dankjewel voor jouw inzet. Voor die zorg.

We kennen heel goed de verhalen uit Groningen. Ik ben er vaak geweest. We hebben daar vaak aan keukentafels gezeten en de wanhoop gezien van mensen die vastliepen in procedures. Die gek werden van formulieren. Die gek werden van mensen die dan weer kwamen controleren.

We hebben het gezien en het niet zo makkelijk kunnen oplossen. Maar we doen er iedere dag alles aan wat we kunnen. We moedigen ons kabinet en deze staatssecretaris aan om recht te doen aan Groningen. Dat is onze inzet. We luisteren. We kijken en we doen wat we kunnen.

We hebben de slachtoffers van mensenhandel, van gedwongen prostitutie in de ogen gekeken. Ik zal zelf de blik van die Ghanese vrouw nooit vergeten. En daarom moet nieuwe prostitutiewetgeving heel snel naar de Kamer. Waarom? Omdat we recht willen doen aan mensen die nu in de knel zitten. Waar gruwelijk onrecht aan wordt gedaan.

We strijden tegen moderne slavernij, maar weten ook dat er nog altijd gevolgen zijn van die oude slavernij. Don heeft Ghanese roots. Ik ben zelf een keer in Ghana geweest op een heel beladen plek. Het is Elmina. Dat is een slavenfort dat gebouwd is door Nederlanders. En ooit zaten daar ergens de slaven onderin een kerker en zat een Nederlandse christen boven met een BIjbeltekst aan de muur en hij dacht dat hij iets goeds deed.

Inderdaad. De ark naar gerechtigheid is lang. En hij was toen nog zo krom. Het duurde nog zo lang voordat er recht werd gedaan. Het is een voorvader van Don geweest die daar over de loopplank is gelopen naar een schip om naar elders te worden vervoerd en nooit meer terug te komen in Afrika. Het is gruwelijk onrecht geweest. We weten het. En de pijn wordt nog gevoeld. We kennen de verhalen. En nu is er een kabinet wat excuses gaat aanbieden. Wat - om het christelijk te zeggen - vergeving gaat vragen. Waarom? Omdat er schuld is. Het moet worden rechtgetrokken. Zo komen we in beweging.

We kijken niet weg.

We lopen niet weg.

We doen wat we kunnen. Met God, middenin de wereld.

Ik krijg wel eens een mail van mensen die me dan voorhouden dat er andere Kamerleden zijn die zo geweldig zijn. Die hun rug recht houden. Die zo principieel zijn. Die het altijd bij het juiste eind hebben.

Dat zijn eigenlijk altijd mensen van de oppositie.

Nou, daar moet ik heel goed naar luisteren. Daar moet ik ook heel goed naar kijken.

En dat doe ik ook. En geen kwaad woord over de oppositie. Die hebben de nobele taak om het kabinet kritisch te bevragen. Kritisch op het spoor te houden. Om alternatieven aan te dragen en dat is het hart van een democratie. Maar het is ook weer niet zo heel moeilijk om bij elk onderwerp gewoon je verkiezingsprogramma te kunnen voorlezen. Het is ook weer niet zo heel moeilijk om bij elke stemming gewoon te mogen stemmen wat je wilt.

Soms denk ik: nou dat lijkt me ook wel fijn. Voor een dag. Want na die dag wil ik weer terug. Na die dag wil ik weer terug naar de plek waar het moeilijk is. Waar het ingewikkeld is. En dat is onze missie. Daar zijn waar de keuzes worden gemaakt. Daar waar de pijn op tafel moet worden gelegd. Daar waar recht kan worden gedaan. Echte beslissingen over echte mensen.

En dat is moeilijk. Dat is pittig. En dan noem ik toch onze fractie. We hebben een jonge fractie. En die doen het moeilijkste wat je kunt doen. Wat je te doen kunt krijgen in Den Haag. Dat is het hele veld bestrijken. Dat is naar die plek gaan die het minst zichtbaar is, waar de grootste politieke gevechten plaatsvinden en waar de belangrijkste besluiten vallen. Waar de compromissen moeten worden gesloten om het rechtvaardiger te maken. Om het beter te maken.

En dat is hard werken. En dat is heel vaak onzichtbaar werk, waarna als je dat achter de rug hebt je dan nog naar buiten moet om daar het gevecht te leveren. Dat doen deze vier mensen zo fantastisch. Ik ben trots op ze en u mag ze wel een applaus geven.

Ik herhaal deze dingen toch nog maar een keer. Waarom? Omdat ik heel goed weet wat het sentiment is rond het kabinet. In de samenleving. Maar ook in onze achterban. Ik weet heel goed dat sommige mensen een beetje moe worden van die praatjes. ‘Oh, het is zo moeilijk’ en het compromis. Al die tobberijen die we dan weer uitstallen. Ik weet dat dat soms ook irriteert. En zeker na vijf jaar. We kennen het verhaal. We weten dat het ingewikkeld is. En het gaat niet zozeer om die plek die we dan innemen. Maar het gaat mij vandaag om de missie die we hebben. Het gaat vandaag om de plek die we innemen bij het kruis middenin de wereld. Dat is wie wij zijn.

En dat vind ik ook wel weer het mooie van onze partij. Dat de positie die we hebben in politiek opzicht, in het politieke landschap, dat dat ook hier en daar voor wat ongemak zorgt. Er zijn partijen, die worden heel ongemakkelijk als ze niet meer in het centrum van de macht zitten. Als ze niet meer aan een kabinetstafel zitten. Wij hebben het ongemakkelijk als we er wel zitten. En als we er misschien te lang zitten. Al vijf jaar.

Ik hoop dat we dat ongemak altijd zullen houden. Ongemak bij macht.

Maar wat ik ook hoop is dat we er nooit voor zullen kiezen om dan maar voor de makkelijke antwoorden te gaan. Want wat nog ongemakkelijker is, is weglopen. Is de keuze niet maken. Is je verantwoordelijkheid niet nemen. Niet middenin de wereld knokken voor recht en wat beter te maken.

Daarom staan we waar we nu staan.

Op de plek waar je het onrecht om je heen ziet.

Op de plek waar grote keuzes worden gemaakt.

Op de plek waar je met alleen maar makkelijke antwoorden het niet redt.

Op de plek waar het erop aankomt om recht te doen, om vrede te stichten, om ruimte te geven aan elkaar.

Dát is onze missie!

Dáár zijn waar het kruis staat.

Dat betekent ook dat alleen het kruis ons ook echt verenigt. Dat clubje dat Frank Silecchia op zondag weer bij elkaar scharrelt. Brood en wijn deelt. Dat je rondom dat kruis samenkomt. Om daarna weer aan de slag te gaan.

Het is alleen het kruis wat het kloppend hart is van onze missie. Het is omdat we geraakt zijn door het ene evangelie van Jezus Christus. We zijn mensen met heel veel verschillen. Heel veel verschillende achtergronden. Heel veel verschillende regio’s. Heel veel verschillende kerkelijke tradities. Ook verschillende opvattingen, meningen. En we staan rond dat ene kruis.

Daarom is het kruis de plek waar we elkaar vinden en elkaar vasthouden.

En zelfs dan kunnen er thema’s zijn die soms ook een partijdebat opleveren. Zoals migratie.

Jens, ik werd ontzettend geraakt door jouw verhaal. Het was me eigenlijk van A tot Z uit het hart gegrepen. Dat jij iets heel persoonlijks vertelde, en hoe jij mensen in de ogen hebt gekeken. En hoe dat jou geraakt heeft en jou in beweging heeft gezet. Dat is precies wie wij zijn. Dat is gedreven, geraakt, en kijkend naar huidige verhoudingen, kijkend naar de werkelijkheid, doen wat we kunnen. En nooit vergeten: die ene aanblik van die ene die voor jou stond. Even oud, maar in zo’n andere situatie dan jij. En dat je weet: voor jou doe ik het, en voor jou zal ik het blijven doen.

De VVD heeft zich voorgenomen om het over migratie te gaan hebben. En een goed gesprek ga ik nooit uit de weg. Maar als dat gesprek in de coalitie ontaardt in onderhandelingen over maatregelen die procedures maar zo moeilijk mogelijk maken, die maar weer extra hobbels op de weg opwerpen, die de juridische bescherming zouden afbreken, als het een gesprek een onderhandeling wordt over pestmaatregelen… Dan kan dat gesprek heel kort zijn. Laat ik heel helder zijn: wij gaan niet onderhandelen over pestmaatregelen voor vluchtelingen. Punt.

Maar we kunnen het wel hebben over migratie. En we moeten het hebben over migratie. En de urgentie die Jens onderstreepte, die onderstreep ik ook. Het was tijdens het vorige congres dat dat ook benoemd werd, en Jens haalde het aan: als je kijkt naar de klimaatcrisis, als je kijkt naar demografische ontwikkelingen, als je kijkt naar de nood elders in de wereld, als je kijkt naar politieke conflicten, dan zullen er meer vluchtelingen komen. En daar zullen we een antwoord op moeten vinden.

Het was op het vorige congres dat iemand ook opstond en zei: ‘er komt in dit tempo ongeveer een stad als Deventer per jaar bij.’ En hij stelde de vraag: ‘kunnen we dat dragen?’ En dat vind ik een volstrekt legitieme vraag die wij hardop moeten kunnen stellen. Daar is niks immoreels aan: kunnen wij dat dragen? Dat gesprek moeten wij aan. En we hebben inderdaad geen tijd te verliezen.

Maar al te vaak wordt dan de stap gezet: ‘oh, maar hoe zit het dan met asiel en vluchtelingen?’ Terwijl als je kijkt naar die stad, dan is er één wijk waar vluchtelingen wonen. Maar de rest van de stad zijn heel andere migranten. En het grootste deel zijn arbeidsmigranten. En arbeidsmigratie gaat nog te vaak gepaard met ontworteling in landen van herkomst. Oost-Europa, Baltische Staten… Gaat te vaak gepaard met onderbetaling. Met slechte werkomstandigheden. Slechte woonomstandigheden. Te vaak is arbeidsmigratie het verdienmodel van enkelingen, met heel veel slachtoffers. Met grote gevolgen voor gemeenschappen en gezinnen elders, en grote gevolgen voor gemeenschappen hier. Met verdringing van mensen die hier het meest kwetsbaar zijn. Daar moeten we over nadenken. Daar moeten we over praten. Dat moeten we in goede banen leiden. Humaan migratiebeleid zorgt voor Europese regulering van arbeidsmigratie, die niet alleen goed is voor werkgevers, maar ook voor de werknemers zelf en voor de landen en gezinnen van herkomst en voor de buurten waar ze hier wonen.

Humaan migratiebeleid is ook humaan asielbeleid. Humaan vluchtelingenbeleid. En dat begint op de plekken daar waar de meeste vluchtelingen zijn. Daar waar de meeste pijn is. Daar waar de meeste zorg ook is, voor vluchtelingen. En dat zijn landen buiten Europa. Daar begint onze hulp. Met fatsoenlijke opvang. Met steun. Met financiële steun. En we moeten daar nog veel meer voor doen. En als mensen aankomen, moeten we ervoor zorgen dat ze niet het slachtoffer zijn van mensensmokkel. Dat ze niet op een Grieks eiland komen in omstandigheden zoals Jens ze beschreef. Want dat is mensonterend, het is hemeltergend. Wat daar is gebeurd, wat een heel klein beetje is verbeterd maar nog altijd niet goed genoeg is, is niet humaan.

Daar moet een fatsoenlijke opvang zijn, aan de rand van ons continent. En daarna een eerlijke verdeling over ons continent. En een eerlijke beoordeling van mensen die een goede reden hebben om te vluchten, en mensen die dat niet hebben. En solidariteit tussen landen waarbij we niet wachten tot Hongarije het er ook mee eens is, maar we nu al aan de slag gaan. Om ervoor te zorgen dat niet alleen die ene, maar ook al die anderen als mens worden behandeld. Humaan. En geen slachtoffer zijn van smokkel, van uitbuiting en van pestmaatregelen.

We moeten praten over migratie. We moeten praten over asielbeleid en ook over arbeidsmigratie. Maar als wij praten over migratiebeleid, dan kan het alleen maar spreken zijn over humaan migratiebeleid.

En de aangewezen plek om daarover te praten, is allereerst Brussel.

En de eerste aangewezen man om dat gesprek te voeren, is onze premier Mark Rutte.

En als dit zijn inzet is, heeft hij mijn volle steun.

We gaan nog een keer terug naar New York. Daar waar dat kruis stond. Waar dat kruis nog steeds staat. Het was in 1939 dat Dietrich Bonhoeffer daar aankwam. Hij had bedacht dat hij geen deel wilde uitmaken van het leger van Hitler. Dat hij niet verantwoordelijk wilde zijn voor de vervolging van joden en voor de aankomende oorlog. Hij zette voet aan wal, en zodra hij voet aan wal zette, om daar uiteindelijk als theoloog te gaan doceren, wist hij: dit is niet mijn plek. Dit heb ik zelf bedacht, maar dit is niet mijn roeping. Als ik nu niet, in het meest moeilijke moment in de geschiedenis van mijn volk, bij mijn volk ben, heb ik straks niet het recht om het evangelie te verkondigen. Ik ben op de plek die ik zelf heb bedacht, en ik moet terug naar Duitsland. Hij is met de laatste reguliere lijnboot terug gegaan van New York naar Hamburg. En hij is gaan deelnemen aan het verzet. In hele dramatische omstandigheden, met een ongelofelijke moed, met een ongelofelijke dapperheid, die hij uiteindelijk met zijn leven heeft moeten bekopen.

Dat is een dramatisch voorbeeld van iets dat ik heb proberen duidelijk te maken met dat kruis. Met onze roeping en onze missie. Daar zijn, waar het het meeste pijn doet. Daar zijn, waar God zijn kruis plaatst. Daar zijn, waar God zelf zou zijn. Waar Jezus zou zijn. Daar waar hij de ogen zou droogmaken. Waar hij de tranen van de wangen zou afvegen. Daar waar hij een hele nieuwe hemel en een nieuwe aarde belooft.

En dat maken wij heel praktisch: daar zijn waar je geroepen bent, dat is in twaalf provinciehoofdsteden. Dat zijn twaalf lijsttrekkers die hier net stonden, die aan de slag gaan in hun provincie om recht te doen. Om vrede te stichten. Om ruimte te geven aan elkaar. Mensen in waterschappen, die ervoor zorgen dat we goed zorgen voor onze schepping. Goed zorgen voor elkaar. Dat stad en platteland niet tegenover elkaar komen te staan. Dat de ene provincie, het waterschap, niet tegenover het andere komt te staan. En dat we elkaar vasthouden.

Dat is onze missie. Dat is onze plek. Dat is onze roeping. Daarmee gaan we aan de slag. En dat doen we, op hoop van zegen. Ik dank u wel.

Het is mooi geweest (ND column)

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 25-11-2022 20:42

Door Gert-Jan Segers op 15 november 2022 om 16:00

Toen ik me realiseerde dat het nu al zo’n twintig jaar is dat ik mijn column voor het Nederlands Dagblad schrijf, leek het me een mooi moment er een punt achter te zetten. Het is mooi geweest.

Ik geef eerlijk toe dat dat besluit samenviel met het moment dat deze krant me pas op een vrijdagmorgen even vol in de maag stompte. Ik schaam me een beetje voor de ontboezeming, maar ik zou niet eerlijk zijn als ik het nu zou verzwijgen. Als Kamerlid heb ik met vallen en opstaan een filter opgebouwd dat me helpt zo goed en zo kwaad als het gaat met kritiek om te gaan.

Dat filter houdt het tieren en schelden op sociale media op afstand van m’n ziel. Maar laat de tegenspraak van verstandige mensen door, zodat die tot me doordringt. Maar dat filter is niet afgesteld op een paginagrote foto van mij met een vrij persoonlijke, poëtische aanklacht van Koos Geerds tegen mij. Hij dichtte dat de ellende van kwetsbare mensen mijn schuld was en dat ik met vochtige ogen slechts betrokkenheid veins.

Geen pr-praatjes

Een hard verwijt dat mijn diepste motivatie en integriteit raakt en waartegen ik me onmogelijk kan verweren. Een linkse directe waar ik even niet van terug had. Ik heb me ruggelings op de bank laten vallen en heb een tijdje naar het plafond gestaard. Je hebt soms van die dagen.

Als ik zo zou stoppen, zou dat een wat bitter einde zijn. Dat zou ook geen recht doen aan de mooie jaren die we hebben gehad. In mijn werk zijn er geregeld momenten waarop ik het wat zware gevoel heb namens een hele partij te moeten spreken. Maar hier nooit. Hier heb ik me altijd vrij gevoeld ook echt mijn eigen column te schrijven.

Over m’n verdriet over een stervende vriendin, ontroering over de zorg van buurtgenoot Ad voor zijn dementerende vrouw, heilige verontwaardiging over jihadisme, weemoed bij een uit huis vertrekkende dochter, zorg over de Kerk die me zo lief is. Het mocht van mezelf in ieder geval geen politiek pr-praatje zijn, want die zijn meestal niet te lezen. Als je dan toch schrijft, kan het ook maar beter de moeite van het lezen waard zijn.

Toen ik twintig jaar geleden begon, schreef ik vooral in de krant van mijn vrijgemaakte schoonfamilie. Misschien hoopte ik als niet-vrijgemaakte schoonzoon al schrijvend ook een heel klein beetje indruk op mijn best wel vrijgemaakte schoonmoeder te maken. Nadat ik een uitgeknipte en blijkbaar tot tevredenheid stemmende column van me bij haar aantrof, kon ik me verder met volle overgave op hogere zaken richten.

Het Nederlands Dagblad is steeds meer een krant voor allerlei christenen geworden en in dat gemengde koor heb ik ook mijn partijtje mee staan zingen. En wat we delen is dat vreemde geloof dat we in deze chaotische wereld niet in de steek zijn gelaten en dat er vanuit de puinhopen van dit bestaan weer iets moois gaat opbloeien.

Tekens van hoop

Ruim twintig jaar geleden werden de machtige torens van het World Trade Center in New York aan puin gevlogen door jihadisten. Aanslagen die bijna 3000 mensen het leven kostten en die de afgelopen twee decennia in hoge mate de gang van de geschiedenis hebben bepaald. Frank Silecchia was een bouwvakker die daags na 11 september in Manhattan zijn handen uit de mouwen is gaan steken en 47 dode lichamen onder het puin vandaan sjorde.

Ergens halverwege die traumatiserende klus stuitte hij opeens op een kruis. Twee massieve, stalen, gekruiste balken. Zodra hij dat zag en hij samen met anderen het kruis tussen de puinhopen omhoog hees, wist hij: ‘God heeft ons niet in de steek gelaten!’ In mijn bescheiden hoekje van het Nederlands Dagblad heb ik als een soort schrijvende Frank Silecchia geprobeerd de gebrokenheid van deze wereld onder ogen te zien en te ontdekken dat God midden in onze brakke levens soms zomaar een hoopvol teken plaatst.

Twintig jaar lang heb ik zo geschreven. Jullie hebben dat meestal nog gelezen ook. Het is mooi geweest. En het wordt nog mooier.

Deze column verscheen eerder in Nederlands Dagblad

Reactie op de gepresenteerde stikstofplannen

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 25-11-2022 17:35

Door Pieter Grinwis op 25 november 2022 om 17:55

Reactie op de gepresenteerde stikstofplannen

De breuklijnen in onze samenleving werden zelden zo zichtbaar als in de stikstofcrisis. Na een zomer vol protest deed Remkes met zijn woorden en advies recht aan “de oprechte wanhoop in de ogen van redelijke mensen”, onze boeren. Met de vandaag gepresenteerde plannen gaat het kabinet verder in dat spoor. Het pakt de opgaven voor natuur en water concreet aan én biedt een uitgestoken hand om samen met de agrarische sector te werken aan een volhoudbare landbouw voor boer, bodem, natuur, water, klimaat en platteland.

Goed dat minister Adema vaart maakt met het Landbouwakkoord dat toekomst en duidelijkheid geeft voor de hele sector. Dat vraagt ook een bijdrage van de andere partijen in de keten, zoals banken, leveranciers en supermarkten, die nu verdienen aan de boer, terwijl boeren vaak te weinig krijgen. Dat de minister deze bijdrage vraagt van spelers in de agroketen en zonodig gaat afdwingen is een terechte stap.

Goed ook dat de overheid, na druk van de ChristenUnie in provincies en landelijk, eindelijk de regie op de handel in stikstof naar zich toetrekt. Het recht van de sterkste mag niet langer meer gelden, zoals dat van Rijkswaterstaat met hun boerderijenjacht bij de verbreding van de A27. Het komt aan op een rechtvaardige verdeling van de schaarse stikstofruimte, waarbij - in de volgorde van Remkes - natuurherstel, het helpen van PAS-melders en het weer mogelijk maken van woningbouw voorop staan. Het kabinet moet dit voornemen snel uitvoeren door beleidsregels aan te scherpen en de stikstofbanken aan het werk te zetten. Wij maken ons namelijk ernstig zorgen dat, ondanks alle mooie woorden, PAS-melders te lang moeten wachten op legalisatie.

Het stikstofprobleem is een probleem van ons allemaal. Óók industrie en (vlieg)verkeer moeten leveren, maar die bijdrage is nog altijd niet concreet. De ministeries van IenW en EZK en de daaraan gelieerde sectoren mogen niet hun snor drukken. Je kunt boeren niet vanalles opleggen, terwijl duidelijkheid over de reductieopgave voor industrie en mobiliteit uitblijft. De ChristenUnie wil dat het kabinet hier doorpakt.

Diezelfde zorg heeft de ChristenUnie over de vrijwillige opkoopregelingen. Deze zien er op papier mooi uit, maar gaan pas in april open, en alleen als Brussel deze tijdig goedkeurt. Tegelijk sluit het kabinet verplichtende instrumenten niet uit, terwijl we allemaal weten: het juridische spoor is vaak het traagste spoor. Voor snelle stikstofreductie werkt vrijwillige ruimhartige opkoop, het stellen van normen en het bieden van ruimte aan innovatie en ondernemerschap veel en veel sneller. En dat is cruciaal voor PAS-melders, die nu te lang in onzekerheid verkeren.

Last but not least is het goed dat er een einde komt aan de geitenpaadjes en natuurherstel echt voorop komt te staan. En dat water eindelijk de sturende rol krijgt die het verdient in ons waterland. Tegelijkertijd vraagt dat, als het grondwaterpeil stijgt, soms verstrekkende en kostbare aanpassingen van boeren. Daarom is het belangrijk dat het Landbouwakkoord er snel komt, dat per gebied wordt gekeken wat er nodig en mogelijk is en dat boeren zekerheid krijgen dat in deze gebieden ook met een minder intensieve vorm van landbouw een goede boterham te verdienen is.

Maak van Black Friday een Give Away Friday!

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 23-11-2022 10:54

Door Stieneke van der Graaf, Pieter Grinwis op 23 november 2022 om 11:45

Maak van Black Friday een Give Away Friday!

Vrijdag is het weer ‘Black Friday’. Met extreme deals worden we op deze koopjesdag met z’n alle de winkels en webshops ingelokt. En vaak kopen we bij het zien van een leuke deal meer dan we nodig hebben, of kopen we spullen die niet op ons lijstje stonden. Tegelijkertijd zal deze ‘feestdag’ van het consumentisme aan veel mensen noodgedwongen voorbijgaan, omdat ze in deze tijd de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen.

Waar wij denken minder te hoeven te betalen voor die felbegeerde gadgets, hebbedingetjes of kleding, betaalt onze aarde de échte prijs. Babette Porcelijn schrijft in haar boek ‘De verborgen impact’ dat uit onderzoek van CE Delft uit 2018 blijkt dat voor de gemiddelde Nederlander de milieu-impact van spullen het grootst is. We staan er niet bij stil, maar om al die spullen te produceren is water en land nodig. Het online kopen en retourneren van kleding zorgt daarnaast ook voor gigantische verspilling: jaarlijks worden wel 1,2 miljoen kledingstukken vernietigd. Dit alles heeft impact op de biodiversiteit, het milieu en natuurlijk het klimaat.

Waarom laten we ons toch zo graag verleiden op die ‘Black Friday’? Veel mensen denken dat het kopen van spullen gelukkiger maakt, zo blijkt uit onderzoek van Milieu Centraal. Als dat gevoel van geluk rondom een voorwerp is weggeëbd, of wanneer het product kapot gaat, gooien we het weg of geven het aan een kringloopwinkel, die de grote stroom aan spullen vaak nauwelijks aan kan. Het was nog geen twee generaties terug vele malen normaler om kleding te herstellen of schoenen te repareren.

Hoe brengen we die manier van leven weer terug?  Daarvoor moeten zelf afvragen of wij kunnen leren leven van genoeg, én hebben we elkaar nodig, bij het delen, doorgeven en lenen van spullen.

Een dezer dagen wordt de energiecompensatie van 190 euro over deze maand uitgekeerd. Voor veel mensen helaas een bittere noodzaak. De energiecrisis hakt er hard in, met name bij de financieel kwetsbaarste mensen, die vaak in een tochtig (huur)huis wonen zonder mogelijkheden om dit te verduurzamen.

Maar niet iedereen heeft de 190 euro écht nodig. Er zijn dan ook veel prachtige initiatieven opgestart om je 190 euro goed te besteden, als je het zelf niet hard nodig hebt. Bekende fondsen, zoals Armoedefonds en Voedselbank kunnen het geld goed gebruiken. Ook veel kerken hebben mooie projecten, zoals gratis maaltijden, supermarktbonnen of isolatiefondsen. Of kijk ook eens rond in je eigen kring of wijk, wie weet ken je iemand die 190 euro goed kan gebruiken?

Kortom, daar waar de oproep dezer dagen luid klinkt om geld vooral uit te geven aan spullen waar je ook best zonder kunt, is het hoog tijd voor een tegengeluid. Ontzie onze aarde op deze dag door geen spullen te kopen, en help iemand die het hard nodig heeft. Dit jaar geen Black Friday, maar ‘Give away Friday’!

Dit opinieartikel verscheen eerder in het Algemeen Dagblad

Bijdrage stikstofdebat n.a.v. advies Remkes

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 04-11-2022 14:32

Door Pieter Grinwis op 4 november 2022 om 14:47

Bijdrage stikstofdebat n.a.v. advies Remkes

Over de breuklijnen in onze samenleving is veel gezegd en geschreven. Maar zelden werden ze zo zichtbaar als in de stikstofcrisis. Dit vraagstuk gaat allang niet meer alleen over hoe we onze natuur beschermen en hoe we daar te lang een loopje mee hebben genomen, maar ook over rechtvaardigheid; over je gewaardeerd weten als voedselproducent; over verdeling van schaarste, en wie er dan vooraan of achteraan staat. Over vertrouwen, dat te paard gaat en slechts schoorvoetend terugkomt. Zeker als er niet voor het eerst weer grote rekenfouten worden gemaakt door het RIVM, waar vanochtend een ruimhartig mea culpa op volgde.

Dan naar het advies van Remkes die ik hartelijk dank voor zijn goede werk. Veel van de 25 adviezen van Remkes waren herkenbaar. Sommige waren namelijk eerder bepleit. Zoals het van tafel halen van de kaart. Maar telkenmale antwoordde de minister: nee, daar ben ik niet toe bereid. Laatstelijk op 5 september nog, een maandje voordat Remkes met zijn ‘wat wel kan-advies’ kwam. Wat heeft dhr. Remkes wat collega’s als dhr. Boswijk of ik zelf niet hebben? Collega Van der Plas werd zelfs ‘een beetje verliefd’. Ja, dan vraag je je dat toch even af. Want Remkes had het nog niet geadviseerd, of de gewraakte kaart werd spoorslags ingetrokken.

Enfin, ik tel mijn zegeningen. Mijn vraag is nog wel: wat zijn de consequenties van het van tafel halen van de kaart? Wordt het aantal kilotonnen ammoniakreductie per provincie ook nog aangepast? Ik vraag dat om de volgende reden.

Er komt naar aanleiding van het advies van Remkes een vleugje meer ‘financiën’ in de aanpak. En dan doel ik op het wegnemen van de emissies van zo’n 500, 600 piekbelasters in de buurt van stikstofgevoelige Natura2000-gebieden. Geen sinecure overigens, maar daarover een volgende keer meer. Nu leg ik de vinger bij het feit dat hierdoor de aanpak efficiënter wordt, waardoor landelijk minder kilotonnen ammoniakemissies gereduceerd hoeven te worden. En we hadden al discussie of het niet 30 in plaats van 39 kton moest zijn.

Kort gezegd: veenweidegebieden hebben grote opgaven op het gebied van waterpeil en klimaat, maar minder qua ammoniakreductie, en die laatste is overschat in de toedeling. En die overschatting wordt bij de piekbelaster-route nog groter. En aangezien veenweidegebieden niet evenredig over de provincies zijn verdeeld, is de toedeling van te reduceren kilotonnen ammoniak in de tabellen van het NPLG uit juni niet evenwichtig. En dat komt niet vanzelf goed in de gebiedsgerichte uitwerking. Beseft de minister dit? Welke consequentie verbindt ze hieraan voor de indicatieve toedeling van reductieopgaven per provincie? Wat gaan we daarvan terugzien in het vernieuwde NPLG later deze maand?

Stikstofruimte is schaars. En zeker na de Porthos-uitspraak van de Raad van State is de jacht op die schaarse stikstofruimte geopend en daarmee de jacht op boerderijen. Want via het zogenoemde extern salderen kun je met behulp van de ammoniak uit een vergunning van een boerderij in de buurt van de Veluwe bv een weg verbreden in de buurt van Utrecht, waardoor alsnog meer stikstofoxiden uitgestoten kunnen worden, met alle gevolgen voor de volksgezondheid van dien. En dat vz, gebeurt dus niet alleen door marktpartijen, maar nota bene door Rijkswaterstaat, een uitvoeringsdienst van de Rijksoverheid, dezelfde Rijksoverheid die alles op alles moet zetten om verloren gegaan vertrouwen op het platteland te herstellen. En overigens, het is natuurlijk niet alleen Rijkswaterstaat. Industrie, luchthavens, gemeenten en provincies doen het ook. Noord-Brabant bv kocht nota bene boerderijen op in Drenthe voor een distributiecentrum in Moerdijk. Het is Wild West geworden op de stikstofmarkt, waarbij slim en sneaky wordt ingespeeld op leegstaande boerderijen waar nog een vergunning op zit of op boeren zonder opvolger die sowieso willen stoppen. En dat probleem is na de uitspraak van de Raad van State gisteren alleen maar groter geworden.

Johan Remkes was duidelijk, over het inwisselen van ammoniak voor stikstofoxiden: “Niet doen!” Wil de minister ook zo duidelijk zijn? Hoe gaat zij dat regelen? Onderkent de minister dat op de stikstofmarkt het recht van de sterkste geldt en tot tal van trucjes, en dat dit tot kannibalisering van de agrarische sector leidt? Hoe wil zij die voorkomen? Is zij het met me eens dat, juist omdat stikstofruimte zo schaars is en er huizen gebouwd moeten worden en een energietransitie moet worden gefikst, er regie nodig is op de verdeling van schaarse stikstofruimte? Zijn de provinciale en nationale stikstofbanken daartoe niet het geëigende mechanisme? En hoe wordt eigenlijk nu bijgehouden dat de reductie door extern salderen via boerderijen bijdraagt aan het invullen van de reductiedoelstelling van de agrarische sector? En, de andere kant, hoe worden boeren die willen stoppen nu snel en ordentelijk geholpen, zodanig dat er nieuw perspectief voor natuurherstel en jonge boeren ontstaat?

Zowel het advies van Remkes als de kabinetsreactie waren helder en prettig van toon. En ja, er moet nog veel worden uitgewerkt. Bijvoorbeeld hoe we juridisch degelijk van de op stikstofdepositie gerichte KDW naar een brede staat van instandhoudings-maat die recht doet aan alle drukfactoren. Tegelijk is de urgentie groot om onze tijd niet te verpraten, maar daadwerkelijk emissies te gaan reduceren, zodat natuur niet verder verslechtert maar verbetert. Zonder geitenpaadjes. Of om een breed landbouwakkoord te gaan sluiten. Of om nieuwe verdienmodellen geen vogels in de lucht te laten, maar vogels in de hand. Daarom, aan de slag.

Voor een land waar we goed zorgen voor natuur, voor mensen op zoek naar een huis en voor boeren. Ik hoop dan ook dat het landbouwakkoord eraan bijdraagt dat vlaggen op ’t platteland weer worden omgekeerd en komen te hangen, zoals onze mooie driekleur hier.

Waarom is er een nieuw pensioenstelsel nodig? En andere vragen over de pensioenwet

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 03-11-2022 09:05

Door Don Ceder op 3 november 2022 om 09:19

Waarom is er een nieuw pensioenstelsel nodig? En andere vragen over de pensioenwet

Deze weken spreken we in de Tweede Kamer over de nieuwe pensioenwet. Een grote verandering, waar heel veel geld mee gemoeid is. Belangrijke vragen staan in het debat centraal: hoe kunnen we zo goed mogelijk regelen dat ouderen zeker zijn van hun inkomen? Maar ook: hoe zeker zijn de werkenden en jongeren van hun pensioen later? Hoe toekomstbestendig is ieders pensioen en het stelsel waarin we dat hebben geregeld?

We begrijpen dat zo’n grote verandering onzekerheid met zich teweegbrengt. We krijgen geregeld vragen binnen over de ‘Wet toekomst pensioenen’, zoals deze officieel heet. Ouderen vrezen dat ze gekort worden op hun pensioen, of kaarten aan dat het pensioen al jarenlang niet is geïndexeerd. Werkenden maken zich zorgen en vragen zich af of hun oudedagvoorziening met veel onzekerheden wordt omgeven. Jongeren gaan er tegelijkertijd al vanuit dat, zodra zij de pensioenleeftijd bereiken, het geld al lang ‘op’ is.

Voor de ChristenUnie is het belangrijk dat het pensioenstelsel eerlijk en rechtvaardig is. Voor mensen die al recht hebben op pensioen, maar ook voor elke werkende Nederlander. Iedereen moet kunnen rondkomen, ongeacht leeftijd.

In deze blog geven we een antwoord op de meest gestelde vragen. Vier van die vragen zijn hier te vinden, de rest vindt u hier.

Waarom is er een nieuw pensioenstelsel nodig? Waarom niet een paar aanpassingen aan het oude stelsel, zoals het aanpassen van de rekenrente?

Ons pensioensysteem was lange tijd het beste ter wereld. Naast de AOW die jaarlijks door de belastingbetaler wordt opgebracht, betalen veel werknemers en hun werkgevers premie aan een pensioenfonds, waardoor ze na hun werkzame leven aanvullend pensioen ontvangen. Het zijn de belangrijkste twee manieren waarop mensen een financiële basis hebben voor hun oude dag.

Het stelsel is echter dringend aan modernisering toe. Onze samenleving vergrijst. Daarnaast is het stelstel namelijk ingericht op een maatschappij waarin mensen hun leven lang bij dezelfde baas blijven werken. En dat is tegenwoordig al lang niet meer zo: mensen wisselen vaker van baan. Tevens betalen in het huidig stelsel in principe praktisch geschoolden voor de pensioenen van theoretisch geschoolden. Daarnaast doen pensioenfondsen een belofte over de hoogte van het pensioen aan de mensen die deelnemen aan het fonds. Dit betekent ook dat de pensioenfondsen grote buffers moeten aanhouden om deze beloftes waar te kunnen maken voordat er sprake kan zijn van indexering.

Tegenover deze beloftes staat één gezamenlijke pot met geld. Dit leidt tot discussie binnen het pensioenfonds over wie welk deel van de gezamenlijke pot krijgt. Gepensioneerden willen niet dat hun pensioen wordt gekort wanneer een fonds onvoldoende geld in kas heeft, jongeren zijn bang dat ‘hun’ geld wordt opgemaakt door indexatie. Kortom: het huidig stelsel zorgt dus voor discussies tussen generaties.

Een hogere rekenrente brengt grote risico’s met zich mee: de pensioenfondsen zouden zichzelf dan te rijk rekenen. Op korte termijn kunnen pensioenfondsen meer geld uitgeven en indexeren. De financiële positie van de pensioenfondsen wordt dan echter feitelijk niet beter, maar er worden wel direct hogere pensioenen uitgekeerd. Dit gaat ten koste van het vermogen dat voor de pensioenen van (jongere) werkenden is bedoeld. De risico’s en de rekening worden dan bij toekomstige generaties neergelegd. Het gaat uit van de valse veronderstelling dat er in de toekomst hoge rendementen zullen worden behaald. Niemand kan echter in de toekomst kijken en de risico’s hiervan zijn onverantwoord. Het brengt meer onzekerheid ten aanzien van de lange termijn houdbaarheid, biedt weinig solidariteit tussen generaties van het pensioenstelsel en is daarmee geen alternatief voor het wetsvoorstel dat voorligt.

Wat zijn de belangrijkste veranderingen van het nieuwe stelsel?

De basis van ons pensioenstelsel blijft hetzelfde: we blijven met zijn allen voor levenslang pensioensparen en we delen de risico’s van ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid met elkaar. Ook worden de pensioenregelingen samen uitgevoerd en wordt er collectief belegd zodat de kosten voor de deelnemers beperkt kunnen worden.

Het nieuwe pensioenstelsel zorgt ervoor dat pensioenfondsen eerder kunnen indexeren, dat het duidelijker wordt wat je opbouwt en dat het pensioensparen beter aansluit bij hoe mensen tegenwoordig werken.

In het nieuwe pensioenstelsel staat de pensioenpremie centraal en doet het pensioenfonds niet meer een belofte over de hoogte van het pensioen. Iedere deelnemer krijgt een persoonlijk deel van het gezamenlijk pensioenvermogen. Zo is het transparant hoeveel vermogen er voor zijn of haar pensioen is gereserveerd. Als het economisch goed gaat kunnen de pensioenen makkelijker worden geïndexeerd, als het economisch tegen zit kunnen de pensioenen ook gemakkelijker worden verlaagd.

De pensioenpremie die wordt afgedragen beland in ieders persoonlijke pensioenvermogen. Iedereen, jong en oud, krijgt straks het pensioen dat past bij de ingelegde premie. Omdat de pensioenpremie voor alle leeftijden een gelijk percentage is, zijn de pensioenkosten in het nieuwe stelsel stabieler en nemen de pensioenkosten niet toe naarmate werknemers ouder worden.

Pensioenuitvoerders kunnen bij het beleggen van de premies meer rekening houden met de verschillen tussen leeftijdsgroepen. Jongeren kunnen meer risico’s nemen omdat hun pensioenleeftijd nog ver weg is en zij nog jarenlang premies kunnen inleggen. Ouderen hebben minder mogelijkheden voor het opvangen van tegenvallers, en daardoor meer behoefte aan zekerheid.

Het nabestaandenpensioen wordt verbeterd. Het wordt eenvoudiger en meer gestandaardiseerd. Ook worden risico’s bij overlijden voor pensioendatum significant verkleind.

Hoe verloopt de overgang van het oude stelsel naar het nieuwe stelsel?

In het oude systeem zitten de pensioenaanspraken in een grote pot. Als het geld wordt meegenomen (wordt ingevaren) wordt die gemeenschappelijke pot verdeeld over de deelnemers van het pensioenfonds. In het nieuwe systeem heeft namelijk iedereen een eigen deel van de pot. Dat is prettig, want zo wordt duidelijker welk bedrag voor jou persoonlijk is gespaard.

Dit geld moet eerlijk verdeeld worden. Werkgevers en werknemers (sociale partners) moeten hiervoor afspraken maken. Zij kunnen besluiten om de generatie die nadeel ondervindt aan het afschaffen van de huidige systematiek (de zogenaamde ‘doorsneepremie’) te compenseren of om ruimte te maken voor extra indexatie voor gepensioneerden. In de wet zijn ook waarborgen ingebouwd zodat er bijvoorbeeld niemand op achteruit mag gaan als er mensen in dezelfde pensioenregeling op vooruit gaat.

Veel experts lijken te zeggen dat er allemaal nieuwe onzekerheden komen. Wat doen we met die kritiek?

Deze kritiek nemen we serieus. Pensioen is voor veel mensen cruciaal voor hun bestaanszekerheid. Wij snappen dat het spannend is omdat er geen zekerheid kan worden gegeven over hoe hoog de uitkering in het nieuwe stelsel precies wordt. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn: het huidig stelsel biedt die zekerheid ook niet. Door de gegarandeerde pensioenen moeten de pensioenfondsen heel grote buffers aanhouden om aan deze verplichtingen te kunnen voldoen. Dit zorgt er echter voor dat indexatie al jarenlang uit zicht is. Dit is ook een grote onzekerheid voor jong en oud. Tevens is het wettelijk kader van de WTP ook een begin van een veel langer proces. De transitie zal 4 jaar in beslag nemen en in deze jaren kan de Kamer met sociale partners continue blijven sturen zodat de gewenste doelstellingen ook behaald worden.

Een overzicht van meer vragen is hier te vinden.

Een einde aan slavernij en uitbuiting

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 02-11-2022 13:56

Door Stieneke van der Graaf op 1 november 2022 om 16:30

Een einde aan slavernij en uitbuiting

Kleine kinderen die in fabrieken moeten werken. Gezinnen die in onbetaalbare schulden terecht zijn gekomen, en nu praktisch als slaaf worden behandeld door hun schuldeiser. Lokale gemeenschappen die van hun land zijn gejaagd door een grondstoffenbedrijf. Dorpen waar het drinkwater vervuild is geraakt door gedumpte afvalstoffen. Het zijn allemaal voorbeelden van schendingen van mensenrechten als gevolg van het handelen van internationale bedrijven. Kwetsbare mensen staan op vele plekken in de wereld machteloos tegenover grote ondernemingen met aanzienlijke economische macht. Alleen wanneer bedrijven en overheden samen hun verantwoordelijkheid oppakken ter bescherming van mensenrechten, blijven die rechten ook stevig overeind staan.

Gelukkig zijn er veel bedrijven die zich hier bewust van zijn. Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen is door de jaren heen een steeds belangrijker begrip geworden. Het houdt in dat bedrijven in hun beleid bewust een prioriteit maken van de basale rechten van lokale gemeenschappen, zowel in sociaal, ecologisch als economisch opzicht. In de voorbije tien jaar hebben bedrijven zich vrijwillig gecommitteerd aan dit doel, via convenanten. Nu is de tijd gekomen om de wil om te zetten in een verplichting, en alle bedrijven aan hun verantwoordelijkheid te houden om de mensenrechten wereldwijd te beschermen. Vandaag dienen we de Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen (Wvdio) in, die die verplichting zal verankeren.

De wet houdt in dat bedrijven die in Nederland actief zijn, straks de verplichting hebben om hun keten, of die van hun partnerbedrijven waarmee ze samenwerken, actief te controleren op misstanden zoals kinderarbeid, moderne slavernij en milieuschade. Over die controle moeten ze transparant rapporteren, en treffen ze een misstand aan, dan moet deze worden aangepakt. Er wordt ook een toezichthouder in het leven geroepen die een bedrijf op haar verantwoordelijkheid kan aanspreken wanneer deze niet genoeg werk maakt van zijn controletaak. Zo gaan niet alleen de voortvarende, maar álle grote bedrijven grondig aan de slag met het bestrijden van misstanden.

Aan deze wet is lang gewerkt. Met name mijn voorganger Joël Voordewind heeft er met hart en ziel aan gewerkt. Hij, ik en vele anderen die aan de wet hebben bijgedragen, hebben vele gesprekken gevoerd met experts, ngo’s en bedrijven. We hebben adviezen ontvangen van de Raad van State en gekeken naar het Europese wetsvoorstel. Met deze wet stellen we een ondergrens vast voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in het buitenland. Bedrijven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het bevorderen van mensenrechten. Deze wet kan hen daarbij helpen. De wet zorgt bovendien voor gelijke regels voor alle bedrijven. Niet alleen met de bedoeling om slaafvrije producten te kunnen kopen in Nederland, maar vooral dat kinderen naar school kunnen in plaats van te werken op de plantages en in de fabrieken. Deze wet kan echt een verschil maken in de levens van mensen.

Deze wet gaat over rechtvaardigheid. Als wetgever moeten we voortdurend bedenken: hoe doe ik recht, en wie doe ik recht? In onze wetten bepalen we wie het sterkst staat en wie het zwakst. Deze wet biedt bescherming aan hen die bescherming het hardste nodig hebben, de meest kwetsbaren op deze wereld, die niet vrij zijn, die slachtoffer zijn van slavernij en uitbuiting. Hun positie gaan we nu versterken. Hun toegang tot het recht wordt fundamenteel verbeterd. Ik ben trots dat we deze belangrijke wet vandaag kunnen indienen, en ben klaar om alle nodige inspanningen te leveren om deze wet aangenomen te krijgen. Zodat we een betekenisvolle stap kunnen zetten richting het einde van slavernij en uitbuiting.

Beeld: International Justice Mission

Maak van de nood rond arbeidsmarktkrapte een deugd: een ‘economie van het genoeg’.

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 25-10-2022 09:50

Door Don Ceder op 25 oktober 2022 om 11:43

Maak van de nood rond arbeidsmarktkrapte een deugd: een ‘economie van het genoeg’.

Wegens de arbeidsmarktkrapte wordt ijverig gezocht naar manieren om mensen meer en langer aan het werk te krijgen. Een voltijdsbonus is de nieuwste politieke vondst die deeltijdwerkers moet verleiden tot een volledige arbeidsweek. Een heilloos middel dat niets oplost. De arbeidsmarktkrapte vraagt namelijk niet in de eerste plaats om extra pogingen nog meer uit onze beroepsbevolking te persen, maar vooral om een diepe herbezinning op onze economie en scherpe keuzes. We moeten onszelf de belangrijke vraag stellen: welke economie is voor ons houdbaar?

De Koning sprak tijdens de Troonrede dit jaar de volgende woorden: “onze huidige manier van leven stuit op economische, sociale en ecologische grenzen”. En iedereen weet: hij heeft gelijk. We kunnen zo niet doorgaan en dus moeten we naar een economie waarin niet maximale groei, maar duurzame bloei het uitgangspunt is. Oftewel, een economie van het genoeg.

Deze redeneerlijn is niet nieuw. Volgens de oude denkers Plato, Aristoteles, en ook Thomas van Aquino, was het goede leven niet mogelijk zonder het streven naar matiging. Het is de kardinale deugd die de juiste maat en plaats weet te geven aan krachten in de mens, natuur en samenleving. Het is het vermogen om de menselijke neiging over haar eigen grenzen heen te gaan te beteugelen.

Maathouden als deugd, oftewel temperantia, vond van oudsher ook gehoor in ons land, maar lijkt in de huidige consumptiecultuur te verdwijnen. Een duidelijk symptoom hiervan is de discussie rondom arbeidsmarktkrapte. Men staart zich blind op het vervullen van de groeiende en onverzadigbare economische vraag, en kijkt nauwelijks naar de mate waarin ons consumptiegedrag om limitering vraagt.

Dat wordt concreet in het voorstel voor een voltijdsbonus, die geen echte oplossing biedt voor de arbeidsmarktkrapte. In de zorg en het onderwijs compenseert het de overmatige werkdruk niet en in sectoren met tekorten wordt al relatief veel voltijds gewerkt. Extra voltijdswerkers levert dat dus nauwelijks op, en mensen die om goede redenen in deeltijd werken worden daarvoor gestraft. De voltijdsbonus is in praktijk een deeltijdboete.

Daarnaast gaat dit voorstel voorbij aan ons nodeloos complexe belastingstelsel, waarin de hoge belastingdruk meer werken onaantrekkelijk maakt. Werken is in zichzelf iets goeds voor mens en maatschappij, en extra werk zou moeten lonen. Een deel van de oplossing ligt dan ook besloten in het eenvoudiger en eerlijker maken van het belastingstelsel. Als we dat doen, vergroten we de keuzevrijheid voor gezinnen om meer of minder te gaan werken.

Achter de politieke focus voor een voltijdsbonus ligt ten diepste een ideologisch liberale vorm van maakbaarheidsdenken. Eén waar een grote denkfout in verankerd ligt; namelijk dat ‘écht werk’ alleen betaald werk zou zijn. Dat alleen de omvang van de economie écht telt. Wie enkel daar oog voor heeft vergeet echter dat een groot deel van onze samenleving juist afhankelijk is van de mate waarin mensen onbetaald werk verrichten. Tijd beschikbaar houden voor familie, mantelzorg en vrijwilligerswerk is cruciaal in onze maatschappij. Zonder dat werk loopt onze samenleving pas écht vast.

We moeten daarom onze grenzen voor ogen houden en erkennen dat de huidige krapte geen natuurwet is, maar een gevolg van gemaakte keuzes. Zo zit de arbeidsmarktkrapte voor een groot deel in sectoren als communicatie en horeca. In hoeverre is het echt een probleem dat momenteel, in een hoogconjunctuur nota bene, niet in die vraag kan worden voorzien? En mogen we ook niet naar het gedrag van de consument kijken, die toch zal moeten accepteren dat er grenzen zijn aan wat kan?

Het is tegelijkertijd onmiskenbaar dat we voor economische uitdagingen staan. Er zijn ook grote tekorten in sectoren die we keihard nodig hebben om onze maatschappij draaiende te houden. Denk aan de zorg, openbaar vervoer en alle technische beroepen die nodig zijn voor het realiseren van de woningbouw en klimaattransitie. In die sectoren moeten we blijven inzetten op extra personeel en is een beloning voor extra werk wel degelijk gunstig. Laten we daarom het belastingstelsel verbouwen. Laten we juist nu de doorgeschoten flexibilisering van de arbeidsmarkt aanpakken. Laten we daarom nu meer mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk helpen, zoals ouderen, langdurig bijstandsgerechtigden en mensen met een beperking. De overheid kan daar als één van de grootste werkgevers zelf nog flinke stappen in zetten.

De huidige arbeidsmarktkrapte biedt al met al een kans om het gesprek te voeren over de economie op lange termijn. Kunnen we in een economie van genoeg? Welke arbeid willen we als overheid stimuleren omdat het cruciaal is voor onze toekomstige samenleving? En welke rol kan de overheid spelen om bij het kiezen van een opleiding tekortsectoren aantrekkelijk te maken? Dat is zeker niet enkel een verhaal van financiële prikkels, maar juist van maatschappelijke waardering voor specifieke sectoren.

Laten we daarom juist nu van de nood rond arbeidsmarktkrapte een deugd maken.

Een andere versie van dit opiniestuk was op donderdag 20 oktober te lezen in het Algemeen Dagblad.

Zorg dragen voor Gods schepping (reactie op de Klimaatbrief)

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 20-10-2022 13:25

Door Webredactie op 20 oktober 2022 om 14:30

Zorg dragen voor Gods schepping (reactie op de Klimaatbrief)

Aan de ondertekenaars van de Klimaatbrief,

Dank voor jullie hartenkreet aan ons, christelijke landelijke politici over de staat van de schepping. En laten we maar gelijk met de deur in huis vallen: ook wij maken ons ernstig zorgen. De schepping zucht. En alles is verbonden: zorg voor de aarde is zorg voor onze meest kwetsbare naasten. We hebben deze zomer gezien wat de extreme regenval en smeltende gletsjers hebben gedaan in Pakistan, een land dat zelf nauwelijks heeft bijgedragen aan klimaatverandering, met duizenden doden en miljoenen getroffenen tot gevolg. De ergste droogte in 500 jaar kleurde Noord-Europa dor en geel, en extreme hitte en bosbranden teisterden het Zuiden van Europa. En dit najaar zien we op tal van plekken weersextremen en overstromingen, bijvoorbeeld in Nigeria, die niet zijn te begrijpen buiten manmade klimaatverandering om.

Het gaat echt niet goed, dat is duidelijk. We dreigen de 1,5 graad temperatuurstijging de komende jaren al te overschrijden. Daarbovenop lijken de ‘tipping points’ die onherstelbare klimaatschade met zich meebrengen eerder te worden overschreden dan altijd gedacht. Het gaat bij deze existentiële opgave om recht doen, aan elkaar, aan de aarde, aan Gods schepping en aan volgende generaties. Wij geloven in leven na dit leven en zetten ons daarom, met vallen en opstaan, elke dag in voor de wereld van morgen. God in de hemel heeft ons de aarde toevertrouwd en daarom willen wij als zijn kinderen voorop gaan in de goede zorg voor zijn prachtige en tegelijk kwetsbare schepping.

Tot onze deelname aan het vorige kabinet was er geen duidelijke ambitie op klimaatgebied, en niet of nauwelijks beleid. Mede door de inzet van de ChristenUnie volgde een Klimaatakkoord en een Klimaatwet waarin reductiedoelen voor het eerst wettelijk zijn vastgelegd (toen nog op 49% in 2030). Deze kabinetsperiode hebben we de doelen verhoogd naar 55% reductie in de wet, en in beleid richt het kabinet op 60% reductie in 2030. Maar belangrijker dan doelen op papier zijn resultaten in de praktijk. Daarom wordt energiebesparing nu eindelijk serieus genomen in beleid en handhaving, worden fossiele belastingvoordelen afgebouwd en is een Klimaatfonds van bijna 35 miljard opgericht. En zeggen we onder aanvoering van de ChristenUnie bijvoorbeeld nee tegen de vestiging van nog meer energieslurpende grote datacenters en distributiecentra op kostbare akkers, waarop we duurzaam, plantaardig voedsel en bouwmaterialen kunnen verbouwen. Ook stapt Nederland uit het Energiehandvestverdrag, omdat deze de afbouw van fossiele brandstoffen tegenhoudt. U kunt er van op aan dat wij het kabinet scherp houden op het halen van de doelen op een rechtvaardige manier. Werk maken van snelle isolatie van huizen waar mensen met lage inkomens wonen, meer zon op dak, een beter functionerend subsidiesysteem waardoor veel meer duurzame projecten een kans krijgen. Het omschakelen naar een meer plantaardig dieet en een eerlijke bijdrage aan klimaatrechtvaardigheid wereldwijd.

Maar idealisme is niet vrij van dilemma’s. Zo mogen wij als Nederland onze verantwoordelijkheid tot reductie en hervorming niet afschuiven op de rest van de wereld. Met andere woorden: de internationale impact van ons klimaatbeleid moet groter zijn dan de nationale doelen, en niet kleiner. En hier gaat een wereld aan moeilijke afwegingen achter schuil. Neem bijvoorbeeld staal, dat blijven we nodig hebben. We willen allemaal toe naar groen geproduceerd staal. Daarvoor moeten we alles op alles zetten. In de tussentijd willen we niet dat deze productie wordt verplaatst naar een land waar de milieustandaarden lager zijn. We zullen ons dus altijd moeten verhouden tot Europa en de rest van de wereld.

Ook op het gebied van gas spelen dezelfde dilemma’s. Ons huidige energiesysteem is nog lang niet fossielvrij. Meer dan vijfentachtig procent van ons primaire energieverbruik is nog fossiel, ook al zijn we inmiddels Europees kampioen zonnepanelen. Door de acute gascrisis koopt Nederland op dit moment vloeibaar gas (LNG) in uit Amerika en Azië, met een grotere milieubelasting dan zelf aardgas oppompen. Bovendien zorgt deze inkoop ervoor dat Aziatische landen de erg vervuilende kolencentrales weer aanzetten, met nog meer broeikasgasuitstoot tot gevolg. Natuurlijk is energie besparen de allerbeste optie en jarenlang is daar veel te weinig aan gebeurd. Om die reden ook hebben wij via ons isolatiemanifest het Nationaal Isolatieprogramma opgericht, en via moties, opgeroepen de energiebesparingsplicht bij bedrijven aan te scherpen en echt te gaan handhaven. Maar gebrek aan arbeidskrachten, stokkende aanvoerketens (van warmtepompen tot omvormers) en een nog jaren overbelast elektriciteitsnet zorgen voor frustrerende vertraging, en maakt dat we de komende jaren toch nog niet helemaal van het aardgas kunnen, terwijl veel huishoudens en bedrijven echt super gemotiveerd zijn en snel willen besparen en verduurzamen.

Wij laten ons hierdoor niet uit het veld slaan. Elke besparing op CO2 is winst, en we zullen blijven zoeken naar wegen om als samenleving nog sneller klimaatneutraal te worden. Uiteindelijk zal klimaatbeleid landen bij ieder huishouden, en zullen we op een wezenlijke manier anders moeten leven. Zoals onze fractie vorige week bij het debat over de klimaattop al zei: wanneer onze manier van leven ons ecosysteem op zo’n fundamentele manier ontwricht, wordt klimaatverandering ook een zaak van persoonlijke ethiek.

We zullen samen opnieuw op zoek moeten naar wat het goede leven is, en hoe we kunnen genieten van genoeg. Daarvoor is de gemeenschap onmisbaar, als steun en hulp bij de ingewikkelde transitie, maar ook als drager van nieuwe waarden ten aanzien van de aarde, ons gemeenschappelijk huis. We hopen op jullie meedenken en scherp houden daarin. Graag nodigen we jullie uit om op korte termijn met elkaar hierover verder in gesprek te gaan. Laten we het brieven schrijven een vervolg geven door middel van een goed gesprek over wat ons allemaal aangaat én aan het hart gaat: zorg dragen voor onze schepping.

Met hartelijke groet,

Deze brief is een reactie op de brief die wij als ChristenUnie op maandag 14 oktober ontvingen met daarin een hartenkreet voor een rechtvaardig klimaatbeleid.

Reactie op aanpassing Embryowet: ook bij nieuwe ontwikkelingen beschermwaardigheid waarborgen

ChristenUnie ChristenUnie Nederland 17-10-2022 13:52

Door Mirjam Bikker op 17 oktober 2022 om 15:50

Reactie op aanpassing Embryowet: ook bij nieuwe ontwikkelingen beschermwaardigheid waarborgen

Er is niets zo wonderlijk als het begin van het leven. En er is niets zo kwetsbaar als het begin van het leven. Blijdschap of verdriet, geschenk of gemis, het ligt soms heel dicht bij elkaar. En dat besef ik goed bij het schrijven van deze blog. Bij alle beleid en wetgeving die over het begin van het leven gaat, past die verwondering, past zorgvuldigheid en ook het besef dat dit veel mensen raakt in de mooiste of juist moeilijkste momenten van het leven.

Vandaag doet het kabinet voorstellen om de huidige ’Embryowet’ aan te passen. In de Embryowet staan regels om ervoor te zorgen dat artsen en laboranten zorgvuldig omgaan met eicellen, zaadcellen en embryo's. Omdat het gaat om menselijk leven, verdient een embryo bescherming.

Vanaf de eerste cellen heeft het alles in zich om verder uit te groeien tot een uniek mens. De medische wetenschap heeft zich de afgelopen decennia op indrukwekkende wijze ontwikkeld en ons veel gebracht. Toch stelt ze onze samenleving voor nieuwe dilemma’s: over de maakbaarheid van het leven en over menselijke waardigheid.

Dit zijn ook waarden die spelen bij de vragen die opkomen naar aanleiding van de evaluatie van de embryowet. Ook hier gaan ontwikkelingen snel en kan er steeds meer. Door selectie en onderzoek kunnen de kansen op genetische afwijkingen worden beperkt en erfelijke ziektes voorkomen. Maar moet alles wat kan, ook toegestaan worden? Voor de ChristenUnie is het belangrijk dat in de Embryowet ook bij nieuwe ontwikkelingen telkens de beschermwaardigheid van het menselijk leven blijft waarborgen. Nieuwe ontwikkelingen vragen daarnaast ook voortdurend om ethische bezinning en maatschappelijke reflectie.

In de beoordeling van medische technologie voelt de ChristenUnie zich thuis bij een ‘ethiek van voorzichtigheid’. Dat betekent niet dat we per definitie alles afwijzen wat op dit terrein speelt, maar wel dat we uitgaan van het principe ‘bij twijfel niet inhalen’ en kijken naar alternatieven die minder vergaand zijn, die minder inbreuk maken. We vinden het belangrijk dat beslissingen die impact hebben op de hele samenleving niet in de beslotenheid van laboratoria of wetenschappelijke congressen worden genomen. De ethische bezinning over het leven, over de intrinsieke waarde van elke mens moet leidend zijn en de technologische ontwikkeling moet zo telkens bevraagd worden.

Het kabinet stelt vandaag een aanpassing van de Embryowet voor. Om de bescherming te laten toenemen bij nieuwe technologische ontwikkelingen die nog niet onder deze wet vielen. Waar moet je dan aan denken? Op dit moment is er steeds meer mogelijk als het gaat om het nabootsen van embryo-achtige structuren. Daar waren nog geen regels over. Als deze structuren op een ‘intact embryo’ lijken dan geldt dezelfde bescherming als voor andere embryo’s. Daarmee spreekt de wetgever uit dat elk menselijk leven in de knop dezelfde bescherming verdient.

Een andere ontwikkeling is kiembaanmodificatie. Het kabinet zal hier geen wijzigingen in de wet voorstellen. Er is een verbod en dat blijft zo. Waar gaat dit over? In het kort het veranderen van genen in de geslachtscellen of in het eerste stadium van een embryo. Dat is heel ingrijpend, want de aangebrachte aanpassingen in het menselijk DNA werken door in alle volgende cellen. Dit ingrijpen in de kiembaan zorgt voor aanpassingen van het erfelijk materiaal die overdraagbaar zijn en hun doorwerking zullen hebben in alle nakomelingen van het behandelde embryo. Het gaat dus ook om toekomstige generaties. Over die doorwerking is nog heel weinig bekend. Voor de ChristenUnie speelt naast de zorg om die komende generaties en wat dit betekent voor het embryo zelf, ook het aspect dat je hier steeds meer de ontwikkeling naar een ‘maakbare mens’ ziet. Omdat we geloven dat ieder menselijk leven bezield is, zijn we uiterst voorzichtig. Wereldwijd is er ook grote terughoudendheid bij ontwikkelingen richting – wat soms wordt genoemd – ‘designbabies’. En die terughoudendheid delen wij.

Het begin van het leven blijft onuitsprekelijk veel verwondering geven. De wetenschappelijke ontwikkelingen plaatsen ons telkens weer voor de vraag: wie is de mens? Daarin worden knappe ontdekkingen gedaan, maar ook technieken ontwikkeld die te gemakkelijk voorbij gaan aan de intrinsieke waarde van elk menselijk leven. Dat vraagt daarom om wetgeving, die grenzen stelt, die bescherming biedt, ook omdat we nog zoveel niet weten.

Vanuit mijn geloof wil ik blijven zeggen dat we vanaf het eerste begin zijn gekend door onze Schepper, en dat geeft het leven zin. Dat blijft reden tot verwondering, tot voorzichtigheid en tot bescherming van het hele kwetsbare begin van menselijk leven. In een tijd waarin technisch steeds meer kan, moeten we ook de vragen stellen over wat het goede is, hoe voorzichtigheid ook kan betekenen dat je grenzen stelt en dat de wet regels brengt.